Lezing: Wat doe ik met de rest van mijn leven?

Datum: 19 april 2010 



Deel I



Beste aanwezigen,

Het thema, zoals jullie weten, voor vanavond is ‘Wat doe ik met de rest van mijn leven?’ Daarover hopen we vanavond met elkaar, maar bovenal met hulp van God Zelf over na te gaan denken. 

Het thema is dus ‘Wat doe ik met de rest van mijn leven?’ Een prachtig onderwerp, alleen wel erg breed merkte ik in de voorbereiding. Al biddend en studerend heb ik besloten mijn beginpunt van uit Gods Woord, de Bijbel te nemen. En wel vanuit Jesaja 6: 1-8. Dit zullen wij eerst met elkaar gaan lezen waarnaar ik er wat dieper met jullie op in wil gaan. Daarna wil ik ingaan op de praktijk van het christelijk leven. Zeg maar, hoe het geloven in de praktijk gaat. Mochten er onderwijl dringende vragen zijn, of iets onduidelijk, laat het me weten, we zijn hier om van elkaar te leren.

Lezen Jesaja 6: 1-8

Beste mensen, Jesaja was wat je noemt een profeet van God. Dat wil zeggen een boodschapper die gezonden door God, aan de mensen vertelde wat de plannen van God waren. Dit konden allerlei plannen zijn: voor het volk in zijn geheel, maar ook voor mensen individueel. Jesaja was als het ware de mond van God op aarde. 

Ons gedeelte speelt zich af rond 740 v. Chr. Dit was geen prettige tijd. Het volk was ongehoorzaam tegen God geweest, ondankbaar terwijl God zo goed voor hen was geweest (1:2-4). En tot overmaat van ramp hebben ze ook nog eens een koning die zich weinig van God aantrekt. Sterker nog, hij werd gestraft door God en werd melaats (2 Kron. 26:16-21). Dat was een soort huidziekte. 

Dit betekende dat hij ziek op bed lag en het volk niet kon regeren. Het land was nagenoeg stuurloos. Maar het wordt nog erger. In 745 v. Chr. komt in Assyrië, een land in de buurt van het oude Israël, koning Tiglath-pileser III aan de macht. Jullie mogen die naam weer vergeten, maar uit de geschiedenis kunnen we opmaken dat dit een gevaarlijke man was die Israël bedreigde met invasie. Je zou kunnen zeggen een soort Hitler figuur die het op de Joden had voorzien.

En dan gebeurd het: in vers 1 lezen we dan koning Uzzia sterft. Het land lijkt nu helemaal stuurloos. Wat moet het volk nu doen? Wat wordt de taak van Jesaja? Ik kan me zo voorstellen dat Jesaja dezelfde vraag stelt als wij vanavond: ‘Wat moet ik met de rest van mijn leven?’ Maar als wij deze vraag stellen moeten we wel twee dingen goed in de gaten houden, namelijk wie ben ik en wie geeft mijn leven eigenlijk inhoud? Doe ik dat zelf of doet God dat? Ik hoop daar later nog op terug te komen. 

Maar het wonder gebeurd, Jesaja krijgt een visioen. Een visioen is een soort droom, maar dan anders. Geen bedrog maar in de tijd van het Oude Testament een veelgebruikt middel door God om iets te openbaren, zeg maar uit te beelden. 

Jesaja ziet de Heere zitten op een grote troon. Wat indrukwekkend. Net als alles in duigen lijkt te vallen, als Jesaja niet meer weet wat hij moet doen en wie hij is, komt God. Het kan vanavond zomaar zijn dat God in jouw hart komt. Is dat ons verlangen? Willen wij God leren kennen? Luister dan goed, want God gaat Jesaja en ons leren Wie Hij is voor mensen, toen en nu. Hoe ik dat weet? 

Nou, door het feit dat God Zelf, vrijwillig Jesaja opzoekt. En zo is het ook nu, God is altijd de eerste in ons leven. Gelukkig maar! 

