Doorgaan naar hoofdcontent

Lezing: Rijkdom en armoede

Lezen: Openb. 18:1-20
Zingen: Ps. 116:7, Ps. 72:9, Ps. 89:3

Beste jongelui,

Hartelijk dank voor jullie uitnodiging om een lezing te komen houden over het thema ‘Rijkdom en armoede’. Het is goed om met elkaar hierover na te denken.


Graag wil ik beginnen met een vraag: Is het eigenlijk wel nuttig om als christenen samen na te denken over rijkdom en armoede? Kunnen we dat niet veel beter overlaten aan economen? De Bijbel heeft ons hierover toch niets te vertellen? Het antwoord is: jawel! Juist de Bijbel geeft ons veel lessen over rijkdom en armoede! Onthoud maar dat er geen praktischer boek bestaat dan de Bijbel. Ook over de inhoud van onze portemonnee heeft Gods Woord ons veel te zeggen. 

Ik heb deze lezing opgedeeld in drie delen, zodat je de draad goed kunt vasthouden.

I. God houdt niet van arme mensen
II. God werd arm
III. De armen zullen vernietigd worden

I. God houdt niet van arme mensen
Zoals gezegd is de Bijbel een praktisch boek die ons veel leert over rijkdom en armoede. Mocht je de Bijbel (hierin) niet willen volgen, dan loop je twee gevaren. Het eerste gevaar is dat van materialisme. Materialisme is een wereldvisie waarin mensen het verzamelen van materiële dingen, zoals luxe meubels, een groot huis, een dure auto, geld, etc., als het hoogste doel zien.[1] Het materialisme verslaat haar duizenden. Ik hoorde ooit het volgende verhaal. Een vrouw lag op haar sterfbed. Ze was ernstig ziek. Haar leven lang had ze maar voor één ding geleefd: haar huis. Alles zag er piekfijn uit. Kosten noch moeite had ze gespaard om haar huis om te toveren in een paleis. Haar laatste woorden waren: ‘Vergeet niet de voordeur opnieuw te schilderen als ik er niet meer ben’. Diep triest… een weggegooid leven… een leven wat het doel gemist had…

Een ander gevaar wat je loopt als je de Bijbel niet volgt als het gaat over rijkdom en armoede, is het gevaar van spiritualisme. Deze mensen geloven dat het najagen van bepaalde ideeën het belangrijkste is in het leven. De dingen en spullen van deze wereld negeren ze. Alles moet voor hun ideeën wijken. Een voorbeeld is bijvoorbeeld het liberalisme of het recht op genderneutraliteit, etc. Er zijn mensen die hun hele leven opofferen aan hun denkbeelden en idealen en daarbij de realiteit van het leven van alledag uit het oog verliezen.

De Bijbel verwerpt zowel het materialisme als het spiritualisme. De Bijbel kiest een tussenweg. De Bijbel leert ons om niet alleen voor het aardse te leven zoals materialisten doen, maar tegelijkertijd hoeven christenen ook niet in een klooster te gaan zitten en aardse goederen af te zweren, zoals spiritualisten zouden doen. Want hoewel materiele zaken niet het hoogste doel mogen zijn in ons leven, zijn ze niet intrinsiek slecht. Anders gezegd, God heeft de schepping geschapen en daar mogen wij als mensen van genieten. Geld is op zich niet verkeerd. Een mooi huis ook niet. We mogen hier alleen niet het hoogste doel van maken. Bovendien is dat ook behoorlijk nutteloos, aangezien we bij ons sterven niets kunnen meenemen. Een doodshemd heeft tenslotte geen zakken.

Maar is rijkdom nu slecht of niet? Nee. Rijkdom die op een eerlijke en wettige manier verkregen is, is niet slecht. De Bijbel koppelt rijkdom namelijk aan arbeid. Wie werkt voor zijn geld mag rijk zijn. Werken is Bijbels. Een mens die zijn talenten inzet, gedraagt zich als iemand die geschapen is naar het beeld van God.[2] Denk daar de volgende keer eens over na, als je op je werk bent of op school. Wat ik nu doe, moet ik doen met inzet van al mijn talenten, omdat ik naar Gods beeld geschapen ben. Dat is dus de eerste reden waarom een mens moet werken. Omdat hij naar het beeld van God is geschapen. De Heere God Zelf heeft door te scheppen, ofwel door te werken, de aarde geschapen. Arbeid is dus een plicht en een zegen. Adam en Eva moesten ook voor de zondeval, werken in het paradijs. Na de zondeval heeft de mens nog steeds de plicht om de aarde te bewerken. Dat dit moeite en energie kost, komt door de zondeval, maar dat maakt arbeid op zichzelf niet verkeerd.

