Doorgaan naar hoofdcontent

Lezing: Ziet, de Bruidegom komt, Depositum Custodi

 
Geacht bestuur, beste leden van Depositum Custodi,

Hartelijk dank voor uw uitnodiging om samen na te denken over wat het betekent dat de Bruidegom, de Heere Jezus terugkomt naar deze aarde. Graag wil ik van deze gelegenheid ook gebruik maken om u een compliment te geven voor het gekozen jaarthema: 'Het hart van het Christendom: Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven'. Ik kan me geen mooier jaarthema voorstellen!

Tegelijk moet ik toegeven dat ik enige schroom voelde toen mijn oud-leerling, uw abactis, met het verzoek kwam om een lezing te geven over de wederkomst van Christus. Want wie is tot daartoe bekwaam? Wie kan de schoonheid van Christus en het gewicht van Zijn wederkomst in woorden uitdrukken, laat staan op waarde schatten? Een lezing over de Persoon van Christus en over Zijn wederkomst moet daarom per definitie een doxologie, een eerbetuiging, een lofprijzing zijn. Moge de Heere ook deze lezing tot meerder eer en glorie van Zijn heilige Naam willen gebruiken.
 
Van het bestuur heb ik, namens de vereniging, een drietal vragen gekregen ter voorbereiding op deze lezing. De vragen luiden als volgt:
 
1. Beïnvloedt de wederkomstverwachting de wijze waarop het vreemdelingschap op aarde wordt beleefd?
2. Hoe kunnen wij in het leven van elke dag Christus verwachten?
3. Wat zegt de Bijbel over het eeuwige leven met Christus?
 
Om recht te doen aan uw vragen heb ik besloten om ze één voor één langs te lopen. Omdat over alle drie de vragen een aparte lezing gemaakt zou kunnen worden en de tijd beperkt is, heb ik keuzes moeten maken. Daarnaast wil ik op voorhand melden dat ik bij de derde vraag ‘Wat zegt de Bijbel over het eeuwige leven met Christus?’ wat langer hoop stil te staan.
 
1. Beïnvloedt de wederkomstverwachting de wijze waarop het vreemdelingschap op aarde wordt beleefd?
Ik zou deze vraag met een volmondig ‘ja!’ willen beantwoorden. Iemands wederkomstverwachting beïnvloedt in grote mate de wijze waarop het vreemdelingschap op aarde wordt beleefd. Sterker nog, zonder het verwachten van de wederkomst van Christus kan een mens geen vreemdeling zijn in de Bijbelse zin van het woord. Iemand die de scheidbrief aan de wereld heeft gegeven, maar zich vervolgens niet richt op de wederkomst is als een losgeslagen schip zonder koers. Toch is het praktijk in het leven van veel christenen dat ze maar weinig naar de wederkomst uitzien. Hoewel dit gegeven ons tot schade en schande is, hoeft het ons niet te verrassen. De indrukwekkende gelijkenis van de Heere Jezus in Mattheüs 25 laat dit duidelijk zien. In dit hoofdstuk staat de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze maagden opgetekend. De dwaze maagden zijn naamchristenen. De wijze maagden zijn zij die Christus hebben leren kennen als hun Zaligmaker. Zij zien het leven als een tijd van voorbereiding op de eeuwigheid. Het leven is voor hen geen doel, maar een weg, geen thuis, maar een pelgrimstocht (Ryle, 1993). Maar het is schokkend te lezen dat beide groepen in slaap zijn gevallen! Deze ernstige gelijkenis roept onbekeerde mensen toe: ‘ontwaakt!’ en tot bekeerde mensen: ‘waakt!’.
 
Het lijkt me goed om op dit punt in de lezing kort stil te staan bij de redenen waarom de wederkomstverwachting en het daarbij horende vreemdelingschap afwezig kan zijn. Ik noem er hier zes:
 
Ten eerste, omdat wij van nature vijanden van God zijn. Niemand zit te wachten op de komst van de vijand. Pas als wij door het geloof in Christus met God verzoend zijn, zal in ons hart het verlangen naar de wederkomst kunnen groeien. Dan gaan wij de wereld verzaken en de toekomende stad zoeken (Hebr. 13:14).
 
Ten tweede, omdat wij ons van nature thuis voelen op deze aarde. We voelen ons hier als een vis in het water. Dat dit dan smerig water is, maakt ons niets uit. We zijn vreemd aan het vreemdelingschap waar de Bijbel ons toe oproept en waar Gods volk, als ze op hun plek zijn, ons in voorgaat.
 
We voelen ons dus op ons gemak hier op aarde. Ook dit is vanuit Gods Woord te verklaren. We voelen ons thuis op deze aarde omdat we letterlijk uit deze aarde komen(!) De Heere heeft ons uit het stof van deze aarde gemaakt (Gen. 3:19). Het is dus logisch dat wij ons hier thuis voelen (Murray, 2001). Echter, er is een verschil. Waar de aarde eerst vol was met ware kennis, gerechtigheid en heiligheid, is de schepping nu aan de ijdelheid onderworpen en leeft de mens in opstand tegen God. Dat wij ons thuis voelen op deze aarde is dus te begrijpen, maar valt niet goed te praten.
 
