Doorgaan naar hoofdcontent

Openbare belijdenis des geloofs, belijdeniscatechisatie Hervormd Amstelveen, avond 10

Vorige keer hebben we het gehad over Christus, de Zoon van God. We hebben gezien dat Christus zowel volledig mens als volledig God is. En we hebben ons verwonderd over Christus’ lijden en sterven voor de uitverkorenen. Over de verzoening door voldoening. Vanavond hopen we samen stil te staan bij het doen van openbare belijdenis van het geloof. Wat houdt dit eigenlijk in? En wat zegt dit over mijn persoonlijk (geloofs)leven? 

Door: J.W.J. Treur

Bijbelstudie

Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! Mat. 7:21-23

De tekst bevat ongetwijfeld in vele opzichten de meest ernstige woorden die ooit door mensen, of ook door de Zoon van God Zelf, gesproken zijn. Maar het zijn woorden die door de Zoon van God Zelf zijn uitgesproken en ze moeten daarom onze grootste belangstelling hebben. Dit zijn zeer ernstige woorden en de enige manier waarop we ze oprecht kunnen overdenken is door ze te bezien in het licht van het feit dat er een dag zal komen dat alle aardse dingen zullen voorbijgaan. Het zijn woorden die gericht worden tot alle mannen en vrouwen  die zich bewust zijn van het feit dat ze in een laatste oordeel voor God zullen staan.

De boodschap is hier niet het benadrukken van de werken ten koste van het geloof; de boodschap is van veel ernstiger aard. Ze luidt dat we het vreselijke gevaar van zelfmisleiding en zelfbedrog moeten beseffen. De Heere benadrukt hier dat voor het aangezicht Gods niets kan bestaan dan ware gerechtigheid, ware heiligheid, de ‘heiligmaking, zonder welke niemand de Heere zien zal’ (Hebr. 12:14).

De Heere laat een aantal zaken zien, waar de mens ten onrechte op kan steunen:
-Allereerst verwijst Hij naar mensen die de juiste leerstellige opvatting hebben over Zijn natuur en Persoon. Hij verwijst naar mensen die Hem erkend hebben, die tot Hem komen en ‘Heere, Heere!’ zeggen.  Daar heeft de Heere dan ook geen kritiek op. Hij zegt alleen dat niet iedereen die deze woorden uitspreekt ook het Koninkrijk der hemelen zal binnengaan.
De omgekeerde gevolgtrekking die uit deze uitspraak gehaald kan worden is erg belangrijk. De mens die niet ‘Heere, Heere!’ zegt, zal nooit het Koninkrijk der hemelen binnengaan.
Met andere woorden, rechtzinnigheid is absoluut essentieel. Toch mogen we niet tevreden zijn met alleen een verstandelijke erkenning van de waarheid.(1) De duivelen geloven namelijk ook, en zij sidderen (Jak. 2:19). Er zijn mensen geweest die de waarheid volledig geaccepteerd hadden en toch verloren zijn gegaan. Dit is een vreselijke gedachte en toch leert de Schrift ons dat dit tot de mogelijkheden behoort. Het is mogelijk dat een mens die niet is wedergeboren en onbekeerd is, het Schriftuurlijk onderwijs als een soort filosofie, als een soort abstracte waarheid, aanvaardt. Het gevaar van een valse vrede is levensgroot aanwezig, ook in onze dagen.  
Er zijn mensen die in een christelijk gezin zijn opgevoed, die deze dingen altijd gehoord hebben en ze in zekere zin ook geaccepteerd hebben, en altijd het juiste geloofd en gesproken hebben; maar toch wil dat niet zeggen dat ze ook christenen zijn.