We lezen dat Jesaja God ziet op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel, dus niet de mantel zelf(!) vult de tempel. Zo groot is God en ook vandaag de dag wil God in de kerk zijn en op plekken waar men uit de Bijbel wil lezen en wil leren van God. 

En dan ziet Jesaja iets bijzonders: hij ziet serafs boven God. Serafs zijn een soort engelen en we lezen dat ze zes vleugels hebben. Dit staat er niet voor niets. De Bijbel wil hier ons iets mee leren. Allereerst staat er dat ze hun ogen bedekten. Niet hun oren, want ze willen horen wat God tot hen te zeggen had. Maar hun ogen houden ze dicht, ze willen niet nieuwsgierig zijn maar vol eerbied houden ze gepaste afstand tot God. Hij is zo groot en in het Hebreeuws (de taal waarin het eerste gedeelte van de Bijbel geschreven is) staat er dat het woord voor serafs ook ‘brandende’ betekent. Met andere woorden ze houden zoveel van hun God dat ze voor hem willen leven, niet meer zonder hem kunnen, ja, vol vuur voor God zijn. 

Nee, ze kunnen niet alles van God begrijpen, daarvoor is Hij te groot, maar ze horen naar Zijn stem. Net als wij vandaag de dag de stem van God in de Bijbel mogen zoeken en horen ‘met je hart’. 

Met twee andere vleugels bedekken ze hun onderlichaam, in het Hebreeuws staat er eigenlijk voeten. Dat betekent dat ze niet hun eigen pad willen kiezen, maar willen gaan waar God hen zendt. Bijzonder om te lezen. Misschien is hier vanavond wel iemand, ik ken jullie niet, die niet weet wat hij/zij aanmoet met het leven. Misschien is er wel verdriet, zijn er angsten in het leven. Of misschien wel veel blijdschap en lijkt alles vanzelf te gaan. Vanavond leren we vanuit het Bijbelboek Jesaja dat God onze levens wil leiden. Neem een voorbeeld aan deze serafs. Zij zijn dicht bij God en leren ons hoe wij dat ook kunnen zijn. Namelijk door te letten op het Woord van God. Het Woord wat wij nu opgeschreven voor ons hebben liggen. 

Tot slotte zijn er nog de andere twee vleugels om mee te vliegen, gereed om uit te gaan op Gods bevel. Zo staan ze daar, boven God om Hem te dienen. En zo ziet Jesaja dit alles aan. Wat moet dat geweest zijn, beeld je eens even in, daar sta je dan. Voor God, als klein mensje, en dan die machtige engelen. Jesaja is er stil van, en ik hoop wij ook. Hier zien wij de majesteit van de levende God die toen en nu dezelfde is. Maar hoor, de serafs roepen wat naar elkaar: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van Zijn majesteit.’ Het woordje heilig wordt drie keer herhaalt. Heilig, betekent letterlijk ‘heel zijn’, afgescheiden zijn van alles wat niet heel is, dus onheilig. Maar heilig betekent ook volmaakt, eerlijk, liefdevol. En dat Zijn majesteit over de gehele aarde is, dat God overal regeert, was voor de Joden die dit boek als eersten lazen heel bijzonder. Ze dachten dat God enkel Israël regeerde en nu horen we dat de gehele aarde van God is. Dit is ook in onze tijd heel zichtbaar. 

Weet je hoe? Er zijn vandaag de dag ruim 2 miljard christenen op deze aarde. In elke land zijn christenen die voor God als koning buigen en Hem liefhebben. En voor Hem willen leven. 

Het duizelt Jesaja, en dan gebeurt het…

De deurpinnen beginnen te trillen, de tempel vervult zich met rook, het lijkt te exploderen, zo luidt roepen de serafs. ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer!!’

Wat een kracht komt er uit de mond van de serafs die dit met een brandend hart roepen! 
Jesaja kan het niet meer aan. Misschien herken je dat: dat je God bent tegengekomen en gemerkt hebt dat Hij zo groot, zo goed, zo vol liefde is, dat je hart het maar moeilijk kan bevatten. Je kan er gewoon niet bij. 

