Doorgaan naar hoofdcontent

Meditatie: Markus 15: 6-15 - Hervormd Oene

Gemeente van Oene,

Vanavond willen wij met behulp van Gods Geest nadenken over de geschiedenis van Jezus en Bar-ábbas. En we schrijven boven deze meditatie: ‘Jezus en Bar-ábbas op tweetal’. Nee, niet een tweetal wat wij zijn gewend uit de kerk. Geen tweetal waarbij de één het ambt zal ontvangen en de ander niet. Gemeente, het tweetal waar Jezus en Bar-ábbas op stonden, was er één van leven en dood.

We hebben het gelezen in Markus 15, Jezus en Barábbas voor de schreeuwende menigte, voor mensen die het uitriepen: Kruis Hem! Kruis Hem!…
Maar hoe kwam Jezus op dit podium naast Barábbas terecht?

Om daar antwoord op te geven moeten we in gedachten terug gaan naar de Groten Raad, zeg maar de joodse rechtbank, waarover we kunnen lezen in hoofdstuk 14. Een zaal vol met overpriesters, ouderlingen en schriftgeleerden, een zaal ook vol met haat tegen de Vredevorst. Ze konden Zijn bloed wel drinken, maar Zijn bloed dat reinigt van alle zonden, lieten ze links liggen.
En dan de grote vraag in vers 61: ‘Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?’
Er valt een grote stilte. Allen wachten gespannen af en dan klinkt het uit de mond van de Heere: ‘Ik ben het; en gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechterhand der kracht Gods en komen met de wolken des hemels.’        
Een golf van ontzetting en woede barst los. Christus wordt geslagen, bespuwt en bespot. Hij moet sterven en snel ook. Gemeente, wat moet dat een lijden voor Christus geweest zijn. De geestelijken van het volk, wij zouden zeggen de dominees, die sabbat aan sabbat hadden gebeden om de komst van de Messias, slaan en bespuwen hier Gods eigen kind. Wat een droefheid…wat een lijden, verlaten door zijn familie en discipelen, helemaal alleen en straks zal ook de hemel zich sluiten en zal Christus hangen tussen hemel en aarde.

Gemeente, het wordt erger…in plaats van dat de Groten Raad zelf tot executie overging, wat doorgaans gebeurde door steniging, kiezen ze ervoor om Jezus naar Pilatus te brengen. Naar Pilatus, die zo door hen verafschuwt werd omdat hij bij de vijand, de Romeinen hoorden, juist naar deze onreine heiden brengen ze Hem. Alleen deze Romeinse stadhouder had namelijk het recht om de zwaarste en meest gruwelijke straf uit te laten voeren. Een straf waarvan elke jood sidderde, omdat God Zelf had gezegd dat deze straf vervloekt was. De straf van het kruis. Die straf willen ze voor Jezus en daarom gaan ze graag naar Pilatus. Dan maar even alle fatsoen aan de kant, dan maar even heulen met de vijand, dan maar even liegen en bedriegen om bestwil, maar Jezus moest en zou verdwijnen.

Gemeente, voordat wij verder gaan, eerst even dit. Laten we vooral niet te makkelijk de overpriesters en schriftgeleerden veroordelen. Zij dachten hiermee God een dienst te bewijzen en in hun ijver voor de wet, waar ze ten diepste niks van hadden begrepen, laten ze Christus ombrengen. Dat was hun drijfveer.
Maar hoe zit het met ons? Met u, met jou en met mij? Wat drijft ons? Wat brengt ons vanavond hier?
Ja, in deze lijdenstijd komt het erop aan. Zo vele diensten achter elkaar hopen wij na te denken over deze Heiland. Maar wie is Hij voor u? Bent u Hem al te voet gevallen in het geloof?
Zalig bent u, want als u gelooft in Jezus Christus, dan wordt Zijn Vader ook u, ook jouw Vader. Dan jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, ja, alles is voldaan.

Gemeente, daar gaan ze. De overpriesters samen met Jezus, op weg naar Pilatus. Ze lopen dwars door de menigte van vele duizenden joden die uit geheel Israël waren gekomen. Gekomen om het Pascha te vieren, om te gedenken hoe God hen uit de slavernij had bevrijd. Om de paaslammeren te eten..
Dat God Zelf, hét Lam gegeven had wisten ze niet. Hun ogen en harten waren gesloten, en Jezus’ hart huilde…’Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb ik Uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kuikens onder de vleugelen vergadert, maar gij hebt niet gewild...’

