Doorgaan naar hoofdcontent

Lezing: Leven als hemelburger in de eindtijd, studentenkring GG Rotterdam


Beste studenten, 

Hartelijk dank voor uw uitnodiging om samen na te denken over het leven in de eindtijd. Een pittig, maar belangrijk onderwerp. Ik heb de lezing de volgende titel gegeven: ‘Leven als hemelburger in de eindtijd.’ De lezing valt uiteen in twee deelvragen: ‘Wat is een hemelburger’? en ‘Wat verstaan we onder de eindtijd?’ 

Wat is een hemelburger? 

Om een goed beeld te krijgen van een hemelburger geef ik u eerst twee voorbeelden. De eerste gaat over Wouter (26 jaar). Wouter is een verstandelijk beperkte jongen. Vroeger zou men hem een ‘ongelukkige’ hebben genoemd. Maar Wouter was verre van ongelukkig. Sterker nog, hij kende het grootste geluk wat iemand op deze aarde kan kennen. Wouter was een hemelburger. De ouderling die hem aangepaste catechese gaf, vertelde hoe Wouter op een keer niet naar binnen wilde komen voor de les. Hij stond gebiologeerd naar de strakblauwe lucht te staren. In zijn ogen stonden de tranen. ‘Wat is er Wouter?, vroeg de ouderling. ‘Jezus komt vandaag niet terug’, klonk het antwoord. ‘Waarom denk je dat?’, vroeg de ouderling. ‘Omdat er geen wolken aan de hemel zijn vandaag.’ Ontroerend hè?! Wouter, een jongen die een verlangen naar de Heere had gekregen. 

Het tweede voorbeeld hoorde ik onlangs van mijn schoonvader die voor de Hudson Taylorstichting op bezoek was in Schotland. Daar had hij een ontmoeting met een aantal predikanten. Deze ontmoeting vond plaats tijdens een etentje. Een van de predikanten was echter een half uur te laat. Toen deze man binnenkwam straalde hij en vertelde dat hij goed nieuws had. Hij vertelde honderduit over een goede vriend en collega met wie hij al jaren in de bediening mocht staan. Toen sprak hij de volgende zin: ‘Ja, en nu is hij me toch nog voor. We hebben het er al vaak over gehad maar ik heb altijd gehoopt dat ik eerder naar huis mocht!’ Wat bleek, zijn vriend was die dag overleden. Dat maakte de predikant zo gelukkig. Zijn goede vriend mocht nu Christus zien van aangezicht tot aangezicht. De ene predikant figuurlijk en de andere letterlijk een hemelburger. 

Maar wat is nu een hemelburger precies? Dat is iemand wiens echte thuis in de hemel is. Zo iemand is dus niet langer thuis hier op aarde, maar weet dat hij op reis is naar het Vaderland hierboven. Toch is het niet vanzelfsprekend dat iemand gericht is op de hemel. Zelfs na ontvangen genade kan er zoveel zijn wat de christen afleidt van zijn ware bestemming. 

Dit was anders in het begin. Adam en Manninne leefde in ware gerechtigheid en heiligheid. Hun kennis van God was onbesmet. Ze mochten de schepping genieten om de Schepper de eer te geven die Hem toekwam. Toch was er nog progressie mogelijk. Als ze zich zouden houden aan het proefgebod zouden ze verhoogd worden. Dan zou er een voller, nog meer bevredigende vorm van leven komen. Daar wees de Boom des Levens naar. Dat leven zou op aarde geleefd worden. 

We weten hoe deze geschiedenis is afgelopen. De donkerste bladzijde uit de geschiedenis van de mensheid. Adam en Eva aten van de boom der kennis des goeds en des kwaads en de zonde en de vloek kwamen onze wereld binnen. Tegelijkertijd zien we ook al lichtsporen van het Evangelie in dit hoofdstuk. De HEERE stuurt ze namelijk weg uit de hof van Eden. Toen zeide de HEERE God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van den boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid. Gen. 3:22 Zo werden wij niet onsterfelijk met een zondig lichaam. Dat heeft de Heere dus genadig verhoed. Tegelijk klinkt er ook de moederbelofte. Een belofte van hoop. Er zou verlossing komen. De weg naar de hemel was niet voor eeuwig afgesneden. 