Neem de liefde van een stel dat hoopt te gaan trouwen. Die liefde is al groot en de liefde van God is nog veel groter! Zo groot, dat je het niet kunt bevatten met je menselijk verstand.

Maar wat doet Jesaja? Gaat hij God aanbidden? Zingt hij mee met de serafs? Juicht hij het uit? Nee. Of ja, toch wel, want wat Jesaja hier doet, is ook aanbidden. Weet je hoe? Hij wordt eerlijk. Hij laat zijn masker vallen. Dat gebeurd er als we God zien. Dan houden we ons niet meer groot. Jesaja roept het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten gezien.’ 

Eerlijk hè?! God maakt hem eerlijk. Bij het zien van een volmaakte God, gaan we onze eigen onvolmaaktheid zien. God is heilig, wij zijn dat niet. Dat waren we eens in het paradijs toen de mens net geschapen was, Adam en Eva waren rein (lett. schoon van zonden), maar wij niet meer. Jesaja belijdt het: hij heeft onreine lippen. 

Vieze lippen, die gemene dingen hadden gezegd. Soms expres, soms niet. Soms waren zijn ‘lippen’ boos op God, scholden ze God uit, omdat ze hem niet begrepen. Soms zongen ze gedachteloos liederen tot God, baden ze gedachteloos woorden tot God. En nu… 

Jesaja kan niet meezingen met de serafs. Hij moet zwijgen, en zo staat hij daar… ..de vraag wat hij met de rest van zijn leven aanmoet, is hij alweer vergeten…

Beste mensen, zullen wij vanavond in gedachten naast Jesaja gaan staan. Of is er hier iemand die nooit gezondigd heeft, die zich groot wil houden tegenover God. 

Kom, mag ik je uitnodigen, laten we naast hem gaan staan. God moet maar kijken of Hij ons nog wil…

En dan opeens! Één van de serafs pakt met een tang een gloeiende kool en vliegt op hem af. Waarom? Om hem kwaad te doen? Nee, zo is God niet. Een mens die zijn zonden eerlijk verteld aan God en gelooft dat God de zonden kan vergeven, van hem/haar worden de zonden vergeven, vernietigd. God komt er niet meer op terug en Hij wil je Vader worden. 

De lippen worden aangeraakt, en de schuld is geweken, de zonden zijn tenietgedaan. Daar staat hij. Jesaja. Onschuldig, wat een wonder. 

Opvallend hoe God dat doet: Hij zegt niet, ach Jesaja je bent eigenlijk een beste vent, je hebt het vast niet zo bedoeld! Nee, God is heilig, eerlijk, ziet de zonden niet door de vingers. Hij is geen mens, die zo makkelijk met de zonde kan leven. De Bijbel verteld dat een zondig mens niet voor God kan bestaan en dus zonder God de Vader op aarde rondzwerft. Dat betekent ook dat het niet best afloopt met iemand die Gods vergeving niet zoekt. Maar Jesaja is eerlijk, belijdt zijn zonden en wordt vergeven! 

En dan klinkt de stem van de Heer: ‘Wie kan ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’ En Jesaja kan nu spreken, met reine lippen: ‘Hier ben ik, stuur mij!’ En God stelt vanavond, door de mond van een kleine mensje als ik ben, opnieuw de vraag: ‘Wie heeft er onreine lippen? 

‘Wie heeft er hier God zo hard nodig?’ Zijn liefde wens ik jullie en mezelf toe. ‘Wat doe ik met de rest van mijn leven’, wordt dan een hele andere vraag: 

‘Wat mag ik met de rest van mijn leven doen, nu ik (net als Jesaja) niet meer alleen voor mezelf leef, maar ook voor God en de medemens?’ 


