Doorgaan naar hoofdcontent

Inleiding Openbaringkring, Openbaring 21:1-27, 22:1-21, Depositum Custodi, avond 9

Bestudeerde gedeelten:            Openbaring 21:1-27, 22:1-21
Thema:                                     De laatste dingen en de verschillende visies op het
 duizendjarig rijk.
Datum:                                     8 juni 2010
Inleider:                                    J.W.J. Treur
Zingen:                                     Ps. 93: 1 en 4, 16: 3 en 6, 43: 4 en 5.

Ter inleiding

We zijn alweer bijna aan het einde van dit cursusjaar gekomen. De Bijbel leert ons dat de tijd vliegt en onze aanwezigheid hier op aarde is maar kort. De tijd, geschapen door God, zal niet eindeloos door blijven gaan.
Er zal een einde komen aan deze zichtbare wereld. Vanavond willen we, met behulp van Gods Geest, stil staan bij wat men ook wel ‘de laatste dingen’ noemt. Daarnaast zullen de verschillende visies op de eindtijd en het duizendjarig rijk voorbij komen. De nadruk zal hierbij vooral liggen op het inzichtelijk maken van de verschillende visies, al zal er ook een (voorzichtige) waardering van de verschillende modellen gegeven worden. 

De laatste dingen

De terugkomst van Christus is het centrale punt van de eschatologie. Eschatologie hangt samen met het Griekse woord ta eschata dat de laatste (dingen) betekent. De komst van de Heere Jezus bestaat uit een lichamelijke en publiekelijk zichtbare terugkeer naar deze aarde, als Hij zal verschijnen op de wolken van de hemel. De Bijbel gebruikt hier verschillende woorden voor, zoals parousia (‘aankomen/arriveren [becoming present]’), apokalupsis (openbaring/onthulling) en epiphaneia (manifestatie). We dienen te beseffen dat niemand het ogenblik weet waarop de Zoon van God zal terugkeren. De Heere Jezus beveelt ons waakzaam te zijn en de tekenen van de tijd in de gaten te houden. De Bijbel leert ons dat de wederkomst aanstaande is (o.a. Jak. 5:8, 1 Pet. 4:7), al moeten we oppassen om de verkeerde lading aan deze beschrijving te geven.
‘The nearness is compatible with the elapse of nineteen hundred years, and must also be compatible with another long interval in our calendar.’[1]
     
Zoals reeds gezegd beveelt Christus ons om waakzaam te zijn en te letten op de tekenen der tijd (Matth. 16:3). Deze tekenen hebben een signaalfunctie. Ze tekenen op kleine schaal uit wat er op de dag van de wederkomst zal gebeuren met de wereld (bijv. aardbevingen). Ook roepen ze op tot bekering en laten ze de noodzaak van het einde zien. ‘Dat wordt door de gelovigen ook zo ervaren. Door de toenemende verwording en verdrukking leren zij meer en meer roepen om Christus’ wederkomst. Zo zijn voor de gelovigen de bazuinen (JWJ: hier een deel van de gerichten uit het boek Openbaring bedoeld) tekenen dat de Koning hen niet vergeten is.’[2]        

