Doorgaan naar hoofdcontent

Een vast verbond gemaakt, artikel voor Depositum Custodi

In een serie van drie artikelen hopen we na te gaan hoe de Bijbel en de wetenschap spreken over de liefdesrelatie tussen man en vrouw. In het eerste artikel hebben we stil gestaan bij de instelling van het huwelijk en bij het huwelijk in en na de zondeval. Tevens hebben we iets geschreven over het krijgen van verkering. In dit artikel willen we ingaan op het verloop van de verkeringstijd, de stap naar het huwelijk, het huwelijksformulier en over het huwelijk zelf. Onze wens is dat dit artikel tot steun mag zijn en dat het lezen ervan mag worden bekroond met Gods zegen.

Tekst: Gerdien Beens en Alexander Treur

Wonderlijk hoe het soms kan gaan. Twee mensen, geboren en opgegroeid in hun eigen setting komen elkaar tegen en komen niet meer van elkaar los. Ze willen dat ook niet meer; ze krijgen verkering. Zij die verkering hebben, kunnen erover meepraten. Het geeft je leven kleur en perspectief. Toch zullen diezelfde mensen u ook vertellen dat verkering geen eindstation is. Sterker nog, eigenlijk begint het dan pas!
In een gezonde relatie zal er een groei van verliefdheid naar liefde plaatsvinden. Men leert elkaar beter kennen en ook de lichamelijke aantrekkingskracht wordt verdiept. Hoe langer hoe meer groeit de overtuiging en het verlangen naar de volgende stap: het huwelijk.

Liefde
Hoewel de stap van verkering naar huwelijk vrij logisch in de oren klinkt, is het geen automatisme. Wanneer kun je eigenlijk gaan nadenken over een huwelijk? Wat betekent het huwelijk en hoe kunnen stellen zich erop voorbereiden? Hoewel wij in dit artikel niet uitputtend op deze vragen in kunnen gaan, willen we graag enkele handvatten aanreiken voor verdere bezinning. Het huwelijk is een heilige opdracht van God, waarvan wij eenmaal rekenschap hebben af te leggen. Dat te beseffen, geeft het huwelijk haar glorie en gewicht (Den Ouden 58).

Zoals hierboven vermeld, zal er een groei van verliefdheid naar liefde plaatsvinden. Dit dient dan wel een liefde te zijn met oog voor de realiteit. Alleen een idealiserende, verromantiseerde liefde is niet voldoende om een huwelijk in stand te houden. Wanneer er op de huwelijksdag alleen een romantische liefde aanwezig is, geeft dat absoluut niet de garantie dat het huwelijk na vijf jaar nog even goed is als op de huwelijksdag (Hughes 22). Het is van belang dat we ons afvragen wat dan wel de juiste liefde is die de weg bereidt voor een Bijbels huwelijksleven.

Menig wetenschapper heeft zich over de vraag gebogen wat liefde is. Het een begrip dat niet met één definitie omschreven kan worden. Op gebrekkige wijze kan hooguit een opsomming van kenmerken en verschijningsvormen gegeven worden. Een wetenschappelijke theorie die vandaag de dag veel steun krijgt, is de Triangular Theory of Love van R.J. Sternberg. Hij stelt dat liefde bestaat uit drie kenmerken: intimiteit, passie en toewijding. Intimiteit refereert aan de gevoelens van nabijheid en verbondenheid, passie impliceert lichamelijke en seksuele aantrekkingskracht, en toewijding veronderstelt het verlangen en de motivatie om zowel op korte als op lange termijn in de relatie te investeren. Een goede relatie hangt volgens Sternberg samen met een gelijkmatige verhouding van de drie componenten.