-Ten tweede, is er een mogelijkheid dat deze mensen niet alleen in de waarheid geloven, maar ook nog ijverig en vurig zijn. Let ook op de herhaling van het woord: ‘Heere’. Deze mensen zijn niet alleen verstandelijk gezien gelovigen; er zit ook een element van gevoel in; de emoties zijn er bij betrokken. Toch zegt onze Heere dat zelfs dit allemaal onecht kan zijn en dat velen die ijverig en vurig de juiste dingen over Hem en tegen Hem zeggen toch het Koninkrijk van God niet zullen binnengaan. Hoe kunnen we dit verklaren?
Onze Heere benadrukt hier dat, hoewel de mensen ‘Heere, Heere!’ zeggen, en ijverig en geestdriftig zijn, dit alles toch afkomstig kan zijn van het vlees. Niets is gevaarlijker dan alleen vertrouwen op een juiste overtuiging en een ijverige geest, en aan te nemen dat u, zolang u maar in de juiste dingen gelooft en ijverig en geestdriftig en actief met deze dingen bezig bent, daarom noodzakelijkerwijs ook een christen moet zijn.

U kunt uzelf testen door te kijken naar wat onder de oppervlakte ligt. Kijk niet naar de zichtbare gevolgen, kijk niet naar de wonderen en tekenen die iemand doet, maar probeer te ontdekken of hij naar de leer van de Bergrede (zie Mat. 5-7) leeft. Is hij arm van geest; is hij zachtmoedig; is hij nederig; lijdt hij geestelijke pijn als hij naar de wereld kijkt; is hij een heilig man Gods; is hij ernstig; is hij ingetogen? Dat zijn de vragen, de testen van de Bergrede, die laten zien of iemand werkelijk een kind van God is.

De christen heeft een onmiskenbaar karakter; men kan zich in hem niet vergissen. Lees het Nieuwe Testament, schrijf de kenmerken van de nieuwtestamentische mens maar eens op papier, bestudeer ze, denk erover na, pas ze op uzelf en anderen toe. De kenmerken kunnen in één zin worden samengevat: ‘Die daar doet de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is’, zal zalig worden.

Als u voelt dat u schuldig staat, beken dat dan aan God, hongert en dorst naar de gerechtigheid, wendt u vol vertrouwen naar de Heere Jezus Christus, vraag of Hij u die gerechtigheid wilt geven, wat het ook moge kosten, wat ook de gevolgen en effecten ervan mogen zijn, en Hij zal ze u geven, want Hij heeft gezegd: ‘Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden’.(2)  

Beloven en beleven

‘Afspraak is afspraak. Belofte maakt schuld. Wie A zegt, moet ook…’  Je kent deze uitdrukkingen wel. Als ze ergens op van toepassing zijn, dan is het wel op het doen van openbare belijdenis des geloofs.
Ds. J.H. Velema heeft een boekje geschreven over het doen van belijdenis. De titel van dit boekje luidt: Beloven en beleven. 

Met beloven doelt Velema op het ja-zeggen op de vragen van het belijdenisformulier. Op dit plechtige moment mag je voor God en de gemeente je ja-woord geven. Hiermee beloof je als christen te leven in kerk en wereld, zondags en in de week, thuis en op het werk.(3)
Je belofte geldt dus niet alleen in de kerk maar ook daarbuiten. Bij een belijdend christen hoort ook een ‘belijdend’ leven. We doen wel maar één keer belijdenis, maar die ene keer is een wending, een nieuw begin, bepalend voor het hele leven. Je moet dus leven naar je belofte. Net als een dokter die de eed heeft afgelegd dat hij/zij zich zal inspannen voor het welzijn van een ieder hij/zij tegenkomt.
Met beleven doelt Velema op het leven en handelen als christen. Zowel in woord als daad. Dus niet alles maar over je heen laten komen, maar bewust leven en handelen overeenkomstig je belijdenis. Dit is niet gemakkelijk, want wij staan in een wereld vol verleidingen en verzoekingen. Wij moeten strijden tegen een driehoofdige vijand, namelijk de wereld om ons heen, de duivel tegen ons en de oude mens in ons. De Heere vrezen en dienen, vraagt steeds waakzaam te zijn. Het vraagt van ons het gebed en de strijd tegen de zonden.(4)