Deel II


De praktijk van het christelijk leven
We hebben net gehoord wat er in het leven van Jesaja is gebeurd. Hij kwam God tegen, raakte zijn zonden kwijt en mocht voortaan toegewijd aan God leven. Om het anders te zeggen: hij leefde niet langer voor zichzelf, maar hij ging helemaal voor de eer van God. 

Daarom wil ik in het tweede gedeelte van de lezing ingaan op enkele fundamentele punten uit het christelijk leven. Punten die jullie helpen om te begrijpen wat het leven met Jezus inhoud, maar ook wat het niet inhoud(!). 

De volgende punten wil ik kort met jullie behandelen: heiligheid, vrijheid en liefde. Dit zijn als het ware de fundamenten van het christelijk leven. Heipalen waarop het huis van het geloof staat. 

Na deze punten wil ik als afsluiting een soort van samenvatting en wens aan jullie meegeven. 

Heiligheid
Zoals we daarnet gezien hebben in het visioen van Jesaja is God heilig. Dit betekent twee dingen. Dat God zonder gebreken is en dat Hij onderscheiden is van de mensen. God is geen mens. Wel wil Hij de Vader van mensen worden. Toch leven wij in een tijd die niet heel anders is dan de tijd van Israël. Ook in Nederland zijn veel mensen die zonder God willen leven en Hem niet als Vader willen. Dat is droevig. Het christendom is namelijk niet zomaar een manier van leven, nee, Jezus Christus zegt dat Hijzelf hét leven is! 

Zonder God in dit leven. Weinig mensen gaan meer naar de kerk en soms denk je wel eens dat het met het christendom gedaan is. En toch, nog steeds worden mensen door Gods liefde getrokken. 

Kijk bijvoorbeeld naar China wat eerst totaal seculier, onchristelijk was en waar nu al tegen de 100 miljoen christenen zijn. 

Jezus zegt ergens: ‘U bent heilig door het woord dat ik tot U spreek.’ Wat een Evangelie! God geeft geen stappenplan, niet een soort handleiding voor de christen. Nee, Hijzelf wil in ons leven komen. En ons van binnenuit veranderen. Dan zijn ook wij zonder gebreken, omdat God naar ons kijkt door de ogen van Christus en zijn wij ook onderscheiden van de mensen die God niet kennen.  De Bijbel is daar duidelijk in. Je leeft of met of zonder God. Of je hart is nog van jezelf of je hebt het aan Jezus toevertrouwd. En Jezus brandt je hart schoon, net als de gloeiende kool de lippen van Jesaja weer schoonmaakte. 

Maar hoe ging het verder met Jesaja nadat hij weer reine lippen had? God stuurde hem erop uit de wereld in en zo doet hij dat ook met ons. Moeten we dan allemaal bij de kerk gaan werken, wordt dat bedoeld? Nee, dat niet. God stelt ieder weer op zijn/haar plek. Maar het is wel anders dan eerst. Eerst was je zonder God, leefde je zonder Hem. ‘Wat doe ik met de rest van mijn leven?’ Wel, letten op wat God met de rest van ons leven wil. 

Hoe wij dat kunnen weten? De Bijbel geeft ons hier antwoord op en vraagt aan ons om ook ons verstand te gebruiken om te zoeken naar de wil van God in ons leven. 

Maar wat zegt de Bijbel zoal over de wil van God? 

Vanavond licht ik er een paar dingen uit, om alles uit te werken zou niet lukken omwille van de tijd. 

Allereerst wil God, zoals dat wij in Zijn Zoon geloven. Dat Jezus Christus mens werd en voor ons (ja, vul je eigen naam maar in!!) wilde komen en sterven. Om zo de schuld van de mensen bij God te betalen. Als wij in Christus geloven zijn wij heilig. Betekent dit dan dat we nooit meer zonden doen? Nee, helaas, zolang wij niet in de hemel, bij God zijn, zullen we onvolmaakt blijven. Al gaan we hier wel tegen strijden en heeft de zonde niet meer dezelfde invloed op ons denken als eerst. 