Voordat we verder gaan met het nadenken over het leven als hemelburger, een andere belangrijke vraag: Wat verstaan wij eigenlijk onder de hemel? De hemel is die ruimte, nu nog gescheiden van de aarde en onzichtbaar voor ons, waar God duidelijk wordt geopenbaard en dieper gekend kan worden. Vooral het kennen van God maakt de hemel ‘hemels’. Dit is het eeuwige leven, zei Jezus (eeuwig leven is hetzelfde als hemels leven), dat zij U kennen de enige, ware God, en Jezus Christus Die u gezonden heeft (Joh. 17:3). Dit is het rijk waar christenen naar verlangen en in het licht waarvan zij leven. Een plaats waar de zoetste gemeenschap met God wordt beoefend en waar Zijn volk zich eindeloos verheugd. Een plek waar zonde, verdriet en dood niet zullen zijn. 

De hemel behoort tot de geschapen werkelijkheid. In den beginne schiep God den hemel en de aarde. Gen. 1:1 De hemel is een plaats die wij aardse mensen niet kunnen zien. Toch is het een plaats waar wij heen kunnen gaan. Kijk maar naar Jezus, de God-mens. Voor eeuwig draagt Hij een menselijk lichaam. Hij is met deze gestalte naar de hemel gegaan. Als wij dus nu in de hemel zouden kunnen ‘kijken’, zouden wij Jezus Christus zien met Zijn verheerlijkt lichaam. Dit is hetzelfde lichaam waarmee Hij is verschenen na de opstanding. En het is dit verheerlijkte lichaam wat al Gods kinderen eenmaal zullen krijgen. 

Naast Christus weten we dat er ook dat er engelen zijn en de zielen van de gestorven gelovigen. Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen; Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen. Heb. 12:22-23 

De hemel is dus een begerenswaardige plek. Toch is dit niet het einde van de heilsgeschiedenis. Als de laatste van de uitverkorenen is toegebracht, zal de Heere Jezus wederkeren naar deze aarde. De tijd zal dan stoppen, en Christus zal de Rechter zijn van de levenden en de doden. Iedereen die dan nog leeft zal in een punt des tijds omkleedt worden. De gelovigen zullen een onvergankelijk, glorieus en krachtig lichaam krijgen. Ons aardse lichaam zal verhoogd worden. Zowel gelovigen als ongelovigen ontvangen een onsterfelijk lichaam om God voor eeuwig te prijzen of om voor eeuwig te weeklagen. 

Maar als de hemel dan zo begerenswaardig is, waarom zijn wij er dan zo weinig op gericht? Als eerste wil ik hierbij opmerken dat het Nieuwe Testament telkens laat zien hoe belangrijk het is om hemel gericht te leven. Dat was dus ook al nodig in de eerste christengemeenten. Zowel de apostel Paulus als de apostel Petrus wijzen hun gemeenten hier veelvuldig op. 

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is,  zittende aan de rechter hand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Kol. 3:1-4 

En: Daarom opschortende de lenden uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt volkomenlijk op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus. 1 Pet. 1:13 

Maar ook de Heere Jezus zelf sprak meerdere malen over Zijn wederkomst naar deze aarde. Hij is een volkomen Zaligmaker en daarom zal Hij de Zijnen thuisbrengen. ‘En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en uw plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.’ Dat was Zijn belofte en dat was Zijn gebed: ‘Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt.’ Joh. 17:24 

Hij heeft dus niet alleen de gerechtigheid verdiend en voor de zonde aan het kruis geleden, maar Hij belooft ook de Zijnen thuis te brengen. Hoe Hij dat doet? Door de inwendige roeping in de tijd door Woord en Geest, door ons sterven waardoor wij van dit leven naar het hemelse leven gaan en door Zijn wederkomst. 

Leven als hemelburger. De Bijbel roept ons er toe op. De geschiedenis zal niet eeuwig doorgaan, maar er zal een einde aan komen. Kijk naar de wereld, het nieuws en je eigen hart en je ziet dat de schepping haar doel nog niet heeft bereikt. De schepping zucht, net als de ware hemelburger, tot de nieuwe hemel en aarde daar zullen zijn. C.S. Lewis omschreef het zo: ‘If we find ourselves with a desire that nothing in this world can satisfy, the most probable explanation is that we were made for another world.’ 