Ten derde, omdat wij van nature de schepping gebruiken tot bevrediging van onze eigen verlangens. Daarom hebben we geen behoefte aan het vreemdelingschap. We hebben het hier best! Zeker voor rijke westerse christenen is dit een grote verleiding.
 
Ten vierde, de drukte van alledag kan ons afleiden van waar het werkelijk om gaat. Velen leven niet, maar bestaan slechts. Ze worden geregeerd door hun agenda. Ze zijn bezorgd om van alles en nog wat, maar niet om het ene nodige. Maar met bezorgd te zijn kunnen wij geen centimeter aan onze lengte toedoen en daarom worden wij opgeroepen om eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid te zoeken (Mat. 6:33).
 
Ten vijfde, de wederkomstverwachting en het bijbehorende vreemdelingschap kan afwezig zijn omdat wij bang zijn. We zijn bang voor de grote kosmische verandering die er zal komen als Koning Jezus terugkomt naar deze aarde. We zijn zo gehecht aan deze aarde en kunnen ons niet voorstellen dat deze wereld en alles wat erop is eens voorbij zal gaan. Dat eens de Dom van Utrecht, de studentenvereniging Depositum Custodi, ja zelfs ons kerkgebouw er niet meer zullen zijn. Kijkt u vanavond eens om u heen als u over Utrecht Centraal station loopt en bedenk dan: één bazuinstoot en aan dit alles komt een einde. Vergeet uzelf dan ook niet de vraag te stellen: Wordt het warm in mijn hart als ik aan de wederkomst van Christus denk, of juist heet onder mijn voeten?
 
Ten zesde, wij hebben vaak moeite om ons leven als vreemdeling op deze aarde te leven omdat wij geen helder beeld hebben van de wereld die komen gaat. Nu weten we wat we hebben, maar hoe zal het straks zijn? Misschien leeft bij velen diep in het hart de gedachte dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde misschien wel een achteruitgang zullen betekenen.
 
Hoewel er meer redenen zijn waarom wij van nature, en soms ook na ontvangen genade, maar zo weinig verlangen naar wederkomst, wil ik het hierbij laten. Het moge duidelijk zijn dat ons gebrek aan het verlangen naar de wederkomst van Christus de Heere oneer aan doet en dat wij hierdoor onnodig schade lijden aan onze ziel.
 
Dit gezegd hebbende rijst de vraag: hoe dan wel? Hoe kunnen wij als vreemdelingen onze tijd hier uitkopen? Hoe kunnen wij in het leven van elke dag Christus verwachten?

2. Hoe kunnen wij in het leven van elke dag Christus verwachten?
Bij de voorbereiding op deze lezing heb ik lang nagedacht over hoe ik op deze tweede vraag zou ingaan. Ergens voelde ik de neiging om direct allerlei praktische tips te gaan geven over hoe wij Christus in het leven van elke dag kunnen verwachten. Echter, we moeten een laag dieper en waken voor activisme. Bovendien heb ik tijdens de bestudering van Gods Woord een ontdekking gedaan die ik graag met u wil delen.
 
Zoals we bij de eerste vraag hebben gehoord, zijn wij mensen van nature teveel gehecht aan deze aarde en verlangen wij niet naar de wederkomst van Christus. Maar hoe kunnen wij nu in het leven van elke dag Christus verwachten? Op dagen dat wij niet mogen luisteren naar een lezing op Depositum Custodi, maar zitten te blokken voor onze examens? Op dagen dat drukte en stress onze levens lijken te beheersen? Op dagen als er verdriet, moeite of rouw ons leven binnendringt? Op dagen dat we ons ver weg gezondigd hebben van de Bron van alle goed?
 
Tijdens de voorbereidingen op deze lezing trof het me hoeveel de Heere hierover in Zijn Woord tegen ons zegt. De Heere weet wat van Zijn maaksel zij te wachten. Hij weet dat wij, ook na ontvangen genade, te weinig als een hemelburger leven. Daarom heeft Hij Zelf, met eerbied gesproken, maatregelen getroffen. Dat was voor mij een grote ontdekking! Wij moeten we Christus’ komst verwachten, maar de Heere wil ons hierbij helpen. Ik noem hier een aantal manieren waarop de Heere zorg draagt voor een hemelgericht leven van Zijn kinderen:
 
Zo hebben wij de Bijbel gekregen waarin voortdurend aandacht wordt gegeven aan de glorieuze wederkomst van Christus. Dit zal de grootste zichtbare gebeurtenis zijn sinds de schepping van de kosmos (Ferguson, 2015). Wie u ook bent en waar u zich op dat moment ook bevindt, u zult Hem zien. Wij moeten geestelijk voorbereid zijn op Zijn wederkomst. Daarom heeft God ons Zijn Woord gegeven, met daarin onder andere de gelijkenis van de vijf dwaze en de vijf wijze maagden.
 
Daarnaast heeft de Heere ook de zondagse eredienst ingesteld. Op deze dag denken wij niet alleen terug aan de opstanding van Christus, maar kijken wij ook vooruit naar de eeuwige sabbat die komen gaat (Hebr. 4:9). Pas als we als vreemdeling op deze aarde leven, leren we de zondagse erediensten op waarde schatten. De kerk wordt daarom ook wel het voorportaal van de hemel genoemd (Wolfe, 2011).
 