De tekenen bestaan uit:
-Een wereldwijde prediking van het evangelie (Matth. 24:14). Dit betekent overigens niet dat alle naties bekeerd zullen worden, of dat alle mensen in alle tijden het getuigenis van het evangelie hebben, maar het betekent een wereldwijde uitbreiding van het koninkrijk van God. Door de kracht van de Heilige Geest wordt dit werk volbracht. ‘Zo stuwt de Geest niet alleen naar de finish van de tijd, maar eveneens naar de einden van de aarde.’[3]     
-De bekering van Israël. Alhoewel er in Christus niet langer jood of Griek, man of vrouw, slaaf of vrije is, betekent dit niet dat Israël als etnische entiteit ophoudt te bestaan. Het zaad van Abraham ‘naar het vlees (Rom. 9:3)’ geldt nog steeds als het volk waaruit het heil is voortgekomen. Waarom zou Paulus er anders zoveel aandacht aan hebben besteed in Rom. 9-11 als hun onderscheiden identiteit vernietigt zou zijn?!
De collectieve restauratie van Israël behoeft niet de bekering op een bepaalde datum van alle joden, net zo min als dat de verwerping (Rom. 11:15) van Christus, de afvalligheid en verwerping van elke jood betekende(!). ‘But it surely must imply the widespread acceptance of Jesus as Messiah and entrance into the church of Christ.’[4]
-Wonderen in de hemel en tekenen op de aarde (Hand. 2:19,20). Door ingrijpende gebeurtenissen wil de Heere de aarde vanuit de valse rust opwekken. Ze dienen als verwijzing naar het grote gericht dat ophanden is. ‘Deze tekenen gelden de gehele eindtijd. We moeten dus niet wachten op een bijzonder jaar met een ongekend aantal rampen.’[5]
-De grote afval en verdrukking. De Bijbel leert ons dat de ongerechtigheid zal toenemen en de liefde van velen zal verkouden. De goddeloosheid zal culmineren en roepen op het einde.
-De komst van de antichrist. Sommige uitleggers stellen dat het hier gaat om vele mensen die tegen (anti) Christus zijn, terwijl anderen stellen dat er een persoonlijke antichrist komt[6]. Nu sluit het ene het andere natuurlijk niet uit, maar hoe het ook zij, de structurele afkeer van God en gebod zal tekenend zijn (1 Joh. 2:18). De donkerste krochten van het hart van de gevallen mens zullen openbaar worden. Een fontein van perverse, angstaanjagende goddeloosheid en bandeloosheid zal de aarde overspoelen als een watersnood.

Uiteindelijk zal de Heere Jezus terugkomen en een einde maken aan al deze goddeloosheid. De doden zullen opgewekt worden en het grote oordeel zal volgen. In de integriteit van het persoonlijk leven, hersteld door de opstanding, zullen de heiligen voor eeuwig binnengaan en de ongerepte, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis genieten.

Verschillende visies op het duizendjarig rijk

Er bestaan binnen het christendom en de christelijke theologie verschillende schriftvisies. Kenmerkend voor de gereformeerde theologie is dat zij naast Sola Scriptura (alleen de Schrift) ook Tota Scriptura (de gehele Schrift) als kernwoord hanteert. De gehele Bijbel dient als Woord van God verdedigt en nageleefd te worden. Vanuit dit besef willen wij gaan kijken naar de verschillende visies op het duizendjarig rijk.

Binnen het christendom bestaan verschillende antwoorden op de vraag of Openbaring 20:1-6 daadwerkelijk een toekomstig interim koninkrijk beschrijft, waarin de Heere Jezus als koning zal regeren op aarde.
Men stelt dan dat Hij lichamelijk wederkeert en met de (uit de dode opgewekte) gelovigen zal gaan regeren in een tijdperk van vrede, recht en fysiek welzijn, voordat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen aanvangen. ‘De aanhangers van deze leer worden ook wel chiliasten genoemd naar het Griekse telwoord voor duizend: chilioi.’[7]

Premillenniarisme

Deze visie leert dat Christus lichamelijk terug zal keren in macht en heerlijkheid voor de duizend jaren (het millennium) aanvangen. De Heiland zal dan het beest en de valse profeet verslaan en vernietigen in de strijd op de grote dag des Heeren, in de Schrift ook wel Armageddon (16:14-16, 19:11-21) genoemd.
Door deze strijd zal de duivel gebonden worden, zodat hij de volken voor duizend jaren niet kan verlijden (20:1-3). Deze duizend jaren worden door de meeste pre-millennialisten letterlijk genomen.
Gedurende die tijd zullen Christus’ heiligen (opgewekt uit de doden of getransformeerd terwijl ze nog leven), die hun onsterfelijke lichamen ontvangen hebben, met Christus regeren. Deze onsterfelijke lichamen worden ontvangen tijdens de eerste opstanding.
Deze mensen hebben nog steeds te maken met zonde en zorgen, maar hebben minder last van de maatschappelijke en lichamelijke gevolgen van de zonde. Ze hebben immers een onsterfelijk lichaam(!). De ongelovige mensen die de slag van Armageddon overleefd hebben, worden geregeerd door de opgewekte heiligen en zullen buitengewone leeftijden behalen (Jes. 65:20-25).

