Doorgaan naar hoofdcontent

Afscheidsbrief Depositum Custodi

                                                                                                          Soest, 30 december 2011

Geachte leden van Depositum Custodi, beste vrienden,

Op de rand van het jaar 2011 schrijf ik u mijn afscheidsbrief. Wat een onmogelijke opdracht! Want hoe zou ik al de zegeningen die de Heere me door DC heen heeft willen schenken kunnen verwoorden? Toch moet het. De Bijbel leert ons dat we geen van Zijn weldaden mogen vergeten, omdat het God geweest is die ze ons bewezen heeft. Daarom zal de eer van God het doel van deze brief zijn.

Nu alweer drie jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met DC. Mijn eerste bezoek was vooral uit nieuwsgierigheid. Ik had namelijk van iemand gehoord dat er op DC’ers allemaal ‘rare refo’s’ zaten. Nu was dat precies ook mijn profielschets dus ik besloot om deze vereniging eens te bezoeken. Na een tweede bezoek wist ik het zeker: ik wil lid worden van DC!

En daar heb ik geen moment spijt van gehad! Vele kringavonden, weekenden en goede gesprekken liggen achter mij. DC heeft me vrienden voor het leven gegeven en daar ben ik de Heere dankbaar voor. Iemand zei eens tegen mij: ‘Als je op DC gaat verlies je daar je hart.’ Hoewel dit waar is, ben ik er inmiddels ook achter gekomen dat je zelfs letterlijk je hart kunt verliezen aan een lid van DC.

Beste vrienden, ik wil u hartelijk danken voor de vele gesprekken die ik met u heb mogen hebben. Bij velen van u heb ik in het hart mogen kijken en daar ben ik dankbaar voor.
Want we zien er allemaal anders uit, maar van binnen lijken we op elkaar. Van binnen zijn we niet zo mooi. Wat een wonder is het dan, dat ik vanavond mag belijden dat ik in de achterliggende jaren de werkingen van Gods Geest op DC heb mogen zien. DC’ers die tot zekerheid van hun heil in Christus mochten komen, DC’ers die van zorgeloze mensen veranderd werden tot mensen die God kwijt waren en Hem niet meer konden missen.

Aan hen die worstelen met de vragen omtrent het heil, zou ik nog het volgende willen zeggen: Ga naar de Heere met al je goddeloosheid, trots en godsdienstige zelfhandhaving.
‘Ja, maar ik heb niet genoeg zondekennis’. Klopt, dat heb je ook niet. Je hebt ook niet genoeg genadekennis. ‘Ja, maar ik weet niet of ik uitverkoren ben!’ Waar staat in de Bijbel dat je dat moet weten?!  De Heere vraagt het vanavond aan je: ‘Is Mijn Zoon voor u genoeg? Dan bent u voor Mij genoeg!’[1]

Dan ga je het belijden: Van mij geen goed meer in der eeuwigheid. Maar, o wonder van genade, dan is het van Hem alle goeds tot in alle eeuwigheid!

Geacht bestuur, tot slot een hartelijke oproep aan u: hef de banier op! Beveel onze vereniging en haar leden op aan de genade troon, want Hij kan wonderen werken.

De zegen van de Heere zij met u allen!

Adieu!


[1] Dr. H.F. Kohlbrügge

Reacties