Doorgaan naar hoofdcontent

Inleiding JV GG Beekbergen, De Heere Jezus en Zijn bidden

Tijdens deze Bijbelstudieavond bestuderen we de volgende synoptische gedeelten: Mattheüs 6:5-15, 7:7-7, Markus 11:25 en Lukas 6:31, 11:2-4, 9-13[1] Het overkoepelende thema van deze gedeelten is de Heere Jezus en Zijn bidden. Voordat we deze gedeelten gaan behandelen wil ik graag een korte inleiding geven over wat de Heere Jezus ons leert over het gebed.

De Heere Jezus en het gebed
Wie de kerkgeschiedenis bestudeert, komt tot de conclusie dat mensen die veel voor de kerk hebben betekend stuk voor stuk bidders waren. Denk bijvoorbeeld aan de beroemde dr. D.M. Lloyd-Jones. Toen iemand na zijn overlijden aan zijn vrouw vroeg wat het ‘geheim’ van de vruchtbare bediening van dr. Lloyd-Jones was, antwoordde zij: ‘Wie mijn man wil begrijpen, zal zich moeten realiseren dat hij voor alles een bidder was’.[2]

Vanavond wil ik echter niet stil staan bij een van Gods kinderen, maar bij Gods eigen Kind, Jezus Christus en wat Hij ons heeft geleerd over het gebed. De Heere Jezus heeft tijdens Zijn rondwandeling op aarde veel gezegd over het gebed en in de Evangeliën staan meerdere volmaakte gebeden opgeschreven. Hiervan is het ‘Onze Vader’ uit Mattheüs 6 het bekendste gebed wat de Heere Jezus ooit heeft uitgesproken. Toch moeten we goed beseffen dat het Onze Vader voor ons is bedoeld en dat de Heere Jezus dit gebed in deze vorm nooit Zelf heeft gebeden.[3] Er wordt namelijk om vergeving gebeden en de Heere Jezus was zonder zonde (2 Kor. 5:21). Ook is het goed om te realiseren dat het Onze Vader in de eerste plaats bedoeld is om ons een model aan te reiken waaraan onze gebeden moeten voldoen. De Heere Jezus waarschuwt zelfs om niet op een lege herhaling van woorden te vertrouwen. Hij zegt hierover het volgende in Mat. 6:7: ‘En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden’. Dit betekent niet dat wij het Onze Vader niet meerdere malen achter elkaar mogen bidden. Natuurlijk mag dat. Maar de Heere Jezus verbiedt om net als bij heidense godsdiensten gebruikelijk was, te vertrouwen op het eindeloos herhalen van woorden.

Verder is de context van het Onze Vader in Mattheüs opvallend. Het staat precies in het midden van de Bergrede en dat is niet zonder reden. De Bergrede gaat over het leven als kinderen van God of preciezer gezegd als kinderen van het Koninkrijk der hemelen. Te midden van deze Bergrede leert de Heere Jezus ons het Onze Vader. Bij een leven als onderdaan van het Koninkrijk der hemelen hoort een dito gebedsleven. Dit mag niet losgekoppeld worden. We moeten bidden zoals we leven en leven zoals we bidden.[4] Wij kunnen niet bidden ‘Uw wil geschiedde’, terwijl wij ondertussen niet willen dat onze eigen wil van de troon wordt gestoten.

In Mattheüs 6:5-25 leert de Heere Jezus twee zaken over het gebed. Ten eerste over de manier waarop wij moeten bidden en ten tweede waarvoor wij moeten bidden. De Heere Jezus wil dat wij oprecht bidden. En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben (Mat. 6:5). In het Grieks staat voor het woord geveinsden het woord ‘ὑποκριτής’, ofwel hypocrieten. Hypocrisie is vreselijk en zeker in het gebed. Deze mensen wilden andere mensen met hun gebeden imponeren. De Heere Jezus waarschuwt hier ernstig tegen. Hij doet dit door middel van een eed. Voorwaar (lett. amen), deze mensen krijgen geen loon van God.

De Heere Jezus leert verder dat als wij bidden wij dat in het verborgene moeten doen. Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden (Mat. 6:6). De Heere verbiedt echter niet om samen met anderen te bidden. Niet voor niets heet het volmaakte gebed het Onze Vader. Daar spreekt geloofsgemeenschap met de Heere uit en met andere gelovigen. De Heere Jezus bedoelt hier dat we in ons gebed onze aandacht alleen op God de Vader moeten richten, ongeacht wie er meebidt. Wie geroepen wordt om voor te gaan in een gemeenschappelijk gebed, kan niet zonder een verborgen gebedsleven.