Niet alleen op wetenschappelijk terrein komen we de worsteling met het begrip liefde tegen, ook de apostel Paulus worstelt met de vele kanten van ware liefde. In 1 Korinthe 13 maakt hij op vijftien manieren duidelijk wat christelijke liefde wel en niet is. Aan het eind van het hoofdstuk kan hij tot slechts één conclusie, tot één lofzang, komen: ‘En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.’ Hoewel de liefde in 1 Korinthe 13 breder is dan de liefde tussen man en vrouw in het huwelijk, heeft ze er wel degelijk iets over te zeggen. In ieder geval wordt duidelijk dat de liefde waar Paulus over spreekt, meer is dan een oppervlakkig gevoel van aantrekkingskracht. De ware liefde is een verloochenen van eigen persoon en dienen van de ander. Het is in beginsel een restauratie van de oorspronkelijke staat tussen God en de mens. Wie echte, volmaakte liefde heeft, zoekt nooit zichzelf, maar zijn enige wens is dat God in alles verheerlijkt wordt (A Kempis 44). Het is daarom goed te beseffen dat het liefhebben van elkaar een Bijbelse opdracht is en niet verward of verwisseld dient te worden met ons gevoel van liefde (Van der Kraan 61). Niet ons fluctuerende gevoel, maar Zijn bevel geeft doel en richting aan de christelijke liefde. Juist hierom heeft een christen vernieuwing nodig naar het beeld van God, de God waarvan de Bijbel zegt dat Hij Zelf liefde is (1 Joh. 4:8). Temeer een oproep om bij de Bron te bedelen om liefde die wij van nature missen, maar juist zo hard nodig hebben. Liefde als vrucht van de Heilige Geest wordt daarom ook wel ‘de koningin van de christelijke genadeweldaden’ genoemd (Ryle 129).

Aan de liefde zoals Paulus en andere Bijbelschrijvers die omschrijven, kan ook het woord ‘trouw’ worden verbonden. Op meerdere plaatsen in Gods Woord staan aanwijzingen voor hoe man en vrouw zich jegens elkaar moeten gedragen, wat gestimuleerd en gevoed wordt door liefde en trouw (o.a. Spr. 31:10-31, 1 Kor. 7:1-9, Ef. 5:22-33 en 1 Petr. 3:1-7). Ook de puriteinen stelden dat het huwelijk rust op de plicht van de trouw die stand houdt, juist op die momenten waar de liefde het af laat weten (Den Ouden 58). Het koord van de liefde dient als het ware doorvlochten te worden met het staaldraad van de trouw. Dat geeft rust en ontspanning, temeer als we bedenken dat het huwelijk een instelling van God is. Dan mogen we, zoals ds. C. Stelwagen eens zei, ‘leven vanuit de gestalte dat niet wij het huwelijk dragen, maar het huwelijk ons draagt.’

Het verloop van de verkeringstijd
De groei van verliefdheid naar liefde is een eerste indicatie dat er naar een huwelijk uitgekeken kan worden. Wanneer de verliefde gevoelens nog overheersen, wordt de ander vaak door een ‘roze bril’ bekeken. Verliefde mensen zijn geneigd elkaar te idealiseren en minder positieve eigenschappen te negeren of simpelweg niet op te merken. Door het vermeerderen en verdiepen van het contact (ofwel: het verkeren met elkaar) wordt het beeld van elkaar steeds realistischer, wat inhoudt dat eerdere fantasieën over de ander veranderen in meer getrouwe opvattingen. Hoewel het onmogelijk is om een minimale tijd voor te schrijven voor het proces waarin men naar elkaar toegroeit, ligt het voor de hand dat de duur van de verkering ook zeker wat te zeggen heeft over het beeld dat je van de ander kunt ontwikkelen.
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de duur en het proces van de verkeringstijd één van de voorspellers van de ‘huwelijkskwaliteit’ is (Niehuis, Huston, Rosenband 41-42). Uit een ander onderzoek blijkt ook dat er een positieve correlatie bestaat tussen de lengte van de verkeringstijd en de huwelijkskwaliteit, en dat de correlatie tussen de lengte van de verkeringstijd en echtscheiding negatief is (Hansen 2279). Beide onderzoeken laten echter zien dat de ideale lengte van de verkeringstijd te zeer afhangt van variabele factoren om een algemene uitspraak te kunnen doen over hoe lang een verkeringstijd moet duren. Belangrijk is in ieder geval dat beide personen voldoende tijd krijgen om elkaar te leren kennen. Het gevaar ligt anders op de loer dat je met een ‘ideaalbeeld’ trouwt en niet met de persoon die naast je staat in het gemeentehuis.

