Doorgaan naar hoofdcontent

Artikel: Vluchteling

Ontheemde, asielzoeker of vluchteling. Eigenlijk doet het er niet zoveel toe hoe we ze noemen. Ze zijn er, om voorlopig niet meer terug te gaan. Regeringen zijn er mee belast en verslaggevers zijn er druk mee. Ook stelt het de kerk voor een belangrijke vraag: Zijn deze vluchtelingen een gelegenheid of geeft het slechts verlegenheid?

Vluchteling anno nu
Mattheüs 26:6 laat niets aan duidelijkheid te wensen over: “En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet.” De gevolgen van deze oorlogen ondervindt het contemporaine Europa als nooit tevoren. Uit het rapport “Gedwongen verplaatsing” van de VN-vluchtelingenorganisatie blijkt dat maar liefst 59,5 miljoen mensen op de vlucht zijn(!). Gedwongen en dus niet vrijwillige verplaatsing. Maar al te gemakkelijk vervallen we in de discussie of al die vluchtelingen wel om de juiste redenen vluchten. Het antwoord op deze vraag is: nee, niet iedereen vlucht om de juiste redenen. Velen vluchten vanwege de droom van financiële voorspoed. Maar ontslaat ons dat dan van de door God gegeven “zorgplicht” (Luk. 10:27)?! Veel vluchtelingen zijn bovendien moslims en die religie kan en zal het hart nooit vervullen. Wat zou het groot zijn als deze mensen met christenen in aanraking komen die ze leren vluchten voor een nog veel groter gevaar: een onverzoende dood.

Ellendige getallen
Zoals gezegd kent de wereld anno 2015 vele vluchtelingen. Hoewel de publieke opinie soms anders doet vermoeden, komen de meeste van deze vluchtelingen niet naar Europa. Wie dat wel doen, riskeren daarbij hun leven. Dit laat iets zien van de nood van deze vluchtelingen. Getallen komen abstract over en daarmee blijft het leed enigszins op afstand. Wie zich echter verdiept in de beweegredenen van vluchtelingen en luistert naar hun persoonlijke verhalen, ziet zich geconfronteerd met een wereld vol ellende (letterlijk het uit-landig zijn). Met het vluchteling zijn in deze wereld, als een direct gevolg van de zondeval. Want vluchtten Adam en Maninne niet als eerste weg voor God? En was het niet de HEERE Zelf Die zo laag wilde neerbukken om deze vluchtelingen op te zoeken: “Waar zijt gij?” Gen. 3:9

Vrijwillige scheiding en onvrijwillige heimwee
De bovenstaande subtitel lijkt tegenstrijdig te zijn. Toch is deze paradox voluit Bijbels. De mensheid heeft in het paradijs vrijwillig de scheidbrief aan de Schepper overhandigd. Toch leert de Bijbel ons dat na de zondeval de mens nog wel een ingeschapen Godskennis heeft (Rom. 1:20). Maar er is meer. Wij hebben ook allen een oerherinnering aan het paradijs. Aan de staat van de volmaaktheid. Omdat wij naar Gods beeld geschapen zijn en deze “oerherinnering” bezitten, zullen wij ook altijd streven naar volmaaktheid. Het rampzalige zit hem echter hierin, dat wij deze volmaaktheid in het hier en nu zoeken en niet in Christus. Dat maakt dat volken tegen elkaar opstaan, mensen egoïstisch zijn en valse godsdiensten het paradijs op aarde proberen te creëren. IS bevindt zich dus niet alleen in Syrië of Irak, maar in ons aller hart.

