Doorgaan naar hoofdcontent

Lutherkring, avond 1

 
 
Tijdens de vorige bijeenkomst is de Bostonkring afgesloten met een lezing van kand. R.J. Jansen over de ware Godsverheerlijking. Dit seizoen hopen wij ons te gaan verdiepen in de Verklaring van de brief aan de Galaten door dr. M. Luther. Deze eerste kringavond zal in het teken staan van de persoon van Luther, het doel van de Galatenbrief en van de Verklaring van de Galatenbrief door Luther.

Wie was Maarten Luther?
Maarten Luther werd op 10 november 1483 geboren in Eisleben. De dag erna werd hij gedoopt in de Sint Petrus en Pauluskerk in Eisleben. Hij werd vernoemd naar Martinus van Tours, de ‘dagheilige’ van 11 november. In deze kleine Thüringse stad zou hij drieënzestig jaar later, in 1546, sterven.

Een jaar na zijn geboorte besloot de familie naar Mansfeld te verhuizen. Daar bezocht Luther de Latijnse school. Hier leerde hij Latijn, schrijven, zingen en een klein beetje rekenen.[1] Hoewel Luther geen al te beste herinneringen aan deze Latijnse school had, legde zij wel een solide basis waarop hij nog vaak zou terugvallen. In 1497 werd hij naar de school van de ‘Broeders des gemene levens’ in Maagdenburg gestuurd. Wat Luther hier precies heeft geleerd en wat hij hiervan vond is niet bekend.

Het beeld wordt duidelijker als hij het jaar erop naar Eisenach vertrekt. Naar eigen zeggen komen zijn gelukkigste jeugdherinneringen uit deze tijd.[2] Hier verdiende Luther de kost door met een jongenskoor al zingend door de straten te gaan. Al op vroege leeftijd bleek Luther een voorliefde voor zang en muziek te hebben. Zijn herinneringen aan deze tijd zijn ongetwijfeld gestempeld door het feit dat hij in Eisenach niet langer in een internaat hoefde te wonen. Luther werd in huis genomen door Ursula Cotta. Deze vrouw kwam uit een gegoede en intellectueel hoogstaande familie. De levenswijsheid die Luther in dit gezin heeft opgedaan, kwam hem later goed van pas.

In 1501 werd Luther als student ingeschreven bij de universiteit van Erfurt. Hoewel de universiteit van Leipzig dichterbij lag, werd toch gekozen voor de universiteit van Erfurt omdat deze een betere wetenschappelijke reputatie genoot. Op deze universiteit zou hij leren discussiëren en argumenteren. Hier blonk de jonge Luther zo in uit, dat hij de bijnaam ‘de filosoof’ kreeg. 

Hoewel Luther in deze tijd nog niet serieus bezig was met het christelijk geloof, had hij wel grote angst voor de dood. Dit bleek duidelijk uit een ongeluk wat Luther overkwam in deze periode. Tijdens een voetreis in de buurt van Erfurt verwondde hij zich per ongeluk met zijn degen. Hij stootte dit wapen, wat wel meer rijke studenten droegen, in zijn been en raakte daarbij een slagader. Een arts uit Erfurt kon hem ternauwernood redden. Luthers reactie op dit ongeluk laat zijn latente angst voor de dood goed zien. Een angst die hem kort daarop zou doen besluiten het klooster in te gaan. Toch was er op 7 januari 1505 toen hij de magistergraad verwierf, nog niets in het leven van Luther waaruit bleek dat hij een grote rol in het koninkrijk van God zou krijgen.

Dit veranderde toen de jonge academicus met de studie rechten wilde beginnen. Luther had, om onbekende redenen, midden in het semester een extra vakantie genomen. Hij was op de terugweg van deze vakantie naar Erfurt, toen hij bij Stotternheim door zwaar onweer overvallen werd. De bliksem sloeg dicht naast hem in, waardoor hij door de luchtdruk weggeslingerd werd. Om zijn vege lijf te redden, riep hij de heilige Anna (de moeder van Maria) aan en beloofde het klooster in te gaan als zij hem zou redden.