Het is tijdens de zondagse erediensten dat de sacramenten te midden van de gemeente bediend worden. Zowel de Heilige Doop als het Heilig Avondmaal wijzen onder andere heen naar de wederkomst van Christus. De Heilige Doop doet dit vooral door te wijzen naar de opstanding van Christus. Telkens als er iemand gedoopt wordt, mag de gemeente terug denken aan Christus’ opstanding, bidden om de geestelijke opstanding van de dopeling, maar ook uitzien naar de opstanding van het aardse lichaam.
 
Naast de Heilige Doop heeft de Heere ook het sacrament van het Heilig Avondmaal gegeven. Aan het Heilig Avondmaal kan de tere en liefdevolle gemeenschap met de Heere zo innig beleefd worden. Echter, elke keer weer wordt de tafel des Heeren gesloten. Maar er komt een dag dat de Bruidegom terug zal komen en dat het bruiloftsfeest tot in alle eeuwigheid zal doorgaan! Tot die tijd dient elke viering van het Heilig Avondmaal ervoor om Christus uit de hemelen te verwachten (Van Ruitenburg, 2009).
 
De Heere gebruikt dus de zondagse erediensten en de sacramenten om de mensen te wijzen op het Koninkrijk wat komen gaat. Naast deze twee zaken is er nog een wonderlijk gegeven wat de Schrift ons leert als het gaat om wat God doet om een mens voor te bereiden op de komst van Christus.
 
Wie door het geloof in Christus met God de Vader verbonden wordt, krijgt namelijk de inwoning van de Heilige Geest in het hart. Het is deze Heilige Geest Die ons steeds meer gelijkvormig gaat maken aan Christus. Dit noemen wij de heiligmaking, letterlijk de ‘heel-making’. Naarmate de Heilige Geest de gelovige steeds meer gelijkvormig maakt aan Christus, zal diegene zich steeds minder thuis gaan voelen op deze aarde.
 
Het antwoord op de vraag hoe wij Christus in het leven van elke dag kunnen verwachten luidt dus: Wij verwachten Christus in het leven van elke dag door de inwerking van de Heilige Geest. Daarnaast dienen wij de genademiddelen te gebruiken, want daarin en daardoor wil de Heere het eeuwige leven op de nieuwe aarde voor de ogen van het geloof uittekenen.

Dit gezegd hebbende wil ik toch graag nog wat praktische handvatten geven. Ik wil kort een vijftal praktische handvatten meegeven ter overdenking, over hoe wij Christus moeten verwachten in het leven van alledag:
 
Ten eerste, besef dat het verwachten van Christus’ komst en het vervullen van onze aardse taak elkaar niet uit- maar insluiten. In de tijd dat wij hier op aarde zijn worden wij opgeroepen om op een christelijke wijze onze plicht te vervullen (Ryle, 1993). Anders gezegd, om te bidden en te werken. Ik krijg nog wel eens de vraag van middelbare scholieren naar mij toe: ‘Maar je kunt toch niet de hele dag Bijbellezen en bidden? Je moet toch ook naar school en naar je werk?!’ Deze vraag is begrijpelijk, maar de aanname erachter klopt niet. Juist in het werk wat wij van de Heere hebben gekregen en daarom dus ook een goddelijk beroep is, dienen wij de Heere en vervullen wij onze christelijke plicht. Het besef dat wij God kunnen dienen op de plek waar Hij ons gesteld heeft maakt ons geen kluizenaars, maar tijdbetrokken vreemdelingen die zoeken te leven vanuit de ethiek van het Koninkrijk van God (Hamilton, 2015). Daarom kan het verwachten van Christus uit de hemel prima samengaan met een vruchtbaar leven in deze maatschappij.
 
Ten tweede, lees naast de Bijbel goede literatuur. Wij zijn gezegend met vele bronnen die ons, soms na enkele muisklikken, ter beschikking staan. Neem hier ook de tijd voor! Schakel uw mobiel op vaste tijden uit. Wen uzelf eraan om niet alleen voor uw lichaam, maar ook voor uw ziel te zorgen. Want wat hebben wij eraan als we de gehele wereld winnen, maar schade lijden aan onze ziel (Mat. 16:26)?
 
Ten derde, let op wat voor gezelschap u opzoekt. Mensen kunnen voor ons een ladder naar de hemel of een anker naar de hel zijn (Luther). U bent gezegend als u christelijke vrienden, of misschien wel een christelijke levensgezel, hebt gevonden (Joppe, 2009). Ik was een aantal maanden geleden aanwezig op de Banner of Truth Trust Youth Conference in Leicester, Engeland. Daar heb ik met veel christelijke jongeren gesproken. Een gesprek herinner ik me nog als de dag van gisteren. Het was een gesprek met Ruben, een vriendelijke jongen van 17 jaar. Ik zat bij hem aan tafel en vroeg hem wat hij zoal deed in het dagelijks leven. Ruben vertelde dat hij uit een kleine kerk van 30 man kwam en dat er verder geen jongeren van zijn leeftijd bij hem in de gemeente zaten. Ook op zijn school en op zijn bijbaan waren er geen andere christenen. Ruben vertelde dat hij veel bad om een christelijke vriend waarmee hij over het geloof zou kunnen praten, maar ook gewoon om allerlei activiteiten mee te ondernemen. Hij voegde er haastig aan toe dat hij ervan overtuigd was dat de Heere niets verkeerd doet, maar dat hij hoopte dat zijn gebed om een vriend verhoord zou worden. Ik vond het een leerzaam gesprek en zou u als advies mee willen geven: wees zuinig op uw vriendschappen. We hebben elkaar nodig, zeker in deze tijd.
 
