Doorgaan naar hoofdcontent

Single zijn, artikel voor Depositum Custodi

In een serie van drie artikelen gaan we na hoe de Bijbel en de wetenschap spreken over de liefdesrelatie tussen man en vrouw. In het eerste artikel hebben we stil gestaan bij de instelling van het huwelijk, het huwelijk in en na de zondeval en over het krijgen van verkering. In het tweede artikel zijn we ingegaan op het verloop van de verkeringstijd, de stap naar het huwelijk en het huwelijk zelf. In dit laatste artikel komt het single zijn aan bod. We zullen ingaan op de vraag naar de voorzienigheid in dezen, het al dan niet gewenst single zijn, de positie van de christelijke single en tot slot de waarde van vriendschap. Onze wens is dat dit artikel een hulp zal zijn in het biddend reflecteren op deze zaken en dat het tot eer van God mag zijn. 

Tekst: Gerdien Beens en Alexander Treur

Definities
Wanneer u op zoek zou gaan naar omschrijvingen van de begrippen single, vrijgezel en alleenstaande, zult u tot de conclusie komen dat een eenduidige definitie onmogelijk te geven is. Tussen de drie begrippen bestaat een grote overlap. Volgens de Van Dale zijn de begrippen inwisselbaar. Toch willen wij in dit artikel enig onderscheid aanbrengen, aansluitend bij het gebruik van de begrippen in de reformatorische wereld.
Wanneer een definitie wordt gegeven naar aanleiding van het gebruik van de drie begrippen, kan worden geconcludeerd dat het begrip alleenstaande het minst past bij de andere twee begrippen. Bij een alleenstaande wordt gedacht aan iemand wiens partner door de dood is ontvallen. Na een periode van samenzijn, staat dan één van beide alleen. In dit artikel zullen wij hier verder niet op ingaan. Met de term single wordt, op een relatief moderne manier, aangegeven dat iemand geen (liefdes)relatie heeft. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de leeftijdscategorie waarin de desbetreffende persoon zich bevindt. Vanwege de gangbaarheid van dit begrip is het beter om te spreken over ‘single zijn’ dan over ‘vrijgezel zijn’. Over het algemeen wordt iemand van boven de dertig zonder relatie gezien als vrijgezel. Om deze bovenstaande redenen zullen wij in dit artikel spreken over single zijn.

Voorzienigheid en relaties
Het eerste artikel in deze reeks begon met een uiteenzetting van Genesis 1. In het begin van de Bijbel lezen wij hoe de Heere alles geschapen had en dat het goed was in Zijn ogen. Bij het belijden dat de Heere de Schepper is, dient men er ook bewust van te zijn dat de schepping tot op de dag van vandaag afhankelijk is van de Schepper. De schepping is niet onafhankelijk of zelfvoorzienend (Klooster 276). Wat geschapen is, valt onder Gods eeuwige raad en voorzienigheid om geregeerd en onderhouden te worden (HC 9).
Om het verband tussen voorzienigheid en relaties aan te geven is het nodig een juist beeld van voorzienigheid te hebben. Het woord ‘voorzienigheid’ komt in de Bijbel niet voor; het is een typisch dogmatische term. Wel geeft de Bijbel vele andere woorden voor hetzelfde begrip, zoals: regering, Gods opzicht, Gods daad, Gods ordinantie, Gods hand, Gods dragen, Gods zorgen, het werk des Vaders (Van Dieren 93). Het Latijnse woord (providentia) kan evenals het Nederlandse op twee manieren verstaan worden: als vooruitzien en als voorzien in iets (Van Kooten, Aan Zijn voeten 97). De schepping en dus ook de mens is het voortdurende voorwerp van Gods trouwe zorg. Om deze reden spreekt de NGB in artikel 13 over die goede God, en de HC in Zondag 9 en 10 over God als almachtig en getrouw. Waar de moderne mens over ‘toeval’ spreekt, heeft de christelijke voorzienigheid een Gezicht. God regeert deze wereld door Zijn Zoon (Kol. 1:15-17). Een overtuiging die geuit wordt van Genesis tot Openbaring is dat achter en onder alle verwarring in deze wereld Zijn plan schuilt. Dat plan omvat het vervolmaken van Zijn kinderen en het herstel van een wereld door de tussenkomst van Jezus Christus, tot eer van Zijn Naam (Packer 21). Daarom kan het waarom van bepaalde gebeurtenissen voor ons wel verborgen zijn, maar bij de Heere is het geborgen (Van Kooten, Aan Zijn voeten 103).