Vele premillennialisten (vooral de dispensationalisten, ofwel de aanhangers van de bedelingenleer) geloven dat profetieën uit het Oude Testament over de restauratie van Israël tot een getrouw volk, met politieke en materiële welvaart, tot vervulling zullen komen tijdens het duizendjarig rijk.[8] Er zijn er zelfs die menen dat de tempeldienst tijdens het millennium herbouwd zal worden. Een overtuiging die tot in de hoogste politieke top in het Witte huis haar uitwerking heeft en daarmee op de algehele Israël politiek van de Verenigde Staten.
Hoewel er verschil bestaat in opvatting over de mate waarin de profetieën letterlijk gelezen dienen te worden, is de onderliggende hermeneutiek er één van voorzichtigheid. Men tracht zoveel mogelijk letterlijk te lezen omdat men wil vermijden om onterecht zaken symbolisch te lezen. 

Aan het einde van deze voorproef van het paradijselijke leven (het millennium), zal er een tweede, wereldwijde rebellie tegen Jezus’ regering ontstaan wat zal leiden tot een oorlog. In deze oorlog zal de draak definitief worden verslagen en vernietigd. Op dat moment zal de goddeloze mens worden opgewekt om Gods gericht te ondergaan. Zij zullen in de poel des vuurs, de tweede dood (20:6, 11-14), geworpen worden.  Daarna zal God de oude, vervloekte hemel en aarde vervangen met de nieuwe hemel en nieuwe aarde, waar geen zonden, lijden, verdriet of zorgen meer zullen zijn.
               
àKlassieke premilleniarisme
Het premillenniarisme is op te delen in twee subcategorieën. Namelijk die van het klassieke premillenniarisme en die van het pretribulational premillenniarisme.
Het klassieke premillenniarisme verwacht een toekomstig, duizendjarig rijk van Christus op aarde (het millennium), met zowel gelovige als niet-gelovige mensen. Christus zal, volgens hen, dus terugkomen voor het millennium aanbreekt. Ook verwacht men dat de gelovigen een tijd van zware beproeving zullen doormaken, alvorens Christus terug komt. Ds. J. Koppelaar (HHK) is een aanhanger van deze leer.
                                                                                                                                            

àPretributional premillenniarisme 
Deze subcategorie gelooft ook in een toekomstige, duizendjarige regering van Christus op aarde. Het karakteriserende van deze subgroep is dat men gelooft dat Christus stiekem de gelovigen van de aarde zal (op)nemen, alvorens de grote verzoeking van zeven jaar begint. Na deze zware beproeving zal Christus terug komen om publiekelijk te regeren en Hij neemt dan de gelovigen mee. In het Engelse taalveld spreekt men over de zgn. ‘rapture’, wat letterlijk ‘wegrukken’, betekent.