Anders gezegd: Christus kennen in dit leven is goed, naar Christus gaan door de dood is beter, het leven op de nieuwe aarde samen met Christus en de gelovigen is het beste. Niet voor niets roept Gods Woord erop om de dingen te zoeken die boven zijn. Dit betekent meer dan erkennen dat het waar is. We moeten erop gericht zijn, ze waarderen, ze zoeken. De horizon van het christelijk leven overstijgt dit leven en zelfs de dood en kijkt uit naar de wederkomst van Christus. 

Maar hoe kunnen we gericht zijn en blijven op de dingen die boven zijn? Zoals gezegd kan de mens ook na ontvangen genade zo vol zitten met de dingen van de tijd dat hij maar weinig nadenkt over de eeuwigheid. De christen hoort zich door meditatie, oriëntatie en anticipatie te leven als hemelburger. Calvijn riep zijn gemeenteleden telkens op om zich klaar te maken voor de eeuwigheid. Het aardse leven is zo voorbij. Ik denk dat Calvijn gelijk heeft. In de tijd tussen de uitnodiging door de heer Moree en nu, zijn er twee familieleden van kinderen van school overleden, ben ik een week ziek geweest en verwoestte een storm de Filipijnen. De wereld haast zich naar het einde en het menselijk leven is broos. Daarom nogmaals: meditatie, oriëntatie en anticipatie. 

Bijbelse meditatie is niet louter een zaak van het tot rust brengen van lichaam en geest, maar het vullen van het hart met Gods waarheid zodat deze waarheid verankerd komt te liggen. Dit mediteren zal onze houding op het hier en nu gaan bepalen. Dit gaat in tegen onze cultuur. De wereld is luidruchtig, gehaast, gericht op emotie en beleving, mensen hebben steeds kortere aandachtspanne en er is al helemaal geen plaats voor stilte. Maar wij leven midden in deze maatschappij en zijn kinderen van onze tijd. Daarom leg ik deze vraag ook in ons midden: hebben wij weleens twee minuten onafgebroken nagedacht over hoe goed en hoe mooi de hemel zal zijn? 

Gelovigen uit het Oude Testament waren gericht op Jeruzalem. Dat moeten wij ook zijn! Gericht op de tempel in het hemelse Jeruzalem, op de Heere Jezus Christus! Als het kompas van ons hart naar boven is gericht zullen we daar ook eenmaal aankomen in het hemelse Jeruzalem. Want zij die heimwee hebben, komen thuis. 

Naast geregelde meditatie moet we ook een op de hemel georiënteerd leven leiden. Dat wil zeggen toegewijd aan de plek waar de Heere Zijn kinderen wil hebben. Dit wil niet zeggen dat we geen vruchtbaar leven kunnen leiden in deze tijd. Integendeel! Er is een verband tussen hoop voor de toekomst en toewijding in het heden. Dit betekent: ja-zeggen tegen de wereld als Gods eigendom en elke kans om Hem te verheerlijken aan te grijpen. En nee-zeggen tegen de ijdelheden van deze wereld. Zo mogen wij de komende Koning verwachten vanuit de hemel. Als we dat niet doen mogen we het Onze Vader ook niet meer bidden. Want wij kunnen niet bidden: ‘Uw Koninkrijk kome’, als we ook niet willen bidden voor de komst van Gods Koning! 

Net als Wouter uit het begin van de lezing moeten ook wij op de hemel anticiperen, of anders gezegd: we moeten bereid zijn om Koning Jezus te ontmoeten als Hij wederkomt op de olijfberg. De nieuwe wereld zal vol zijn van de kennis van de HEERE als het water dat de zee bedekt (Jes. 11:9). Dat heeft ons ook voor het heden heel veel te zeggen! De Bijbel leert ons dat waar onze schat is, ook ons hart zal zijn. Dat maakt dat wij niet te zeer gehecht mogen zijn aan onze aardse goederen en ze moeten gebruiken ten dienste van onze naaste. En dat geldt ook voor onze intellectuele gaven. We hebben een goed verstand mogen ontvangen van de Heere. Maar dit behelst ook een grote verantwoordelijkheid. Laten we actief zoeken naar hoe wij dienstbaar kunnen zijn voor de opbouw van Gods koninkrijk. 