Ten vierde, let op uw levenshouding. Hoeveel Nederlanders lijden er niet aan FoMo, ofwel aan Fear of Missing Out? Een fenomeen wat zich niet alleen tot social media beperkt. Veel landgenoten zijn bang dat het leven ‘te kort is’ om alles meegemaakt te hebben. Men probeert krampachtig alles uit dit leven te halen en laat tenslotte teleurgesteld het hoofd hangen. Gods Woord heeft hier een antwoord op en leert ons dat de mens niet is geschapen om maar 70, 80 of 90 jaar te leven. Wij zijn gemaakt om eeuwig te leven (Pred. 3:11). Met Christus’ wederkomst komt een wereld van ongelimiteerde rijkdom en schoonheid (Donnelly, 2009). Wie door het geloof in Christus met God verzoend is, leert van de Heilige Geest dat hij of zij op weg is naar deze komende wereld. Dit geeft een leven met meer rust dan het jagen van de wereld om alles aan deze kant van het graf meegemaakt te hebben. Zo’n levenshouding nodigt uit om bevraagd te worden door buitenstaanders.
 
Ten vijfde, wees elke dag bereid om deze aarde te verlaten en Christus te ontmoeten. Het besef dat Gods kinderen eens oog in oog zullen staan met de levende Christus, haalt voor hen de angel uit de dood. Of zoals iemand eens zei: ‘Het leven is mij Christus, het sterven is mij méér Christus!’. Is sterven dan niet meer eng? Ja, de dood blijft de laatste vijand en kan ook Gods kinderen benauwd maken. Maar hoe eng de dood ook is en hoe moeilijk het loslaten van geliefden ook kan zijn, waar Christus is, daar is de christen het liefst.
 
U kent vast de volgende uitspraak wel: ‘Bij het sterven kunnen we niets meenemen’. Dit zeggen we weleens als waarschuwing om niet aardsgezind te leven. Toch zit er ook troost in. Met de dood kunnen we niets meenemen, maar we hoeven ook niets mee te nemen. Alles wat we nodig hebben om eeuwig op de nieuwe aarde te leven heeft de Heere Jezus, met eerbied gesproken, al voor ons klaargelegd.

3. Wat zegt de Bijbel over het eeuwige leven met Christus?
Gods Woord openbaart ons zaken die het natuurlijke oog (nog) niet kan zien (1 Kor. 2:9-10). Dit gezegd hebbende blijft staan dat deze vraag niet eenvoudig is. Er zijn zoveel Schriftgegevens die op het eeuwige leven met Christus ingaan dat we onmogelijk alles kunnen bespreken. We zullen dus keuzes moeten maken. Daarom wil ik met u nadenken over de vraag waarom de Bijbel zo sterk benadrukt dat het eeuwige leven met Christus geleefd zal worden en over de vraag waar dit leven zich zal afspelen. Graag wil ik met de laatste vraag beginnen, namelijk waar dit leven zich af zal spelen.
 
De Heilige Geest vertelt ons bij monde van de apostel Petrus waar de wereldgeschiedenis op uitloopt: ‘Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont (2 Pet. 3:13)’. Het gaat God in Zijn heilsplan om de gehele schepping, om de gehele kosmos, en niet alleen om Zijn uitverkorenen (Hoek, 2004; Murray, 2009). Zowel de mens als de gehele schepping liggen onder de vloek van de zonde en dienen ook beide verlost te worden.
 
Want wat is het toch waar: hier beneden is het niet (meer). Toch zal het, Gode zij dank, niet zo blijven. Het offer van Christus heeft zowel de uitverkorenen als de gehele kosmos vrijgekocht. Er zal een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen (Jes. 65:17; Motyer, 1993). De grens tussen de zondeloze plek waar God woont en de nieuwe aarde zal voorgoed opgeheven worden. Vandaar dat de Bijbel spreekt over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde als een plek waar Gods kinderen de Heere mogen verheerlijken (Van Kooten, 2008). Op de nieuwe aarde zullen de gelovigen tot in alle eeuwigheid de heerlijkheid en de goedheid van God mogen genieten (Böhl, 2004).
 
Nu is de aarde nog tot in haar wortels door de zonde aangetast. Hierdoor is zij ongeschikt om de uitverkorenen met hun nieuwe lichamen en het Hoofd van de Kerk, Christus, te herbergen. Daarom moet de aarde gelouterd worden. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dit heel treffend in artikel 37 over het laatste oordeel: ‘deze oude wereld in vuur en vlam stellende om haar te zuiveren’. En als deze huidige aarde, zelfs na de zondeval, nog zo mooi is, wat zal dan de nieuwe aarde wel niet zijn?!
 