Daarom is het doen van belijdenis ook geen eindpunt, maar juist een startpunt! Nu gaat het pas goed beginnen. Belijdenis doen is geestelijk op eigen benen komen te staan. Een hele verantwoordelijkheid(!) De belijdeniszondag markeert heel duidelijk een overgang van dooplid naar belijdend lid, van onmondig tot mondig lid van de gemeente, van doopvont naar avondmaalstafel.(5)

Beloven zonder beleven 

Bij de belofte hoort dus een beleven, een uitleven van deze belofte. Is dit altijd het geval? Nee, helaas, was dat maar waar! De ervaring leert dat er jongeren (en ouderen) zijn, die beloften hebben afgelegd in Christus’ gemeente, maar niet naar die beloften hebben geleefd en gehandeld. En dat terwijl het doen van belijdenis het karakter van een eed heeft(!) Zulke mensen zal God niet onschuldig houden. De Heere is een jaloers God en wil heel ons hart en leven. Beloven en beleven hoort bij elkaar; het is een twee-eenheid.(6) 

Formulier voor de openbare geloofsbelijdenis

Het formulier dat de Hervormde Eben-Haëzer gemeente in Amstelveen gebruikt komt uit Liturgische formulieren uit de gereformeerde traditie, een hertaling. Wij willen gedeelten van dit formulier puntsgewijs doorlopen en bespreken.(7)

Gemeente des Heeren, enige broeders en zusters verlangen nu in uw midden persoonlijk en openlijk belijdenis van het geloof af te leggen, opdat zij mogen delen in de volle gemeenschap van de kerk. [Na het moment van belijdenis afleggen, ben je van dooplid veranderd tot belijdend lid] Zij worden hierdoor tot het Heilig Avondmaal toegelaten [Officieel toegang hebben, betekent niet dat je moet deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Als je onbekeerd bent en/of in uitbrekende zonde leeft, mag je niet deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Als je in openbare zonde leeft zal de kerkenraad, na je enkele malen gewaarschuwd te hebben, officieel onder de tucht zetten. Zoals eerder gezegd, heeft geen enkel mens het recht om onbekeerd te zijn!] en dragen medeverantwoordelijkheid voor de opbouw van de gemeente van Christus. [Helaas zijn er nog altijd mensen die belijdenis hebben gedaan en steevast geen vrijwillige bijdrage willen betalen. Met het doen van belijdenis beloof je de gemeente en God Zelf, dat je zorg zult dragen voor het voortbestaan van de gemeente. Voor de mannen betekent dit tevens dat zij op tweetal kunnen komen te staan voor diaken of ouderling. Dit is een grote eer!]
Wij geloven en belijden dat God in Christus Zijn kinderen vergadert uit alle rassen en volken en hen verenigt tot één lichaam, waarvan Jezus Christus het hoofd is en wij de leden zijn.
In de Heilige Doop wordt ons betuigd en verzegeld, dat wij in Gods genadeverbond opgenomen zijn. Daarom behoren wij als leden van Christus’ gemeente gedoopt te zijn. Daarmee dragen wij Zijn merk- en veldteken. [Ds. G. Boer zei eens: ‘De doop zegt niet dat ‘het wel goed komt met ons', maar het zegt alles over de belovende God!’ Anders gezegd: Maak van je doop geen rustgrond en geen zandgrond, maar een pleitgrond.(8)] In het Heilig Avondmaal, waar Christus ons brood en wijn geeft als tekenen en zegelen van Zijn gekruisigd lichaam en Zijn vergoten bloed, verbindt Hij ons telkens opnieuw tot de waarachtige gemeenschap met Zichzelf en met elkaar.
Zo verenigd met Christus, zijn wij geroepen met woord en daad Hem te belijden als Heere en Heiland, en Gods Koninkrijk te verkondigen en te verwachten.