Twee jaar na zijn toetreden tot het klooster werd Luther op 3 april 1507 tot priester gewijd. Na zijn studie theologie werd hij naar de universiteit van Wittenberg gestuurd om daar les te gaan geven. In 1510-11 bezocht hij Rome voor zaken en in 1512 werd hij doctor in de theologie en professor Bijbelse studies in Wittenberg.[3] Na een lange geestelijke strijd kwam Luther erachter wat de ware aard van Gods rechtvaardigheid is. Hij ontdekte vanuit Romeinen 1:17 dat een mens niet door goede werken, maar alleen door het geloof in Christus behouden wordt. Het is in deze tijd dat hij de volgende woorden sprak: ‘Alle goede dingen zijn verborgen in het kruis en onder het kruis. Daarom moeten we niet proberen ze te verstaan, dan alleen onder het kruis. Ik arm, petieterig schepsel, vind niets in de Schrift, dan Christus en Die gekruisigd. Want Jezus Christus Zelf is alle goed, dat in de Schrift aan de rechtvaardigen wordt toegekend, zoals blijdschap, hoop, heerlijkheid, kracht, wijsheid. Maar Hij is een gekruisigde Christus. Daarom kunnen alleen zij zich in Hem verheugen, die op Hem vertrouwen en Hem liefhebben door zichzelf te wantrouwen en hun eigen naam te haten’.[4] 

De ontdekking dat God het behoud van de zondaar op het oog heeft, heeft Luther voorgoed veranderd. Vanaf deze tijd wordt hij een felle bestrijder van alle theologie die alleen op menselijke tradities is gebaseerd.[5] Dit wil overigens niet zeggen dat Luther harteloos was. Dat blijkt duidelijk uit een preek over gerechtigheid die hij in 1519 hield: ‘Und so ziehen sie die Gestalten ihrer Gerechtigkeit aus und die Gestalten jener Menschen an, bitten für ihre Verfolger, segnen jene, von denen sie verflucht werden, tun Gutes denen, die ihnen schaden, und sind bereit, für ihre eigenen Feinde Strafen zu leiden und genugzutum, auf dass sie selig würden. Das ist das Evangelium und das Beispiel und Vorbild Christi’.[6]

Luthers ontdekking kreeg grote bekendheid door de 95 stellingen die hij aan de Slotkapel van Wittenberg zou hebben gespijkerd.[7] Luthers doel met deze stellingen was duidelijk. Hij wilde de gedachte achter de aflaten aanvallen, omdat deze een ‘goedkope genade’ voorstonden. Daarnaast valt Luther ook het materialisme in de kerk aan. De ware schat van de kerk is het Evangelie, aldus Luther.

In december 1517 diende de aartsbisschop van Mainz in Rome een klacht in over Luther. Dit had echter niet het effect waar de aartsbisschop op gerekend had. In plaats van zijn toon te matigen, werd Luther alleen maar feller en meer vastberaden om te vechten voor de waarheid. Oog in oog met kardinaal Cajetanus in Augsburg weigerde hij om zijn geschriften te herroepen. Toen hij het bevel kreeg om zich te melden in Rome vluchtte hij Augsburg uit. In juli 1519, tijdens een beroemd geworden debat met Eck, zijn meest gehaaide tegenstander, ontkende Luther het gezag van de paus en de onfeilbaarheid van generale concilies. Hij verbrandde daarop de pauselijke bul waarin hij met excommunicatie werd bedreigd. Luther werd hierbij toegejuicht door theologiestudenten en mensen uit Wittenberg die hem als een held beschouwden.[8] Dit laatste is veelzeggend. Luther was geliefd in alle lagen van de bevolking, omdat hij het zielenheil van ieder mens op het oog had. Uiteindelijk werd hij in 1521 alsnog geëxcommuniceerd.

Tijdens de Rijksdag van Worms in april 1521 weigerde Luther opnieuw om zijn geschriften in te trekken. Omdat Luther zijn stellingen niet introk, vaardigde keizer Karel V na de Rijksdag het Edict van Worms uit. Hierdoor werd Luther vogelvrij verklaard. Tevens werd er bevolen zijn geschriften te verbranden. Voor Luthers eigen veiligheid werd hij, in opdracht van keurvorst Frederik III van Saksen, ‘ontvoerd’ en meegenomen naar de Wartburg. Hierdoor is het leven van Luther gespaard gebleven. Al snel bleek dat ook het bevel om Luthers geschriften te verbranden weinig uithaalde, aangezien zijn gedachtegoed en geschriften al waren verspreid. Dit kwam mede door het werk van Johannes Gutenberg. Door zijn ontwikkeling van het drukken met losse letters konden boeken sneller gedrukt worden en daardoor dus ook sneller verspreid worden. Deze verbeterde techniek werd niet alleen voor boeken, maar ook voor pamfletten gebruikt. Bij pamfletten werd de tekst veelal gecombineerd met afbeeldingen, zodat mensen die niet of slecht konden lezen de strekking toch konden begrijpen.[9]

