Doorgaan naar hoofdcontent

ManVandaag: Adam, afl. 4

Licht in de duisternis
In blinde paniek rennen ze voort. Weg voor de alomtegenwoordige Schepper. Ze verstoppen zich in de bosjes. Droevig. Zondig. Herkenbaar. Hoor, daar spreekt de Verbondsgod: ‘Adam, waar zijt gij?’ Het is dezelfde vraag die elke zondag vanaf de kansel klinkt. Wie innerlijk geroepen wordt door deze liefdevolle stem capituleert. Die gaat buigen, roepen en zal vinden.

Wat is het verband?

God roept ter verantwoording
Lees Genesis 3:9-24

Adam en Manninne hebben van de verboden vrucht gegeten. Hun ogen werden geopend en ze zagen dat zij naakt waren. Een nieuw en akelig gevoel kwam hun leven binnen: schaamte. Terwijl ze nog bezig zijn de gevolgen van de zonden weg te poetsen horen ze plots de stem van de HEERE God (Gen. 3:8). Snel verstoppen Adam en Manninne zich voor Hem. Maar dan gaat God roepen: ‘Waar zijt gij?’ (Gen. 3:9b). Op dit machtswoord komt de bevende Adam tevoorschijn. Hij belijdt dat hij angstig en naakt is. Een droevig pleidooi volgt. Adam probeert de schuld op Manninne af te schuiven. Ook vergeet hij niet er fijntjes bij te vermelden dat God hem die vrouw gegeven had. Onenigheid, ruzie en zelfhandhaving zijn sindsdien schering en inslag op deze aarde.

TOEPASSING – Adam gaf zijn vrouw Manninne de schuld. Als hoofd van zijn gezin had hij in het stof moeten buigen voor de Heere. Geestelijk gezien laat hij zijn bruid in de steek. Welke Bruidegom zal Zijn bruid nooit in de steek laten? Wat leert ons dit over de juiste christelijke houding tussen man en vrouw?

Wat staat er?

Het Evangelie van Genesis 3
Wat is de mens diep van God gevallen! De gevolgen bleven niet uit. Sinds de zondeval verbergt de mens zich van nature voor God. Ook deed de geestelijke, lichamelijke en eeuwige dood haar intrede. Toch klinkt te midden van dit verdrietige gedeelte het Evangelie heerlijk door! De HEERE besluit geen nieuwe aarde te scheppen. Ook vernietigt Hij Adam en Manninne niet. Hij is rechtvaardig, maar ook barmhartig en genadig. Want daar klinkt luid en duidelijk de moederbelofte: ‘En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar Zaad; Datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult Het de verzenen vermorzelen’ (Gen. 3:15) Wat zal er omgegaan zijn in het hart van onze voorouders? 

Ook besluit God de eerste mensen uit de hof van Eden te sturen (Gen. 3:23). Dit is naast een straf ook de redding van de mensheid geweest. Als Adam of Manninne van de boom des levens gegeten hadden, waren ze eeuwig zondig geworden. Voor die fout wil de Heere hen genadig behoeden.

TOEPASSING – De HEERE heeft genadig willen voorkomen dat Adam en Manninne voor eeuwig zondig zouden zijn. Dit betekende dat Hij Zijn enige Zoon moest opofferen. Hoe kan het dan dat de mens van nature slecht denkt over de HEERE?!

Wat betekent dit?

God zoekt de zondaar op
Nog steeds zoekt de Heere zondaren op. ‘Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve’ (Ezech. 33:11a). Zowel de Vader als de Zoon roepen de schepping toe: ‘Waar zijt gij?’ Hierin is Christus dus sprekend Zijn Vader en Zijn Vader sprekend. ‘Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering’ (Luk. 5:32). En wie van Christus’ vruchten plukt en eet zal tot in der eeuwigheid niet meer hongeren. ‘En zij zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn’ (Openb. 22:4).

TOEPASSING – De mens vlucht van nature voor God. Toch zoekt Hij zondaren op. Heeft Gods zondaarszoekende liefde uw hart al eens doen smelten?