Maar leven als hemelburger leert ons nog meer. Het geeft ons ook moed als het leven tegenzit. Want ik houd het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. Rom. 8:18 In dit vers wordt aards lijden en hemelse glorie als het ware tegenover elkaar uitgespeeld. Juist in moeilijke omstandigheden moeten wij omhoog kijken! Hoofd omhoog, hart naar boven hier beneden is het niet! Het ware leven, lieven, loven is maar, waar men Jezus ziet. Maar ook het tweede couplet: Jezus, bron dier hemelvreugde, die ons hart eens smaken zal, wat ons ooit op aard’ verheugde, Gij verheugt ons bovenal; daar Gij ons reeds hier bereidt, voor de hemels heerlijkheid, waar w’ U eeuwig lieven, loven; Jezus, trek ons hart naar boven! 

Kortom, het leven als hemelburger geeft ons het ware perspectief op het leven hier en het leven na dit leven. Het leven in de hemel, maar ook op de nieuwe aarde. Jesaja laat ons hier rijke vergezichten over zien: Jes. 65: 17-25: Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen. Maar weest gijlieden vrolijk, en verheugt u tot in der eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want ziet, Ik schep Jeruzalem een verheuging, en haar volk een vrolijkheid. En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der wening, noch de stem des geschreeuws. Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oud man, die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven, honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden. En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en derzelver vrucht eten. Zij zullen niet bouwen, dat het een ander bewone; zij zullen niet planten, dat het een ander ete, want de dagen Mijns volks zullen zijn als de dagen eens booms, en Mijn uitverkorenen zullen het werk hunner handen verslijten. Zij zullen niet tevergeefs arbeiden, noch baren ter verstoring; want zij zijn het zaad der gezegenden des HEEREN, en hun nakomelingen met hen. En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen. De wolf en het lam zullen te zamen weiden, en de leeuw zal stro eten als een rund, en stof zal de spijze der slang zijn; zij zullen geen kwaad doen noch verderven op Mijn gansen heiligen berg, zegt de HEERE. Jes. 65: 17-25 

Maar als de christelijke kerk zo’n glorieuze toekomst wacht, waarom wordt er dan zo weinig naar uitgezien? Dit is een vraag die heel dichtbij komt. Een vraag die ieder voor het aangezicht van God moet beantwoorden. Ik heb er de afgelopen tijd over nagedacht en heb de volgende (mogelijke) oorzaken op een rijtje gezet. 

1. De belangrijkste reden waarom er weinig over na wordt gedacht is dat velen vrezen er nooit te zullen komen. We kunnen het ons haast niet voorstellen dat we ooit op een plaats zullen zijn waar niet alleen geen zonde meer is, maar zelfs geen tijd meer(!) Toch spreekt de Bijbel zeer troostrijk tot hen die geloven in de Heere Jezus Christus. ‘Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Tot een onverderfelijke, en onbevlekkelijke, en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u. Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is, om geopenbaard te worden in den laatsten tijd. 1 Pet. 1:3-5 

Christus Zelf is onze erfenis en wie in Hem gelooft heeft het eeuwige leven. Dat zegt Gods Woord zelf. Laten de Heere aanlopen in het gebed en Hem smeken om de gerechtigheid die van boven komt. Dan zullen ook wij eens lopen op de nieuwe aarde. Dan mogen we net als de pelgrim van Bunyan uitroepen: Leven! Leven! Eeuwig leven! 

2. Een andere reden waarom we zo weinig bezig zijn met de hemel is omdat we er een verkeerd beeld van hebben. Op de Fruytier merk ik vaak dat veel jongeren eigenlijk niet eens naar de hemel willen. Tekenend hiervoor was een uitspraak van een leerling uit havo 5: ‘Ik wil met vriendinnen kunnen shoppen. En dat kan straks niet.’ Weer een ander zei: ‘Ik wil niet de hele dag zingen’. En toch, hoewel de Bijbel niet alles onthult, mogen we er toch over nadenken. Er zal discontinuïteit zijn ten opzichte van deze aarde, er zal geen zonde en geen tijd meer zijn. Maar er zal ook continuïteit zijn, zo zullen er zullen bossen, rivieren, meren en dieren zijn. Wat een toekomst wacht de Kerk! Op de nieuwe aarde zullen we een vol leven leiden, gekleed in nieuwe lichamen in een gezegende gemeenschap. Als je beseft hoe mooi de schepping nog is na de zondeval, wat zal het dan straks zijn?! Hoewel we niet alles van de nieuwe aarde weten, weten we wel dit: leven op de nieuwe aarde zal meer, en zeker niet minder leven zijn zoals we het nu kennen. God gaat de schepping verheerlijken, niet uitdoven. 