Tijdens zijn verblijf in de Wartburg vertaalde Luther het Nieuwe Testament in het Duits. Overigens bestond er al een Duitse vertaling van het Nieuwe Testament, maar deze was slecht leesbaar. Na acht maanden, in 1522, waagde Luther zich in Wittenberg om de radicale reformatoren aldaar een halt toe te roepen.[10] Zij misbruikten de reformatie om zich aan alle vormen van (wettelijk) gezag te ontworstelen en waren op die manier een krankzinnige en bloedige opstand begonnen tegen alles wat hun ‘vrijheid’ beknotte.

Naast de vertaling van de Bijbel, zijn protestanten ook schatplichtig aan Luther als het gaat om de invulling van de eredienst. Hij bevrijdde de eredienst van rigide liturgische vormen en legde de nadruk op de prediking van het Woord, het Heilig Avondmaal en op de gemeentezang. In debat met Erasmus verdedigde Luther de gedachte dat de zaligheid alleen door God geschonken kan worden. Ook viel hij Zwingli’s interpretatie van het Heilig Avondmaal aan. Zwingli zag het Heilig Avondmaal louter als ‘herdenkingsmaal’, terwijl Luther de nadruk legde op de ‘werkelijke aanwezigheid’ van Christus.[11]

In 1530 keurde Luther de Augsburgse Confessie van Melanchton goed. Deze werd op 25 juni 1530 op de Rijksdag te Augsburg voorgelezen aan keizer Karel V. Hoewel dit Luther opnieuw in een conflict met de keizer bracht, kon hij niet anders. Dit is tekenend voor Luthers rotsvaste overtuiging dat het Woord van God boven alles staat. Zijn leven kenmerkt zich door een niet aflatende ijver voor Gods Woord. Hoewel Luther veel te kampen had met ziekten bleef hij tot het einde toe doorwerken. Zo ook in januari 1546 toen hij, vergezeld door zijn drie zonen en zijn vriend Justus Jonas uit Halle, naar Eisleben vertrok om daar een ruzie tussen de graven van Mansfeld te beslechtten.[12] In de drie weken dat hij in Eisleben verblijft, beklimt de drieënzestigjarige reformator vier keer de preekstoel van de Sint Andreaskerk. Zijn laatste preek, gehouden op 15 februari, gaat over Mattheüs 11:25-30. Hij eindigde deze preek met de volgende woorden:

‘Kijk, dat is nu hoe de wijzen van de wereld verworpen raken, opdat wij leren niet van onszelf te denken dat wij wijs zijn, maar slechts de ogen te sluiten en ons te houden aan Christus’ Woord en tot Hem te komen, die ons allervriendelijkst lokt en daarbij dan te zeggen: Gij zijt alleen mijn lieve Heer en Meester, ik ben uw leerling. Dat en nog veel meer zou over dit Evangelie te zeggen zijn, maar ik ben te zwak, we laten het hier maar bij’. [13]

Twee dagen later haalt de Heere Zijn knecht Maarten Luther thuis. Hoewel de graven van Mansfeld wilden dat Luther in Eisleben begraven zou worden, gaf de keurvorst het bevel dat het stoffelijk overschot naar Wittenberg gebracht moest worden waar zijn vrouw Käthe net het droeve nieuws had ontvangen.[14] Na een preek van Bugenhagen en een toespraak van Melanchton werd Luther begraven in de slotkapel van Wittenberg waar hij zal liggen tot de grote Koning van de kerk, de Heere Jezus Christus, hem zal opwekken op de jongste dag.

De Verklaring van de brief aan de Galaten door Luther
De verklaring van de Galatenbrief is oorspronkelijk in het Latijn geschreven en is terug te vinden in de delen 40-I en 40-II van de Weimarer Ausgabe (WA). Het boek is in 1535 samengesteld door Luthers vriend en medewerker Georg Rörer op basis van aantekeningen van colleges over de Galatenbrief die Luther in 1531 in Wittenberg heeft gehouden.[15] De Nederlandse vertaling die wij voor de kring zullen gebruiken is gebaseerd op de Duitse uitgave van dr. Hermann Kleinknecht. Kleinknecht heeft echter niet overal de Latijnse tekst van Rörer gevolgd, maar deze op een aantal plaatsen ingekort. 