De kerkenraad heeft, na gevraagd te hebben naar uw geloof en kennis van de waarheid, met vertrouwen en blijdschap in uw voornemen toegestemd. [Dit gebeurt op de aannemingsavond] Daarom verzoek ik u, op te staan en in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gemeenschap met de belijdenis van de vaderen te antwoorden op de volgende vragen:
Ten eerste: Belijdt u te geloven in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde, en in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere en in de Heilige Geest?
[Deze eerste vraag onderzoekt of je belijdenis wil afleggen van de Drie-enige God. De ware God, Die Zich in de Bijbel bekend heeft gemaakt als de Drie-enige en eeuwige God. Je hebt tegenwoordig mensen die beweren dat Allah, God, de Boeddha, etc. allemaal verschillende benamingen zijn voor de ‘hogere macht’ die wij aanroepen. Deze mensen worden in de regel niet gehinderd door al teveel theologische kennis. In ieder geval is de Bijbel duidelijk dat God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest één zijn. Wie hier aan toornt, mag zich geen christen noemen.] 
Ten tweede: Aanvaardt u de roeping om, als lid van de gemeente, die God Zich in Christus tot het eeuwige leven verkoren heeft, door Zijn genade tegen de zonde en de duivel te strijden, uw Heiland te volgen in leven en sterven, Hem te belijden voor de mensen en met blijdschap te arbeiden in Zijn Koninkrijk? 
[Als lid van kerk sta je er niet alleen voor. Het is geen gemakkelijk leven; wees daarom gewaarschuwd! De zonde, de duivel en de wereld zijn je liever kwijt dan rijk. Toch mogen en moeten we met blijdschap werken in Zijn Koninkrijk. Dit kan zijn binnen de gemeente, maar ook daarbuiten. We mogen in afhankelijkheid het heil van Christus met woord en daad verspreiden. Een christen moet in woord en daad het Evangelie verspreiden.]
Ten derde: Wilt u, in de gemeenschap van de (Hervormde gemeente te Amstelveen, die deel uitmaakt van de)(9) Protestantse Kerk in Nederland en onder haar opzicht, getrouw zijn onder de bediening van het Woord en de sacramenten, volharden in het gebed en het lezen van de Heilige Schrift, en wilt u met de u geschonken gaven meewerken aan de opbouw van de gemeente van Christus? 
[Tijdens de Reformatie is er een breuk met de Rooms-katholieke kerk gekomen. De Rooms-katholieke kerk noemen we ook wel de moederkerk. De Hervormde kerk is, historisch gezien, een direct afstammeling van de kerk van de reformatie. Zij wordt ook wel de vaderlandse kerk genoemd. Vaderlands, omdat de regering van ons land koos voor de protestantse zijde. Daarmee werd onze kerk de officiële kerk (staatskerk of volkskerk) van ons land. 
In Nederland zijn sindsdien vele scheuringen geweest. Dit is tot oneer van God geweest en gaat ons allemaal aan. Toch geloven wij als Hervormde gemeente dat wij niet anders kunnen dan in de kerk te blijven. De Bijbel vermeldt nergens dat wij ons aan het oordeel van God mogen onttrekken. Iets van Gods oordeel over de kerk van Nederland zien wij terug in de totstandkoming van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in 2004. Een kerk waar Gods Woord vaak te grabbel wordt gegooid en waar on-Bijbelse praktijken aan de orde van de dag zijn. Met je belijdenis word je dus lid van een gebroken en besmette kerk. Maar weet je wat het wonder is? Ondanks al onze wereldgelijkvormigheid en ongeloof, wil de Heere nog doorgaan. Ook in Amstelveen. Dat hebben wij niet verdiend. Moge de Heere ons het verdriet om de kerk in het hart geven, zodat we gaan bidden tot God of Hij opnieuw onze kerk met Zijn Heilige Geest zou willen bezoeken. Aan Zijn zegen is alles gelegen!]

