Doorgaan naar hoofdcontent

Workshop: De Bijbel en rentmeesterschap

Kernvragen: Waarom is de mens nu juist rentmeester over de aarde? Hoe mogen wij als christen-jongeren met onze bezittingen (materiële bezittingen, natuurlijke bronnen, talenten, tijd en geestelijke gaven) omgaan? 


In den beginne schiep God den hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo. En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt! 
En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel. Ook had de HEERE God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar den mens, dien Hij geformeerd had. En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en den boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads. Gen. 1:1-2, 24-28, 2:7-9

1. Wat is het verschil tussen de schepping van de dieren en van de mens? 


2. De aarde was woest en ledig. De Heere maakte orde in de schepping. Zit hier een verband tussen met de taak die wij als mensen van God hebben gekregen? 


3. Hoe zou jij de term ‘rentmeester’ uitleggen aan de niet-christelijke naaste? 


4. Iemand zei eens: God is Koning over de aarde en de mens is onderkoning. Waarom heeft de Heere geen engelen uitgekozen om rentmeester te zijn over de aarde? 


Stelling 2: Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Rom. 8:20-21
‘De dood van een onschuldig vogeltje, is onze schuld.’ Eens/oneens? Waarom? Gebruik Rom. 8 om je mening te bepalen. Praat met elkaar door wat deze ‘schuld’ betekent voor ons rentmeester zijn. 


Casus 1: Richard heeft een pittige discussie met Angelien. Beiden behoren ze tot een andere kerk. Richard verwijt Angelien dat haar kerkverband helemaal geen aandacht heeft voor het milieu. ‘Hoe kunnen jullie dat verantwoorden?’, vraagt hij zich af. Angelien reageert verbeten. ‘Het christelijk geloof gaat om de vraag hoe je bekeerd kunt worden. Niet over het behoud van de aarde. En bovendien, er komt toch een nieuwe hemel en een nieuwe aarde!’ Met wie ben jij het eens? Wat zou jij tegen Richard en Angelien zeggen? 


Vraag 5: In Handelingen 2 staat het volgende over de vroege kerk: ‘En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen.’ (vs. 44) Betekent dit dat je helemaal geen bezittingen mag hebben? Wat zegt Gods Wet hierover? 


Casus 2: Er was eens een monnik die het volgende zei: ‘Het leven draait uiteindelijk om de hemel. Het aardse is verkeerd en wij moeten ons er niet door laten afleiden.’ 


Lees de volgende teksten: 

‘Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde.’ 1 Tim. 4:4
‘Uw wandel zij zonder geldgierigheid; en zijt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten.’ Hebr. 13:5

Reageer op de mening van de monnik m.b.v. bovenstaande Bijbelteksten. Heeft hij gelijk? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? 


Stelling 3: ‘Elke maand 10 euro overmaken naar een goed doel is meer naar Gods Woord, dan een paar keer per jaar een dakloze wat kleingeld toestoppen.’ Mee eens/oneens?