Doorgaan naar hoofdcontent

Column: De sprekende berg

Vakantie is bij uitstek geschikt om tot rust te komen. Een mens kan immers niet altijd maar door blijven gaan. Ook dienaars van het Goddelijk Woord niet. Toch heb ik op vakantie een ‘dienaar’ van Gods glorie en majesteit ontdekt die nooit rust. U vraagt zich misschien af wie dit is. Waar deze predikant staat en of hij misschien beroepbaar is. Op al deze vragen kan ik alleen maar zeggen dat het in ieder geval een ‘zware’ is. En een hoge! Ik heb het namelijk over de Mont Fort in Zwitserland. Een reusachtige berg van 3.330 meter hoog. 

Nu alweer twee weken geleden werd ik, samen met enkele familieleden, om vijf uur ‘s morgens via een kabelbaan naar de top gebracht. Het eerste half uur zagen we niks. Door het donker wisten we niet waar we waren en wat we zouden aantreffen op de berg. Eenmaal boven op de berg vielen we allemaal stil. Een indrukwekkend schouwspel van hoge bergtoppen, ‘eeuwige’ sneeuw en een omhooggaande zon dwongen vervulden ons met ontzag. We zagen een schoon boek, die ons een indruk gaf van Gods eeuwige kracht en Goddelijkheid. Guido de Brès had dit goed begrepen toen hij in artikel 2 schreef over de middelen waardoor wij God kunnen kennen.

Na ongeveer twintig minuten was de zon helemaal opgegaan en werden wij door haar stralen verwarmd. Opnieuw een les. Doordat we niet in de felle zon konden kijken moesten we ons hoofd buigen. Me dunkt, geen slechte houding voor een mens. De Heere geeft dat de uitgang van de morgen en van de avond juicht. Daarom zei Jonathan Edwards eens: ‘Let maar op, de Heere zorgt wel dat Hij aan Zijn eer komt.’ 

Hoe de Heere dat doet? Dat lezen we in de Schrift. De grote Schepper alle dingen, laat Zich aanspreken als de God van Abraham, Izak en Jakob. Niet als de God van de Mont Fort. Niet als de God van het grote en hoog verhevene. Wel als de God en Vader van zondige mensenkinderen. Van mensen die Zijn goede schepping mee hebben getrokken onder het juk van de zonde. Wat een wonder dat de Heere is blijven zorgen voor mens en dier. Dat de mus nog steeds een huis mag vinden en de mens een rots om in te schuilen. Zalig zijn we als we hebben leren smeken om Gods hand Die ons kan tillen op de Rots Christus. De Rots Die te hoog voor ons zou zijn. 

Maar er was meer op de Mont Fort wat we mochten zien. Een oud, verroest en verweerd kruis. Leeg wel te verstaan. De makers hadden dat goed begrepen. Het kruis is en blijft voor eeuwig leeg. Weinig mensen maakten een foto van dit kruis. En toch, wat een rijke verkondiging! Daar ver boven de boomgrens, daar waar niks meer kan groeien staat een stille getuige van Gods heil in Christus. Een getuige van het lijden en sterven op Gogoltha. Dat was overigens geen hoge berg. Het was slechts een heuvel waar het kruis op stond. 

Toen de lift ons weer in het rumoerige dal had gebracht, waren we er nog stil van. Het was een ervaring die ons met dankbaarheid vervulde. Voor wie van plan is om ooit naar Zwitserland te gaan is dit een echte aanrader! Bovenop de berg zult u een kruis vinden. Het is wel leeg. De Persoon Die er eens aan hing is opgestaan. Hij roept ons toe: ‘Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.’ Dit offer kostte Christus alles. Opdat Hij het heil zou kunnen uitdelen uit vrije genade. Daarom juicht de schepping tot Zijn eer. 

Psalm 98 zegt dat de zee bruise, de rivieren met de handen klappen en de bergen vreugde bedrijven. Zo ook de Mont Fort. Ze is een stille prediker van Gods majesteit en glorie. Een sprekende berg die dag in, dag uit van Hem getuigt. Als zelfs het dode steen kan getuigen van Gods heil, dringt de vraag aan ons op: ‘Zijn wij al een stad op een berg?’