Het is hierbij goed om te beseffen dat deze kosmische herschepping meer zal zijn dan een terugkeer naar het begin. De oorspronkelijke goedheid van het paradijs zal terugkomen, maar de nieuwe schepping zal om een aantal redenen de oude overtreffen. Zo zal er geen mogelijkheid meer zijn om een nieuwe zondeval te krijgen. Ook de satan zal voorgoed verdwenen zijn (Moore, 2011).
 
Verder zal de kennis van God heerlijker zijn dan die in het paradijs. Adam en Eva wisten niet van vergevende genade, al beseften ze heel goed dat de Heere hen uit liefde geschapen had (Hoek, 2004). Hoewel Adam en Eva in het paradijs volmaakt waren, zal de mensheid op de nieuwe aarde een nog veel grotere heerlijkheid bezitten. Dit blijkt voornamelijk uit het nieuwe lichaam wat ze zullen krijgen. Het opstandingslichaam van de gelovigen zal gelijkvormig zijn aan dat van Christus (Fil. 3:21). Dit betekent zowel continuïteit als discontinuïteit. Er zal continuïteit zijn voor wat betreft hun identiteit. De persoon die hier op aarde eens is begraven, is ook de persoon die eens zal opstaan in een nieuw lichaam (Jones, 2015).
 
Toch zal er ook discontinuïteit zijn voor wat betreft de eigenschappen van het lichaam dat de gelovigen zullen krijgen. Het zal, net als nu, een echt lichaam van vlees en bloed zijn. Echter, het lichaam zal niet verouderen en sterven. Het zal een geestelijk lichaam zijn (1 Kor. 15). Dat is een lichaam wat gevuld zal zijn met en geleid zal worden door de Heilige Geest (Murray, 2001). Dit lichaam zal geschikt zijn om de eeuwige zegen op de nieuwe aarde te ontvangen. Dit is een van de diepste geheimen van het christendom!
 
Op deze nieuwe aarde zal er worden geleefd tot eer van God. Maar dat dient ook al op deze aarde te gebeuren. ‘Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods’ (1 Kor. 10:31). Laat het ons gebed zijn om door kracht van de Heilige Geest iets van de liefde van Christus uit te mogen stralen naar de wereld om ons heen. Of dit nu thuis, in de kerk of op de faculteit is. Op die manier breken er al lichtstralen van de hemelse glorie door in de levens van onze naasten. Totdat straks voorgoed de Zonne der gerechtigheid zal terugkomen op de wolken des hemels.
 
Samengevat hebben we dus gezien dat het eeuwige leven met Christus zal plaatsvinden op de nieuwe aarde waar de gelovigen een verheerlijkt opstandingslichaam zullen ontvangen. Het primaire doel zal de eer van God zijn die hier op aarde in het leven van Gods kinderen reeds doorbreekt.
 
De tweede vraag waar ik met u over na wil denken is de vraag waarom het eeuwige leven met Christus geleefd zal worden.
 
Als wij de Bijbel nauwkeurig lezen valt het op dat de hemel in het Nieuwe Testament vooral beschreven wordt als de plek waar we met Christus samen zullen zijn (Donnelly, 2009). Dit is ook Christus’ bede tot Zijn Vader in het hogepriesterlijk gebed. ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld’ (Joh. 17:24).

Het daarom ook niet verwonderlijk dat het Nieuwe Testament nergens spreekt over christenen die naar ‘de hemel gaan’, maar in plaats daarvan spreekt over gelovigen die naar Christus gaan (Fil. 1:23). De hemel is een synoniem voor Gods glorie en wordt daarom ook gekoppeld aan Christus in Wie Gods glorie ten volle is geopenbaard (Donnelly, 2009). Toch zijn er meer redenen te noemen waarom het eeuwige leven aan de Persoon van Christus verbonden kan worden. Ik noem hier vier redenen:
 
Ten eerste, het is Christus Die de gelovigen naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde brengt. Als Hij niet plaatsvervangend gestorven was, bleef het eeuwige leven op de nieuwe aarde voorgoed onbereikbaar voor ons. Sterfelijke en zondige mensen, zoals wij zijn, zouden direct vernietigd worden als we daar onveranderd binnenkwamen. Daarom kunnen wij niet zonder het offer van Christus naar de hemel (Baxter, 1842).

Ten tweede, het is Christus Die de uitverkorenen voorbereidt op de het eeuwige leven met Hem. Dit doet Christus door de werkingen van de Heilige Geest. Door Christus’ rechtvaardigheid hebben Gods kinderen toegang tot de hemel en ze zijn er door Christus’ heiligheid ook geschikt voor gemaakt. De hemel is dus een toebereide plek voor toebereide mensen. Jonathan Edwards wijst in dit verband op Henoch. Hij wandelde met God en hij was niet meer, want God nam hem weg. Zijn leven was zo hemelsgezind, dat zijn overgang niet eens zo groot was. Hij was er door Gods Geest klaar voor gemaakt (Edwards, 1989).

Ten derde, het is de blijvende voorspraak van Christus bij de Vader Die Zijn Kerk in standhoudt. Zonder Christus’ gebed zouden wij geen moment in het rechte spoor gaan (Joh. 10:28, 17:9, Rom. 8:34). Al mag de satan ons ziften als de tarwe, de grote Bruidegom brengt Zijn bruid thuis!