3. De derde reden waarom we weinig over de hemel nadenken is omdat we de fragiliteit van het leven maar moeilijk onder ogen kunnen zien. Wij vinden de gedachte van onze sterfelijkheid niet alleen onplezierig, maar zelfs beledigend. Het tast ons aan in onze trots. Het raakt ons in onze zondigheid. Calvijn zei hierover het volgende: ‘Soms raakt deze gedachte ons, als we over een begraafplaats lopen. Maar zodra we die onze rug toekeren, zijn we het alweer vergeten….’ En als ons besef van de dood verdwijnt, verdwijnt daarmee ook ons verlangen naar de hemel. Want de dood is een dun gordijn tussen twee werelden, aldus P.D. Wolfe. 

We mogen niet vergeten dat we elk moment van ons leven van God afhankelijk zijn. God is leven en geeft leven. En net zoals Hij eeuwig leeft (zie Ps. 104) zal de mensheid ook eeuwig leven. Jezus Christus geeft een hoop die de dood verslaat. Wat zeg ik? Die de dood verslagen heeft! Zijn wij geestelijk bereid? Weet onze naaste omgeving dat ook? We moeten onze lendenen omgord hebben, en onze lampen brandende hebben. We moeten gereed staan om af te reizen. 

Pas als we als hemelburger leven, leren we de zondagse erediensten op waarde schatten. In de kerk hebben we, als het goed is, een voorsmaak op de hemel. We stemmen dan letterlijk in met de kerk van alle tijden en plaatsen, dus ook met de Kerk boven! De kerk wordt niet voor niets ook wel een voorportaal van de hemel genoemd. Zien wij zo de zondag? Hoe is onze geestelijke luisterhouding tijdens de preken? Ook het Heilig Avondmaal wijst vooruit naar de nieuwe schepping. En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt. Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods. Mark. 14:24-25 

Leven als een hemelburger. Leven zoals God bedoeld heeft. Maar toch, het hemelleven hier is altijd onvolkomen. De duivel gaat nog rond als een briesende leeuw. Zoekende wie hij mee kan sleuren de eeuwige nacht in. We leven nu in de eindtijd. 

Wat verstaan we onder de eindtijd? 

Onder de eindtijd verstaan we de tijd tussen de hemelvaart van Christus en Zijn glorieuze terugkeer op aarde. Met Christus’ wederkomst op aarde zal de wereldgeschiedenis worden beëindigd en zal de toekomende eeuw aanbreken. De Bijbel roept ons op om waakzaam te zijn. We hebben strijd te voeren tegen geestelijke boosheden in de lucht. De eindtijd is een tijd waarin de liefde zal verkillen en de duivel alles op alles zal zetten om de kerk in het nauw te drijven. Daar heeft hij in Noord-Korea weer heel andere middelen voor dan hier in Nederland. In Noord-Korea is het meer een vernietigende werking, terwijl de duivel in Nederland vooral de christenen probeert af te leiden van de kern. Hierover later meer. 

Maar hoewel er zeker reden tot zorg is, is er wel hoop! Want de poorten van de hel zullen de kerk niet overweldigen. En wat te denken van de beloften voor het volk Israël! Wie wil weten hoe laat het op de wereldklok is, dient te kijken naar het volk Israël, zei eens iemand. 

Misschien vroeg je je af waarom ik zo uitgebreid ben ingegaan op het leven als hemelburger. Dit heb ik gedaan omdat dit ook alles te maken heeft met het leven in de eindtijd. Het raakt ons in onze identiteit. Zijn we van de vader der leugen of zijn we in Christus? De eindtijd mag je niet losmaken van de Bijbelse context en de heilsgeschiedenis. De eindtijd heet eindtijd juist omdat ze eindig is. Het gaat allemaal aan op Gods glorieuze toekomst! 

Omdat ik mij moet beperken wil ik nu verder ingaan op een aantal gevaren waar wij als christelijke jongeren in de eindtijd mee te maken hebben. In de kerk en daarbuiten. 