*Commentaar:
Er is een groot verschil tussen het pre- en postmillennialisme. De hoop van het postmillennialisme kunnen we prijzen, de verwachting van de premillennialisten moeten we bestraffen. Hieronder vallen enkele van de belangrijkste bezwaren:
1.       Nergens wordt er in de Schrift gesproken over twee wederkomsten van Christus. Op geen enkele andere plaats lezen wij iets van een duizendjarig rijk. Ook in Openbaring 20 wordt er niet over een rijk gesproken. Bij het funderen van een duizendjarig rijk op dit tekstgedeelte wordt het accent van de tekst op ingrijpende wijze verlegd van het gebonden zijn van satan naar de daar niet vermelde heerlijke voorstelling van het vrederijk dat haar centrum zou vinden in Jeruzalem.
2.       Het premillennialisme maakt van het Koninkrijk van God een aards en nationalistisch koninkrijk, terwijl het NT het duidelijk voorstelt als een universeel en geestelijk koninkrijk. Dat koninkrijk is door Christus opgericht en bestaat sindsdien in alle tijden (Matth. 11:12; 12:28; Luk. 17:21; Joh. 18:36,37; Kol. 1:13).[9] Het NT weet niets van zulk een aards en tijdelijk koninkrijk van Christus, maar spreekt wel van Zijn hemels en eeuwig Koninkrijk (verg. 2 Tim. 4:18 en 2 Pet. 1:11). De gedachtegang van de premillennialisten doet mij dan ook denken aan het naïeve en vleselijke verwachten van de discipelen dat Christus in Jeruzalem Zijn Koninkrijk zou oprichten (Hand. 1:6; verg. Hand. 1:7,8).
3.       Bovendien moeten we nauwkeurig opmerken dat het in Openbaring 20 niet om onze zichtbare werkelijkheid gaat, maar juist om datgene wat zich afspeelt in de onzichtbare, geestelijke wereld. Openbaring 20 zet in met de wereld van de duivelen, terwijl het daarna gaat om de wereld van de zielen van de martelaren die zich evenals de tronen in de hemelen bevinden. Uiteraard zal datgene wat er plaatsvindt in de onzichtbare, geestelijke wereld zijn uit- en doorwerking hebben op onze zichtbare mensenwereld, maar dan toch niet noodzakelijk in deze zin dat het voor aller oog onmiskenbaar eenduidig gebeurt.
4.       Christus spreekt Zelf nergens van een duizendjarig rijk! Daarvan is nota bene bij Hem geen spoortje te vinden!
5.       De dubbele opstanding van de doden die de premillennialisten leren (namelijk eerst die van de heiligen bij de eerste wederkomst van Christus en vervolgens die van de goddelozen bij de tweede), kan niet uit de Schrift onderbouwd worden. De Schrift spreekt over de opstanding van de rechtvaardigen en die van de goddelozen juist in één adem (Dan. 12:2; Joh. 5:28,29; Hand. 24:15). De Schrift verbindt het oordeel over de goddelozen met de wederkomst van Christus (2 Thess. 1:7-10) en dateert de wederopstanding van de rechtvaardigen op de laatste dag (Joh. 6:39,40,44,54; 11:24).[10]                                                                                                                                             

Postmillennialisme
Deze opvatting stelt dat Christus zal wederkomen na de duizend jaren in welke de draak is gebonden. Het klassieke postmillennialisme stelt dat het duizendjarige rijk nog in de toekomst ligt.[11] Dit zal een wonderlijke tijd zijn, waarin het evangelie zal triomferen en de maatschappijen en culturen van de wereld zal veranderen. Echter, enkele postmillennialisten zijn van mening dat de duizend jaren een symbolische afschildering zijn van het tijdvak wat begon met Christus’ hemelvaart en dat de condities (voor de kerk) uiteindelijk beter zullen worden waarna de tweede komst van Christus plaatsvindt.
In de postmillennialistische visie is Christus in de hemel gedurende het millennium. Hij regeert door de Heilige Geest en de prediking van het evangelie. De eerste opstanding slaat op de spirituele overgang van dood naar leven door vereniging met de opgestane Christus (Ef. 2:4-6). Ofwel, de eerste opstanding is de wedergeboorte (in engere zin). De missie van de kerk zal voorspoedig zijn, aangezien de duivel gebonden is. De aarde zal vervuld worden van de kennis van de heerlijkheid des HEEREN, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken (Hab. 2:14). De vrucht van Christus’ overwinning zal duidelijk zijn voor allen, omdat politieke en juridische systemen naar Gods rechtvaardigheid zullen worden geconformeerd. Ook zal de kwaliteit en de lengte van het leven toenemen.
Echter, na dit ‘millennium’ zal de duivel nog eenmaal losgelaten worden en de goddeloze mensheid zal gezamenlijk tegen de kerk van Christus strijden. Maar Jezus zal lichamelijk van de hemel neerdalen in kracht en heerlijkheid om Zijn vijanden te vernietigen, het laatste oordeel uit te voeren en de nieuwe hemel en aarde te introduceren.