Ook ga je je misstappen steeds erger vinden. Vroeger kon het je niks schelen, je had er niet eens erg in misschien maar nu is dat anders. Je zondigt als christen namelijk tegen God de Vader van wie je zoveel houd en om die reden vragen we elke keer weer om vergeving, zodat er niks tussen ons en God in komt te staan. Net als in het huwelijk, man en vrouw houden van elkaar, maar als er wat is, moet dit worden uitgesproken. Zo wil God dat wij ook elke keer weer bij Hem terugkomen en zo dicht bij Hem blijven. 

Jezus was wel echter heilig in de zin dat Hij letterlijk geen zonden had. Daarom kijkt God, als wij christen zijn geworden, als het ware door de ogen van Christus naar ons. Net zoals een klein kind door een snoeppapiertje kijkt, en alles rood ziet. In Christus zijn wij dus heilig, en God gaat ons leven meer en meer veranderen door het op Christus te doen lijken. Daar komt ook het woord christen vandaan: hij/zij die op Christus lijkt! 

Hoe je dat merkt? Je krijgt bijvoorbeeld veel liefde voor God en Zijn kerk. Voor de mensen om je heen en voor hen die Jezus Christus nog niet kennen. Eigenlijk wordt je hart er zo vol van dat je er niet langer over kunt zwijgen. De Bijbel noemt dit ook wel de vruchten van de Heilige Geest (de Heilige Geest is God Die binnen in je hart wil wonen). Deze vruchten zijn: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid (niet snel opgefokt als iemand tegen je ingaat) en zelfbeheersing. Deze dingen wil God als het ware in ons hart gieten. 

Ook ga je steeds meer inzien wat Jezus kwam doen en hoe bijzonder het is dat Hij dat juist voor jou wilde doen. Je gaat hele andere dingen belangrijk vinden. Je leven krijgt andere doelen. Je gaat bijvoorbeeld niet meer helemaal op in je sport, muziek of carrière. Deze dingen zijn op zich niet verkeerd, maar wel als het je hele hoofd en hart vult, zodat er geen plek meer is voor God. Dan leven we voor onszelf en dat is ondankbaar tegenover God Die ons geschapen heeft. 

Een ander belangrijk teken waaraan je kunt weten dat je christen bent is als je steeds meer verlangt te gaan leven zoals God het wil. Ook dat verlangen geeft richting in je leven. De Tien Geboden, zoals je deze in de Bijbel kunt lezen in Exodus 20, waar God aangeeft hoe Hij wil dat wij leven, worden steeds belangrijker voor je. Iemand van wie je veel houdt, daar wil je veel voor doen. Dat is in het geloof niet anders. 

Niet dat de Bijbel opeens makkelijk wordt, maar je blijft er toch uit lezen en ermee worstelen. Dat hoeven we gelukkig niet op eigen kracht te doen, maar we mogen bidden om wijsheid die God wil geven. Zo gaan we Gods plan voor ons persoonlijk leven steeds meer inzien. Daar hebben we dus de Bijbel en wijsheid van God en ons eigen verstand voor nodig. 

Net als bij Jesaja komt God naar ons toe door Zijn Woord en Geest. Dat geeft moed voor de toekomst!

Als laatste, belangrijk punt wil ik hier graag noemen, dat je anders met tegenslagen omgaat in het leven. Als een heilig mens, dus iemand die leeft voor God, krijg je een andere blik op gebeurtenissen en tegenslagen in het leven. 

Vooral in het Bijbelboek Hebreeën, in het Nieuwe Testament, het tweede gedeelte van de Bijbel, lezen we dat God als een Vader Zijn kinderen wil opvoeden. Soms betekent dit dat wij moeilijkheden, tegenslagen in het leven krijgen. Nu kun je niet bij iedere tegenslag zeggen: ‘Dit komt van God’. Als je bijvoorbeeld gestolen hebt, gepakt wordt en de cel in moet, moet je natuurlijk niet God de schuld geven. Wij mensen hebben een ook eigen verantwoordelijkheid. 