De ontwikkeling van verliefdheid naar liefde hangt samen met de geestelijke groei naar elkaar. Verkering en eventuele verloving is een goede oefening voor het toekomstige huwelijk. Het is een gegeven levensperiode om elkaar beter te leren kennen (Molenaar 22). Een tijd die gebruikt dient te worden om met en van elkaar te leren, om te zien wat de ander beweegt. Het moge voor zich spreken (al doet het dat helaas niet) dat zowel profane als sacrale zaken besproken dienen te worden. Probeer in dezen voor elkaar een aanstekelijk voorbeeld te zijn in de praktijk der godzaligheid (Den Ouden 84). Ook in het verlangen om samen de Heere te dienen, kan men zich voorbereiden op de latere huisgodsdienst.

Tegelijk is de tijd van verkering ook een leerperiode van opoffering en zelfverloochening. Je moet nagaan in je leven in hoeverre je er voor de ander bent (Molenaar 23). Dit vraagt dan wel om een open houding van beide kanten. Man en vrouw hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn en in een relatie mag er ook verscheidenheid zijn. Het contact mag op een ontspannen manier worden opgebouwd, waarbij niet vrijblijvendheid maar vrijwilligheid en liefde de boventoon voeren. Zo kan men op ontspannen wijze groeien naar een evenwichtige twee-eenheid.

Een ander belangrijk aspect voor de verkeringstijd is rust. In onze gejaagde samenleving waarin vele mensen geleefd worden, is de rust soms ver te zoeken. Al in een vroeg stadium is het belangrijk om de tijd voor elkaar te nemen. Elkaars geschiedenis, afkomst en toekomstperspectieven komen aan het licht door veel met elkaar te praten. Ook door reflecterende momenten in te bouwen. Men zal daarbij merken dat de vraag: ‘wie is de ander?’ uitgebreid wordt met de vragen: ‘wie ben ik in de relatie?’ en ‘wie zijn wij samen?’. Direct allerhande afspraakjes met familie, verjaardagen et cetera aflopen, kunnen ook een bepaalde vrees verbloemen. Want juist in de momenten waarin je alleen op elkaar bent aangewezen, leer je de ander pas echt kennen. Pas dan merk je welke woorden er gesproken worden tijdens de rust van een wandeling en naar wie je hart uitgaat als er moeilijkheden of juist vreugdevolle zaken in het leven zijn. Goede, opbouwende en verrijkende communicatie blijft nodig. Wees eerlijk naar jezelf en de ander. Een rol spelen houdt niemand vol.

Enerzijds is het dus van groot belang elkaar te leren kennen door samen te zijn. Anderzijds is het ook belangrijk om elkaars familie te leren kennen. Als stel sta je immers niet alleen op deze wereld, maar vorm je een schakel van een familieketen. In het huwelijk zullen familieleden regelmatig over de vloer komen, en vooral in vreugde en verdriet is het belangrijk om als familie één te zijn.

Het moge ondertussen duidelijk zijn dat er allerhande zaken om de hoek komen kijken bij een groei van verkering naar het huwelijk. Door rust, gesprek, gebed en liefdevolle aandacht voor elkaar kunnen de geliefden zich op geestelijk, emotioneel en sociaalpsychologisch vlak op het huwelijk voorbereiden. Daarnaast dient er ook bezinning te zijn op praktische zaken zoals kerk, financiën, huisvesting, woonplaats, en toekomstige gezinsvorming. Toch bestaat er geen afvinklijst waaraan men kan zien of de verkering ver genoeg gevorderd is om over te gaan tot een huwelijk. Wat wel dient te bestaan, is een biddende afhankelijkheid van de Heere en een verlangen om het beste te zoeken voor elkaar in liefde en geduld. In deze zin is de groei naar het huwelijksleven dus een dynamisch en geen statisch gegeven.