*Commentaar:                                                  
Het is geen slecht teken wanneer christenen vurig hopen en bidden om een bloeitijd voor de Kerk. Maar deze als een vaststaand gegeven verwachten is teveel. De lijn die Christus uitzet in Mattheüs 24, laat er weinig oftewel niets van zien. Het is dan ook te wankel de komst van een duizendjarig rijk alleen maar te baseren op een letterlijke uitleg van één vers in Openbaring 20. Bovendien wordt door deze uitleg het accent van de tekst toch wel enigszins verlegd. Voor de verklaring hiervan verwijs ik naar het commentaar bij het pre-millennialisme.[12]

Amillennialisme
Deze groep is het met de postmillennialisten eens dat Christus terug zal komen aan het einde van het tijdvak wat als ‘duizend jaar’ wordt omschreven. Ook zijn ze het met de postmillennialisten eens dat profetieën uit het Oude Testament en de visioenen uit Openbaring gewoonlijk opgevat moeten worden als symbolen voor de zegeningen en verzoekingen van de kerk van het Nieuwe Testament.
Echter, amillennialisten geloven dat de Bijbelse gegevens laten zien dat er geen millennium is en zal zijn, op de manier welke pre- en postmillennialisten verwachten. Door Christus’ dood en opstanding is satan gebonden en daarom is hij niet in staat om de heidenen in onwetendheid te houden en om een wereldwijde coalitie tegen de kerk op te zetten. 
Het evangelie kan daarom nu verder verspreid worden, al is het te midden van weerstand en lijden. Net zoals Jezus als het Lam overwonnen heeft door geslacht te worden, zo bestaat de victorie van de kerk in getrouwheid ‘zelfs tot de dood (Openb. 5:9; 12:11)’. De ‘eerste opstanding’ is, paradoxaal, de dood van de martelaren, wat hen brengt tot de hemelse troon waar ze nu samen met Christus regeren (20:4-5).
Het visioen van de ‘duizend jaren’ bereidt de kerk voor op een lange tijd van getuigen en lijden tussen Christus eerste komst, waarin Hij de satan heeft gebonden (Mark. 3:26-27) en Zijn tweede komst als Hij satan zal vernietigen.
Amillennialisten lezen Openbaring 19:17-21 en 20:9-10 als aanvullende perspectieven op dezelfde strijd aan het einde van de ‘duizend jaar’, als Christus lichamelijk en glorieus terugkomt om Zijn lijdende kerk te redden van haar vijanden: het beest, de draak, hun volgers en de dood zelf.

Zodat gij tweemaal zijt geboren,                                Uw reis die kort, laat uw verlangen
En anders waart gij ook verloren,                              Aan God en aan de hemel hangen,
Verdoem’lijk, zondig Adamskind;                              Vertrouw in alle duisternis.
Een eeuwig grondeloos ontfarmen,                            Want Jezus zal u niet verlaten,
Het vatten van Gods liefde-armen,                            In alle tijd en alle staten,
Dat is de grond, gij zijt bemind.                                Hij zekerlijk uw Heiland is.

(Johannes Groenewegen, De lofzangen Israëls)

Gebruikte Literatuur

·                    R. van Kooten, Aan Zijn voeten, Onderwijs en Verdieping in de geloofsleer,
Groen, Heerenveen, 2004.
·                    H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek, deel 4, J.H. Kok N.V., Kampen, 1967.
·                    Holy Bible, English Standard Version, Study Bible, Crossway Bibles, 
            Wheaton, Illinois, 2008.
·                    J. Murray, Systematic Theology 2, The Banner of Truth Trust, Edinburgh, 2001.
·                    J. van Genderen, W.H. Velema, Beknopte Gereformeerde Dogmatiek
            Uitgeverij Kok, Kampen, 1993.