Het spreken en nadenken over voorzienigheid binnen Bijbelse grenzen leert ons dat God regeert, in de schepping maar ook in mensenlevens. Dit moeten wij echter niet opvatten als een vangnet voor noodgevallen. Wij zijn ieder moment afhankelijk van Gods zorg en Christus leert ons dat er zelfs geen haar van ons hoofd valt zonder Gods weten. Deze hoge tonen dienen het levenslied van een christen kleur te geven. Als u erop let, zult u al snel gewaar worden dat het ergste van alle ellende is de voorzienigheid niet te kennen en dat het grootste geluk erin gelegen is die wel te kennen (Calvijn 230).

Een christen mag zich dus geborgen weten in de voortdurende zorg en trouw van God. Ook als het gaat om het zoeken en vinden van een geschikte partner. Ook vandaag geldt nog dat de Heere ‘aan een iegelijk zijn huisvrouw gelijk als met Zijn hand toebrengt’. Dit te weten, maar anderzijds ook te beseffen dat de christen zijn eigen verantwoordelijkheid heeft, levert spanning op. Net als Adam mogen wij ook zoeken naar iemand om het leven mee te delen. In Gods Woord lezen wij welke criteria een christen dient te hanteren in het zoeken van een levenspartner. Ook hierin is het Woord een lamp voor onze voet en een licht op ons pad. Naast het uitkijken naar een geschikte partner dienen wij ook de Heere te bidden of Hij deze aan ons wil schenken. Luther merkte hier eens het volgende over op: ‘De grootste gave van God is een vrome, vriendelijke echtgenote, die God vreest, Zijn huis bemind en met wie je in wederzijds vertrouwen kunt leven’ (Bridges 620).

Het gebed is dus zeer belangrijk. Dit dient dan wel een gebed te zijn in vertrouwen dat de Heere het beste met ons voorheeft. Zeker als het gaat over zulke tere zaken als relaties, merken we vaak dat het zo moeilijk is om te wachten op Gods tijd. Als we dan iemand ontmoet hebben, mag het gebed niet stagneren. Sterker nog, als we gevoelens hebben, dienen we te bidden: ‘Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? Als het niet in Uw gunst is, wilt u dan alle gedachten aan en gevoelens voor de ander wegnemen?’ (Van Vlastuin 31) Mocht het dan niet naar Gods wil zijn, dan wil de Heere ook krachten geven om ‘nee’ tegen je eigen gevoelens te zeggen.

Zoals gezegd speelt ook de eigen verantwoordelijkheid een rol. Bijvoorbeeld bij de vraag waar wij onze levenspartner hopen tegen te komen. Om deze reden is het ook niet verwonderlijk dat er uit Depositum Custodi veel stellen voortkomen. In een tijd waarin het gereformeerd belijden zo sporadisch gevonden wordt, kan juist een studentenvereniging een plek zijn waar je biddend om je heen mag kijken. Dat is geen schande, het spreekt eerder van ondankbaarheid als we de middellijke werking van de Heere negeren.

Ook het raadplegen van ouders, wederzijdse kennissen of goede vrienden kan helpen om meer duidelijkheid te krijgen. Niet alleen de wijsheid die God persoonlijk wil schenken, maar ook de wijsheid van vrienden en medechristenen in de kerk kan tot hulp zijn. Wees ook in dezen geen geestelijke eenling (Packer 97). De Heere wil ons onderwijzen door de vorming van onze omstandigheden en door Zijn gaven van wijsheid om het Woord te begrijpen (Packer 99). Daarnaast willen we de nadruk leggen op het wonderlijke feit dat de Heere ook de omstandigheden in het leven kan leiden. God realiseert de gebedsverhoring gewoonlijk door heel gewone dagelijkse dingen. Zie in dit verband ook de geschiedenis uit Genesis 24. Toen Eliëzer biddend een vrouw ging zoeken voor Izak kreeg hij ook geen hemels visioen, maar heel gewoon een paar oplettende mannenogen, die direct zagen dat Rebekka een pienter en vriendelijk meisje was, precies wat hij zocht voor Izak, en zo deed de Heere het gebed via de meest alledaagse gebeurtenissen in vervulling gaan (Veldkamp 108).
Gods voorzienigheid beslaat elk terrein van het leven, dus ook onze relaties. Zo komt het alles in het perspectief van Gods regering en Vaderlijke zorg te staan. Dat geeft rust en vertrouwen voor de toekomst.