Dat Luthers theologische ontwikkeling niet stil heeft gestaan, blijkt wel uit het feit dat hij zijn eerste commentaar op de Galatenbrief, die in 1519 uitkwam, achteraf als ‘zwak’ zou betitelen. Dit boek was gebaseerd op de colleges die hij in 1516-1517 had gegeven. Onze versie is gebaseerd op de colleges uit 1531. In de tussenliggende jaren is Luthers gedachtegoed verder ontwikkeld en is hij meer ‘ingegroeid’ in de protestantse theologie.[16] 

Luther kan zich, zo zal blijken, soms wat onbehouwen uitdrukken in dit commentaar. Dit laat goed zien dat theologie bedrijven nooit los staat van de historische, theologische en sociologische context. In zijn tijd waren polemische geschriften veel gebruikelijker dan in onze tijd. Daarnaast had Luther bij het schrijven van dit boek meerdere partijen op het oog. Zo wilde hij de gelovigen opbouwen in het allerheiligst geloof, maar hij valt waar nodig ook tegenstanders aan die de leer van vrije genade ontkenden. Overigens zou later blijken dat hij hier niet de enige reformator zou zijn die zich zou bedienen van stevige en soms ronduit beledigende taal.[17]

Samenvatting van het voorwoord van dr. Maarten Luther
In zijn voorwoord op de verklaring van de Galatenbrief uit Luther zijn verbazing dat hij zo uitvoerig over deze brief heeft gesproken. Toch kan hij dit wel plaatsen, aangezien dit ene leerstuk, namelijk het geloof in Christus, in zijn hart de boventoon voert. 

Luther geeft aan zich te schamen voor zijn zwakke en koude opmerkingen over de grote apostel Paulus. Toch wil hij zich niet laten verlammen door deze schaamte, aangezien de enige en vaste rots, namelijk de leer van de rechtvaardiging, onder vuur ligt. Men wordt niet gerechtvaardigd door iets in zichzelf, maar door Jezus Christus, Die van zonde, dood en duivel verlost en het eeuwige leven wil schenken om niet. Deze strijd tegen de rechtvaardiging door het geloof in Christus dateert al vanaf de verleiding van Adam en Eva in het paradijs. Niet voor niets zijn er sindsdien tal van afgodsbeelden en religies bedacht waarin de mens zichzelf op eigen kracht moet bevrijden van het kwaad en de zonden. Volgens Luther doet men dit om maar niet als kwaaddoener openbaar te komen. De mens poetst zichzelf op en God moet dat vervolgens maar goedkeuren en zijn profeten moeten daar ja en amen op zeggen.[18] Luther geeft hierbij aan dat niet alleen in de synagoge, maar ook in de kerk vijandschap is tegen de leer van vrije genade. Toch is het nu juist in de kerk dat de vijandschap pas goed openbaar komt! Aan de ene kant belijdt men met de mond dat Christus onze gerechtigheid is en aan de andere kant vervolgt men mensen die in deze leer geloven.[19] Luther schrijft dit commentaar om de ‘broeders in Christus’ te sterken tegen de aanvallen van de satan. Deze tegenstander intensiveert zijn aanvallen op de leer van vrije genade, omdat zijn dagen geteld zijn. De satan gebruikt hier niet alleen de paus voor, maar ook de wederdopers, aldus Luther. Deze aanvallen hebben maar één doel en dat is het vermorzelen van de hiel van Christus (Gen. 3:15). 

Net als Paulus aan verwarde en aangevochten christenen schreef, schrijft Luther zijn commentaar over de Galatenbrief aan christenen die ook verward en aangevochten zijn. Verward vanwege de leer van de wederdopers die Gods werk afhankelijk maakten van de waardigheid van de persoon. Zo is de heilige doop niets, als de persoon niet in het geloof staat.[20] 

