Doorgaan naar hoofdcontent

ManVandaag: Abram, afl. 8

Een zoon gered, dé Zoon geofferd
Nadat de donkere wolken van oordeel over Sódom en Gomórra getrokken zijn, vallen de lichtstralen van zegen over het leven van Abraham en Sara. Izak wordt geboren. Uit hem zal een talrijk volk voortkomen en eenmaal ook de Messias. Dan komt er een onverwachte beproeving. Abraham moet zijn eniggeboren zoon meenemen, doden en verbranden als offer. 

Wat is het verband?

Een bewogen tijd
Lees Genesis 22:1-19

Abraham heeft een bewogen tijd achter de rug. De hel is als het ware leeg geregend over Sódom en Gomórra. Geschokt ziet Abraham de dikke rookpluimen omhoog kringelen. Lots schoonzonen komen in de vuurregen om. Zijn vrouw verandert in een zoutpilaar. Toch schittert ook hier Gods trouw. Lot en zijn dochters ontkomen. Al snel vergeten de dochters Gods toorn over seksuele zonden en bedrijven een vreselijk kwaad met hun vader (Gen. 20:30-38). Ook Abraham vervalt in de aanloop naar de vervulling van Gods belofte nogmaals in zonden. Door zijn schuld neemt Abimélech Sara weg, maar de Heere brengt haar weer thuis. Dan wordt Izak geboren. Zijn naam betekent ‘hij lacht’. Wat zullen Abraham en Sara dankbaar geweest zijn!

TOEPASSING – Sódom en Gomórra waren steden die zichzelf overgaven aan seksuele immoraliteit en onnatuurlijke begeerten (Jud. 7). Dit blijkt ook uit het schokkende feit dat jonge en oude mannen zich wilden vergrijpen aan de gasten van Lot. Diens jonge dochters laten ze links liggen. Ook in Nederland wordt het zevende gebod met voeten getreden. Hoe bereidt u uw kinderen, als de Heere u die gegeven heeft, voor op een leven in zo’n land?

Wat staat er?

Het geloof beproefd
Na de geboorte van Izak spreekt God opnieuw tot Abraham. Hij moet zijn lieveling, de zoon van zijn vreugde naar het land van Moria brengen en hem daar als een brandoffer offeren. Wat moet er door Abrahams hoofd gegaan zijn? Abraham gehoorzaamt, maar is wel van streek. Zo staat hij de andere dag vroeg op, zadelt zijn ezel, roept twee dienstknechten en gaat dan pas hout kappen. Deze volgorde is wat vreemd. Dan vertrekt de groep richting Moria. Drie lange dagreizen. Abraham had alle tijd om terug te keren, maar hij deed het niet. Zijn geloofsgehoorzaamheid is groot. Aangekomen bij de berg Moria beveelt Abraham zijn dienstknechten om bij de ezel te blijven. Misschien wilde hij niet dat ze hem zouden tegenhouden. Abraham en Izak klimmen samen verder. Dan verbreekt Izak het stilzwijgen. Liefdevol klinkt het: ‘Mijn vader’. Abraham antwoordt: ‘Mijn zoon’. Izak vraagt waar het lam voor het brandoffer is. Abraham antwoordt dat God Zelf in een lam zal voorzien. Deze woorden zijn een uiting van geloof, een profetie en een gebed in één. Ook blijkt uit dit gedeelte het geloof van Izak. Abraham was geen partij geweest voor de jonge, sterke Izak. Toch laat deze zich gewillig vastbinden en op het altaar leggen. Eens zou de meerdere Izak Zich vrijwillig laten vastspijkeren op het vloekhout van Golgotha. Het is om deze reden dat Izak niet geofferd hoeft te worden en hij met zijn vader weer veilig terugkeert bij Sara. 

TOEPASSING – ‘Soms geeft de Heere ons een opdracht, waartegen alle uiterlijke zaken opkomen. De enige remedie is dan om de zaak bij de Heere te brengen en te smeken of Hij wegen wil openen’ (Calvijn). Waarom zou de Heere een opdracht geven die voor de mens onmogelijk lijkt? Wat heeft dit met Exodus 20:5 te maken? 

Wat betekent dit?

Een Zoon geofferd
In Genesis 22:1 staat dat God Abraham op de proef wilde stellen. Net als Job, had Abraham hier geen weet van. In de Bijbel is er een verschil tussen beproeven en verzoeken. De Heere beproeft Zijn kinderen om zo hun geloof te oefenen. De duivel verzoekt mensen om hen te laten zondigen (Mat. 4). Genesis 22 leert dat de mens dwars door alles heen op God moet blijven vertrouwen. Abraham kan van deze waarheid getuigen (Hebr. 11:17-19)! De Heere blijkt geen wrede God. Eens zal Hij als de hemelse Vader Zijn eniggeboren Zoon offeren op de kruisheuvel Golgotha. Opdat een ieder die in dit Lam gelooft, niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft. 

TOEPASSING – De Heere oefent Zijn volk door de beproevingen heen. De duivel echter wil de mens vernietigen door ze te verzoeken. Kent u tijden van beproevingen en verzoekingen? Hoe weet u het verschil hiertussen? Op Wie of wat vertrouwt in deze moeilijke momenten?