Ten slotte dit: in de voorzienigheid zien we hoe groot het verschil tussen God en mens is. Enkel de Heere overziet ons gehele leven. Als we in afhankelijkheid leven hoeven we niet te vrezen dat het de Heere uit de hand loopt. Ook niet als we, door eigen lusten of eigengereidheid, een verkeerde beslissing hebben genomen. We mogen geen dingen van de Heere geloven die voor de satan ons wil doen geloven, namelijk dat er geen vergeving te vinden is, of dat de Heere niet bij machte is om ons weer op het juiste spoor te krijgen. Die angst toont niets meer aan dan ongeloof wat betreft de goedheid, wijsheid en macht van God (Packer 93).
Gods leiding en regering is hier dus bedoeld als een machtige troost. Het behaagt God om met Zijn hand toe te brengen. En een Vader zal toch geen slechte keuze maken voor Zijn kind (Van Vlastuin 3)?

Single zijn
Maar, zult u zich afvragen, wie zegt mij dat het Gods wil is dat ik een partner zal vinden? Allereerst moeten we onderstrepen dat het vinden van een man of vrouw geen eerste vereiste in dit leven is. Al te vaak staat het verlangen naar een goed huwelijk bovenaan ons verlanglijstje. Volgens evolutionair psychologen is dit verlangen een gegrond verlangen vanuit de gedachte dat ieder (sociaal) dier, dus ook de mens, zijn genen wil laten voortbestaan in een zo groot mogelijk nageslacht. Vanuit Bijbels oogpunt sluiten we liever aan bij de opvatting dat een mens verlangt naar een gezin opdat daaruit Gods koninkrijk gebouwd mag worden en dat de mens als schepsel van God de behoefte heeft aan het aangaan van relaties. Echter, ons eerste levensdoel is God, onze Schepper te verheerlijken door Hem lief te hebben. Het gaat er in de eeuwigheid niet om of we getrouwd zijn, maar of we deel mogen hebben aan Christus!

Terug naar de vraag of het Gods wil is dat wij een partner zullen vinden. Een antwoord op deze vraag is vooral te vinden in Gods Woord. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament is het getrouwd zijn de gebruikelijke gang van zaken. Als men de Schriftgegevens die over deze zaken gaan (bijvoorbeeld 1 Kor. 7) zorgvuldig bestudeert, komt men tot de conclusie dat het scheppingsbevel uit Genesis 2:24 in eerste instantie voor iedereen geldt. Toch waren Johannes de Doper, Paulus en de Heere Jezus ongetrouwd (Köstenberger 175). Paulus ziet het voordeel van ongetrouwd zijn vooral in het feit dat men dan volledig beschikbaar is voor het verspreiden van het Evangelie. Toch merkt hij daarbij wel op dat dit een roeping is, zelfs een genadegave(!), die beperkt blijft tot een paar uitverkorenen en zeker geen stelregel is voor (toekomstige) ambtsdragers (Köstenberger 176). Hij verzet zich dan ook tegen hen die het huwelijk verafschuwen en zelfs verbieden (1 Tim. 4:1-3).
Köstenberger beschrijft verder in zijn boek dat de bovenstaande uitverkorenen die niet hoeven te trouwen hier uiteindelijk ook mee in het reine zullen komen en door de Heere gezegend zullen worden. Bijbels onderbouwd toont hij aan dat Paulus dit voor hemzelf als voordeel en zeker niet als oordeel zag. Voor ons betekent dit dat als we nog geen relatie hebben en hier wel naar verlangen, we niet direct mogen denken dat het niet voor ons weggelegd is. Of zoals ds. C. Stelwagen eens zei: ‘Iedereen dient te trouwen. Enkel zij die duidelijk van de Heere te horen krijgen dat zij ongetrouwd mogen blijven, kunnen zich aan dit scheppingsbevel onttrekken’. We mogen dus uitzien naar een relatie en mogen het verlangen hebben om samen met onze partner de Heere groot te maken.
Het volgende wat we in dit artikel willen aansnijden is het respectievelijk gewild en ongewild single zijn.

