Doorgaan naar hoofdcontent

De zondeval, belijdeniscatechisatie Hervormd Amstelveen, avond 7

Vorige keer hebben we het gehad over Gods vaderlijke voorzienigheid. Deze voorzienigheid gaat over de kleinste dingen. Dit leert de christen in tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar te zijn. Gods kinderen mogen de toekomst met vertrouwen tegemoet zien omdat God alles in Zijn hand houdt. Vanavond hopen we met elkaar stil te staan bij de zondeval.

Door: J.W.J. Treur

Bijbelstudie

Omwille van Uw Naam, HEERE, vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot. Ps. 25:11

Uit Psalm 25 blijkt dat David in gevaar is. Dit zien we vooral in vers 15: Mijn ogen zijn voort-durend gericht op de HEERE, want Hij bevrijdt mijn voeten uit het net. Deze tijd van aanvechting en angst doen hem terugdenken aan zijn zonden. Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd of aan mijn overtredingen (vs. 7). Hij roept God om genade en vergeving. Zie mijn ellenden en mijn moeite, neem weg al mijn zonden (vs. 8).

De psalmist gebruikt een aantal argumenten in zijn roep om vergeving:
1. Hij bid om vergeving omwille van de Naam van de HEERE. Hij verwacht het dus niet van zichzelf.
2. Hij belijdt dat zijn ongerechtigheid groot is. Net zoals een zwerver die bedelt om brood zijn armoede benadrukt, zo benadrukt David hier de grootheid van zijn ongerechtigheid.
We leren hiervan dat als we waarlijk naar God vluchten om genade, de grootheid van onze zonde geen belemmering voor vergeving zal zijn. Echter, zij die niet overtuigd zijn van hun ellende hebben Gods genade niet echt nodig. Wij moeten beseffen dat wij kinderen van de toorn zijn. Dat de Wet tegen ons is en dat we onder de vloek van de Wet liggen. Elke dag dat we onbekeerd voortleven vergroot Gods toorn. Onze natuurlijke staat is uitermate wanhopig, tenzij God ons genadig is. We moeten vluchten tot God om genade in en door Jezus Christus alleen. Want er is geen andere Naam onder de hemel gegeven door Wie wij zalig moeten worden. Als wij in onze ellende tot God vluchten, worden wij omhelst door Zijn armen van vrije genade. Werp je zondelast over op de schouders van Christus en rust in Zijn volbrachte werk.(1)

De zondeval

In de brief aan de Romeinen bevestigt Paulus dat de mensheid van nature onder de schuld en macht van de zonde ligt. Zonde bestaat uit het doen, zeggen, denken of verbeelden van iets wat niet kan bestaan voor de wil en heilige Wet van God.(2)  Het rijk van de dood houdt de mens in haar macht. Ook lezen we in deze brief dat ieder mens onder de toorn van God geboren wordt(!) Maar hoe is dit zo gekomen? Dit is gekomen door de val van onze voorouder Adam.

Hierover kunnen we lezen in Genesis 3. Een zwarte bladzijde uit de Bijbel. Hier lezen we dat de eerste mensen God verlaten en de zonde gaan dienen. We kunnen een aantal zaken uit deze geschiedenis leren:
1. God heeft Adam in een staat van geluk geplaatst en beloofde hem voorspoed als hij zich zou houden aan het gebod. Dit gebod was dat ze niet mochten eten van de boom van de kennis van goed en kwaad (Gen. 2:17).
2. Adam en Eva aten van de verboden vrucht. Hierdoor kwam er een ‘anti-God beweging’ in de mens. De mens werd vanaf toen een ‘doel misser’, ofwel een zondaar. De geschiedenis van de zondeval geeft daarom een logische verklaring van de perversiteit van de menselijke natuur. Adam en Eva leerden wat schaamte en angst is. Ze werden door God vervloekt met het vooruitzicht op de dood. Vervolgens werden ze verdreven uit de hof van Eden. Tegelijkertijd was God toch genadig voor hen(!) Hij gaf ze kleren en Hij beloofde dat het zaad van de vrouw op een dag de kop van de slang zou vermorzelen. Deze belofte wees heen naar de komst van Christus.(3)  Dit wordt de moederbelofte genoemd: En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen. Gen. 3:15
Echter, één ding moeten we goed in de gaten houden: de verleiding van satan leverde de gelegenheid om te zondigen, maar het was niet de oorzaak! De zonde van Adam was een beweging van ontrouw, afvalligheid en overtreding in zijn eigen hart en daarom is hij ook persoonlijk verantwoordelijk. Het was niet satan die van de boom at.
3. Ook leren we dat het kwaad er eerder was dan de val van de mens. De oorsprong van het kwaad en de zonde kunnen wij niet achterhalen.(4)
4. Deze geschiedenis herinnert ons aan de realiteit en activiteit van de satan en van de demonen. Naast het zichtbare en tastbare in deze wereld, zijn er de onzichtbare geestelijke machten. Niet voor niets is het werk van Christus in essentie een werk van vernietiging, namelijk van de macht en werken van de satan.
5. De zondeval heeft ook gevolgen gehad voor de schepping. En tegen Adam zei Hij: Omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw en van die boom gegeten hebt waarvan Ik u gebood: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt; met zwoegen zult u daarvan eten, al de dagen van uw leven; dorens en distels zal hij voor u laten opkomen en u zult het gewas van het veld eten. Gen. 3:17-19 Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. Rom. 8:20,22