Tot slot leert de Heere Jezus dat het gebed eenvoudig moet zijn (Mat. 6:7-8). Hier refereert de Heere Jezus aan heidenen die tot de afgoden baden. In veel van deze afgodsdiensten was het gebruikelijk om de goden onder de druk te zetten door eindeloos bepaalde bezweringen uit te spreken. De kracht zit hem dus in de herhaling, althans zo dacht men. De Heere Jezus waarschuwt ons om zo niet met het gebed om te gaan. Wie zo bidt heeft niet begrepen Wie en hoe God is. Toch is het goed om te benadrukken dat de Heere Jezus het herhalen van woorden niet verbiedt (Mat. 26). De Heere Jezus waarschuwt tegen een gedachteloos en harteloos uitspreken en herhalen van woorden. Samengevat, als wij bidden moet dit dus oprecht, in het verborgene en eenvoudig zijn.

Tot besluit wil ik nog kort iets zeggen over de zaken waarvoor we moeten bidden. Ook daarover geeft het Onze Vader veel onderwijs. De eerste helft van het gebed gaat over de Heere God, over Zijn Wezen, Zijn Naam, Zijn Koninkrijk en Zijn wil. Het hart van de christen moet gericht zijn op de glorie en de verheerlijking van God de Vader in de hemel.

Als in het Nieuwe Testament de Heere God als Vader wordt genoemd kan dit twee betekenissen hebben. God als Vader, ofwel Schepper, van alle mensen (Hand. 17:27-29). Dit komt echter weinig voor en verwijst in dit geval alleen naar het geschapen zijn door God. In de meeste gevallen wordt God Vader genoemd voor hen die Zijn kinderen geworden zijn door wedergeboorte. Zij krijgen de Heilige Geest in hun harten die hen ‘Abba, Vader’ (Rom. 8:15) leert roepen en bidden.

De Heere Jezus leert ons bidden tot de Vader Die in de hemelen is. In de Bijbel wordt het woord hemel op drie manieren gebruikt. Voor de lucht boven ons, voor het firmament met de zon, de maan en de sterren en voor de plaats waar de Heere God woont en regeert.[5] Zijn macht kent geen grenzen. Tot deze God mogen wij het Onze Vader bidden. Als eerste dienen wij te bidden voor de verheerlijking van Zijn Naam. De Naam van God laat ook wat zien van Zijn Wezen. Gods Naam is heilig en door dit gebed vragen wij of deze heiligheid, waarvoor de engelen in Jesaja 6 hun aangezicht bedekten, zijn beslag mag krijgen in onze levens en in de levens van onze naasten. Door te bidden om de verheerlijking van Gods Naam beginnen we dit gebed met lofprijzing en niet met onze noden.

Het tweede waarvoor wij bidden is de komst van Gods Koninkrijk. Gods Koninkrijk is daar waar Koning Jezus regeert. Door dit te bidden vragen wij aan de Heere of onze levens meer en meer door Hem geregeerd mogen worden en of de naaste in Zijn Koninkrijk ingelijfd mag worden (Fil. 2:9-11).

In de derde bede bidden wij of Gods wil gedaan mag worden. In de hemel wordt Gods wil volmaakt gedaan en daarom moeten wij bidden of dit ook op aarde mag gebeuren. In het doen van Gods wil vinden Gods kinderen hun ware bestemming en voldoening.[6] Het is opvallend dat deze bede, die ook wel een missionaire bede wordt genoemd, eerder komt dan onze fysieke behoeften.[7]

Als vierde dienen wij te bidden voor onze fysieke en materiële behoeften. Zowel voor onze fysieke, emotionele, intellectuele en psychologische behoeften als voor onze geestelijke behoeften zijn wij totaal afhankelijk van God. Omdat onze fysieke behoeften het meest duidelijk in onze levens naar voren komen, komt deze bede voor de geestelijke behoefte om vergeving, aldus E.J. Alexander.[8]

Het vijfde waarvoor we in het Onze Vader bidden is de vergeving van onze schuld. Net zoals wij dagelijks voedsel nodig hebben, hebben wij ook dagelijks vergeving nodig. Wie weet van vergeving, kan ook anderen vergeven. Het is niet zo dat wij vergeven worden omdat we anderen vergeven, maar we kunnen geen vergeving krijgen zonder anderen hun schuld te vergeven. Anders gezegd, vergeving maakt vergevingsgezind.

Tot slot bidden wij om voortdurende goddelijke bescherming. En leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze (Mat. 6:13). God kan het soms toelaten dat wij door de satan verzocht worden (Jak. 1:13). De satan heeft hiermee onze ondergang op het oog (Mat. 4:1).[9] De Heere kan ons beproeven. Hij heeft hierbij ons behoud op het oog. Achter deze laatste bede ligt het besef dat wij zwakke mensen zijn die elk moment tot hinken en zinken gereed zijn. Daarom bidden we ook niet of de Heere ons kracht wil geven in tijden van verzoeking, maar of Hij ons er niet in wil brengen!

Wat een zegen dat de mensheid dit volmaakte gebed heeft gekregen. Daarom, Hem is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.

De synoptische gedeelten

Thema: Bidden
Mat 6:5 En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.
Mat 6:6 Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Thema: Het onze Vader
Mat 6:7 En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden.
Mat 6:8 Wordt dan hun niet gelijk; want uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.
Mat 6:9 Gij dan bidt[10] aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd.
Mat 6:10 Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.
Mat 6:11 Geef ons heden ons dagelijks brood.
Mat 6:12 En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
Mat 6:13 En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.