Gewild single
In het Reformatorisch Dagblad van 3 december 2009 stond een reportage over single zijn naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd door het RD. Daarin zijn onder andere verschillende portretten opgenomen van mensen die bewust single zijn. Er worden zeer uiteenlopende redenen genoemd: het hebben van een roeping tot diacones waarbij het celibaat is vereist, het niet willen loslaten van de vrijheid van het vrijgezel zijn of het predikantschap op de wijze van Paulus willen uitoefen, kortom het ongehuwd blijven om ongebonden de Heere te kunnen dienen. Dat iemand gewild single is, hoeft overigens niet te betekenen dat men nooit een relatie wilde aangaan. Men kan door bepaalde gebeurtenissen in het leven op een Schriftuurlijke wijze tot een berusten in de situatie komen. Het spreekt vanzelf dat louter egoïstische motieven zoals een ongezonde carrièredrang, het vastzitten in een grenzeloze vrijheid, verkeerde financiële motieven etcetera, voor een christen geen redenen mogen zijn om geen relatie met een ander aan te gaan.
Maar zoals gezegd, kan het niet aan willen gaan van een relatie een goede beslissing zijn. Dan is gewild single zijn ook echt gewild. Als men zichzelf gaat verstoppen in het werk, allerhande activiteiten en hobby’s om maar geen gebroken hart op te lopen, loopt men het risico dat het hart koud en hard wordt. Een relatie zal hoe dan ook een sprong in het diepe zijn.
We willen nogmaals benadrukken dat de ruimte in dit artikel beperkt is. We pretenderen dan ook niet het laatste woord over deze zaken gesproken te hebben. Helaas moeten we enkele interessante onderwerpen laten liggen, bijvoorbeeld over de sociaalpsychologische rijping om op het juiste moment een relatie aan te gaan. Men begint zich in christelijke kringen nog wel eens zorgen te maken als iemand alleen blijft. Dit kan leiden tot ongewilde adviezen en soms tot beschadiging van de persoon in kwestie. Voorzichtigheid, liefde en tact zijn onontbeerlijk op dit terrein, zeker ook omdat allerhande pathologische redenen op de achtergrond mee kunnen spelen waardoor iemand vooralsnog niet in staat is om een relatie met een ander aan te gaan.

Ongewild single
Onder andere vanwege het feit dat men gemiddeld langer studeert dan vijftig jaar geleden en voor een goed functioneren (lees: overleven) in de maatschappij een huwelijk niet van onmisbaar belang meer is, ligt de gemiddelde leeftijd waarop men een (huwelijks)relatie aangaat hoger. Opvallend is dat mensen met een hogere opleiding eerder single blijven (al dan niet gewild). Dit wordt gesteld in de eerder genoemde reportage van het RD. Een aantal mensen geeft aan single te zijn, maar droomt nog steeds van een gezin. Uit onderzoek blijkt dat 82% van de 986 ondervraagden het fijn zou vinden om een partner te krijgen, maar 71% het geen voorwaarde vindt voor een gelukkig leven.
Volgens Jan Latten, hoogleraar demografie aan de UvA en onderzoeker bij het CBS, stellen mensen meer eisen aan een partner naarmate men ouder wordt. Zo vindt 63% van dezelfde ondervraagden het opleidingsniveau van belang en stelt 67% voorwaarden aan de leeftijd. 96% vindt het van belang dat een partner kerkelijk meelevend is en liefst is betrokken bij een reformatorische kerk. Verder zijn niet roken, een goede verzorging, een eerlijk karakter en tal van andere positieve eigenschappen een pluspunt.
De eisen die men stelt aan een partner ontwikkelen zich meestal geleidelijk en onbewust en het zou kunnen zijn dat men zich zelfs niet altijd bewust is van het bestaan van die eisen.
Hoewel deze cijfers inzicht kunnen geven in een mogelijke verklaring van het single zijn (en vooral van het single blijven), zou het te kort door de bocht zijn om bij iedereen die ongewild single is te stellen dat hij of zij te hoge eisen stelt. Zo iemand is hier niet bij gebaat en zou hierdoor nodeloos gekwetst kunnen worden. Toch kan men soms wel gebaat zijn bij het advies van goede vrienden. Juist vrienden kunnen er soms voor zorgen dat de desbetreffende persoon zichzelf wat minder in de weg staat, mocht dit het geval zijn.

