Doorgaan naar hoofdcontent

Augustinus en het vroege christendom

Voorbereidingliteratuur voor de SBVK van D.V. 30 oktober o.l.v. dr. M.A. van Willigen

Augustinus: wie kent hem niet? Wellicht heeft u geschriften van de kerkvader gelezen. Zo niet, bij deze een hartelijke oproep ‘tolle lege!’.[1] In ieder geval zult u wel – onbewust – bekend zijn met onderdelen van het theologische denken van Augustinus. Geen kerkvader heeft namelijk zoveel invloed gehad op de westerse theologie als Augustinus. In dit artikel kunt u kennismaken met de persoon van Augustinus en de invloed van zijn denken. Van daaruit worden enkele lijnen getrokken naar onze tijd en meer gezegd over het belang van kennis over het vroege christendom in het algemeen.

Augustinus (354-430) werd geboren als zoon van een christelijke moeder, Monnica, en bracht een groot gedeelte van zijn leven door in de Romeinse provincie Africa. Hoewel Augustinus christelijk was opgevoed, leidde hij een losbandig leven. Tijdens zijn retoricastudie werd echter bij hem het verlangen naar ware wijsheid gewekt: met een ongelooflijke hartegloed ging ik naar de onsterfelijkheid van de wijsheid verlangen. En daarmee was ik begonnen op te staan om naar U terug te keren.[2] Na een lange zoektocht vond Augustinus deze uiteindelijk in de Schrift. Toen Augustinus in Milaan rector werd, ging hij eens naar de kerk om te horen hoe welsprekend bisschop Ambrosius zou zijn. Door Ambrosius’ prediking werd Augustinus diep geraakt. De allegorische manier waarmee Ambrosius de Schrift uitlegde, sprak Augustinus aan, die de Bijbel eerst maar van slechte stijl vond. Het gebruik van de allegorie was echter niet beslissend: tegelijk met de woorden die ik waardeerde kwam toch ook de inhoud die mij niet interesseerde in mijn ziel binnen.[3] Augustinus werd nu voor de keus gesteld: het oude leven blijven aanhangen, of het nieuwe verkiezen. Van dag tot dag stelde ik het uit in U te gaan leven en ik stelde het niet uit alle dagen in mijzelf te sterven. Met al mijn liefde voor het gelukkige leven vreesde ik dat leven op de plaats waar het was, en terwijl ik het ontvluchtte, bleef ik het zoeken.[4] Hoewel een nieuwe wil tot het goede in hem ontstond, bleef de oude, vleselijke, wil nog steeds actief: en zo bevonden zich die twee willen van mij, één oud en één nieuw, één vleselijk en één geestelijk, met elkander in tweestrijd en verstrooiden ze mijn ziel door hun onenigheid.[5] De definitieve verandering geschiedde toen Augustinus, in zijn uitzichtloze ellende van willen en niet willen, in een tuin een spelend kind ‘tolle lege’ hoorde zeggen. Augustinus greep het Woord en las de volgende tekst: Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkamers en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid; Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.[6] Dit bericht bracht Augustinus de rust die hij zo zocht: Want meteen, bij het eind van deze zin, stroomde er al een licht van zekerheid in mijn hart binnen en vluchtte al de duisternis van mijn weifelen heen.[7] De zoekende Augustinus was reeds door God gevonden. Na zijn bekering trok Augustinus zich met enkele intimi terug op een landgoed om daar in ascese God te dienen en over Hem te mediteren. In 387 werd hij gedoopt door Ambrosius en in 396 tot bisschop van Hippo Regius gewijd. Dit ambt bekleedde Augustinus tot zijn dood in 430.

Na zijn bekering schreef Augustinus vele boeken, die van onmisbaar belang zijn gebleken voor de westerse theologie. De meer dan 130 werken die zijn bewaard gebleven, zijn van allerlei aard. De Confessiones (‘Belijdenissen’) vormen misschien wel Augustinus bekendste en meest gewaardeerde werk. Niet voor niets is dit meeslepende werk wereldliteratuur geworden. Augustinus beschrijft hierin zijn zoektocht naar God, in de vorm van een gebed. Het is het werk van een vergankelijke zondaar, die op een nederige wijze zijn schuld belijdt en tegelijk God looft: alle goede dingen immers komen van u, god, en van mijn God komt mij alle heil.[8] Naast de meer autobiografische ‘Belijdenissen’ schreef Augustinus ook allerhande theologische werken, waarin Augustinus zijn opvattingen en ideeën uiteenzet, die tot op de dag van vandaag hun invloed hebben in de theologie.

Om de hedendaagse theologie goed te begrijpen is dus kennis nodig van het werk van Augustinus en andere kerkvaders. Dit kan geïllustreerd worden door te kijken hoe Augustinus’ opvatting over de kerk nu nog steeds doorwerkt. Volgens Augustinus bestaat de kerk nu nog uit een gemengd gezelschap van gelovigen en niet-gelovigen, die bij het oordeel gescheiden zullen worden: in deze boze wereld (…) mengen zich dus vele verworpenen onder de goeden: beiden worden als in het sleepnet van het evangelie bijeengebracht en in het netwerk ingesloten blijven ze ononderscheiden voorzwemmen in deze wereld, als in een zee, totdat de kust bereikt wordt waar de kwaden van de goeden gescheiden zullen worden en waar God dan in de goeden, als in zijn tempel, als in allen zal zijn.[9] Calvijn bedoelde later iets soortgelijks toen hij zei dat er in de kerk ‘dikwijls geen onderscheid kan opgemerkt worden tussen Gods kinderen en de onheiligen, tussen zijn eigen kudde en de wilde dieren’.[10] Uit deze citaten blijkt dat de gereformeerde theologie schatplichtig is aan het vroege christendom. Voor goed begrip en waardering van de rijkdom van de gereformeerde theologie is kennis van kerkvaders als Augustinus dus onontbeerlijk.