Maar toch kan het soms zijn dat wij tegenslag krijgen in ons leven. Je word bijvoorbeeld ziek of verliest je baan. Vreselijk. Soms heb je geen woorden en tranen meer over. Maar hoe reageren wij dan? Zeggen we: ‘Jammer, doe je niks aan!’ Zo leven veel mensen die God niet kennen. Ze zijn bang voor het noodlot. Maar een christen weet: er gebeurd mij niets zonder dat God ervan weet. En nu komen we bij één van de grootste geheimen van de Bijbel. Namelijk dat God Zelf ervoor zorgt dat wij steeds meer op Christus gaan lijken. 

Christus had het op deze aarde niet makkelijk. De mensen begrepen Hem niet, zelfs Zijn eigen vader en moeder niet. Hij had veel tegenslag. En toch bleef Jezus helemaal gericht op God. En dat wil God van ons nu ook. 

Daarom kunnen zelfs moeilijkheden ons helpen om op God gericht te zijn en te blijven. Hem om hulp te vragen, geduldig te blijven, niet angstig te worden. 

Blijf daarom trouw in het Bijbellezen en bidden en wees blij in de Heere. Niemand zal ooit tussen jou en God in kunnen komen. Dit betekent dus niet dat een christen geen tegenslag in het leven kan krijgen, maar dat God alles (dus ook tegenslagen) wil gebruiken om ons dicht bij Hem te houden en steeds meer te doen gaan lijken op Jezus. 

Even een korte samenvatting: We hebben gehoord dat God wil dat wij heilig zijn. Dat betekent dat wij zonder zonden zijn in Christus, ofwel dat God via Christus naar ons kijkt, en dat wij onderscheiden zijn van mensen die God niet kennen. We leren vanuit God naar onze naasten te kijken en mensen om ons heen lief te krijgen en te dienen. 

Vrijheid
Het tweede punt wat ik kort wil bespreken in het punt van vrijheid. Als klein kind heb ik meerdere malen de volgende vraag gehoord: ‘O! Ben jij christen? Tjonge, dan mag je toch helemaal niks?! Dan ben je toch niet vrij?!’ 

Ik weet nu nog dat ik dat als kind maar vreemd vond. God heeft al jong mijn hart ingenomen met Zijn liefde en ik wilde niets liever dan naar de kerk gaan en dat ik daar vroeg mijn bed voor uit moest kon me niks schelen. 

Toch is deze vraag heel kenmerkend voor onze tijd, vinden jullie niet? 

Onze maatschappij staat bol van de keuzes. Keuzes qua opleiding, hobby’s, werk, verzekeringen, politieke voorkeuren, muziek, sport en zelfs religie. Iedereen mag doen waar hij/zij zich ‘lekker bij voelt’. 

God wordt door veel mensen gezien als een soort verzekering of vangnet wat aanwezig is om ons het leven zo aangenaam mogelijk te maken. Wanneer ga ik geloven? Als het geloof zo’n lekker warm gevoel geeft? Nee. Gode zij dank, nee! Geeft het geloof dan geen fijn gevoel? Jazeker wel! 

De Bijbel noemt dit vreugde. Vreugde is dieper dan plezier. Het geeft vreugde die altijd blijft, zelfs als je met de tranen in de ogen zit omdat je God zo mist en zo graag bij Hem in de hemel zou willen zijn. Zelfs ook als andere mensen je niet begrijpen of je verdriet hebt om het verlies van een geliefde. 

God geeft geen kick die na verloop van tijd verdwijnt. Nee, Zijn liefde gaat ons hart meer en meer veranderen zodat het meer en meer op het hart van Jezus Christus gaat lijken. Doet dat soms pijn? Jazeker, soms gaat dat echt tegen onszelf in. We leren de minste te zijn, de ander te helpen ook al mogen we die niet altijd even veel. We leren zelfs onze vijanden lief te hebben en de ander te vergeven. Daarom is het geloof ook nooit saai. Het vraagt dat we getrouw onze werk en onze studie doen, maar het verandert ook leven voor eens en altijd en telkens weer opnieuw richt God ons hart op Jezus Christus.

