Doorgaan naar hoofdcontent

ManVandaag: Abram, afl. 2

Gods beloften zijn vast en zeker
Alles wat de HEERE ooit beloofd heeft zal bestaan. Hier kan ook Abraham van getuigen. De baarmoeder van zijn vrouw werd geopend, het beloofde land werd hem geschonken en de Heere Zelf stond in voor zijn veiligheid. Dit laatste heeft Abram door schade en schande moeten leren.

Wat is het verband?

Een pijnlijk contrast
Lees Genesis 12

De eerste 11 hoofdstukken van Genesis laten een pijnlijk contrast zien tussen de trouw van God en de ontrouw van de mens. Toch blussen de zondeval, de eerste doodslag, de boosheid van de mens, de zonde van Noach en de torenbouw van Babel, Gods liefde niet uit. Totaal onverdiend blijft de Schepper naar Zijn schepping omzien. Uit soevereine genade zoekt de HEERE Abram op. Hij moet al zijn zekerheden verlaten en op weg gaan naar het land dat de HEERE hem zal wijzen. In Genesis 12 lezen we dat Abram in geloofsgehoorzaamheid op weg gaat. 

TOEPASSING – Ondanks de zonde en schuld van de mens heeft God Zijn Zoon naar deze wereld gezonden om te lijden en te sterven voor zondaren. Dit werd al in de moederbelofte beloofd. Sinds die tijd zijn al Gods beloften uitgekomen. De belofte van Christus’ wederkomst staat nog uit. Is die belofte u tot troost of tot schrik? Waarom?

Wat staat er?

Het geloof beproefd
De HEERE belooft Abram dat in hem alle geslachten van deze aarde gezegend zullen worden. Na deze belofte verzamelt Abram zijn vrouw, neef, slaven en overige bezittingen en vertrekt uit Haran. Na een lange reis vestigt Abram zich in Sichem. Hier verschijnt de HEERE voor het eerst aan de aartsvader en vertelt hem dat dit het land is wat zijn nageslacht zal bezitten. Als antwoord op deze rijke belofte bouwt Abram de HEERE een altaar. Na deze ontmoeting wordt het geloof van Abram op de proef gesteld. Een zware hongersnood breekt uit. Noodgedwongen moeten Abram en zijn familie uitwijken naar Egypte. Maar voordat hij daar aankomt breekt er bij Abram paniek uit. Wat als de Egyptenaren de schoonheid van Sarai zien en hem doden? In plaats van op God te vertrouwen (vers 3) neemt Abram zelf veiligheidsmaatregelen. Sarai moet maar zeggen dat Abram haar broer is. In die tijd was het gebruikelijk om aan de vader of aan de broer toestemming te vragen om met een dochter of zus te trouwen. Wellicht dat Abram zich voorgenomen heeft om die verzoeken vervolgens te weigeren. Dan gaat het vreselijk mis. Niemand minder dan de farao laat Sarai weghalen bij Abram. Abram blijft berooid achter. Toch doet zijn zonde Gods belofte niet teniet en Sarai wordt teruggebracht bij Abram.

TOEPASSING – In Genesis 12:1-3 staat vijf keer het Hebreeuwse werkwoord voor zegenen. Gods zegen komt in het Oude Testament onder andere tot uitdrukking in een lang leven, voorspoed, goede oogsten en de kinderzegen. Toch kent het Oude Testament een nog grotere zegen, namelijk een leven in de nabijheid van God (Lev. 26:11-12). Verlangen wij ook naar deze zegen of nemen wij genoegen met enkel materiële voorspoed?

Wat betekent dit?

Het geloof beproefd
In deze geschiedenis staan een drietal lessen. Ten eerste, dat het ware geloof altijd beproefd wordt. De HEERE oefent Zijn kinderen en leert ze op Zijn beloften te vertrouwen. Ten tweede, dat veiligheid niet de afwezigheid van gevaar betekent, maar de aanwezigheid van God. Was het fout dat Abram zich zorgen om Sarai maakte? Nee. Wat wel fout was, was dat Abram niet met zijn zorgen naar de HEERE vluchtte. Hiermee bracht hij niet alleen zichzelf en Sarai in gevaar, maar ook de farao en zijn familie. Dit is de derde les, de zonde brengt niet alleen onze eigen ziel in gevaar, maar kan ook onze naaste schade berokkenen. 

TOEPASSING – Zowel het geloofsvertrouwen als de zonden van Abram worden in de Bijbel vermeld. Tegen de achtergrond van Abrams veelbewogen leven schittert de trouw van de HEERE. Heeft deze trouw uw hart weleens doen zingen?