[1] J. Murray, Systematic Theology 2, The Banner of Truth Trust, Edinburgh, 2001, blz. 407. Het essay over de laatste dingen, welke integraal in dit boek is opgenomen, stamt uit de vorige eeuw.
[2] R. van Kooten, Aan Zijn voeten, Onderwijs en Verdieping in de geloofsleer, Groen, Heerenveen, 2004, blz. 370.
[3] Idem., blz. 370.
[4] J. Murray, Systematic Theology 2, blz. 409-410.
[5] R. van Kooten, Aan Zijn voeten, Onderwijs en Verdieping in de geloofsleer, blz. 372.
[6] De antichrist wordt ook weleens geïdentificeerd met de mens der zonde, de zoon des verderfs (2 Thess. 2:3). Het meest consistent lijkt mij om te stellen dat  het hier om één en dezelfde persoon gaat. Althans, ervan uitgaande dat het daadwerkelijk om een persoonlijke, menselijke, antichrist gaat. 
[7] Idem., blz. 375.
[8] ‘Het dispensationalisme is een radicale vorm van het chiliasme. Het bouwt voort op een grondslag die door J.N. Darby (1800-1882) gelegd is. De naam dispensationalisme of leer van de bedelingen is er een duidelijke typering van, omdat het leert, dat er zeven verschillende bedelingen zijn, waarin de mens op de proef gesteld wordt met betrekking tot zijn gehoorzaamheid aan God. Zo wordt het voorgesteld in de verklarende aantekeningen die te vinden zijn in The (New) Scofield Reference Bible, die bij de dispensationalisten veel gezag heeft.’
Uit: J. van Genderen, W.H. Velema, Beknopte Gereformeerde Dogmatiek, Uitgeverij Kok, Kampen, 1993, blz. 764-765.    
[9] ‘Het berust altijd op een compromis tusschen de verwachtingen van eene aardsche en van eene hemelsche zaligheid en tracht de Oudtestamentische profetie in dien zin tot haar recht te laten komen, dat het door haar een aardsch Messiasrijk voorspeld acht, hetwelk na een bestemden tijd door het Godsrijk vervangen zal worden. De sterkte van het Chiliasme schijnt nu wel het Oude Testament te zijn, maar feitelijk is dit niet zoo; het Oude Testament is beslist niet chiliastisch, het teekent in het Messiasrijk het voltooide Godsrijk, dat zonder einde is en eeuwig duurt, Dan. 2:44, en dat door gericht, opstanding en wereldvernieuwing voorafgegaan wordt.’
Uit: H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek, deel 4, J.H. Kok N.V., Kampen, 1967, blz. 636.
[10] Dit gehele gedeelte met commentaar op de visie van het pre-millennialisme, komt uit: R. van Kooten, Aan Zijn voeten, Onderwijs en Verdieping in de geloofsleer, blz. 377.
Het dient verdisconteerd te worden dat verdedigers van deze visie ook hun antwoorden op deze kritiekpunten hebben, al zijn deze mijn inziens niet erg sterk. Voor hen die meer willen weten over het pre-millennialisme (en de theologische en zelfs politieke gevolgen hiervan) is het volgende boek een aanrader: Barry E. Horner, Future Israel, in de serie: New American Commentary Studies in Bible and Theology volume 3.
[11] O.a. de visie van verschillende oud-vaders zoals à Brakel en ook de puriteinen. Zij zitten hiermee vooral op de lijn van Irenaeus.
[12] Dit gehele gedeelte met commentaar op de visie van het post-millennialisme, komt uit: R. van Kooten, Aan Zijn voeten, Onderwijs en Verdieping in de geloofsleer, blz. 376.