Terug naar de vraag: of het christendom je vrijheid geeft of juist niet. Het klinkt een beetje flauw maar het antwoord is: ja en nee. Laat het me uitleggen. 

Als wij spreken over vrijheid dan denken we al snel aan 4 en 5 mei. 

Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Een prachtig voorbeeld, al denk ik dat er hier niemand vanavond is die echt gevochten heeft in een oorlog of die in bezet gebied gewoond heeft. Daarom wil ik onder dit kopje de geestelijke vrijheid bespreken. Zeg maar over hoe je in het leven staat. Hoe je je leven invult. Veel mensen kijken daarbij niet verder dan hun tijdelijke vrijheid in dit leven. Ze denken dat het na de dood ophoudt. 

Nogmaals, vrijheid is een dankbaar iets, maar in onze tijd is dit helaas doorgeslagen. Steeds meer mensen zijn eenzaam en steeds meer mensen leven alleen voor zichzelf. De maatschappij wordt steeds individualistischer en mensen lijken ook steeds ontevredener. Wat is er aan de hand? We hebben het financieel betrekkelijk goed, maar we willen steeds meer. 

Ook hier speelt, naar ik ben overtuigd, een diepere laag mee. Mensen die namelijk zonder God leven, zijn als een schip zonder haven. Ze dobberen maar wat rond en waar ze heengaan weten ze eigenlijk niet. En weet je wat nu het aparte is? Meestal vinden mensen dit helemaal geen probleem. Ze vinden het wel best, aan niemand verantwoording af te leggen, met niemand iets te maken. ‘Ik laat jou met rust, en jij mij’… Vrijheid wordt gezien als een levenshouding waarbij je met niemand iets te maken hebt.

In het christendom ligt het fundamenteel anders. Zoals ik al zei, leert de Bijbel ons dat God ons wil veranderen naar het beeld van Christus. Christus leefde niet voor Zichzelf. Hij vulde Zijn leven in tot eer van God en tot hulp van de naasten. Moet je eens indenken, dat wij in Zijn voetsporen mogen treden! 

Dan leef je niet meer alleen voor jezelf maar vul je de rest van je leven in zoals God, je Vader, dat wil. Gods Woord, de Bijbel en een dicht leven bij God in het gebed geven je echte vrijheid in het leven van alledag. 

Niet langer gebonden aan allerlei doelen die enkel in dit leven invulling geven. Nee, wie God kent, die heeft in dit leven en in het volgende leven vrijheid. Geen egoïstische vrijheid, maar ware vrijheid die enkel Hij kan geven Die je ook gemaakt en gewild heeft! Vrij van de zonde, de schuld tegenover God en de naasten, bevrijd ook van wat mensen van je vinden, bevrijd voor de angst van de dood, ja, letterlijk en figuurlijk voor altijd vrij, samen met Jezus. 

Ik zou willen zeggen: gun jezelf geen rust, voordat je lichaam en ziel, je hoofd en hart, ja, voordat je helemaal een kind van God bent geworden en echt vrij bent. Dan wordt je leven niet een stukje beter, nee, je krijgt een geheel nieuw leven!

Samengevat kunnen we dus zeggen dat de christelijke vrijheid er niet voor zorgt dat je helemaal voor jezelf, egoïstisch, leeft, maar dat je God als Vader krijgt en daarom voor Hem en voor de naasten mag gaan leven! Wat een heerlijke rust geeft deze vrijheid! Zo mag je de rest van je leven invullen.