Deze arbeid levert ons geld op. Dat is niet slecht. Er zijn in het verleden wel christenen geweest die zeiden dat privébezit onbijbels is. Dat is echter onjuist. Als dat zo zou zijn had de Heere het achtste gebod, Gij zult niet stelen, ook niet hoeven geven. Als alles van iedereen is, dan bestaat stelen helemaal niet(!) Maar ook het tiende gebod zou dan overbodig zijn. Als alles van iedereen zou zijn, heeft een verbod op begeerte geen nut.

Werken is dus Bijbels. De vrucht van deze arbeid is voor degene die het werk verzet heeft. Sterker nog, de Bijbel is er duidelijk over dat niet willen werken zonde is! Een mens mag zijn dagen niet doorbrengen in ijdelheid en luiheid. In 2 Thessalonicenzen 3:12 roept de apostel Paulus op dat iedere christen getrouw zijn werk moet doen en zijn eigen (verdiende!) brood moet eten. In 1 Timotheüs 5:8 zegt Paulus dat iemand die niet voor zijn familieleden wil zorgen het geloof verloochent en erger is dan een ongelovige.

Hieruit kunnen wij dus al een aantal punten concluderen. Eerlijk verkregen rijkdom is toegestaan. Werken is Bijbels omdat de mens naar Gods beeld geschapen is. Iemand mag niet alleen voor zichzelf werken, maar dient daarmee ook zijn familieleden en gemeenteleden te onderhouden.

Maar, zo vraag je je misschien af: mag je meer houden dan je eigenlijk nodig hebt? Mag je meer op je spaarrekening laten staan dan je nodig hebt om van te leven? Ja, dat mogen wij. Rijkdom wordt nergens in de Bijbel verboden. Niet in het Oude Testament en niet in het Nieuwe Testament. De Bijbel geeft zelf meerdere voorbeelden van mensen die in God geloofden en rijk waren. Je zou dus kunnen zeggen dat ze zowel geestelijk als materieel gezien rijk waren. Denk bijvoorbeeld aan Abraham (Gen. 13:2), Job, David of Salomo. Ook de apostel Paulus spreekt in de eerste Korinthebrief christenen aan die zeer vermogend waren. Maar denk ook aan Jozef van Arimathea, een rijk man die na Christus’ dood voor Zijn lichaam zorgde.

Zoals gezegd moet deze rijkdom wel op een eerlijke manier verkregen zijn. Uitbuiting, fraude, oneerlijkheid en onderdrukking van andere mensen is niet toegestaan. Rijkdom wordt in de Bijbel gezien als een zegen van God.[3] Bijvoorbeeld in Deut. 8:18: ‘Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is’. Of in Markus 10:29-30: ‘En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil, of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven’.

De Heere God belooft voor Zijn kinderen te zorgen. Voor alles wat zij nodig hebben voor het tijdelijke en eeuwige leven. Daarom is begeerte zo verkeerd! Wanneer ik iets begeer wat ik niet heb, zeg ik daarmee eigenlijk: ‘Heere God, ik ben niet tevreden met datgene wat U mij hebt gegeven! Ik wil meer!’. Wie een nieuw hart heeft, leert van de Heilige Geest om tevreden te zijn met wat hij heeft en niet meer voor het hier en nu te leven. Mag je als christen rijk zijn? Jazeker, maar als je je hart erop zet, moet je je afvragen of je wel echt een christen bent!

Toch is het naïef om nu te denken: O, mooi, rijkdom is dus prima, laat ik maar hard werken en alles op alles zetten om mijn bankrekening te spekken. Nee, rijkdom brengt ook gevaren met zich mee. De Heere Jezus waarschuwt ons om geen schatten op de aarde te verzamelen, maar in de hemel. Mensen kunnen niet God en de Mammon dienen (Mat. 6:24). John Wesley omschrijft de Mammon als rijkdom, geld, of iets anders waar iemand van houdt zonder God de eer te geven. Waar houd ik van? Waar houd jij van? Waar leven wij voor?

