Meditatie: Filippenzen 2:5-11

Op dit moment bevinden wij ons in de ‘lijdensweken’ en denken wij onder andere terug aan de vernederingen die Christus moest ondergaan. Daarom wil ik graag een gedeelte lezen uit Gods Woord waar hier over gesproken wordt, namelijk Filippenzen 2:5-11. 

In vers 8 lezen wij dat Christus Zichzelf vernederd heeft en dat Hij gehoorzaam is geweest tot in de dood. Nooit heeft zich iemand meer vernederd dan Christus, omdat niemand van zo’n hoge afkomst is als Hij. Christus verliet de gemeenschap van de Vader in de hemel om naar de aarde af te dalen. Dit deed Hij uit liefde en geheel vrijwillig. Deze bereidheid van Jezus om Zichzelf te vernederen, terwijl Hij dat niet hoefde te doen, is iets wat wij onszelf en onze leerlingen niet genoeg kunnen voorhouden. Deze waarheid moet ons in aanbidding op de knieën krijgen (vers 10). 

Op aarde heeft Christus vreselijk geleden. Vanaf het begin van Zijn leven tot in het graf. Hij Die de hemel en de aarde niet kan bevatten, werd neergelegd in een kribbe. Hij moest drinken bij zijn moeder, die Hij Zelf het leven gaf. Jezus steunde naar Zijn mensheid op Zijn ouders, terwijl Zijn ouders naar lichaam en ziel van Hem afhankelijk waren. De Koning der koningen, de Heere der Heere had geen koning en koningin als aardse ouders, maar een eenvoudige timmerman en zijn vrouw. Tijdens Zijn jonge jaren moest hij naar anderen luisteren in de synagoge, terwijl Hij zelf de grote Leermeester was! Wat een vernedering.

Hij kende grote aardse armoede. De Heere Jezus zegt hierover het volgende: ‘De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge (Mat. 8:20)’. De vogels in de lucht en de beesten van het veld waren rijker dan Hem. Wat een vernedering! Maar dit is nog niet alles. Zijn eigen halfbroers geloofden lange tijd niet in hem (Joh. 7:5). Van Zijn discipelen verraadde Judas Hem met een kus en Petrus met een vloek. Zijn eigen landgenoten wilden Hem meerderenmalen doden. En dat terwijl ze zoveel bewijs hadden dat Hij de Messias was. De Heilige Geest was in de vorm van een duif op Hem nedergedaald, de Stem van de Vader had dit bevestigd, Jezus’ woorden en daden, alles riep uit: Ik ben gekomen, Ik ben de Messias, om u te redden!

Maar nee, Hij werd een vraat en wijnzuiper genoemd (Mat. 11:19), Zijn wonderen zouden door de satan gewerkt zijn en de joden hadden liever dat een moordenaar werd vrijgelaten in plaats van de Vredevorst (Jes. 9:6). Jezus werd onterecht veroordeeld door valse getuigen en een bevooroordeelde Annas en Kajafas. En hoewel het Sanhedrin helemaal niet ’s nachts mocht vergaderen, maakten ze voor Jezus graag een uitzondering op hun wettische regel. Hij werd geslagen en in het gezicht gespuugd. Wat een vernedering! 

Hij had dorst, terwijl Hij al het water op aarde heeft geschapen. Hij was te zwaar gewond om Zijn kruis te dragen, terwijl Hij de aarde in Zijn hand houd. Op het kruis werd Hij vreselijk uitgescholden en vernederd. De omstanders riepen: ‘Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israëls is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven (Mat. 27:42)’. Wat een vernedering! Op het moment dat Jezus anderen wilde redden ten koste van Zijn eigen leven, werd Hij bespot omdat Hij de zaligheid naar deze wereld bracht. Wat heeft God toch bewogen om Zijn eigen lieve Zoon aan het kruis te hangen, en dat voor zondaren zoals wij?! Er valt nog veel meer te zeggen over Christus Die zichzelf wilde vernederen aan het kruis. Ik wil het echter hierbij laten en tot slot nog twee lessen meegeven aan mijzelf en aan u. Misschien kunt u deze doorgeven aan de leerlingen of de mensen om u heen. Ten eerste, de Bijbel roept ons op om de gerechtigheid die in Christus Jezus is te zoeken. En ten tweede, een leven uit de volheid van Christus is ook een leven van vernedering. Maar net als bij Christus zal onze vernedering eens verandert worden in verheerlijking op de nieuwe aarde. Mag er op die grote dag niemand van ons gemist worden.

Zingen: Ps. 68:5