De herwaardering van de christelijke single
De groep die in de westerse kerken van tegenwoordig het meest over het hoofd gezien wordt, is waarschijnlijk die van de alleenstaande volwassenen (Köstenberger 171). Dit is onder andere op te merken als je op zoek gaat naar christelijke literatuur over dit onderwerp. Die is namelijk bijna niet te vinden. In de kerk vallen singles zichtbaar buiten de boot: in bijna alle gemeentelijke activiteiten ligt de focus op het gezin: er is huwelijkscatechese, er zijn opvoedingsavonden, in de kerkbode en het gebed wordt vaak aandacht geschonken aan huwelijken, geboorten en huwelijksjubilea. Hoewel het single zijn in het Nieuwe Testament niet als ondergeschikt aan de huwelijkse staat wordt gezien, blijkt dit in de praktijk wel zo beschouwd te worden (Köstenberger 171). Veel christelijke singles hebben het gevoel een relatie ingekeken te worden en dit kan erg frustrerend werken.
Om deze reden pleit Nico van der Voet er in dezelfde reportage in het RD voor dat singles meer aandacht van de kerk zouden moeten krijgen. Een herwaardering van de christelijke single blijkt nodig. Dan krijgt de ongewilde single de aandacht die hij of zij verdient. Vanuit een christelijke, pastorale houding kan de single zich opgenomen en begrepen voelen in een christelijke gemeente. Gevoelens van eenzaamheid en soms zelfs van het minderwaardig zijn, kunnen zo bestreden worden. Het kruis dat men in dit leven opgelegd heeft gekregen, kan door begrip en gebed van medechristenen wat draaglijker worden. Door elkaar te wijzen op het volbrachte werk van Christus kunnen wij aan de voet van het kruis terecht komen. Wij ontvluchten ons kruis dan niet. Wij worden er niet cynisch van. Integendeel, dan mag er bij tijd en wijle iets beleefd worden van datgene waar bij onze doop om gebeden werd: ‘Dat zij hun kruis, Hem dagelijks navolgende, vrolijk mogen dragen’ (Van Kooten, Het zevende gebod 39).

Dat een herwaardering van christelijke singles geen loze oproep is, blijkt wel uit het feit dat veel gehuwden er soms nauwelijks enig idee van hebben waar een ongehuwde die wel graag getrouwd had willen zijn, mee te worstelen heeft (Van Kooten, Het zevende gebod 34).
            Naast de Bijbelse toerusting en bemoediging voor singles, kan de single zelf ook veel voor de gemeente betekenen. Hoewel een single ook zijn eigen werk en soms ook zijn eigen huishouden heeft, is er meestal wel meer ruimte om bijvoorbeeld bezoeken af te leggen bij of hulp te bieden aan hulpbehoevenden binnen de gemeente. Dit alles dient dan wel vrijwillig te gebeuren, want een single heeft ook een roeping om voor zichzelf te zorgen (Van Kooten, Het zevende gebod 36). Het kan zijn dat dit een mentaliteitsverandering binnen christelijke gemeenten en gezinnen teweeg moet brengen. Meer begrip en aandacht van beide kanten, noemt Nico van der Voet: liefde voor twee.

Vriendschap
Tot slot heeft deze artikelenreeks nog één belangrijke relatievorm onbesproken gelaten, namelijk die van de vriendschap. Het van belang dit nog even kort te benoemen. Voor de lezer van dit artikel die vrijgezel door het leven gaat, betekent dit namelijk niet dat men geen sociaal leven kent. Integendeel, juist iemand die vrijgezel is, heeft de mogelijkheid om op tal van andere terreinen actief te zijn en zichzelf te ontwikkelen. Niet voor niets laat juist de Bijbel zien hoe belangrijk en onmisbaar een goede vriendschap is. Het werkwoord ‘aankleven’, dat in Genesis 2:24 in het kader van het huwelijk tussen man en vrouw wordt gebruikt, wordt tevens gebruikt voor vriendschappen tussen ongehuwden! Van Ruth staat er bijvoorbeeld geschreven dat zij Naomi aankleefde (Van Gemeren 911).

Het moge duidelijk zijn dat als de Bijbel spreekt over ware vriendschap, dit verder gaat dan een vluchtige ontmoeting op Utrecht Centraal, een vage kennis op Facebook of een kort gesprek tijdens de pauze van je werk. In vriendschappen moet geïnvesteerd worden. Juist vriendschappen kunnen soms als een soort stage voor een latere relatie fungeren. Niet voor niets baden de puriteinen tot God om een ‘boezemvriend’ met wie zij geestelijke gesprekken konden hebben (Goligher 86).