Ten vierde, Christus wordt gekoppeld aan het eeuwige leven omdat Gods volk Hem daar voor het eerst duidelijk zal zien. Nu al zijn Gods kinderen leden van Zijn lichaam (Ef. 5:30). Toch hebben ze Hem nog niet eerder gezien van aangezicht tot aangezicht (1 Pet. 1:8). Straks, in het eeuwige leven met Christus zullen ze Zijn gezicht mogen zien en een blik werpen op Zijn weergaloze schoonheid. Ziet, de Bruidegom komt. Hij wil Zijn Kerk zien. Willen wij Hem ook zien? Als we Hem zien, zullen we overweldigd worden met liefde, verwondering en aanbidding (Donnelly, 2009). Pas in het eeuwige leven zullen we volmaakt zien wie Hij is en wat Hij heeft gedaan voor zondige mensen. Hoe Hij verhoogd is, wat een liefde er brandt in Zijn hart, Zijn gangen door de (kerk)geschiedenis heen, enzovoort. Ja, zelfs God de Vader in Zijn wijsheid, rechtvaardigheid, genade, liefde, goedheid en macht zullen wij zien schitteren in Christus als we oog in oog met Hem zullen staan (Owen, 2004). Het is deze grote liefde en schoonheid van Christus die onze koude harten kan verwarmen en ons bij tijd en wijlen hemelsgezind kan maken (Sibbes, 2011).
 
Samuel Rutherford gebruikt in dit verband het beeld van een bruid die naar haar trouwdag verlangt. Waar zou ze nu het meeste naar verlangen? Naar de bloemen? Naar de gasten? Niets van dat alles. De bruid verlangt het meest naar de bruidegom. Zo is het ook met de gelovigen. Hoewel de heerlijkheid van de nieuwe aarde geweldig zal zijn, verlangen zij er vooral naar om het blijde gezicht van de Bruidegom te zien (Rutherford, 2006).
 
In de hemel zal Gods volk dus Christus zien. Dit roept de vraag op wat dit wil zeggen in relatie tot God de Vader. God is immers Geest en dus onzichtbaar (Joh. 4:24, 1 Tim. 1:17). Thomas Boston spreekt hierover in de Viervoudige Staat als hij stelt dat de gelovigen God niet met lichamelijke ogen zullen aanschouwen, maar met de ogen van het verstand. Zij zullen gezegend worden met de meest duidelijke kennis van God voor zover een mens dit vatten kan (Boston, 2014). Toch zullen wij met onze ogen, zoals wij die nu ook bezitten, eens Christus mogen aanschouwen op de nieuwe aarde. In Hem en door Hem zullen wij de Drie-enige God mogen bewonderen. Hier op aarde was het Christus Die de meest duidelijke openbaring van God de Vader gaf en dat zal Hij in de hemel blijven doen (Joh. 14:9).
 
Samengevat kunnen wij dus zeggen dat Christus mensen naar de hemel brengt door Zijn plaatsvervangend offer. Hij bereidt de gelovigen hierop voor door Zijn Heilige Geest en door Zijn voorbidding. Eenmaal in de hemel en op de nieuwe aarde mogen zij de schoonheid van Christus bewonderen en bejubelen. De hemel en de nieuwe aarde zullen dus draaien om de Persoon van Christus.
 
Tot slot wil ik nog kort stilstaan bij wat de Bijbel ons vertelt over het eeuwige leven met Christus en dan specifiek bij wat dit voor ons als mensen betekent.
 
Uit 1 Johannes 3:2 blijkt duidelijk dat wij nu nog niet kunnen weten wat er met ons zal gaan gebeuren. ‘Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen’ (1 Joh. 3:2a). De volle dimensie van het leven op de nieuwe aarde is dus nog niet aan ons geopenbaard. Het feit dat er bijvoorbeeld geen tijd meer zal zijn is iets wat wij cognitief niet eens kunnen bevatten. Toch is er, te midden van de incompleetheid van kennis, één heerlijke waarheid waar we zeker van kunnen zijn. Dit staat in het tweede gedeelte van 1 Johannes 3:2: ‘Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is’. Gods volk, hoewel bekeerd op verschillende momenten in de wereldgeschiedenis, zullen op die heerlijke dag van Christus’ wederkomst aan Hem gelijkvormig worden. Dit geldt zowel hun zielen als hun lichamen.

De zielen van de gelovigen zullen vernieuwd worden bij hun dood en anders bij de wederkomst van Christus (Shorter Catechism Q&A 37, Hebr. 12:22-24). Dit moet ook wel, want de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen plaatsen zijn waar niets in mag gaan wat verontreinigd is (Openb. 21:27). Gods volk zal dus eens volmaakt de Heere kunnen dienen. Wat een wonder! Eindelijk zullen ze heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde (Ef. 1:4). Dit houdt in dat zij geen zonde meer doen en ook geen schuld meer hebben.
 