Trouw beloven
Naarmate de verkering zich verdiept, wordt er meer gesproken over de stap naar het huwelijk. Naar de buitenwereld toe wordt deze stap veelal gesymboliseerd door de verloving. Het verlovingsrecht is ingesteld door de Romeinse keizer Constantijn de Grote. Hij kerstende de wetgeving, waaronder ook het huwelijksrecht en voegde daar het verlovingsrecht aan toe. In het Romeinse rijk vierde, evenals nu, de zonde rondom seksualiteit hoogtij. Door het verlovingsrecht in te stellen, werden seksuele uitspattingen aan banden gelegd en werd bescherming geboden aan jonge mensen tegen de verleidingen van een maatschappij waarin de hartstochten openlijk konden worden botgevierd. De verloving legde, als uitwisseling van de wederzijdse huwelijksbelofte, jongen en meisje de verplichting op van trouw aan elkaar. De verloving werd gesymboliseerd door het wisselen van ringen. De christenen in de eerste eeuwen na Christus noemden de verlovingsringen arrabon, wat belofte betekent. Oorspronkelijk hoorde het woord arrabon thuis in de rechtspraak waar het ook de betekenis had van een onderpand als bewijs voor een rechtsgeldige overeenkomst. Wie een verlovingsring droeg, liet daarmee zien dat er een overeenkomst met een ander was aangegaan ten aanzien van het huwelijk. De ring was het zichtbare bewijs van de rechtsgeldigheid van en een teken van trouw aan het huwelijk (Van der Kraan 40-41).

Het huwelijk
Na een kortere of langere voorbereidingstijd breekt dan eindelijk het moment aan waar het stel reeds lang naar heeft uitgezien: de huwelijksdag. In de toeloop naar die dag komt veel kijken. Naast de praktische voorbereiding dient er ook voldoende plaats te zijn voor de geestelijke voorbereiding op de belangrijkste momenten van de trouwdag, namelijk het ja-woord voor Gods aangezicht en Zijn zegen aan het bruidspaar. Gezien de landelijke cijfers lijkt de mens zich steeds minder bewust van de noodzaak en grote eer van deze zegen daar het aantal gesloten huwelijken steeds verder afneemt en het aantal samenwonende stellen steeds meer toeneemt.
In onze maatschappij zien we dat de eigenliefde hand over hand toeneemt, wat een reden te meer is om Gods zegen over het huwelijk te vragen. Die eigenliefde is namelijk niemand van nature vreemd. Het knielen bij de huwelijksbevestiging is dan ook een prachtige uitbeelding van hoe het christelijke huwelijk behoort te functioneren, namelijk door een leven in verootmoediging voor de Heere en een verlangen om ook voor de ander de minste te willen zijn. Daarom is het knielen in de kerk een goede liturgische handeling, om het bruidspaar te tonen dat een goed huwelijk begint met knielen met elkaar voor het aangezicht van de Heere (Molenaar 79).

Het huwelijksformulier
Al in de verkeringstijd is het goed om samen het huwelijksformulier, en de gedeelten in de Bijbel die gaan over het huwelijk, liefde en seksualiteit, te bestuderen (Mauritz, Verbruggen 52). Het huwelijksformulier zoals wij dat nu kennen en gebruiken, vindt zijn oorsprong in verschillende formulieren. Het is goed om het huidige formulier te bezien in het licht van zijn ontstaansgeschiedenis. In de Roomse Kerk werd het huwelijk gezien als een sacrament waarin de kerk Gods genade uitdeelde aan haar leden. Alleen een kerkelijk gesloten huwelijk was voor de Roomse Kerk dus een geldig huwelijk. Toen het in de zestiende eeuw tot een breuk kwam tussen de Roomse Kerk en de reformatoren, werd door de reformatoren de bescherming van het huwelijk overgedragen aan de overheid. Het huwelijk hoorde volgens hen bij het burgerlijk leven, als één van de verbanden waardoor God het bestaan in deze wereld mogelijk maakt (Van Vlastuin 13). Om deze reden werd in de begintijd van de Reformatie het huwelijk gesloten vóór het kerkgebouw of in het kerkportaal. Er was geen ambtsdrager bij. Men wisselde alleen de ringen en legde de belofte van trouw af.