De eerste mens Adam

God sloot een verbond met Adam. Adam nam voor heel zijn nageslacht dezelfde beslissende plaats als verbondshoofd in, zoals Christus dat nu doet voor al de Zijnen. Adam stond niet voor zichzelf in het paradijs. In hem stond heel zijn nageslacht voor het aangezicht van God.
In het verbond gaat het erom, dat Adam vrijwillig God liefheeft en gehoorzaamt als een zoon die zijn vader vertegenwoordigt. Hierbij gaf de HEERE Adam de boom des levens als een sacrament (een heilig teken). Deze boom mocht voor Adam het teken en de verzekering zijn van de belofte van eeuwig leven. Tegelijk gaf de HEERE Adam gelegenheid zijn gehoorzaam-heid gestalte te geven. God wees een boom aan, waarvan Hij zei dat Adam daar niet van mocht eten. God noemde die boom de boom van de kennis van het goede en van het kwade.
Door van deze boom af te blijven mocht Adam tonen dat Hij God vertrouwde en Hem liet bepalen wat goed is en wat kwaad is. Kiest Adam er voor God niet te gehoorzamen dan zal hij de dood sterven. Deze straf is niet te zwaar: wie los van God wil leven, kan alleen daar zijn waar hij geen relatie met God meer hoeft te hebben, namelijk in de dood.(5)

Valkuil of gebod ten leven?

‘God wist toch dat Adam zou vallen, waarom…?’ Je kent deze logische redenatie die uiteindelijk suggereert dat God de boom gaf als een valkuil. De werkelijkheid is anders. God schiep Adam niet als een geprogrammeerde robot. De HEERE schiep de mens met een vrije wil, zodat hij in de vrijheid van de liefde kon laten zien tegenover God, de engelen en de duivelen dat hij zelf met God wilde leven. De boom kan gezien worden als een knipperlicht dat God plaatse bij de afslag van de ongehoorzaamheid, opdat de mens niet de rechte weg van het leven zou verlaten. ‘Maar God wist toch wel dat…’ Inderdaad, maar daarom had God Zijn ‘reddingsplan’ al klaar liggen! Hier past geen kritiek maar aanbidding!(6)

De formulieren

-HC Zondag 3, vr. & antw. 7: Vanwaar komt dan zulke verdorven aard des mensen?
Uit de val en de ongehoorzaamheid van onze eerste voorouders, Adam en Eva, in het paradijs, waar onze natuur alzo is verdorven geworden, dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden.

Vr. & antw. 8: Maar zijn wij alzo verdorven, dat wij geheel onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad? Ja wij; tenzij dan dat wij door de Geest Gods wedergeboren worden.

-HC Zondag 4, vr. & antw. 10: Wil God zulke ongehoorzaamheid en afval ongestraft laten?
Neen Hij, geenzins; maar Hij vertoornt Zich schrikkelijk beide over de aangeboren en werkelijke zonden, en wil die door een rechtvaardig oordeel tijdelijk en eeuwig straffen; gelijk Hij gesproken heeft: Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

-NGB, art. 15 Van de erfzonde: Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde uitgebreid is geworden over het hele menselijke geslacht; wat inhoud een verdorvenheid van de gehele natuur en een erfelijk gebrek, waarmee de kleine kinderen zelfs besmet zijn in het lichaam van hun moeder, en die in de mens allerlei zonden voortbrengt, zijnde in hem als een wortel daarvan; en zij is daarom zo lelijk en gruwelijk voor God, dat zij genoeg is om het menselijke geslacht te verdoemen.

De straf is in overeenstemming met de val

Wat is er werkelijk gebeurd? Er is niet slechts een hap van een verboden vrucht genomen. Adam en Eva hebben te kennen gegeven de satan meer te vertrouwen dan hun hemelse Vader. Ze hebben de gedachte overgenomen dat God niet werkelijk hun belang op het oog had, maar hen middels een leugen iets wijs maakte. Gods waarschuwing lieten Adam en Eva bestempelen als een leugen en zo gaven zij zich over aan het ongeloof. Zo voltrok zich de breuk met God. Het was een vrijwillige keus om op de weg van de zonde zonder God verder te gaan. Zo hebben wij de dood in de wereld gedragen. Wij hebben niet zomaar een zonde gedaan, maar satan, zonde en ongeloof binnen laten dringen in ons diepste zijn. Wij geloven niet meer dat God goed is en de zonde kwaad is. Daarom is er bij de bekering zo’n worsteling of God het goede wil jegens ons. De leugen van de satan is hardnekking binnengedrongen. Met de geestelijke dood hebben wij ook de lichamelijke en de eeuwige dood deze wereld binnengedragen.
Door de zondige leugen in ons hart te laten binnendringen, hebben wij de bijzondere relatie met God kapot laten maken. Daarom kunnen wij niet meer Gods beeld dragen op aarde. Wij dragen nu het beeld van de vader der leugens. We hebben geen ware kennis van God meer, maar een verdorven kennis. Wij zijn ook de gerechtigheid en heiligheid kwijt. In plaats van de liefde is er nu de neiging God en de naaste te haten. Onheiligheid vervult ons hart en denken. Wij zijn geheel verdorven.(7)  Hoe erg dat is, komt er gelukkig niet bij ons allen uit, maar dat is enkel aan Gods genade te danken. Als God de teugels van onze driften laat vieren, krijg je de meest duistere situaties (denk bijv. aan de holocaust).