=Moment van belijdenis=

Geliefde broeders en zusters in de Heere, nu u door uw belijdenis in alle voorrechten van het lidmaatschap van de Kerk van Christus delen mag, bedenkt te allen tijde dat u medeburgers van de heiligen bent en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf de Hsoeksteen is; in Hem wordt ook u mede gebouwd tot een woonstede van God in de Geest (Ef. 2:19-22).
Gemeente van Jezus Christus, nu u de belijdenis van deze broeders en zusters hebt gehoord (en getuige geweest bent van de doop) en hun toelating tot het Heilig Avondmaal hebt vernomen, bevelen wij hen aan in uw liefde en zorg, als leden, die met ons één zijn in de Heere. Gedenk de woorden van onze Heere Jezus Christus: Een nieuw gebod geef Ik u dat u elkander liefhebt, gelijk Ik u liefgehad heb, dat u ook elkander liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat u discipelen van Mij zijt, indien u liefde hebt onder elkander (Joh. 13:34,35). 

Slechts één weg

Wie je ook bent, aan belijdenis kun je je niet onttrekken. Geen belijdenis doen is hetzelfde als een afvallige te worden. Het is eigenlijk je Doop verwerpen. Door geen belijdenis te doen zeg je ten diepste: “Ik was veel liever niet gedoopt. Ik ben het met de opdracht van Christus niet eens. Ik ben het met God niet eens. Ik heb geen last van mijn zonden en ik heb geen behoefte aan een volkomen Zaligmaker. Ik leef mijn eigen leventje zonder God.”
Voel je hoe erg dit is? Je voelt wel dat dit niet kan en niet mag. Er is slechts één weg. Dat is de weg van belijdeniscatechisatie en belijdenis. Niet zomaar, maar in voortdurend gebed tot God. Heel het catechisatieseizoen zal doortrokken zijn van gebeden en smekingen. O, Heere ontferm U mijner! Bekeer mij? Hoe meer het uur van belijdenis nadert, des te meer je zult vastlopen. Maar als jij het niet meer weet, dan ben je niet de eerste in wie de Heere Zijn wonderkracht getoond heeft! De Heere zegene je, opdat je in Zijn kracht de Bijbelse geloofsbelijdenis af zult leggen!(10)


Kom mij te hulp; mijn ziel, die U verbeidt,
Heeft Uw bevel met lust en liefd’ ontvangen.
Ik haak, o HEER’, naar ’t heil, mij toegezeid;
Bestier in gunst naar Uwe wet mijn gangen;
Al mijn vermaak stel ik, met rijp beleid,
In Uw gebod, dat is mijn hoogst verlangen.
(Ps. 119, 87 berijmd)


Quote van de week 

Voor niemand staat de ingang in het koninkrijk Gods open, dan voor hem, wiens verstand de Heilige Geest door Zijn verlichting vernieuwd heeft. -Johannes Calvijn





Dominee A. Hellenbroek noemt dit een ‘historisch geloof’. Dat wil zeggen, een toestemming zonder meer aan een gekende waarheid. 
A. Hellenbroek, Voorbeeld der Goddelijke Waarheden, uitgebreid  (Utrecht: De Banier, 2008), 87.
2  David Martyn Lloyd-Jones, Studies in the Sermon on the Mount  (Grand Rapids: Eerdmans, 1959), hs. 24.
3  J. H. Velema, Beloven en beleven  (Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1990), 11.
4  D. Heemskerk, Zijn Naam belijden : over de belijdenis van het geloof  (Houten: Den Hertog, 2007), 71.
5  Velema, Beloven en beleven: 11.
6 Ibid., 13.
7  De vetgedrukte gedeelten zijn verklarende opmerkingen.
8  W. Harinck and Bas Mazur, Gedoopt, ed. Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten, Thema's voor tieners ([Houten]: Den Hertog, 2009), 96.
9  Zelf toegevoegd.
10  W. van Vlastuin, Mag ik belijdenis doen?  (Ede: Hardeman, 2006), 60-61.