Niet het geld, maar de liefde voor geld, is de wortel van veel kwaad! Je mag je hoop niet op geld zetten. Geld geeft ten diepste geen zekerheid, ook al denken veel mensen dat wel. Paulus waarschuwt ons hier voor: ‘Beveel den rijken in deze tegenwoordige wereld, dat zij niet hoogmoedig zijn, noch hun hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op den levenden God’ (1 Tim. 6:17a).

Ook Jakobus veroordeelt mensen die hun hoop op hun geld zetten: ‘Welaan nu, gij rijken, weent en huilt over uw ellendigheden, die over u komen. Uw rijkdom is verrot, en uw klederen zijn van de motten gegeten geworden; uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot een getuigenis, en zal uw vlees als een vuur verteren.’ (Jak. 5:1-3a).

Zullen jullie medelijden hebben met mensen die alleen maar voor hun bankrekening leven? Of beter nog, zullen jullie deze mensen waarschuwen?

Laten we trouwens niet de vergissing maken door te denken dat armoede beter is dan rijkdom. Zowel in rijkdom als in armoede schuilt gevaar. Koning Salomo, die trouwens zelf schatrijk was, gaf de woorden van Agur door in zijn spreukenboek: ‘Armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels’ (Spr. 30:8b). Zowel rijken als armen kunnen erop rekenen dat ze met verleidingen te maken krijgen. Rijken zullen verleid worden om gierig te worden of om ongerust te zijn over hun rijkdom. Armen zullen verleid worden om ontevreden of afgunstig te worden of zelfs om te gaan stelen. Daarom roept de Bijbel ons op om te bidden of de Heere ons genoeg geeft en om te bidden of wij met datgene dat we gekregen hebben tevreden zullen zijn.

Terug naar de titel van het eerste gedeelte. God houdt niet van arme mensen. De betekenis van deze titel is tweeledig. Deze titel heeft zowel een praktische als een geestelijke betekenis. Eerst de praktische betekenis. God houdt niet van arme mensen. Hij wil niet dat mensen arm zijn. Het is zelfs een belediging voor Hem! Als iedereen voor zijn naasten zou zorgen, zouden er geen armen zijn. Er staat in de Bijbel dat wie zich over een arme ontfermt, de Schepper van deze arme, oftewel God, eert (Spr. 14:31). Dat is de praktisch betekenis. In deze wereld zouden er geen armen mogen zijn, omdat dat tot schande is voor onze Schepper, de Heere God.

De geestelijke betekenis gaat nog een stap dieper. Wij mensen waren geschapen in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid. We waren volmaakt. Dat gold ook voor de schepping. Is het je weleens opgevallen waar de eerste mensen woonden? De gehele aarde was schitterend! Toch had de Heere één speciale plek op deze volmaakte aarde bestemd voor de mens, namelijk de hof van Eden. Dit moet prachtig geweest zijn! Adam en Eva waren niet arm, maar in de diepste zin van het woord schatrijk. Na de zondeval kwam niet alleen dood en verderf, maar ook de armoede in de wereld. Het is hartverscheurend om te zien hoe het ene land het andere uitbuit. Maar ook hoe individuele mensen koste wat kost rijk willen worden, desnoods over de rug van de arme medemens. Wij willen goedkope kleding, en wat kunnen wij eraan doen dat deze in derdewereld landen wordt gemaakt? Vluchtelingen opvangen prima, zolang het mij maar geen cent kost. Voor de naaste zorgen? Ja hoor, ik geef toch elke zondag zes keer vijftig cent in de collectezak?!

Bekering raakt ook je portemonnee. Ook over ons uitgavenpatroon zullen wij eens verantwoording af moeten leggen. God houdt niet van arme mensen. Hij wil dat iedereen genoeg heeft om van te leven. Hij wil dat de rijken de armen in hun rijkdom laten delen en roept ons als christenen op om voor het recht van de armen op te komen. Maar bovenal wil de Heere zondige mensen waarlijk geestelijk rijk maken. Hoe ik dat weet? Omdat Hij Zelf arm is geworden! 

II. God werd arm
Van nature denken wij dat de wereld om ons draait. Dat komt zelfs in de kerk voor. Misschien denk jij ook wel dat het in de kerk om jou draait. Dat het in de kerk erom gaat over dat jij een nieuw hart krijgt. Dan heb ik vandaag een boodschap voor je vanuit Gods Woord: het gaat niet om jou, het gaat niet om mij, maar het gaat om Gods eer! Daar zijn we voor geschapen! Wij zijn geschapen om God te eren en Hem te genieten, zo zegt de Westminster Confession. Natuurlijk moeten jij en ik een nieuw hart krijgen. Maar om welke reden? Om daardoor God te kunnen eren! Daar draait het om in het christenleven.