1. Als er een woord is wat onze huidige samenleving typeert is het anarchisme. De wetteloosheid is enorm. Iedereen leeft er maar op los. Vertrouwde, christelijke kaders zijn verdwenen en de moderne mens maakt zijn eigen normen en waarden. Dit varieert van het niet aangeven van richting op de snelweg als je van baan verwisselt. ‘Ik rijd hier en nu wil ik naar een andere baan, dus ga weg!’ Tot het actief promoten van een tweede liefde, al dan niet via internet geregeld. Je leeft ten slotte maar één keer, aldus de moderne mens. Je laat je toch niet gezeggen door een stel regels uit de oudheid?! En toch. Gods Wet is heilig en goed, temeer omdat we eruit leren hoe God Zelf is. Hij is de God Die ons uit Egypteland, letterlijk het land van de engte, van de zonde, heeft gehaald. Hij is onze Schepper en Zijn wetten zijn heilzaam en goed voor ons. Het is goed om als christenjongere actief te laten zien hoe goed het is om volgens Gods Wet te leven. Maar laten we ook, in navolging van de vroege kerk, onze medestudenten bevragen over hun levensinvulling. Wees oprecht geïnteresseerd, maar vraag ook door. Niet om de ander klem te zetten, maar omdat je bezorgd bent om zijn ziel. Een prachtig voorbeeld heeft mijn vrouw een keer meegemaakt op haar stage. Toen haar toenmalige collega’s hoorden dat ze niet alleen christen was, maar zelfs SGP stemde, wisten ze niet meer hoe ze het hadden. ‘Je ziet er helemaal niet onderdrukt uit!’, riep er één uit. Een prachtig voorbeeld hoe je vanuit de medemenselijkheid de ander nabij kunt komen. Bid of de Heere je de juiste woorden wilt geven, want jij zult waarschijnlijk de enige ‘Bijbel’ zijn die zij ooit zullen lezen. 

2. Een ander gevaar wat ons bedreigt is de rusteloosheid van deze maatschappij. Onze cultuur kent geen geduld. Alles is kort. Gesprekken, reclames, maaltijden, huwelijken, enzovoort. Alles moet je meegemaakt hebben en je mag geen kans laten liggen. Is hard werken dan verkeerd? Nee, dat niet, maar werk je om te leven of leef je om te werken? Bij dit puntje wil ik graag ook nog de social media noemen. Op school zuchten mijn leerlingen als ik dit punt aansnijdt, en ik begrijp dat ook goed. Vaak krijgen ze dan een reprimande van iemand die niet eens het verschil weet tussen Twitter en Facebook. En toch, moet er wel degelijk voor gewaarschuwd worden! Ook hier zit zoveel gejaagdheid achter. Mensen zijn bang om iets te missen. In een continue stroom worden ze overspoeld met informatie waarvan je je kunt afvragen of het zinvol is. En laat ik de vraag ook maar hier in het midden leggen. Hoeveel tijd besteden wij aan emailen, facebooken, etc. en hoeveel tijd brengen wij door met Bijbellezen en bidden? Als de Heere Jezus soms nachten lang bad en de rust zocht om tot Zijn Vader te naderen, heeft dat ons dan niets te zeggen? En mocht je nu tot je schuld moeten belijden dat je zo biddeloos bent. Houd dat dan niet voor jezelf! Vlucht ook daarmee naar de Heere toe en bid om de Geest der genade en der gebeden. 

3. Als derde punt wil ik graag het materialisme noemen. Zoals ik al aangaf gebruikt de duivel in Nederland weer andere middelen om ons van Gods Woord af te leiden dan in Noord-Korea. Waar in Noord-Korea het hebben van een Bijbel levensgevaarlijk is, hebben wij in het rijke Westen Bijbels genoeg. Maar is dit ook terug te zien in het geestelijk leven? Zijn wij niet rijk en verrijkt geworden? Voelen wij ons niet meer onthand als wij onze mobiel vergeten zijn dan onze Bijbel? En echt mensen, materialisme zit in ons aller hart. Ook voor de gereformeerde gezindte is dit een reëel gevaar. Zonder merken en/of zaken te noemen te noemen weet u net zo goed als ik dat onze ‘bladen’ vol staan met dure artikelen en meubels. J.C. Ryle zegt in zijn boek ‘Christen-zijn in de praktijk van alledag’ dat het laatste oordeel openbaar zal maken hoeveel mensen gevallen zijn voor het materialisme. Laten wij onszelf onderzoeken waar we het meest waarde aan hechten, en hier ook actief mee breken. 

