Doorgaan naar hoofdcontent

Over zoeken, gevonden zijn en doorverwijzen, essay voor Depositum Custodi

Het is een gegeven dat door velen wordt verguisd en bekritiseerd. Het zou niet meer bestaan, en wat er nog van over is, zou stervende zijn. Een product uit vroeger jaren waar de Nederlander niks meer mee kan en niks meer mee wil. Verzuiling.
Grote ideologieën die de basis vormden voor een bepaalde maatschappelijke ordening op sociaal, economisch en cultureel gebied lijken monddood te zijn geraakt. Misschien dat het christendom, te midden van alle adaptieve tendensen, nog het meeste herinnert aan vroeger tijden. Maar het doek is gevallen; niet langer je brood halen bij de gereformeerde bakker, je vrienden zoeken bij de hervormde mannenvereniging of je ergeren aan ongelijkheid met gelijken bij de socialistische club. De Nederlander heeft ermee afgerekend.

Zoals reeds vermeld, lijkt het christendom nog enigszins te herinneren aan vroeger tijden. En dan met name de reformatorische gezindte biedt nog een duidelijk onderscheiden gezicht en geluid. Maar ook deze groep, zuil zo u wilt, blijft niet onbekritiseerd. Opvallend is echter dat er naast veel ongefundeerde stemmingmakerij over ‘zwartekousenkerken’ en ‘zij die hun kinderen niet inenten’, er ook veel kritiek is van binnenuit. De zuil zou niet meer functioneren, een schrijnend gebrek aan een jaloers maken van de wereld, of juist een te ver gaande wereldgelijkvormigheid wordt haar ten laste gelegd. Het scala van oplossingen dat men hiervoor aandraagt, bevindt zich veelal tussen een angstvallig in stand houden van dat wat aan het afkalven is, en het zoveel mogelijk schrappen van niet-principiële zaken en/of gedragingen binnen de zuil.

Het is in deze zoektocht naar identiteit dat Depositum Custodi om de hoek komt kijken. Zoals haar naam aangeeft, wordt de identiteit en eigengereidheid van de vereniging en haar leden tot stand gebracht en in stand gehouden door een actief bewaren van een toebetrouwd pand.
Een identiteit die dieper gaat dan wat mensen ooit hebben kunnen bedenken. Zij gaat verder dan een simplistisch contrasteren van wij en zij. Een verkregen identiteit doordat wij onszelf verloren weten. Niet wij, maar Christus. Een zoet geheim van een bitter kruis, wat tweeduizend jaar geleden stond opgericht op Golgotha. Van een Heiland Die heenging om een plaats te bereiden voor hen die gestorven aan de wereld, een kruis door hun eigen ik hebben leren kennen en omhelzen. De identiteit voor identiteitlozen.

Terug naar onze maatschappij. Wat is ze dankbaar dat al die oude beslommeringen en beknellingen van de verzuiling voorbij zijn. Geen gebaande wegen, met niemand iets te maken. Het ontplooien van het eigen ik lijkt de enige nog geldende maatstaf.
De vraag is echter: werkt dit in de praktijk wel zo bevrijdend als men gedacht had? Is de mens zonder God en gebod, vrijgevochten van aardse autoriteiten nu wel écht gelukkig? Vrijheid zonder grenzen, letterlijk bandeloosheid, heeft onze maatschappij van macro- tot microniveau verdeeld tot op het bot. De totstandkoming van de eigen ‘speciale’ identiteit en levenswijze wordt gekenmerkt door een overdosis aan allerhande ‘speciale’ keuzes. Van mode tot media, van zelfexpressie tot architectuur, we zijn er maar druk mee. Dat de moderne mens egoïstischer en eenzamer lijkt te zijn dan ooit, valt ons niet eens meer op.

Is er nog troost? Wie kan ons heel maken? Wie geeft ons heil? Vragen die niemand van nature stelt, maar waar iedereen tegenaan loopt. De Heere roept ons op om te vragen naar de oude paden; het pand te bewaren, maar als mensheid zijn we hardleers. Wij willen op de troon en komen liever om in een zieke wereld dan dat we naar de Heere en Zijn sterkte vragen. De (geestelijke) realiteit is bikkelhard.

Terug naar Depositum Custodi. Het moge duidelijk zijn dat zij een taak in deze wereld heeft. Voor ons als leden mag zij een veilige haven zijn, waar in alle rust mag worden gezocht naar een verantwoorde manier van leven als christen(student) en inwoner van Nederland. Waar de wereld niet meer weet waar ze het zoeken moet, mogen wij ons gevonden weten door Hem naar wie wij niet zochten. De Heere roept ons op om Hem te volgen. God, Die de Schepper van hemel en aarde is, wil de Koning van ons hele leven zijn. Door ons leven te verliezen, mogen we het behouden, waarna we voor de wereld zijn afgeschreven. Met ziel en lichaam in, maar gesegregeerd van de wereld en haar begeerlijkheden. Te prijzen ben je, als je deze Koning kent!

Ten slotte nog dit. Wij, als leden van Depositum Custodi, vormen de reformatorische gezindte van morgen. De vraag hoe we dit vorm gaan geven mag ons ook nu al bezig houden. Totale ontzuiling, wat veelal een afscheid betekende van christelijke structuren, heeft de moderne mens niets dan eenzaamheid en geestelijke armoede gebracht. Om deze reden wil ik in dit essay pleiten voor een nadere bezinning op de sterke kanten van de reformatorische zuil. Met verdiscontering van de zwakke punten dient dit zelfonderzoek te geschieden ten overstaande van de levende God. Narcisme, polemiek en angst zijn contraproductieve elementen en de nadruk dient dan ook te liggen op de zoektocht naar authenticiteit en relevantie.
Onze Heere en Heiland Jezus Christus leefde tot eer van God en tot zaligheid van zielen. Het was Zijn contrasterende houding en boodschap die opviel in een geestelijk duistere tijd. Het is Zijn Geest Die ons het pand heeft toebetrouwd en ook aan de leden van Depositum Custodi zal hier eens rekenschap van worden gevraagd.
                                                                                                                     
Het pand te mogen bewaren, als wij ons bewaard weten in het bloed van Jezus Christus, geeft vreugde en perspectief voor tijd en eeuwigheid. Door Zijn kracht apart gezet en geheiligd. Het is en zal een wonder blijven. En juist door dat anders-zijn, door die holistische segregatie van Godswege, vallen wij op in een liefdeloze wereld die in brand staat. Laten we hiervan gebruik maken en haar doorverwijzen naar het Evangelie, waarin ze kan lezen:

‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.’



Reacties