De karaktervormende potentie van vriendschappen mag niet worden onderschat. Juist daar leer je er voor de ander te zijn, in goede en slechte tijden, in rijkdom en armoede, in ziekte en gezondheid. Dit is het hart van de christelijke broederschap (koinonia). Wij vinden het lastig om met onze eigen fouten of die van anderen om te gaan. Juist vrienden kunnen elkaar weer moed geven om toch door te gaan. ‘Twee zijn beter dan één, want zij hebben een goede beloning van hun arbeid; want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen’ (Pred. 4:9-10).

Ook leren we bij uitstek in vriendschappen om elkaars lasten te dragen en onszelf te verloochenen. ‘Verlaat uw vriend noch den vriend uws vaders en ga ten huize uws broeders niet op den dag van uw tegenspoed; beter is een gebuur, die nabij is, dan een broeder, die verre is’ (Spr. 27:10). Echte vrienden zijn ook kritisch naar ons als het nodig is. ‘De wonden des liefhebbers zijn getrouw, maar de kussingen des haters zijn af te bidden.’ (Spr. 27:6). Soms moeten vrienden scherp tegen ons zijn omdat ze om ons geven (Goligher 132). Zo kan een vriendschap al een oefening zijn voor het huwelijk waar dezelfde waarden, namelijk liefde, trouw, transparantie en authenticiteit, bij uitstek gelden. Laten we onszelf in acht nemen en de Heere bidden of wij goede vrienden mogen zijn voor de mensen om ons heen.

Christelijke vrienden zijn daarom niet een spirituele luxe, geen optionele toevoeging, maar een geestelijke noodzakelijkheid. God heeft ons op zo’n manier gemaakt dat onze gemeenschap met Hem gevoed wordt door onze gemeenschap met medechristenen (Goligher 58). Als christenen mogen we hiervoor het oog op Jezus richten. Ook Hij had mensen om Zich heen waar Hij een speciale band mee had, denk maar aan Maria, Martha en Lazarus. En nooit, nooit was er een vriend die een vriend bleek te zijn als Jezus Christus (Ryle 265). ‘Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijkerwijs Ik u liefgehad heb. Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zet voor zijn vrienden. Ik heet u niet meer dienstknechten, want de dienstknecht weet niet wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd’ (Joh. 15:12-13,15a). Juist in een maatschappij die steeds meer gedifferentieerd raakt, waar isolatie en eenzaamheid de overhand dreigen te nemen, mag de christen een tegengeluid laten horen. De kerk (ecclesia, letterlijk zij die geroepen zijn [uit de wereld]) mag een nieuwe gemeenschap vormen met als haar Koning de Heere Jezus Christus. Zij mag een beter Vaderland voorstaan. Haar individuele leden worden daarom opgeroepen om zij aan zij te strijden tegen de harteloze individualisatie en eenzaamheid. Christelijke liefde is liefde in actie in een wereld die toekijkt. ‘Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander’ (Joh. 13:35). Dit hartelijke bevel tot onderlinge liefde, gevoed door Christus, geldt voor iedereen: single of niet. 










Bridges, C. Proverbs, The Geneva Series of Commentaries. Pennsylvania, 1977.
Calvijn, J. Institutie, versie dr. C.A. de Niet. Houten, 2009.
Goligher, L. The Fellowship of the King, The Quest for Community and Purpose. London, 2003.
Klooster, F.H. Our Only Comfort, Volume One, A Comprehensive Commentary on the Heidelberg Catechism. Michigan, 2001.
Köstenberger, A.J. God, huwelijk en gezin, Het Bijbels fundament. Kampen, 2008.
Packer, J.I. Gods plannen voor jou. Doorn, 2008.
Ryle, J.C. Christen-zijn in het dagelijks leven, Over de praktijk van het geloof. Kampen, 2008.
Veldkamp, H. Beslagen vensters, Over het gebed. Kampen, 1978.
Van Dieren, C.A. Leerboek, Beknopte inleiding in de geloofsleer. Barneveld, 2009.
Van Gemeren, W.A. New International Dictionairy of Old Testament Theology & Exegesis, Volume 1. Grand Rapids, 1997.
Van Kooten, R. Aan Zijn voeten, Onderwijs en verdieping in de geloofsleer. Heerenveen, 2004.
Van Kooten, R. Het zevende gebod, Gij zult niet echtbreken. Houten, 1993.
Van Vlastuin, W. Het huwelijksformulier, De actualiteit van het klassieke formulier. Heerenveen, 1999.