Liefde 
Tot slotte wil ik nog wat zeggen over christelijke liefde. In 1 Kor. 13: 13 staat het volgende over de liefde: ‘Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.’ Met andere woorden, wij hopen (dat betekent we weten het zeker) dat Jezus eens terug zal komen naar de aarde. Wij geloven in Hem, maar de liefde tot God, de naaste en jezelf is als het ware de smaakmaker van het geloof. Want wat nu als je christen bent geworden en je hebt geen liefde? De Bijbel noemt dat een dreunende gong. Je weet wel, zo’n irritante bel waar je de rillingen van over de rug lopen. Het lijkt wel ergens op, maar het stelt niks voor. De mensen worden niet nieuwsgierig naar het geloof en je hart is koud.

Laat ik jullie gerust stellen, iemand die een ware gelovige, een echte gelovige is geworden in Christus, die blijft niet zonder de liefde van Christus. Jezus wil die geven uit Zijn eigen hart in dat van ons. De Heere Jezus zegt daarover: ‘Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.’ 

En wat heeft onze maatschappij die liefde hard nodig! Er is op aarde maar weinig geloof, weinig hoop en weinig echte liefde. En christelijke liefde gaat diep. Het verandert je hele leven. Niet het leven door een roze bril, maar door de ogen van Christus leren zien. 

Wie ga je lief krijgen? 

-Allereerst God en Zijn Zoon Jezus Christus. Omdat Hij je heeft gered en je hart vervuld heeft met Zijn liefde. God geeft ons liefde en die liefde mogen we weer teruggeven aan Hem.
-Ten tweede onze naasten. Het komt tot uiting in je houding, die wordt milder, vriendelijker, geduldiger. Je zoekt naar mogelijkheden om God en je naasten te dienen, om voor de ander te leven. 
Ook komt het tot uiting in je daden. Je staat mensen bijvoorbeeld bij in hun verdriet, zorgen, twijfels of vragen. 
-Ten derde ga je ook jezelf lief krijgen. Het kan zijn dat hier vanavond iemand zit die geen goed zelfbeeld heeft. Die soms niet weet wat hij/zij met het leven aanmoet. Als er teleurstellingen waren. Als je het voor je gevoel nooit goed genoeg doet, en denkt dat je (ook voor God) altijd een soort examen moet doen. Troost je dan. Als je God kent, zal Hij met de ogen van Zijn Zoon naar je kijken. Dan zal Hij je hart veranderen zodat je ook tevreden met jezelf zal zijn. Geen verkeerd zelfbeeld, maar beeld naar Gods hart. Hij houd van je, door Zijn Zoon Jezus Christus. Hij heeft je gewild, heeft je Zelf geschapen. Geef je hart aan Hem, Hij is het zo waard. 

Samengevat kunnen we dus zeggen dat ware liefde voor God, je medemens en voor jezelf van boven komt. God wil het uitdelen. Zullen we het aanpakken in geloof?! Dank u Vader, voor Uw liefde! God is liefde, zegt de Bijbel, en door die liefde gaan we op Jezus lijken. 

Ten slotte
Beste mensen we gaan eindigen. Ik heb veel gezegd, ook veel niet gezegd. Het christelijke geloof is zo rijk daar hebben we een heel leven voor nodig om er dieper in te groeien. Elke dag opnieuw moeten en mogen we ons leven inhoud geven door op God te letten. Op Zijn Woord, wat ons vrij maakt, wat ons liefde geeft, en wat ons voor God en onze naaste doet leven (ofwel heiligt tot Gods eer).

Beste mensen, ga niet alleen door het leven. Alleen, zonder God. Zoek Hem en leef. Hij laat Zich vinden, dat zegt Hij Zelf. Hij kwam Zelf in het leven van Jesaja en wil dat ook bij ons doen. Dan gaan er dingen veranderen, ook dat hebben we gehoord. Je krijgt dan een nieuw hart. Heiligheid (ofwel toewijding aan God), vrijheid (van egoïsme) en liefde (tot God, je medemens en jezelf) gaan je leven kleur geven, en je mag voor altijd bij God horen. Nu en voor eeuwig, ja voor altijd.