Er zijn echter meer argumenten die wijzen op het belang van kennis over het vroege christendom en de leer van de kerkvaders. De vroege kerk kreeg te maken met problemen die nu nog steeds gelden. De kerk was een minderheid in een pluriforme samenleving, die was samengesteld uit vele volken en evenzoveel religies. In zo’n wereld zagen de kerkvaders zich geplaatst de moeilijke taak om de juiste identiteit van het christendom vast te stellen en door te geven naar de wereld om hen heen. Hedendaagse christenen kunnen in persoonlijk contact met niet-christenen heel wat leren van de argumenten die de kerkvaders daarbij gebruikten om de boodschap over te brengen aan andersdenkenden. Dit alles Ad Majorem Dei Gloriam![11]

Kennis van het vroege christendom heeft echter niet alleen waarde voor de individuele christen, maar ook voor de kerk in het algemeen. Nu is het naïef om te stellen dat er in het vroege christendom geen verdeeldheid was, maar in het huidige kerkelijke landschap zou kennis van de bronnen kunnen helpen bij een zoektocht naar eenheid. De kerkvaders hebben niet alleen vele vragen en worstelingen zorgvuldig gedocumenteerd maar zij reiken tevens belangrijke noties aan, die het christenleven kunnen verdiepen. Eerbied voor God, de noodzaak om met de Heere in het reine te komen en een zelfopofferend leven te leiden in Zijn dienst, zijn zaken die nogal eens ontbreken in onze kerken. Het moge duidelijk zijn dat de eerbied voor de Schrift en de noodzaak van waarachtige bekering, voorgestaan door de kerkvaders, dan ook ons (kerkelijk) leven dienen vorm te geven. Zeker een theologisch denker als Augustinus kan ons behoeden voor een ondiep, banaal christendom waar de hoogte en diepte van het geestelijk leven worden uitgevlakt. God is getrouw, waar wij dat van nature niet zijn. Dit had onze kerkvader tot zijn schaamte ontdekt en de God waarvoor hij dit beleed en Die hem zijn zonden vergaf, leeft nog steeds!

Als laatste argument willen wij wijzen op het belang om met de kerkvaders ‘in gesprek’ te treden. De kerkvaders worstelden met vragen die velen zullen herkennen. Wie is God? Hoe kan Hij gevonden worden? Heeft de mens nu een vrije wil of niet? Wat heb ik aan de kerk? Juist in onze postmoderne wereld, waar er volgens velen geen eenduidend antwoord meer mogelijk is op dergelijke vragen, is het goed om terug te gaan naar de bronnen van het christendom. Kennis van de traditie is nodig om er in vast geworteld te blijven en niet mee te waaien met allerlei wind van leer.

In het bovenstaande hebben we kort uiteengezet wie Augustinus was en enkele argumenten gegeven voor het belang van kennis van het vroege christendom. We hopen dat u (opnieuw) enthousiast bent geworden om u eens te verdiepen in de schatten van de vroege kerk. Die gaan immers pas iets voor u betekenen wanneer u er zelf kennis van neemt. Neem daarom eens een werk van Augustinus ter hand, bijvoorbeeld een preek of zijn Belijdenissen. Dan zult u vast beamen wat een vriend van Augustinus heeft gezegd: ‘In die geschriften kan men zien wie hij was en hoe groot hij door Gods genade in de Kerk geweest is’.[12]

Aanbevolen literatuur:

Augustinus, Belijdenissen, vertaald en ingeleid door Gerard Wijdeveld, Amsterdam: Uitgeverij Ambo, Amsterdam, 1997
Augustinus, De stad van God, vertaald en ingeleid door Gerard Wijdeveld, Amsterdam: Ambo, 1992
Augustinus, Twintig preken van Augustinus, vertaald door Gerard Wijdeveld en ingeleid door Paul van Geest, Amsterdam: Van Gennep, 2008
Calvijn, Institutie, vertaald door C.A. de Niet, Houten: Den Hertog, 2009
Schrama, Martijn, Augustinus: de binnenkant van zijn denken, Zoetermeer: Uitgeverij Meinema, 1999
Zwaag, K. van der, Augustinus, de kerkvader van het westen: zijn leven, zijn werk, zijn invloed, Heerenveen: Uitgeverij Groen, 2008

Klazina Staat
Alexander Treur



[1] ‘Neem en lees’
[2] Aug., Conf. III, iv, 7
[3] Aug., Conf. V, xiv, 24
[4] Aug., Conf. VI, xi, 20
[5] Aug., Conf. VIII, v, 10
[6] Rom. 13: 13-14
[7] Aug., Conf. VIII, xii, 29
[8] Aug., Conf. I, vi, 7
[9] Aug., De Civitate Dei XVIII, 49
[10] Calvijn, Institutie, boek IV, II.2 
[11] ‘Tot grotere glorie van God!’
[12] Possidius, Vita Sancti Augustini, 31. Overgenomen uit Schrama 1999, 7