4. Een vierde punt waar wij als christelijke jongeren mee te maken kunnen krijgen is het wetticisme. Dit is vooral een gevaar wat de reformatorische kerken dreigt. Met wetticisme bedoel ik dan een godsdienst zonder Christus. Dat kan ontaarden in een godsdienst van regels, maar zonder hart. Kerkgangers kunnen dan heel ‘godsdienstig’ leven, maar het heeft weinig meer te maken met het Bijbelse geloof. Anders gezegd, zo’n mens kent de Heere Jezus niet als Hij terugkomt. Het is een geloof dat bouwt op tradities en gebruiken alleen. Een geloof wat bouwt op het zand. En hoe goed en juist de meeste gebruiken ook zijn en hoe dankbaar we de Heere moeten zijn voor onze traditie, wil ik zeker niet ontkennen. Maar klinkt er een echo in ons hart als ik spreek over Christus en Zijn gang naar deze aarde? Wanneer weet je nu of je een ware christen bent? In het kort: als je niet meer kunt en wilt ontkennen dat je de Heere hebt lief gekregen. Omdat Hij je opzocht en wilde redden uit de geestelijke dood. Laten we onszelf onderzoeken of ons geloof slechts bestaat uit uiterlijke zaken of dat het een geloof is wat ons verbindt met Christus. 

5. Een laatste punt wat ik hier wil noemen is onkunde. Juist omdat velen van ons ‘geleefd worden’, hebben we weinig tijd om de dingen van Gods Woord te onderzoeken. Laten we niet in deze valkuil stappen maar waakzaam zijn! Spurgeon zei het al: trap niet in de vallen van de satan want hij is zo listig! Als HBO/WO studenten hebben we veel gaven gekregen. Laten we deze actief gebruiken om samen Gods Woord en de belijdenisgeschriften te onderzoeken. Zorg goed voor je ziel! Want wat heb je eraan als je de hele wereld zou winnen, maar schade lijden aan je ziel! Praktisch: gooi soms alles gewoon maar aan de kant en pak een goed boek. Ik heb nog wel tips voor je als je dat wilt. Daarom is een studentenvereniging als deze ook zo’n zegen. Om samen na te denken, te zoeken en ook samen te worstelen als we dingen moeilijk vinden. Niet voor niets geeft de Heere ook medereizigers op weg naar die nimmer eindigende eeuwigheid. En hoewel deze zin wat dreigend kan overkomen, zal een ware hemelburger het als muziek in de oren klinken. Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan! 

Tot slot 

Tot slot mogen we wel eindigen met de bekende bede: ‘Geef dat onze zielen niet te vast aan deze aarde kleef, maar alles doet wat U gebiedt en eindelijk eeuwig bij U leef.’ Dat we echt mogen ervaren dat we vreemdelingen en bijwoners zijn. Wie door genade is wedergeboren heeft het steeds meer gehad met de tegenwoordige, boze wereld. Dan wil je niet langer in opstand zijn tegen God, niet meer mee gaan in de uitzichtloosheid. Dan voel je je hier hoe langer hoe meer minder thuis. 

Het christenleven kenmerkt zich door een voortrekkende beweging. Een pelgrimage naar boven. We moeten de wedloop lopen die voor ons ligt, dus geen overtollige bagage meenemen. We zijn op weg naar de eeuwigheid, over gevaarlijk terrein, de Gids bij ons, in gezelschap van medereizigers, met elke week een rustmoment in de kerk. 

De Heere is niet traag met de belofte dat Hij zal wederkomen, maar wil niet dat er enige verloren gaan. Nog er is er genadetijd, ook voor ons. Edwards zei het eens zo: 'De weg naar de hemel, is door nu al hemels te leven. Door een imitatie van hen die in de hemel zijn, in hun heilige genietingen, liefde, adoratie, dienstbaarheid en in het prijzen van God en het Lam.' 

Deze lezing is slechts een aanzet tot overdenking en meditatie. Maar bovenal ook tot een onderzoek van eigen hart ten overstaan van de levende God. Wat zou er veel van ons christelijke jongeren uitgaan als we meer en meer ons richten op het leven na dit leven. Dan zullen we eens met onze eigen ogen zien wat Johannes op Patmos mocht aanschouwen in een visioen: 

En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan. En Die op den troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw. En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet. Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn. Openb. 21:1-7 



Ik heb gezegd.