Samenvatting van de grondgedachte van de brief van Paulus aan de Galaten
Voordat de brief uitgebreid behandeld wordt, geeft Luther de grondgedachte van de brief weer. Deze luidt als volgt: ‘Paulus wil de leer over het geloof, over de genade, over de vergeving der zonden of de gerechtigheid van Christus bevestigen, opdat wij een volkomen kennis zouden hebben en het onderscheid zouden weten tussen de gerechtigheid van Christus en alle overige soorten van gerechtigheid’.[21] Omdat God zonder ons in ons werkt, spreekt men ook wel van passieve gerechtigheid. Deze gerechtigheid ontvangen wij zonder hieraan bij te dragen. Er is geen vaster en zekerder troost voor het geweten dan deze passieve gerechtigheid.[22] Het is de hoogste wijsheid van de christen niet te willen kennen de werken der wet en geheel die actieve gerechtigheid, zoals het buiten het volk van God de hoogste wijsheid is de werken der wet en de actieve gerechtigheid te kennen en in acht te nemen. 

Luther maakt in zijn theologie een sterke tweedeling. Volgens hem horen het vlees, de oude mens, de wet en de werken bij elkaar. Zij staan lijnrecht tegenover de Heilige Geest, de nieuwe mens, de belofte en de genade. Iemand die tot geloof komt is niet meer onder de wet, aldus Luther die zich hierbij beroept op Romeinen 6:14. Deze sterke tweedeling is Luther, ook tijdens zijn leven, niet altijd in dank afgenomen. Luther heeft in deze context weleens opgemerkt dat iemand geen echt christen kan zijn, als hij nog nooit voor antinomiaan is uitgemaakt. Zo belangrijk was dit punt voor Luther.

De ontdekking dat onze rechtvaardiging buiten ons in Christus vastligt, was een van de belangrijkste ontdekkingen in het leven van Luther. Mede daarom merkt hij terecht op dat als het leerstuk van de rechtvaardiging wordt opgegeven, de gehele christelijke leer wordt opgegeven. Het is volgens Luther belangrijk om te blijven reflecteren op deze leer. Alleen zo kan een mens staande blijven in tijden van beproeving wanneer de actieve en passieve gerechtigheid elkaar gevaarlijk dicht kunnen naderen. Dit is belangrijk omdat de duivel ons graag in gewetensconflict wil brengen door met de wet te verschrikken. Hij houdt dan ons zondige leven voor en wil ons door de toorn en het gericht van God tot wanhoop te brengen. Het doel hiervan is om ons van Christus weg te trekken. 

Maar wat is dan de plaats van de wet volgens Luther? Volgens hem mag de wet haar grenzen niet overschrijden. Zij mag alleen over het vlees heersen, wat aan de wet onderworpen is en blijft. De wet mag echter niet heersen over het geweten, want die valt onder de vrijheid van een christenmens. Christus heerst over het geweten en zal deze vrolijk en gerust bewaren in de reine leer van het evangelie en in de kennis van de passieve gerechtigheid. In die vrijheid mag een christenmens goede werken doen. Niet om daarmee iets te verdienen, maar vanuit het besef dat de Heere dat van hem vraagt.

Verdeling van de stof per avond


Literatuurlijst
Callenbach, J.R. Dr. Maarten Luther. Nijkerk: G.F. Callenbach, 1917.
De Reuver, A. Alle Dingen Zijn Gereed : Luther, Calvijn, Teelinck En Kohlbrugge over De Avondmaalsviering. Heerenveen: Groen, 2006.
Dowley, T. The History of Christianity. Oxford, England: Lion Pub., 1990.
Hiebsch, S., Van Wijngaarden, M.L. Martin Luther : Zijn Leven, Zijn Werk. Kampen: Kok, 2009.
Hoffmann, W. Luther a Guide to the Most Significant Sites in the Life of the Reformer in Germany. Wernigerode: Schmidt Buch 2016.
Kooiman, W.J. Luther En De Bijbel. Baarn: Ten Have, 1977.
Lilje, H., Kooiman, W.J. Portret Van Luther in De Lijst Van Zijn Tijd. Amsterdam: Ten Have, 1967.
Luther, M. Dr. Martin Luthers Kleiner Katechismus Mit Erklärungen. Hamburg: Wolfgang Knuth, 2000.
Luther, M. Lateinisch-Deutsche Studienausgabe. Christusglaube Und Rechtfertigung Bd. 2. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2006.
Luther, M. Verklaring Van De Brief Aan De Galaten, Vertaald Door G.P. Sandberg En H. Schoonderwoerd Naar De Duitse Uitgave Van Dr. Hermann Kleinknecht. 4 ed. Houten: Den Hertog, 2016.
MacCulloch, D. A History of Christianity : The First Three Thousand Years. London: Penguin Books, 2010.
Scheurlen, P. Luther Onze Huisvriend. Utrecht: De Banier, 1981.
Selderhuis, H.J. Calvijn : Handboek. Kampen: Kok, 2008.
Treur, J.W.J. "Johannes Calvijn Contra Johannes Eck." In Adversarii Calvini. Apeldoorn: Documentum, 2015.