Om de kerkelijke leden meer Bijbelonderwijs over het huwelijk te geven, werden al spoedig de huwelijken in de eredienst bevestigd. De reformatoren bevestigden het door de burgerlijke overheid gesloten huwelijk, vroegen de bruid en bruidegom hun trouwbelofte voor Gods aangezicht te herhalen en baden met hen om Gods zegen over hun huwelijk. Om de gemeente de Bijbelse wortels van het huwelijk voor te houden, besloot men een formulier te schrijven waarin de Bijbelse achtergrond van het huwelijk een belangrijke rol speelde. Het formulier zoals wij dat nu kennen en gebruiken, is samengesteld door Petrus Datheen in 1566. Hij bouwde het formulier van Johannes à Lasco en Marten Micron, en het formulier van Johannes Calvijn om tot één formulier. Vanaf dat moment werd dit huwelijksformulier in de Nederlandse kerken gebruikt en op de synode van Dordrecht is het erkend als officieel formulier (Van der Kraan 15-19, Van Vlastuin 11-14).

Het huwelijksformulier lijkt in een mineur te beginnen. De zinsnede ‘Overmits den gehuwden gewoonlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt’ zet op de vreugdevolle huwelijksdag het bruidspaar even met beide benen op de grond: wij leven hier in een tranendal. De roos van het huwelijk heeft niet alleen een prachtige bloem, maar ook doornen en soms hele scherpe! Het huwelijk zelf is geen kruis, maar het bestaat niet zonder kruis. De zonde werkt ook in Gods reine gave van het huwelijk door. Tegenspoed en kruis is niet verbonden met een bijzondere zonde van de echtelieden, maar met de zonde in het algemeen (Van Vlastuin 16). Daarom is het goed om ook op zo’n moment voor Gods aangezicht te belijden dat wij van nature geen huwelijk tot een goed einde kunnen brengen. De tegenspoed en kruisen staan echter niet op zichzelf. De openingszin van het formulier krijgt een jubelend vervolg: ‘opdat gij in uw harten ook verzekerd zijn moogt van de gewisse hulpe Gods in uw kruis; zo hoort uit het Woord Gods, hoe eerbaar de huwelijke staat is, en dat hij een inzetting Gods is, die Hem behaagt, waarom Hij ook de getrouwden wil zegenen, en hen bijstaan, gelijk Hij beloofd heeft.’ Een echtpaar van wie het huwelijk is gesloten in Gods gunst en onder Zijn zegen, mag pleiten op die hulp en het van God verwachten.

De drie doelen van het huwelijk
Het huwelijksformulier noemt drie doelen die God heeft met de instelling van het huwelijk. Kort samengevat kan het eerste doel worden getypeerd met de woorden hulp en trouw. Het tweede doel betreft het ouderschap en het derde doel toont het belang van reinheid en toewijding. Overkoepelend rust het huwelijk, zowel volgens de Bijbel als het Burgerlijk Wetboek, op twee pijlers, namelijk ‘trouw’ en ‘hulp’. Hoewel ‘trouw’ de grootste pijler is, behandelen we eerst ‘hulp’ vanwege de volgorde in het huwelijksformulier.

‘De eerste oorzaak is, opdat de één den ander trouwelijk helpe en bijsta in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren.’
Allereerst is het huwelijk ingesteld om elkaar tot steun te zijn in alle dingen, zowel in de tijdelijke als in de eeuwige. ‘Trouwelijk helpen en bijstaan’ zegt het huwelijksformulier. Het eerste doel is niet zelfrealisatie of geluk, iets wat de postmoderne mens met een hedonistisch uitgangspunt op de voorgrond zou zetten. Het gaat niet in de eerste plaats om ontvangen, maar om geven. Daarin ligt ook het geheim van onze zaligheid. De Heere bekijkt niet wat wij aan Hem kunnen geven, Hij bekijkt niet wat Hij aan ons heeft, maar wat Hij met ons kan doen (Van Kooten 70)! Hoewel God in de schepping Eva maakte als hulp tegenover Adam, wordt in het huwelijksformulier duidelijk dat niet alleen de vrouw de man tot hulp moet zijn, maar ook andersom. Elkaar tot hulp zijn. En dat in het hele leven, zowel in tijdelijke als in eeuwige dingen (Van der Kraan 63). Vandaag de dag leven echtgenoten zo vaak langs elkaar heen dat men niet eens weet wat de ander beweegt. Ook in christelijke huwelijken wordt er zo weinig echt gesproken met elkaar en misschien nog minder geluisterd naar elkaar. Juist in de bedding van het huwelijk zouden alle zorgen en noden met elkaar gedeeld moeten kunnen worden, opdat de echtgenoten elkaar hulp kunnen bieden. Die hulp kan soms geuit worden in zwijgen, soms in spreken, maar moet altijd gepaard gaan met gebed voor en met elkaar!