Een poort der hoop

Maakt de leer van de zondeval depressief? Dat is de mening van veel vrijzinnige theologen en (on)kerkelijke mensen. Integendeel! De Bijbelse leer van de erfzonde is genadiger en realistischer dan de ‘optimistische’ kijk naar de realiteit. Het laat namelijk zien dat alle individuen slachtoffer zijn van het kwaad door hun eigen schuld. Dit voorkomt overspannen ver-wachtingen van mensen (bijv. van popsterren of politici), die elk moment tot hinken en zinken gereed zijn. Juist zij die door de bril van het Woord naar de wereld kijkt, merken hoe actueel de Bijbel eigenlijk is! Alle egoïsme, beschadigingen en oorlogen komen doordat de mens van God is afgedwaald. Mensen die in ‘het goede’ van de mens geloven doen dit tegen beter weten in. Enkel zij die het niet meer van zichzelf of van anderen verwachten, kunnen tot grote zegen voor de maatschappij en schepping zijn(!)

Uit grote genade heeft God Zijn Zoon naar de aarde gestuurd om voor de zonde te sterven aan het kruis. Dat herdenken we in de lijdenstijd en met Pasen. Jezus’ geboorte uit de Heilige Geest en de maagd Maria is een nieuw begin na de zondeval. Hij werd een nieuw verbondshoofd, een tweede en meerdere Adam. Doordat Hij geen zonde had en toch volledig mens was, kon Jezus vrijwillig de schuld van Zijn medemensen op Zich nemen. Door opnieuw ge-boren te worden (de wedergeboorte) kunnen wij een kind van God worden.

Maar ook wedergeboren christenen hebben, zolang ze hier op aarde zijn, last van de zonde. Voor hen die in Christus Jezus zijn is er geen verdoemenis, maar dit betekent niet dat er niks afkeuringswaardig in hen overblijft.

De leer van de erfzonde lijkt een bittere pil, wat ons pijn doet en beschaamd maakt. Maar hoe zoet is, voor wie het proeven mag, de levendmakende waarheid van Christus!(8)



Hoed mijn ziel, en red z’ uit noden;
Maak mij niet beschaamd, o HEER’!
Want ik kom tot U gevloden;
Laat d’ oprechtheid meer en meer,
Met de vroomheid, mij behoên;
‘k Wacht op U in mijn ellenden.
Laat Uw hand in tegenspoên
Israël verlossing zenden.
(Ps. 25:10 berijmd)

Samenvatting:

De zonde bestaat uit het doen, zeggen, denken of verbeelden van iets wat niet kan bestaan voor de wil en heilige Wet van God
Onze natuurlijke staat is uitermate wanhopig, tenzij God ons genadig is
De mensheid ligt van nature onder de schuld en macht van de zonde
Na de zondeval is de mens een ‘doel misser’, ofwel een zondaar
Christus is het nieuwe Verbondshoofd, de tweede en meerdere Adam





Quote van de week

Zonde op zichzelf stort de mens niet in het verderf, maar zonde zonder berouw en bekering.
-Matthew Henry






1  Een fragment uit de preek ‘Pardon for the Greatest Sinners’, uit: Jonathan Edwards, Sermons of Jonathan Edwards  (Peabody, Ma.: Hendrickson Pub., 2006), Hs. 12.
2  J. C. Ryle, Holiness : its nature, hindrances, difficulties, and roots  (Peabody, MA: Hendrickson Publishers, 2007), 2.
3  R. C. Sproul and Keith A. Mathison, The Reformation study Bible : English Standard version, containing the Old and New Testaments  (Orlando, Fla.; Phillipsburg, N.J.: Ligonier Ministries ; Produced and distributed by Presbyterian and Reformed Pub. Co., 2005), 13.
4 John Murray, Collected writings of John Murray, Professor of Systematic Theology, Westminster Theological Seminary, Philadelphia, Pennsylvania, 1937-1966 2, Select lectures in systematic theology  (Edinburgh: Banner of Truth Trust, 2001), Hs. 7.
5  R. van Kooten, Compendium Aan Zijn voeten : werkboek bij de geloofsleer  (Heerenveen: Groen, 2006), 64-65.
6  Ibid., 65.
7  Ibid., 67.
8  Henri Blocher, Original sin : illuminating the riddle, New Studies in Biblical Theology (Leicester: Apollos, 1997), 131-35.