Zowel de asielzoeker die veiligheid zoekt en de rijke westerling die grotere schuren blijft bouwen, zal buiten Christus dit heimwee nooit kunnen uitdoven. Of zoals die doodzieke man in het ziekenhuis, die alles uit het leven had gehaald wat er volgens hem in zat tegen een andere patiënt zei, wijzend op zijn borst: “Maar het blijft zo leeg hier, zo akelig leeg…” Zet daar dan tegenover het Woord van de Middelaar Die vrijwillig naar deze wereld kwam: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.” Joh. 6:35

De rol van de kerk ten opzichte van vluchtelingen
Compassie ten opzichte van de vluchteling is een Bijbelse opdracht en gaat verder dan zo nu en dan een collecte in de kerk houden. Staan onze (kerk)deuren ook open voor de vreemdeling of zijn ze slechts een verstoring van de status quo? Laten we niet vergeten dat de Heere Jezus Zelf weet wat het is om vluchteling te zijn. Hij moest op jonge leeftijd naar buurland Egypte vluchten omdat Herodes (lees: de duivel) het op Zijn leven had voorzien. Hoe Hij daar is opgevangen, weten we niet. Wellicht waren de meeste Egyptenaren net zo arm als Jozef en Maria. Hoeveel te meer, moeten wij in het rijke westen ons het lot van arme vluchtelingen aantrekken!

Daarbij komt nog dat veel vluchtelingen uit streken komen waar de fundamentalistische islam ze heeft verdreven. Deze mensen zijn niet alleen vervreemd van huis en haard, maar weten zich veelal existentieel en religieus ontheemd. Hun god lijkt ze niet te kunnen redden en wat nu? Waar deze mensen vroeger moeilijk tot niet te bereiken waren met het Evangelie, komen deze mensen nu naar ons toe. Mag de kerk deze gelegenheid aan zich voorbij laten gaan? Of gunnen we de vluchteling “slechts” een veilig onderkomen en een financiële tegemoetkoming voor de geleden schade?

Wat een troost te weten dat deze “gedwongen verplaatsingen”, niet buiten Gods almacht omgaan. Veiligheid is daarom niet de afwezigheid van gevaar, maar de aanwezigheid van God. Koning David, die in zijn leven meer dan eens heeft moeten vluchten, zingt daarvan in Psalm 32:7: “Gij zijt mij een Verberging; Gij behoedt mij voor benauwdheid; Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding.”

Bevrijd uit het slavenhuis
Vluchten is een belangrijk Bijbels werkwoord wat gebruikt wordt om uit te drukken dat iemand op de vlucht is en zich in fysiek of geestelijk levensgevaar bevindt. Bijvoorbeeld soldaten die vluchten voor hun vijanden (Gen. 14:10), een koning die op zijn wagen wegvlucht (1 Kon. 12:18), de vijanden van Israël voor het aangezicht van God (Deut. 28:7) of een doodslager naar een vrijstad (Num. 35:6). Toch is vluchten niet altijd negatief. Zo spreekt de Bijbel ook over het ontvluchten van de zonde (Gen. 39:12) en van het vluchten van de zee voor Gods aangezicht als Hij Zijn volk uit Egypte deed ontsnappen. Aan dit laatste wil de Heere de christelijke gemeente elke zondag opnieuw herinneren als Zijn Heilige Wet wordt voorgelezen. “Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.” Ex. 20:2 De Israëlieten zijn uit Egypte, letterlijk uit het land van de benauwdheid, uit het diensthuis van de zonde, uitgeleid. Een ieder die door wedergeboorte van de doodsheid van het natuurlijke bestaan is bevrijd, zal zich aangesproken weten door dit opschrift boven de Wet. Zo iemand is dan voorgoed vluchteling in deze wereld, op weg naar een beter vaderland. Een vaderland waar je niet met gevaar van eigen leven in een gammel bootje naar toe hoeft te vluchten. De weg naar dit vaderland is geopend door het volbrachte werk van Christus en de overtocht betaald met Zijn bloed. Hoeveel mensen deze vluchtweg zullen nemen? In ieder geval meer dan 59,5 miljoen, want het zal een schare zijn die niemand zal kunnen tellen.