Doorgaan naar hoofdcontent

Artikel: Met de rug tegen de muur

Iedereen was er over te spreken. Wat een gastvrij land! En alles zo netjes geregeld. Jammer, van die mensenrechten, maar de Winterspelen in Sotsji waren prima voor elkaar! Terwijl de paralympische winterspelen nog bezig zijn, blijkt de Russische regering nog heel andere dingen te kunnen organiseren. 

De Krim 

Een aantal weken geleden werd de Krim zonder bloedvergieten ingenomen. Rusland bleek het gebied vrijwel geruisloos ingenomen te hebben. De internationale gemeenschap stond op haar achterste benen. Dit alles zonder resultaat. Rusland lijkt niet echt onder de indruk van de dreigende sancties en spierballentaal. Wie zou hen wat kunnen maken? Onwillekeurig gaan de gedachten terug naar 2008. In dat jaar viel Rusland het buurland Georgië binnen met groots militair machtsvertoon. De ‘onafhankelijkheid’ van Zuid-Ossetië en Abchazië werd toen afgedwongen. Inmiddels zijn dat marionetstaten van Rusland geworden en hoor je er niemand meer over. Ditzelfde lot staat ook de Krim hoogstwaarschijnlijk te wachten. Het is opmerkelijk dat de bevolking van de Krim het hele gebeuren nog niet zo erg lijkt te vinden. Maar schijn bedriegt. Wie niet voor de Russen is, is tegen ze en men voelt aan dat dit een onbespreekbare optie is. Ondertussen treedt Rusland in eigen pers naar buiten als de ‘redder van de Krim’, die de Oekraïners van haar corrupte en onwettige regering bevrijdt. 

De geschiedenis herhaalt zich 

Deze relatief geweldloze vorm van annexatie doet denken aan het bewind van Hitler, nog voor de Tweede Wereldoorlog losbarstte. Toen werd Oostenrijk weer toegevoegd aan het Arische volk, aldus de nazi’s. Wie de berichten uit die tijd leest, ziet ook hier maar weinig tegenstand. De Oostenrijkers leken toen eieren voor hun geld te hebben gekozen. En hoewel er schande van werd gesproken in de toenmalige wereldpers, is er niet ingegrepen. Een fatale vergissing zo is gebleken, want Duitsland kon op deze manier ongestoord doorgaan met het bewapenen en versterken van haar leger. 

De aard van het probleem 

De aard van het probleem op de Krim is echter niet terug te leiden tot de expansiedrang van Rusland. Dat zou te gemakkelijk zijn. Op de bodem van dit conflict ligt de zonde van de begeerte. Jakobus schreef het al: ‘Van waar komen krijgen en vechterijen onder u? Komen zij niet hiervan, namelijk uit uw wellusten, die in uw leden strijd voeren?’ Deze begeerte heeft al onnoemelijk veel leed veroorzaakt in de wereld. 

Een nachthutje in de komkommerhof 

Ook Israël heeft vaak te maken gehad met oorlogsdreigingen van grote wereldmachten. Zo ook ten tijde van de profeet Jesaja. Deze man Gods stelde zijn profetie te boek in een donkere tijd. Israël was politiek instabiel geworden door het overlijden van koning Uzzia, terwijl er vanuit het oosten verontrustende berichten kwamen. Het agressieve en nietsontziende Assyrische rijk was op weg naar Israël. Te midden van die dreiging kwam de vraag naar de Israëlieten toe: waarop vertrouwt het volk? Op Gods almacht en beschermende hand? Op menselijke strategieën of op profetische beloften van goddelijke genade? Koning Achaz vertrouwde liever op prinsen en zocht hulp bij het heidense Syrië. Deze coalitie viel, zoals voorzegd door Jesaja, in 732 toen Syrië onder de voet werd gelopen. Tien jaar later zou Israël volgen en tenslotte zouden de Israëlieten zelfs verbannen worden uit hun land. De reden van deze ramp? ‘Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israel heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet. Wee het zondige volk, het volk van zware ongerechtigheid, het zaad der boosdoeners, de verdervende kinderen! Zij hebben den HEERE verlaten, zij hebben den Heilige Israëls gelasterd, zij hebben zich vervreemd, wijkende achterwaarts. Jes. 1:3-4’ Wat een pijnlijk beeld gebruikt de Bijbel hier. Een os en een ezel gehoorzamen hun instincten: ze willen eten en weten wie dit zal brengen. De scheiding tussen mens en God gaat echter zo diep dat de mens niet eens meer zijn Schepper herkent. Wij hebben de duisternis liever dan het licht. 

De profeet Jesaja omschrijft de benauwde situatie met een beeld wat iedere Israëliet kende, namelijk dat van een hutje in de wijngaard en een nachthutje in de komkommerhof. In deze kleine schuurtjes konden de boeren en de knechten hun middagmaal gebruiken en als het nodig was overnachten. Je kunt het vergelijken met onze bouwketen. Maar wat is zo’n hutje als alle wijnranken zijn verbrand? Als alles eromheen is vernietigd? Dat broze hutje staat daar onbeschut en onbeschermd. Wat is het dan een wonder dat Jesaja nog mag belijden: ‘Zo niet de HEERE der heirscharen ons nog een weinig overblijfsel had gelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk zijn geworden. Jes. 1:9’ De Heere blijkt ondanks al het oorlogsgeweld toch de trouwe Verbondsgod te zijn die aan Zijn volk gedenkt. Het Assyrische rijk bestaat inmiddels niet meer. Het volk Israël is daarentegen weer terug in haar eigen land. God de Heere regeert. 

De sterkste macht op aarde 

Het broze Israël wat een nachthutje in de komkommerhof werd genoemd, heeft ook ons vandaag iets te zeggen. Uit Jesaja leren we dat deze beelden uit de fysieke wereld afspiegelingen zijn uit de geestelijke wereld. Niet alleen brengt de zonde allerlei ellende teweeg op lichamelijk, economisch en sociaal gebied, maar ook op geestelijk terrein richt zij veel schade aan. De zonde is de sterkste macht op aarde. Het maakt ons weerloos tegen de aanvallen van de satan. Ook wij zijn slechts een nachthutje wat bij de minste weerstand omver ligt. Wie iets van de macht van de zonde heeft leren kennen weet dat er geen kruid tegen gewassen is. De Bijbel raadt ons aan om een sterke Held aan onze zij te roepen. Oekraïne verwacht tevergeefs hulp van de Europese Unie. De Krim verwacht tevergeefs hulp van Rusland. Een bedroefde zondaar die in berouw tot Christus de toevlucht neemt, zal echter nooit tevergeefs verwachten. Christus, Die alles achter liet om op vijandig gebied voor vijanden te sterven, heeft dit heil op Gogoltha verworven. Wie achter Hem mag schuilen vreest voor hel en duivel niet. ‘Want men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst. Jes. 6:9’