Doorgaan naar hoofdcontent

Berichten

Berichten uit juni, 2012 weergeven

Romeinenkring 2012, Hervormd Oene, ‘De grootste Schat’

Schriftlezing: Markus 10:17-27


I. Rijk zijn in de wereldBeste vrienden, 
Ik zat eens in een kerkdienst waar een predikant de volgende vraag stelde: ‘Welke plaats heeft de Heere Jezus in uw leven?’ Voor mij zat een oude man. Hij had ouderwetse kleren aan en zag er niet rijk, zeg maar gerust arm, uit. En toch was er wat met deze man. Want bij de vraag van de dominee begon zijn gezicht te stralen. En misschien had hij er zelf niet eens erg in, maar hij stak zijn wijsvinger omhoog. ‘Welke plaats heeft de Heere Jezus in uw leven?’ Voor deze man was het antwoord: ‘De eerste plaats’. Een arme man, die schatrijk in Christus bleek te zijn. 
Vanavond hebben wij gelezen van de rijke jongeling. Ook hij zocht het bij Jezus. We lezen dat hij naar Jezus toe rende en voor Hem op de knieën viel. Veel weten we niet van hem. Alleen dat hij veel bezittingen had en dat hij een godsdienstig man was. Hij stelt de volgende vraag aan Jezus: ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?…

Meditatie: Een lied in de nacht

Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God. Psalm. 42:11
Op de kruisheuvel Gogoltha riep eens de Zoon van God: ‘Het is volbracht’. Het is deze roep die al Gods kinderen leren horen en verstaan. Die eeuwige waarheid dat Jezus Christus voorgoed de schuld en straf gedragen heeft. Gods kinderen leren belijden dat het Christus is Die alles heeft volbracht. Er hoeft en er kan niets meer van hen bij.
Maar Gods kinderen leren meer. Ze leren en ervaren dat God de menigvuldige Verlossing van hun aangezicht is. En dat niet alleen voor hun zondeschuld, maar ook voor alle aanvechtingen hier beneden. Misschien mag u daar iets van kennen. Toen u worstelde met uw zonden en vreesde voor eeuwig om te moeten komen. Toen u alle grond onder de voeten wegviel. Maar Hij zocht u op en u moest het wel uitzingen: ‘Was mijn hart niet brandende in mij?!’ 
Of toen u worstelde met de w…