Adam en Eva konden God zonder ongestoord en zonder zonde dienen. Verlang jij daar ook zo naar? Wordt jij ook weleens moe van de zonde? Telkens weer God en de naaste verdriet te doen? Wat zijn we diep gevallen. Wat is de macht van de zonde en de duivel toch sterk. Wat zijn we arm geworden! Er is bij ons geen verbeteren aan. Dat leren de valse godsdiensten en hedendaagse filosofen. Je moet jezelf verbeteren. Het beste uit jezelf halen. De Bijbel is veel radicaler! Wij moeten niet veranderd worden, wij moeten opnieuw geboren worden! Maar hoe is dat mogelijk? Dat kunnen wij toch zelf niet doen? Nee, dat kunnen wij niet. Met eerbied gesproken, dat weet de Heere ook. Daarom stuurde Hij Zijn eniggeboren Zoon. Zijn lieveling, die rijker was dan de rijkste koning, wilde geboren worden in een stal voor de dieren. Nee, niet in een paleis. In een stal. En niet in zo’n schitterende kribbe zoals je op veel van die zoetsappige kerstkaarten ziet. Nee, de Koning der koningen, de Levensvorst, de Alfa en de Omega, werd na Zijn geboorte in een gat in de grond gelegd. Dit was tekenend voor de rest van Zijn leven. De Heere Jezus is tijdens Zijn leven, financieel gezien, straatarm geweest.

Dat blijkt wel uit het feit dat Hij om een munt moest vragen, toen Hij de mensen wilde uitleggen dat ze de overheid gehoorzaam moesten zijn en belasting aan de keizer moesten betalen (Mar. 12:15). Blijkbaar bezat de Heere Jezus zelfs niet één munt! Hij had geen steen om Zijn hoofd op te leggen. Zijn gehele leven moest Hij door anderen onderhouden worden. Zelfs Christus’ graf werd Hem door iemand anders geschonken… 

Paulus spreekt hier in 2 Kor. 8:9 op ontroerende wijze over: ‘Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden’. Leer die tekst maar uit je hoofd! Dat is hét doel waarom Christus naar deze aarde kwam. Om mensen zoals jij en ik geestelijk rijk te maken. Wat een wonder! Voor de Heere Jezus is niemand geestelijk te arm. Wel te rijk. Dat komt helaas ook binnen de kerk voor. Denk maar aan de gemeenteleden van Laodicea (Openb. 3:14-22). Financieel gezien waren deze christenen schatrijk, maar geestelijk gezien waren ze straatarm. Wat een genade dat de Heere Jezus ons nog tot bekering roept en blijft aandringen om Hem te zoeken. Dat doet Hij ook vanmiddag door deze lezing. En wie Hem zoekt, die zal Hem vinden!

Misschien is dit de eerste keer dat je mee bent op het JV-kamp. Misschien ben je al vaker geweest. Mag ik eens wat vragen aan degenen die vaker op kamp zijn geweest: Wat weten jullie meer te vertellen over de genade, de liefde, de schoonheid en de majesteit van de Heere Jezus in vergelijking met vorig jaar? Dat mogen we elkaar toch wel vragen? Want dat is wat de Heilige Geest uitwerkt in het christenleven (Hoogl. 1:2). Dat we meer en meer aan Christus gelijkvormig worden en meer en meer verlangen om met Zijn liefde vervuld te zijn. Over dit verlangen las ik iets moois in een van de brieven van de puritein Samuel Rutherford, die overigens gewoon gratis te downloaden zijn(!) Hij schreef het volgende aan een zekere James Fleming:

‘Ik raad u aan om hoge gedachten van Christus te hebben en van vrije genade. Ik denk dat ik nu meer zie van Christus, dan ik ooit zag, en toch zie ik nog maar weinig van hetgeen gezien mag worden. O, dat Hij het gordijn wilde verschuiven, en dat de Koning uit Zijn paleis wilde komen, opdat ik Hem mocht zien! Christus’ liefde is heerlijk, het is hemels. O, wat prijs kan er voor Hem gegeven worden! Engelen kunnen Hem niet bevatten! O, Zijn gewicht, Zijn waardigheid, Zijn zoetheid, Zijn alles overstijgende schoonheid! Indien tienduizend maal duizend werelden van engelen geschapen waren, zij zouden Zijn schoonheid niet kunnen bevatten. O, dat ik nabij Hem mocht komen om Zijn voeten te kussen, Zijn stem te horen, en de reuk Zijner oliën te ruiken! Maar helaas, ik heb weinig, weinig van Hem; maar ik verlang naar meer’.[4]

Herken jij dit verlangen? Hoor dan het Woord van de Heere Jezus Zelf: ‘Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen’ (Mat. 5:3). 

III. De armen zullen vernietigd worden
De armen zullen vernietigd worden. Hiermee bedoel ik mensen die geestelijk gezien in armoede hebben geleefd en niet hebben gebogen voor Christus. Zij zullen vernietigd worden bij hun sterven of bij de wederkomst van Christus. Dan zal blijken wie waarlijk de geestelijk rijken zijn geweest op deze aarde. Dan kan het zomaar zijn dat iemand die nu in de Quote 500 staat, een geestelijke armoedzaaier blijkt te zijn, terwijl iemand die van een bijstandsuitkering moest leven, zal blijken schatrijk te zijn in Christus. Laten we daarom maar niemand beoordelen naar hun inkomen, maar laten we letten op de staat van hun ziel.[5] 

Bovendien kunnen wij, zoals gezegd, toch niets meenemen met ons sterven. J.C. Ryle zei hierover eens het volgende: ‘De één bezit miljoenen, terwijl een ander slechts een stuiver bezit. Maar geen van beiden kunnen ook maar één cent meenemen naar de onzichtbare wereld. De één is de eigenaar van een geweldig groot landgoed, terwijl de ander slechts een klein tuintje met wat onkruid bezit. Uiteindelijk zal voor beiden slechts een paar meter grond voldoende zijn…’.[6] 

Tegelijkertijd hoeven Gods kinderen niets mee te nemen! Met eerbied gesproken, alles wat zij nodig hebben op de nieuwe aarde, daar heeft Christus al voor gezorgd. Neem de rijkste persoon op deze aarde die je kent in gedachten. Hij of zij is een armoedzaaier vergeleken bij de rijkdom die Gods kinderen eens zullen bezitten op de nieuwe aarde! Ze zullen leven als koningen en koninginnen! Bedenk hoe prachtig de schepping na de zondeval nog is en hoe weergaloos rijk sommige mensen zijn en je hebt een flauw aftreksel van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. De apostel Paulus zegt hierover het volgende in 1 Kor. 2:9: ‘Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben’. 

Overigens is het Gods kinderen helemaal niet te doen om de rijkdommen die ze op de nieuwe aarde zullen krijgen. Het is ze om Christus Zelf te doen. Maar het is Christus Zelf Die Zijn geestelijke broeders en zusters wil laten delen in de erfenis die Hij op Golgotha heeft verdiend (Gal. 4:7). 

Tot slot wil ik graag nog twee dingen extra onderstrepen. Bedenk dat het verlangen naar geld en goederen gevaren en verleidingen met zich meebrengt. Voor geld zorgde Achan ervoor dat het leger van Israël verslagen werd en dat hijzelf gedood werd. Voor geld zondigde Bileam en probeerde hij Gods volk te vervloeken. Voor geld verraadde Delila Simson aan de Filistijnen. Voor geld loog Gehazi tegen Naäman en Elisa en werd hij een melaatse. Voor geld logen Ananias en Saffira tegen de Heilige Geest en werden zij gedood. Voor geld verraadde Judas de Heere Jezus en werd hij voor eeuwig in de hel geworpen.[7]

