Doorgaan naar hoofdcontent

ManVandaag: Jozua, afl. 11

Verbondstrouw en hebzucht
Wat niemand voor mogelijk had gehouden is gebeurd. De eens zo machtige stad Jericho is met de grond gelijkgemaakt. Gods plannen falen niet. Zijn Verbondstrouw riep op tot aanbidding. Achan liet zich echter leiden door hebzucht en bracht daardoor het hele volk Israël in gevaar. 

Wat is het verband?

Vernietiging en redding
Lees Jozua 7

Zes dagen lang trekt het volk Israël rondom Jericho. De inwoners van Jericho durven zich niet te verroeren. Op de zevende dag loopt het volk zeven keer om de stad. Dan geeft Jozua bevel om te juichen en geeft hij verdere orders. Al wat leeft moet verbannen worden. Verbannen betekent hier: ‘toegewijd om vernietigd te worden’. De zilveren, gouden, koperen en ijzeren voorwerpen uit de stad moeten aan de schat van de HEERE worden toegevoegd. Jozua waarschuwt om niets achter te houden wat voor de dienst van de HEERE bestemd is. Dan blazen de priesters op de bazuinen en de muur stort in. Via de brokstukken klimmen de soldaten in de stad en doden de overgebleven mensen en dieren. Nadat Rachab en haar familie in veiligheid zijn gebracht, wordt de stad in brand gestoken.

TOEPASSING – Na de voorzegging van de vernietiging van Jericho aan Abraham hebben de inwoners nog vier eeuwen lang in vreselijke zonden geleefd (Gen. 15:16). De dienst aan de afgod Lust en de afgod Moloch doordrenkte de samenleving (Deut. 12:31, 18:10). Hoe is dit in onze samenleving? Kan het oordeel ook Nederland treffen?

Wat staat er?

Eigen belang en Gods belang
Na de overwinning op Jericho stuurt Jozua verspieders naar Ai. Spoedig keren de verspieders terug met goed nieuws. Er zijn maar weinig soldaten in Ai en het veroveren van die stad zal geen problemen opleveren. Ze adviseren Jozua om tussen de tweeduizend en drieduizend soldaten naar Ai te sturen. Jozua besluit om drieduizend man op weg te sturen. Maar dan gebeurt er iets onverwachts, want het leger wordt op de vlucht gejaagd. Zesendertig Israëlieten laten hierbij het leven. Jozua en het volk zijn verbijsterd. De legeraanvoerder Jozua is bezorgd om Israëls voortbestaan en Gods eer (7:9). Hierop antwoordt de HEERE dat het volk Israël gezondigd heeft en onder de ban ligt (7:12). Toch is er ook genade, want de ban kan worden weggenomen. Daarom geeft God bevel om het lot te werpen. Achan wordt aangewezen omdat hij heeft gestolen en daarmee zijn eigen belang boven Gods belang heeft gesteld. Er volgt een vreselijke straf. Achan en zijn kinderen worden gestenigd en verbrand. Daarna wijkt de toorn van God van het volk.

TOEPASSING – De puritein John Owen zei eens: ‘Dood de zonden of de zonden zullen u doden’. Waar is redding te vinden van de vloek op de zonde en kracht om tegen de zonden te strijden? (Rom. 3:23-26, Kol. 3:5-14)

Wat betekent dit?

Levensgevaarlijk
Jozua had duidelijk gezegd dat er geen oorlogsbuit mocht worden achtergehouden. Achan had dit bevel welbewust naast zich neergelegd. Hierdoor komt het volk Israël al snel in de problemen. Maar er is meer aan de hand. Jozua bidt niet of het de wil van de HEERE is dat een deel van het leger naar Ai optrekt. Als Jozua had gebeden, was hij erachter gekomen dat Gods toorn ontstoken was tegen het volk. Door Jozua’s onvoorzichtigheid en Achans zonde komen er zesendertig mannen om. Deze geschiedenis leert dat Gods volk voortdurend tot de HEERE moet bidden om wijsheid en leiding door Woord en Geest. Daarnaast ligt er een les in Jozua’s onterechte wanhoop. Hij vreest dat God het volk wil vernietigingen (Joz. 7:7). Jozua vergeet echter Gods belofte dat Hij met het volk mee zal gaan (Joz. 1:5-9). Daar komt nog bij dat hij nergens rekening houdt met de mogelijkheid dat deze nederlaag een gevolg van de zonde kan zijn. Hieruit blijkt dat als Gods straffende Hand ervaren wordt in het leven, allereerst het eigen leven in het licht van Gods Woord moet worden onderzocht.

TOEPASSING – Niemand zondigt goedkoop. Door de zonde van Achan kwam het gehele volk onder de toorn van God te liggen. Kunnen individuele zonden het kerkelijk leven in gevaar brengen? (1 Kor. 11) Wat moet er gebeuren als een kerkelijke gemeenten met zorgen geconfronteerd wordt?