[1] H. Lilje, Kooiman, W.J., Portret Van Luther in De Lijst Van Zijn Tijd (Amsterdam: Ten Have, 1967), 96.
[2] Ibid., 96.
[3] T. Dowley, The History of Christianity (Oxford, England: Lion Pub., 1990), 368.
[4] Uitleg van Ps. 5:12 in Vogelsang, Unbekannte Fragmente, S. 88, aangehaald in: W.J. Kooiman, Luther En De Bijbel (Baarn: Ten Have, 1977), 59.
[5] J.R. Callenbach, Dr. Maarten Luther (Nijkerk: G.F. Callenbach, 1917), 286.
[6] M. Luther, Lateinisch-Deutsche Studienausgabe. Christusglaube Und Rechtfertigung Bd. 2 (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2006), 83.
[7] Veel wetenschappers zetten grote vraagtekens bij dit verhaal. Maar dat Luther de 95 stellingen heeft opgeschreven is boven elke twijfel verheven.
[8] D. MacCulloch, A History of Christianity : The First Three Thousand Years (London: Penguin Books, 2010), 610.
[9] S. Hiebsch, Van Wijngaarden, M.L., Martin Luther : Zijn Leven, Zijn Werk (Kampen: Kok, 2009), 35.
[10] Dowley, The History of Christianity, 369.
[11] Als het gaat om Luthers visie op het Heilig Avondmaal is duidelijk te merken dat hij zijn leven lang is blijven worstelen met de transsubstantiatieleer. Zie ook: M. Luther, Dr. Martin Luthers Kleiner Katechismus Mit Erklärungen (Hamburg: Wolfgang Knuth, 2000), 149-56. En ook: A. De Reuver, Alle Dingen Zijn Gereed : Luther, Calvijn, Teelinck En Kohlbrugge over De Avondmaalsviering (Heerenveen: Groen, 2006), 14-33.
[12] W. Hoffmann, Luther a Guide to the Most Significant Sites in the Life of the Reformer in Germany (Wernigerode: Schmidt Buch 2016), 15.
[13] WA 51,194,31-37, aangehaald in: Hiebsch, Martin Luther : Zijn Leven, Zijn Werk, 265.
[14] P. Scheurlen, Luther Onze Huisvriend (Utrecht: De Banier, 1981), 70.
[15] M. Luther, Verklaring Van De Brief Aan De Galaten, Vertaald Door G.P. Sandberg En H. Schoonderwoerd Naar De Duitse Uitgave Van Dr. Hermann Kleinknecht, 4 ed. (Houten: Den Hertog, 2016).
[16] Voor studie naar de ontwikkeling van Luthers gedachtegoed is het natuurlijk zeer interessant om de verschillende verklaringen met elkaar te vergelijken! Dit is dan ook veelvuldig gebeurd.
[17] Vooral Calvijn bediende zich van sterke taal en schuwde ook scheldwoorden als stakkers, redeloze beesten, farizeeërs, paapse bijgelovigen en apen niet. Zie ook: H.J. Selderhuis, Calvijn : Handboek (Kampen: Kok, 2008), 184. En: J.W.J. Treur, "Johannes Calvijn Contra Johannes Eck," in Adversarii Calvini (Apeldoorn: Documentum, 2015).
[18] Luther, Verklaring Van De Brief Aan De Galaten, Vertaald Door G.P. Sandberg En H. Schoonderwoerd Naar De Duitse Uitgave Van Dr. Hermann Kleinknecht, 10.
[19] Dat dit geen loze woorden zijn, blijkt wel uit het feit dat velen voor de leer van vrije genade door de Rooms-katholieke kerk zijn veroordeeld tot de dood.
[20] Luther, Verklaring Van De Brief Aan De Galaten, Vertaald Door G.P. Sandberg En H. Schoonderwoerd Naar De Duitse Uitgave Van Dr. Hermann Kleinknecht, 12.
[21] Ibid., 17.
[22] Ibid., 18.