Verlangt u ook zo naar dat moment dat u niet meer kunt zondigen? Dat u nooit meer de Heere en uw naaste pijn kunt doen? Hoewel wij misschien voor veel uitbrekende zonden bewaard worden, huist er nu een verschrikkelijk beest in ons aller hart. We zijn verworden tot in het diepst van ons bestaan. Egoïstisch, onrein, ongeduldig, oneerlijk, onbetrouwbaar. Zomaar wat woorden die de mens na Genesis 3 beschrijven. Deze verdorvenheid besmeurt zelfs onze heiligste verrichtingen. Want hoe vaak lezen we de Bijbel niet onbewogen, bidden we te weinig voor hen die Christus niet kennen, zijn we jaloers op zegeningen die de Heere aan een ander gaf en niet aan ons, enzovoort. Wat kleeft de zonde ons toch aan! Gods volk mag weten dat de Heere hun zonden heeft vergeven. Maar toch, hun oude mens doet hen zo’n pijn. Zij leren met Paulus bidden: ‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?’ (Rom. 7:24).
 
Tot op de nieuwe aarde. Dan zal het stoppen. Dan zullen we geen van Gods geboden meer breken. Nooit meer onze Zaligmaker pijn doen. Nooit meer om vergeving hoeven te smeken. Dan mag Gods volk de Heere dienen en liefhebben met een zondeloos hart!

Zoals gezegd zullen Gods kinderen naar ziel en lichaam aan Christus gelijk gemaakt worden. Bij Christus’ wederkomst zullen de gestorven heiligen opstaan en een verheerlijkt, geestelijk lichaam krijgen. Dit geestelijke lichaam zal onsterfelijk zijn en vrij van alle gevolgen van de zonde die wij nu nog in ons omdragen. Hier op aarde wordt een gestorven lichaam naar de groeve der vertering gebracht. Het wordt gezaaid in oneer. Wie dit van dichtbij heeft meegemaakt, weet waarover ik spreek. Dit lichaam zal echter worden opgewekt in eer en met een schoonheid die het eerder niet had.

Op de nieuwe aarde zullen we met dit verheerlijkte lichaam God mogen dienen. Nu moeten we werken in het zweet des aanschijns. Daar zullen we God met nieuwe fysieke krachten en energie mogen dienen. Hier op aarde weet zelfs de jongste en gezondste niet wat echte levenskracht is. Hier hinderen onze lichamen ons om ongestoord God te dienen. We kunnen daarom niet bevatten wat een welzijn wij zullen kennen op de nieuwe aarde en wat een kracht we zullen hebben om de schepping te regeren!

Het regeren van de schepping is in het paradijs als taak aan de mensheid gegeven. Dit zal op de nieuwe aarde niet anders zijn. Wij blijven als rentmeesters verantwoordelijk voor Gods schepping. De nieuwe aarde is geen, zoals velen denken, eeuwigdurende vakantie. Nee, we zijn geroepen om de schepping te onderwerpen en te bewerken tot Gods eer. Dat zal op de nieuwe aarde niet anders zijn (Crossway, 2008; Van Kooten, 2008).
 
Het is dus geen eeuwig nietsdoen, maar een eeuwig dienstdoen (Hoek, 2004). Het Bijbelboek Openbaring zegt hierover het volgende: ‘Zijn dienstknechten zullen Hem dienen. Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel’ (22:3, 7:15). Het Griekse woord voor dienen, betekent in deze context vooral vereren en aanbidden. Deze verering van de Heere zal Gods volk meer kennis geven over God. Door de eeuwigheid heen zullen ze nieuwe aspecten ontdekken van Zijn oneindige majesteit, heiligheid, macht, genade en schoonheid (Donnelly, 2009). Toch moeten we deze aanbidding niet beperken tot het bezingen en bestuderen van Gods schoonheid. Gods kinderen zullen, zoals gezegd, ook de aarde blijven bewerken (Hoekema, 1972). Maar de rede, de intellectuele nieuwsgierigheid, het verbeeldingsvermogen, de hang naar esthetiek, de heilige affecties en de hang naar sociale gemeenschap met anderen, zullen op de nieuwe aarde ten volle bevredigd worden, aldus A.A. Hodge (1980). Het is daarom goed te beseffen dat het leven op de nieuwe aarde, in de diepste zin van het woord, niet minder, maar juist meer leven zal zijn (Wolfe, 2011)!
 
Het is hierbij goed om op te merken dat de Bijbel dus niet meegaat in het doorgeslagen individualisme van deze tijd. Gods Woord spreekt over het leven op de nieuwe aarde als een gemeenschapsleven. Zo spreekt ze over de heilige stad en over het bruiloftsmaal van het Lam (Openb. 21:2, Heb. 12:28, Openb. 19:9). Op aarde zijn Gods kinderen in de minderheid, daar zullen ze een schare zijn die niemand tellen kan! Er zullen christenen zijn uit elke eeuw, nationaliteit en cultuur. En elke gelovige zal zijn of haar eigen verhaal hebben over Gods grote genade voor zondaren. Het zal ook een schare zijn die één is. Er zullen geen theologische disputen meer zijn of kerkelijke ruzies. Het gebed van de Heere Jezus dat Zijn kinderen één moeten zijn zal dan voorgoed verhoord worden (Joh. 17:21). Het zal ook een aangename schare zijn. Want daar zullen alle karakters een Christusgelijkvormige schoonheid bezitten (Donnelly, 2009). Op de nieuwe aarde zullen we voor eeuwig overweldigd worden met pure en ware liefde voor God en de naaste (Ambrosius, 1984). Daar zal God weer kunnen zeggen: ‘Zie, het is zeer goed’. Hij zal het werk van Zijn handen mogen zien en daardoor verheugd worden (Jes. 53:11). Dat kunnen Gods kinderen zich nu nauwelijks voorstellen. Zo vaak vallen ze zichzelf tegen. Zo vaak zijn ze beschaamd om hun zonden en tekortkomingen. Ze zien zichzelf niet als beminnenswaardig en snappen niet dat Christus hen liefheeft. Maar ze zullen naar lichaam en ziel veranderd worden en voor eeuwig zijn zoals God hen graag ziet. Wat een toekomst!
 