Luk 11:2a En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd.
Luk 11:2b Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Luk 11:3 Geef ons elken dag ons dagelijks brood.
Luk 11:4 En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is.[11]
Luk 11:4b En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

Thema: Vergevingsgezindheid
Mat 6:14 Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.
Mat 6:15 Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.

Mar 11:25 En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.

Thema: Gebedsverhoring
Mat 7:7 Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
Mat 7:8 Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.
Mat 7:9 Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven?
Mat 7:10 En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven?
Mat 7:11 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!

Luk 11:9 En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
Luk 11:10 Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.
Luk 11:11a En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven,
Luk 11:11b of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven?
Luk 11:12 Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven?
Luk 11:13 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?

Thema: Gulden regel
Mat 7:12 Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.

Luk 6:31 En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.

Gespreksvragen
1. Lees de volgende uitspraak van ds. Joh. van der Poel: ‘De zaken van het hart in het gebed aan de troon der genade kwijt te raken is groot. Maar ze daar te laten liggen is nog groter.’ Wat zou hij hiermee bedoeld hebben? Is dit voor u herkenbaar?

2. Lees de volgende definitie van het gebed van dr. J. Calvijn: ‘Bidden is het in contact treden van mensen met God, waardoor zij in het heiligdom van de hemel binnengaan en Hem over Zijn beloften in eigen persoon aanspreken.’ Wat zou hij hiermee bedoeld hebben? Wat hebben beloften en gebed met elkaar te maken?

3. Lees de volgende uitspraak van dr. H.F. Kohlbrügge: ‘Bid, desnoods zonder woorden’. Kan dit eigenlijk wel? Wat zou u aan iemand aanraden die geen woorden meer heeft om te bidden?

4. Mag iemand eigenlijk wel het Onze Vader bidden als die persoon nog onbekeerd is?




Literatuurlijst
Aland, K. Synopsis Quattuor Evangeliorum : Locis Parallelis Evangeliorum Apocryphorum Et Patrum Adhibitis. Stuttgart: Deutsche Bibelgesellschaft, 2005.
Alexander, E.J. Prayer: A Biblical Perspective. Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2013.
Arnd, J. Het Ware Christendom. Amsterdam: Höveker, 1900.
Denaux, A., Vervenne, M. Synopsis Van De Eerste Drie Evangeliën. Leuven; Turnhout: Vlaamse Bijbelstichting, 2005.
Donnelly, E. Biblical Teaching on the Doctrines of Heaven and Hell. Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2009.
Jones, M. Knowing Christ. Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2015.
Lloyd-Jones, B. Memories of Sandfields. Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2008.
Moore, R.D. Tempted and Tried, Temptation and the Triumph of Christ. Wheaton: Crossway, 2011.
Murray, I.H. The Life of D. Martyn Lloyd-Jones, 1899-1981. Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2013.
Post, S.D. Duivels Dichtbij. Heerenveen: Groen, 2006.


[1] De onderstaande synoptische vergelijking is gemaakt met behulp van de volgende synopsis: A. Denaux, Vervenne, M., Synopsis Van De Eerste Drie Evangeliën (Leuven; Turnhout: Vlaamse Bijbelstichting, 2005). Zie voor de corresponderende gedeelten uit het Evangelie naar de beschrijving van Johannes: K. Aland, Synopsis Quattuor Evangeliorum : Locis Parallelis Evangeliorum Apocryphorum Et Patrum Adhibitis (Stuttgart: Deutsche Bibelgesellschaft, 2005).
[2] I.H. Murray, The Life of D. Martyn Lloyd-Jones, 1899-1981 (Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2013). Zie ook: B. Lloyd-Jones, Memories of Sandfields (Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2008).
[3] M. Jones, Knowing Christ (Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2015), 95.
[4] E.J. Alexander, Prayer: A Biblical Perspective (Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2013), 18.
[5] E. Donnelly, Biblical Teaching on the Doctrines of Heaven and Hell (Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2009).
[6] J. Arnd, Het Ware Christendom (Amsterdam: Höveker, 1900), 315.
[7] Alexander, Prayer: A Biblical Perspective, 21.
[8] Ibid., 22.
[9] R.D. Moore, Tempted and Tried, Temptation and the Triumph of Christ (Wheaton: Crossway, 2011). En: S.D. Post, Duivels Dichtbij (Heerenveen: Groen, 2006).
[10] Imperatief.
[11] Dit is een opmerkelijk vers. Op het eerste gezicht lijkt het alsof er staat dat de bidder aan God vraagt of Hij zijn zonden wil vergeven, omdat de bidder ook zijn schuldenaars vergeeft. De reden voor de vergeving zou in de mens liggen in plaats van in het volbrachte werk van Christus. ESV: And forgive us our sins, for we ourselves forgive everyone who is indebted to us. HSV: En vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven aan iedereen die ons iets schuldig is. LV: Und vergib uns unsre Sünden; denn auch wir vergeben allen, die an uns schuldig werden. Und führe uns nicht in Versuchung.