Doorgaan naar hoofdcontent

Bijbelstudie: Galaten 1:1-5

Lezen: Galaten 1:1-5

1. Opschrift en zegengroet. De apostel valt met de deur in huis. Al meteen maakt Paulus de gemeente duidelijk dat hij de brief geschreven heeft. Hij is niet ‘van mensen’, door een concilie, een bijeenkomst van apostelen gekozen. Noch door een mens, dus ook niet door één van de apostelen. Niet door Jakobus die hem kende en die aanwezig was op het concilie van de apostelen in Jeruzalem of door Petrus aan wie de sleutelen van het koninkrijk waren gegeven (Adam Clarke). 

Niemand van de apostelen had dus een mandaat, een zendingsbevel, aan Paulus gegeven. Dit zou je wel verwacht hebben, nadat deze grote vijand van het christendom een vriend was geworden van een ieder die de Heere ootmoedig vreest. 

Het was Jezus Christus Zelf en God de Vader Die Paulus geroepen hebben om het Woord te verspreiden. Wat zal dit een troost gegeven hebben aan Paulus! Te midden van zoveel ruzie, conflicten, verraad, geseling, gevangenschap, schipbreuk, aanvechting en angst, staat dit als een paal boven water: ik ben geroepen! 

2. Paulus schrijft mede namens zijn assistenten aan de gemeenten van Galatië. Galatië was een provincie van Klein-Azië. In dit gebied had Paulus meerdere gemeenten gesticht. Aan deze mensen schreef hij. De apostel zag als het ware hun gezichten voor zich terwijl hij, gedreven door de Heilige Geest, de zendbrief schreef. Dat deed hij vol liefde en ijver, maar zeer waarschijnlijk ook met verontwaardiging. 

3. Genade en vrede voor mensen die alles, behalve dat, verdiend hadden. Dat is nog steeds zo. Wij dragen hetzelfde hart in ons om. Vol met eigenliefde en vaak met klein-, of zelfs met ongeloof. Dat vervloekte ongeloof wat alles opheft, behalve zichzelf. Het ongeloof wat de Heere van Zijn eer berooft. Voor zulke mensen wilde God Zijn eniggeboren Zoon geven. Voor een wereld waarin zelfs weerloze kinderen ten prooi vallen aan nietsontziende haat en doodslag. 

4. Deze tegenwoordige boze wereld slaat niet op de geschapen natuur. De wereld wordt hier religieus geduid. Zij staat in dienst van de boze en gaat tegen de glorie van God in. Paulus gebruikt ‘de tegenwoordige boze wereld’ als een soort symbool van het kwaad. Maar deze wereld is ‘tegenwoordig’, ‘nu’ en dus niet eeuwig! Wie toebehoort aan deze wereld zal ermee ten onder gaan. 

Mensen worden bevrijd door de wil van onze God en Vader. Het is dus naar Zijn wil en niet door eigen verdiensten dat mensen gered worden. Genade valt vrij, maakt vrij en is vrij (lett. gratis) verkrijgbaar. Hiermee begint de argumentatiestructuur van Paulus. Hij ageert hier tegen het wetticisme van sommige gemeenteleden uit Galatië. Niet Mozes (hier symbool van de Wet), maar Christus heeft Zich gegeven voor de zonden. 

5. De doxologie, de lofprijzing, zal eeuwig voor God zijn! 


Gespreksvragen: 

-Roept God ook ons? 
-Wat betekent het woord ‘genade’ voor jou persoonlijk? 
-Wat zie jij als ‘de boze wereld’? 
-Hoe dienen wij in deze wereld te staan? 
-Hoe kunnen wij als moderne westerse mensen anno nu God eren? Probeer concreet te zijn!