‘De andere, opdat zij hun kinderen, die zij krijgen zullen, in de waarachtige kennis en vreze Gods, Hem ter eer, en tot hun zaligheid opbrengen.’
Het tweede doel van het huwelijk betreft de opvoeding van de kinderen die God aan het echtpaar wil toevertrouwen. Dit is niet het eerste en belangrijkste doel van het huwelijk, zoals dat in de Roomse kerk beschouwd werd. Wanneer God de kinderzegen onthoudt, is het huwelijk nog niet waardeloos gebleken (Van Vlastuin 34). Echter, wanneer de Heere een huwelijk wel zegent met de kinderzegen, legt dat op ouders een grote verantwoordelijkheid. Niet alleen voor de maatschappij moeten de kinderen opgevoed worden, maar eens zullen de ouders ook staan voor Gods aangezicht en moeten ze rekenschap geven van de opvoeding die ze gegeven hebben. In de opvoeding staat Gods eer centraal. De ouders moeten de kinderen in waarachtige kennis en vreze Gods, Hem ter eer, en tot hun zaligheid opvoeden. Het formulier spreekt niet over alles wat een kind in dit tijdelijk leven moet leren. Veel van die zaken zijn belangrijk, echter alles verbleekt in het licht van de eeuwigheid. Hoewel er vandaag de dag veel aandacht is voor gezinsplanning en er allerlei vragen rondom de kinderwens leven, merkte Spurgeon eens op dat kinderen vooral veel gebed geven. Omdat veel kinderen veel gebed geven, is het hebben van veel kinderen een grote zegen (Van Vlastuin 43).

‘De derde, opdat een iegelijk, alle onkuisheid en boze lusten vermijdende, met een goede en geruste consciëntie moge leven.’
Het derde en laatste doel van het huwelijk is om hoererij te voorkomen, zodat de getrouwden met een gerust geweten samen mogen leven. Men dient rein en toegewijd aan de ander in het huwelijk te staan. Trouw zijn aan elkaar is overigens meer dan het niet vreemdgaan met een ander. Het is trouw blijven aan de belofte die werd gedaan op de huwelijksdag voor Gods aangezicht. Niet onze fluctuerende gevoelens bepalen de band tussen man en vrouw, maar het verbond ingesteld door God. Om die reden is (verbonds)trouw de grondslag van het huwelijk. We moeten leven naar Gods opdracht en dat is niet elkaar liefhebben zonder meer, maar elkaar helpen in tijdelijke en eeuwige dingen, steunen in de opvoeding van eventuele kinderen en bij elkaar blijven (Van Kooten 70-72). De trouw biedt een fundament voor de liefde voor elkaar. Dan kan de liefde soms kwijnen, maar dan is er altijd nog de basis van trouw.

Deze drie doelen van het huwelijk hangen samen met de aard van het huwelijk. Het huwelijk is namelijk een verbond. In de Bijbel wordt het verbond van God met Israël en het verbond van Christus met Zijn gemeente vaak vergeleken met het huwelijk. Man en vrouw geven aan elkaar de belofte van trouw. Daarbij zijn niet alleen menselijke getuigen aanwezig, maar het ja-woord wordt gehoord in de hemel! De Heere zal daar ook op terugkomen, iedere keer wanneer we dreigen dat verbond te verbreken. Zoals God vertoornd was wanneer Israël dat verbond verbrak, zo is God ook vertoornd wanneer wij het huwelijksverbond verbreken, om welke reden dan ook (Van der Kraan 56-57).

Na de trouwdag
Na de veelbewogen huwelijksdag gaat het huwelijk pas echt beginnen. Als de eerste drukte afneemt, komt er met de rust ook vaak een moment van ontnuchtering en realisatie. Dit belangrijke overgangsmoment leidt tot bezinning. Je bent niet langer alleen, maar je bent een echtgenoot/echtgenote van iemand en hoe zal dat gaan?