Tot slot
Tot slot wil ik graag eindigen met de gelijkenis waarmee we begonnen zijn. Namelijk van de vijf wijze en vijf dwaze maagden. Zoals wij hier vanavond bijeen zijn behoren we tot een van deze groepen. Allen worden wij welgemeend genodigd tot het bruiloftsfeest. Hebben wij al olie in onze lampen? ‘Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal’ (Mat. 25:13). Op die dag zal de deur van de bruiloftszaal dichtgaan. Afgrijselijk voor hen die buiten zijn. Gelukzalig voor hen die binnen zijn. Op die dag zal de deur zal gesloten worden tegen de vurige pijlen van de satan, tegen de zwakheid van het vlees, tegen de boze wereld, tegen de vrees en de twijfels die nu hun pad zo vaak verduisteren, tegen tekorten en afdwalingen, tegen koudheid en doodsheid. Tegen dat alles zal de deur gesloten worden (Ryle, 1993).
 
Gods kinderen komen dan eindelijk thuis! Het zal mooier, heerlijker en geweldiger zijn dan dat ze ooit hadden kunnen denken. Dan zullen ze Hem zien gelijk Hij is. Jezus Christus Die gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid Dezelfde is (Hebr. 13:8).
 
Nog even en dan zal de bazuin klinken. Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! En die gereed waren, gingen met Hem in tot de bruiloft (Mat. 25:6,10a). Zult u daarbij zijn?

 
Ik heb gezegd.



 
Bibliografie
Ambrosius, I. (1984). Het zien op Jezus, Een gezicht van het eeuwig Evangelie of van de zielsogen op Jezus. Houten: Den Hertog.
Baxter, R. (1842). The saints' everlasting rest. Glasgow: Blackie & Son.
Böhl, E. (2004). Dogmatik. Bonn; Hamburg: VKW/RVB.
Boston, T. (2014). De menselijke natuur in haar viervoudige staat. Houten: Den Hertog.
Crossway. (2008). ESV study Bible : English Standard Version. Wheaton: Crossway.
Donnelly, E. (2009). Biblical teaching on the doctrines of heaven and hell. Edinburgh: The Banner of Truth Trust.
Edwards, J. (1989). The works of Jonathan Edwards. Ethical writings Vol. 8. New Haven: Yale University Press.
Ferguson, S. B., Thomas, D.W.H. (2015). Ichthus : Jesus Christ, God's Son, the Saviour. Edinburgh: The Banner of Truth Trust.
Hamilton, I. (2015). The Faith-shaped Life. Edinburgh: The Banner of Truth Trust.
Hodge, A. A. (1980). Evangelical Theology. Edinburgh: The Banner of Truth Trust.
Hoek, J. (2004). Hoop op God. Eschatologische verwachting. Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum.
Hoekema, A. A. (1972). The Bible and the Future. Grand Rapids: Eerdmans.
Jones, M. (2015). Knowing Christ. Edinburgh: The Banner of Truth Trust.
Joppe, J. (2009). Vriendschap. Houten: Den Hertog.
Moore, R. D. (2011). Tempted and Tried, Temptation and the triumph of Christ. Wheaton: Crossway.
Motyer, J. A. (1993). The Prophecy of Isaiah. Leicester: Inter-Varsity Press.
Murray, J. (2001). Collected writings of John Murray, Professor of Systematic Theology, Westminster Theological Seminary, Philadelphia, Pennsylvania, 1937-1966 2, Select lectures in systematic theology. Edinburgh: Banner of Truth Trust.
Murray, J. (2009). Redemption, Accomplished and Applied. Edinburgh: The Banner of Truth Trust.
Owen, J. (2004). Meditations on the Glory of Christ. His Office and Grace. Fearn: Christian Heritage.
Rutherford, S. (2006). Letters of Samuel Rutherford : with a sketch of his life and biographical notes of his correspondents by the Rev. Andrew A. Bonar, D.D. Edinburgh: Banner of Truth Trust.
Ryle, J. C. (1993). Verwacht U Hem? Leven in de verwachting van de wederkomst van Christus. Leiden: Groen.
Sibbes, R. (2011). The love of Christ. Expository sermons on verses from Song of Solomon chapters 4-6. Edinburgh: The Banner of Truth Trust.
Van Kooten, R. (2008). Aan Zijn voeten : onderwijs en verdieping in de geloofsleer. Heerenveen: Groen.
Van Ruitenburg, P. (2009). Naar de hemel : leven na de dood in 52 bijbeloverdenkingen. Houten: Den Hertog.
Wolfe, P. D. (2011). Setting our sights on heaven : why it's hard and why it's worth it. Edinburgh; Carlisle, Pa.: The Banner of Truth Trust.