Het tweede wat ik wil onderstrepen is een ontdekking die ik heb gedaan op The Banner of Truth Trust Youth Conference waar ik enkele weken geleden was. Hier sprak ds. P. Heaps over het Bijbelboek Openbaringen. Toen kwam ook het achttiende hoofdstuk aan bod. Daar wordt gesproken over Babylon. De stad Babylon kan in de Bijbel meerdere betekenissen hebben, maar hier is het een soort verzamelnaam van alle onreinheid, vunzigheid en zonden die de duivel gebruikt om mensen te verleiden en voor eeuwig om te laten komen. Hieronder vallen onder andere afgoderij en seksuele zonden. Wat nieuw voor mij was, was dat ook economische zonden genoemd worden! Openbaring 18 laat zien dat mensen die alleen maar voor geld en goed leven, door de satan verleid worden! Het laat ook zien dat het materialisme mensen kapotmaakt. Kijk maar in vers 13. Zelfs lichamen en zielen der mensen worden als vracht vervoerd en als slaven ingezet om de productie van goederen door te laten gaan.[8] Alles en iedereen moet wijken voor de economische voorspoed. Diep triest, maar ook levensgevaarlijk! Let maar op wat er met Babylon gebeurd. Babylon waar men leefde om te werken, waar men leefde voor seksueel genot, waar men leefde ten koste van anderen, waar men zich veilig waande zonder God, is gevallen. God heeft haar vernietigd. En de volken en de koningen die met Babylon gehoereerd hebben en de kooplieden die door haar rijk geworden zijn, staan er verslagen bij. Hun droom is in duigen gevallen.[9]

En ik? En jij? Valt onze droom straks ook in de duigen als de Heere Jezus terugkomt? Zoek de Heere en leef! En als jij Hem al mag kennen, ijver dan om meer van de schoonheid van Christus te mogen zien! Want wie meer van Hem ziet, heeft minder oog voor de leegheid van het materialisme.

Hoe het met mensen afloopt die waarlijk geestelijk rijk zijn? Ook dat staat in het Bijbelboek Openbaring:

‘En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan. En Die op den troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw. En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet. Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn (Openb. 21:1-7)’.


Stellingen
1. Iemand die niet graag geeft is onbekeerd.
2. Rijkdom brengt grotere verleidingen met zich mee dan armoede.
3. Een offer is geen offer als het niet pijn doet.
4. Wie niets aan de kerk geeft, moet niet gek opkijken als hij geen nieuw hart krijgt.
5. God geeft Zijn kinderen op deze aarde niet letterlijk geld, maar Hij geeft geestelijke zegeningen.


Vragen
1. Wat is een goed geldbedrag om als christelijke jongere jaarlijks aan de kerk te geven?
2. Leg uit dat het Bijbels is om te sparen voor de toekomst. Leg ook uit dat hier gevaren aan kunnen zitten.


Literatuurlijst
Beale, G.K. The Book of Revelation: A Commentary on the Greek Text. Grand Rapids, Michigan: W.B. Eerdmans, 1999.
Crossway. Esv Study Bible: English Standard Version. Wheaton: Crossway, 2008.
Frame, J.M. The Doctrine of the Christian Life. Phillipsburg: P&R Publishing, 2008.
Jones, M. Knowing Christ. Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2015.
Murray, I.H. J.C. Ryle: Prepared to Stand Alone. Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2016.
Ryle, J.C. Christen-Zijn in Het Dagelijks Leven: Over De Praktijk Van Het Geloof. Kampen: De Groot Goudriaan, 2008.
Sproul, R.C. How Should I Live in This World? Lake Mary: Reformation Trust, 2009.



[1] R.C. Sproul, How should I live in this world? (Lake Mary: Reformation Trust, 2009), 49.
[2] Ibid.
[3] J.M. Frame, The doctrine of the Christian life (Phillipsburg: P&R Publishing, 2008).
[4] Aangehaald in: M. Jones, Knowing Christ (Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2015), 15.
[5] J.C. Ryle, Christen-zijn in het dagelijks leven: over de praktijk van het geloof (Kampen: De Groot Goudriaan, 2008), 243.
[6] Ibid., 245. J.C. Ryle wist heel goed hoe betrekkelijk aardse rijkdom is. Hij groeide op in een schatrijk gezin. Zijn vader was bankdirecteur. Maar van de een op de andere dag ging deze bank failliet en kwam het gezin in grote financiële nood. Dit leerde Ryle om aardse schatten te relativeren. Bron: I.H. Murray, J.C. Ryle: Prepared to Stand Alone (Edinburgh: The Banner of Truth Trust, 2016).
[7] Ryle, Christen-zijn in het dagelijks leven: over de praktijk van het geloof: 250.
[8] Crossway, ESV study Bible: English Standard Version (Wheaton: Crossway, 2008), 2489.
[9] G.K. Beale, The book of Revelation: A commentary on the Greek text (Grand Rapids, Michigan: W.B. Eerdmans, 1999), 904.