Artikel: Wat zegt Gods Woord over het lijden in deze wereld?

Wie om zich heen kijkt in deze wereld, hoeft niet ver te zoeken. Het springt meteen in het oog en het vervult met tranen van verdriet, verwarring of onmacht. Lijden, het is overal. Niet voor niets luidt een bekend spreekwoord: ‘Elk huis heeft zijn kruis, elk hart heeft zijn smart’. Wat zegt Gods Woord over het lijden in deze wereld?

Deze wereld bloed uit duizend wonden
Hoewel de moderne westerse mens er niet graag over nadenkt, is het overal. Lijden. We kunnen raketten laten landen op de planeet Mars, maar het lijden van deze wereld kunnen we niet stoppen. Vragen naar het waarom van het lijden kunnen er zomaar ineens zijn als je een ernstige uitslag van het ziekenhuis krijgt. Of als je van binnen lijkt weg te kwijnen in een depressie en het donker om je heen wordt. Zowel christelijke als niet-christelijke mensen worden met lijden geconfronteerd. De niet-christelijke medemens kan proberen het lijden toe te schrijven aan het lot of aan stom toeval. Een christen kan dat niet. Wij hebben niet met stom toeval, maar met de sprekende Schepper van doen. Met de Heere Die Zich door de Heilige Geest als Vader aan Zijn kinderen openbaart. En zou Vader iets verkeerd kunnen doen? Alleen de Heere weet hoeveel tranen er al gevloeid hebben na de zondeval. Hij heeft ze ook allen in Zijn fles vergaard. 

Lijden doen we samen
In de geschiedenis van de theologie en de filosofie heeft de vraag naar het lijden altijd een belangrijke plek ingenomen. Zeker in de oudheid lag het meer voor de hand om bij de ernst van het ‘memento mori’ te leven. Zo stierven er veel vrouwen in het kraambed en lag de levensverwachting veel lager dan nu. Omdat de maatschappij van toen openlijker met het lijden werd geconfronteerd, verlangde het een antwoord op het waarom van het lijden. De antwoorden die geformuleerd werden, waren veelal net zo divers als het lijden wat mensen kan treffen. Sommige filosofen zochten het antwoord in de mens zelf. De stoïcijnen gaven bijvoorbeeld aan dat je bij confrontatie met lijden en verdriet, er innerlijk niet door geraakt moest worden. Andere stromingen dachten meer aan een vorm van noodlot, waarbij het kwaad geen doel heeft, maar gewoon plaatsvindt. Vragen naar het waarom van het lijden, zouden dan ook onzinnig zijn. Of moderner (en platter!) geformuleerd: Laat de moed niet zakken, want na regen komt zonneschijn. Kortom: tal van goedbedoelde adviezen, maar mensen blijken slechte vertroosters. Vaak is het raadzaam om bij onbevattelijk leed, net als de vrienden van Job, maar te zwijgen. Dat zegt namelijk meer dan duizend woorden. 

Toch zien we in onze Nederlandse maatschappij een sterke tegenbeweging ontstaan. Waar in het naoorlogse Nederland het lijden vaak zo ver mogelijk werd weggestopt, zien we in onze tijd een andere houding ontstaan. Als we het leed niet weg kunnen stoppen, dan moeten we het maar ‘controleerbaar’ maken. Foto’s en video’s van een ernstig ongeluk moeten daarom direct verspreid worden en bij een ernstig misdrijf wordt er vaak dezelfde dag nog een stille tocht georganiseerd. Niet langer het negeren van het lijden of het zwijgen van de vrienden van Job, maar het overschreeuwen lijkt de nieuwe trend geworden. 

Onverdiende genade
De vraag naar de oorsprong van het lijden is voor de mensheid niet verborgen. In het paradijs is de mens als beelddrager van God diep gevallen. Met de gevolgen van deze val worden we iedere dag opnieuw geconfronteerd. Alles wat we buiten Gods toorn ontvangen is louter genade. Wie dat naar waarheid beleeft, zal niet snel zijn vuisten ballen naar de hemel, maar eerder zijn schuld belijden. Voor wie nog een rechthebbend mens is, zal deze waarheid maar moeilijk te verteren zijn. 

Een medelijdende Hogepriester
De Heere kan in Zijn wijsheid iets toelaten, wat Hij in Zijn almacht kan verhoeden. Dat kan ons voor moeilijke vragen stellen. Waarom vragen mogen gesteld worden. Als ons hart overloopt met verdriet mogen we dit voor de genadetroon leeggieten. Net zoals Asaf is Psalm 73 deed. Ook hij begreep eerst weinig van de wegen die de Heere met hem ging. Dat deed Asaf niet bij de Heere vandaan gaan, maar bracht hem in de tempel. Naar de plek waar hij de Heere in Woord en Geest kon ontmoeten. Dat brengt Asaf tenslotte tot die heerlijk belijdenis: Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde! Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid. Ps. 73:25-26

Ook de Heiland Zelf heeft het eens aan het kruis van Gogoltha uitgeroepen: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten! Mat. 27:46 Het verzoenend lijden en sterven aan het kruis vormde het dieptepunt van Christus’ lijden. Verlaten door de Vader hing de Heere Jezus tussen hemel en aarde. Een gesloten hemel en een vijandige aarde. De duivel dacht van Christus af te zijn, maar dat was een misrekening. De Heere Jezus moest lijden om een volk vrij te kopen wat niet naar Hem had gevraagd. Genade zo oneindig groot. De Heere Jezus weet als geen ander wat het is om te lijden. Altijd maar die scheve blikken in de synagoge. Die achterklap: ‘Hij is het kind van een toenmalig ongetrouwde moeder.’ Gewantrouwd door Zijn broers. Gehaat door de godsdienst. Onbegrepen door Zijn discipelen. Geliefd om Zijn wonderen, verlaten om Zijn prediking. Geen steen om Zijn hoofd neer te leggen. Dat was de weg die de Heere Jezus ging. Hij de Hogepriester Die medelijden kan hebben, is ook vandaag het enige Adres waar de mensheid heen kan vluchten. Die wetenschap droogt tranen. Zijn nabijheid doet bij tijd en wijle zingen door de tranen heen. Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register? Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is. In God zal ik het woord prijzen; in den HEERE zal ik het woord prijzen. Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen? O God! op mij zijn Uw geloften; ik zal U dankzeggingen vergelden; Want Gij hebt mijn ziel gered van den dood; ook niet mijn voeten van aanstoot, om voor Gods aangezicht te wandelen in het licht der levenden? Ps. 56:9-14