Zoals het in de verkeringstijd belangrijk was om met elkaar te praten en naar elkaar te luisteren, zo is dit nog steeds van belang na de trouwdag. De opvatting is wijdverbreid dat mensen elkaar op een gegeven moment kennen. Het is waar dat we iemand steeds beter leren kennen, maar dat neemt niet weg dat iemand niet van mening kan veranderen door bepaalde omstandigheden. Juist te denken dat men elkaar kent, is een groot struikelblok in de instandhouding van een gezonde communicatie. Vandaag de dag behoren communicatieproblemen in het huwelijk tot één van de belangrijkste redenen om te beginnen aan een scheidingsprocedure, mede omdat communicatie ten grondslag ligt aan zoveel meer problemen (Amato en Previti 615). Overigens worden die communicatieproblemen niet zo zeer slechts bij partners met een lagere sociaal-economische status gevonden, maar juist ook bij hen die een hogere sociaal-economische status hebben (Amato en Previti 604-606). Daarom is het belangrijk om open te blijven staan voor elkaars (veranderende) beweegredenen.

Te midden van de complexiteit van het leven en de onderwaardering van het huwelijk in de maatschappij is het een troost en bemoediging dat een christenechtpaar er niet alleen voor staat! Dan kan er veel leed kan komen op het pad vanwege de zonde en de aanvallen van de duivel. Het huwelijk en gezin zijn namelijk niet gevrijwaard van het kosmische conflict dat woedt tussen God en Zijn engelen aan de ene kant, en satan en zijn demonen aan de andere kant. Juist omdat huwelijk en gezin niet slechts menselijke afspraken of culturele gewoonten, maar door God gegeven instellingen zijn, valt het te verwachten dat satan, wiens doel het is om God van Zijn eer te beroven, het huwelijk aanvalt waar hij maar kan (Köstenberger 159).

Maar ondanks de aanvallen van de satan, het eigen vlees en de wereld, mag het gelovige echtpaar het belijden met David: ‘Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend. Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar’ (Psalm 139:3,8). In de moeiten en zorgen die er in het aardse huwelijk kunnen zijn, mag dan ervaren worden dat God Zijn hulp en bijstand altijd wil bewijzen, ook wanneer men zulks allerminst verwacht! Wanneer de huwelijksboot is verankerd in dat geloofsvertrouwen, heeft het ook een veilige haven in het hemelse Jeruzalem, daar waar eens de grote bruiloft van het Lam zal aanvangen.



Literatuur
A Kempis, T. De navolging van Christus (1441), vertaald door Gerard Wijdeveld en ingeleid door Arie de Reuver. Barneveld, 2008.   
Amato, P.R. en Previti, D. People’s Reasons for Divorcing: Gender, Social Class, the Life Course, and Adjustment. Amerika, 2003.
Den Ouden, P. Liefde en trouw bij de Puriteinen. Houten, 2008.
Hansen, S.R. Courtship duration as a correlate of marital satisfaction and stability. San Diego, 2006.
Hughes, S. Marriage as God Intended. Eastbourne, 1983/1999.
Köstenberger, A.J. God, huwelijk en gezin, Het Bijbels fundament. Kampen, 2008.
Mauritz, J.H. en Verbruggen, E.J. Méér dan liefde, Samen bouwen aan je huwelijk. Houten, 2010.
Molenaar, P. Het huwelijk. Houten, 2009.
Niehuis, S., Huston, T.L. en Rosenband, R. From courtship into marriage: a new developmental model and methodological critique. Logan: 2006.
Ryle, J.C. Christen-zijn in het dagelijks leven, Over de praktijk van het geloof. Kampen, 2008
Van der Kraan, P. In trouw verbonden, “Bouwstenen voor een Bijbels huwelijk”. Kampen, 2007.
Van Kooten, R. Samen in gesprek, Voorbereiding op het huwelijk. Heerenveen, 2006.
Van Vlastuin, W. Het huwelijksformulier, De actualiteit van het klassieke formulier. Heerenveen, 1999.

Reacties