Zo komen ze aan bij Pilatus. En deze gehate stadhouder die de joden zoveel kwaad heeft aangedaan, ziet Jezus staan en vraagt: Zijt Gij de Koning der Joden? En uit de mond van Christus klinkt het: ‘Gij zegt het’. 
Gemeente, hier klinkt goddelijke majesteit in door. Jezus laat hier zien dat Hij inderdaad de koning der Joden is, al is het wel van een hemels koninkrijk. Niet van een aards koninkrijk, dat heeft Hij nooit op de lippen genomen. Dat waren leugens van de overpriesters en schriftgeleerden om Jezus veroordeeld te krijgen.

En dan gebeurd er iets wonderlijks. Pilatus heeft het door dat Jezus onschuldig is, kijk maar in vers 10. ‘Want hij wist, dat Hem de overpriesters door nijd overgeleverd hadden.’ Maar wat doet hij? Laat hij Jezus vrij zoals een rechtvaardig rechter zou doen? Nee, Christus’ lijden wordt nog erger.
Omdat Pilatus bang is voor de overpriesters zet hij Jezus op tweetal, in de hoop dat het volk Jezus zou kiezen. Pilatus is hier zwak, hij is een populist die bang is om zijn baan, zijn carrière, zijn paleis, ja, zijn aardse goederen te verliezen.
En daarom zet hij Jezus op tweetal met Bar-ábbas. Barábbas die een gehate crimineel was, die op laaghartige wijze had gestolen, een rel was begonnen en zelfs iemand had gedood. Jezus en Barábbas, ze staan tegenover elkaar als licht en duisternis. En weet u wat er gebeurd? Kiest het volk voor Hem Die nooit iets anders gedaan heeft dan goeds? Nee, ze kiezen, aangemoedigd door de overpriesters, voor Bar-ábbas. Ze kiezen voor een moordenaar en niet voor Christus, die daar staat gebonden als het Paaslam. Zo kiest de mens van nature, tegen het leven en vóór de dood. 

Jezus en Barábbas op tweetal. Wat een lijden, wat een verdriet voor Christus toen Hij Zijn volk hoorde roepen: Kruis Hem! Kruis Hem!
         Maar toch, gemeente van Oene, dit is niet zonder reden gebeurd. Het kan niet zo zijn dat u straks uit de kerk naar huis gaat, thuis de deur achter u dicht trekt en dan nog eens terugdenkt: ‘Wat vreselijk, Christus gelijkgesteld met een ordinaire crimineel’, en dan weer over gaat tot de orde van de dag. Nee, deze geschiedenis gaat dieper…veel dieper…

Hoe ik dat weet? Door het Woord van God zelf. Bar-ábbas betekent namelijk ‘zoon van de vader’.        Zoon van de eerste Adam. U weet wel, die Adam, die toen hij gezondigd had zichzelf meteen ging verdedigen: ‘Nee, Heere, het was die vrouw die U mij gegeven hebt.’ Die Adam die de dood in de wereld en in het eigen hart bracht. Die zo hulpeloos is zonder God en gebod.

Gemeente, dit gezegd hebbend, komen wij vanavond tot de ontdekking dat wij zelf, als mens, op tweetal staan!!  Wij, als zonen en dochters van de eerste Adam, samen naast dé Zoon van de Vader op tweetal.
Schuldigen naast dé Onschuldige…naast de zwijgende Jezus.  

Waarom? Waarom zwijgt Jezus? Waarom verdedigt Hij Zich niet?
Wel, omdat Hij wilde lijden en sterven in onze plaats. Zodat zondige “Bar-abbasen”, zoals wij allen van nature zijn, ook nu nog, vrijuit zouden mogen gaan! Geen zonde te groot, niemand te slecht, of Christus wil uw, wil jouw plaats innemen.
Het wijst vooruit naar de grote dag dat wij allemaal voor de levende God moeten verschijnen. Wat zullen we meebrengen van onszelf? Wat kan er bestaan voor een heilig God? Gemeente, niets toch. Anders had Christus toch niet hoeven komen?!
Maar wat een wonder, Christus biedt het u aan, en zegt: Kom dan, en laat ons samen rechten; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

Christus biedt vanavond hier in Oene, op 30 maart 2010, Zichzelf aan. En gemeente, laat deze avond, laat deze meditatie dan alstublieft niet eens tegen u getuigen. Nog is er genadetijd. Wie Hem zoekt, zal Hem vinden!

Zijn bloed is nog warm en Zijn hart klopt nog steeds. En Hij zegt het Zelf, hoe zouden we het anders durven te geloven: ‘Komt allen tot Mij, u die vermoeit en belast zijt, en Ik zal u rust geven voor uw ziel.’

Amen

Reacties