Doorgaan naar hoofdcontent

Bostonkring, avond 6

Derde staat: De staat der genade, Hoofdgedachte 1: de wedergeboorte 

Door: J.W.J. Treur & F. Treur - van As

Op deze zesde avond van de Bostonkring willen we stilstaan bij de eerste hoofdgedachte van de derde staat. Deze hoofdgedachte gaat over de wedergeboorte. Eerst lezen we een korte Bijbelstudie over het ingaan door de enge poort.

Bijbelstudie
Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden. Mat. 7:13-14

Vraag: Hoe gaan zij door deze poort binnen?
Zij gaan binnen door uit zichzelf uit te gaan (Mat. 16:24). God steekt door Zijn Geest hun nest in brand en haalt hen eruit. In de overtuiging opent Hij hun ogen, Hij werkt door berouw verslagenheid in hun hart. Hij brengt hen door wroeging en verootmoediging in het stof totdat Hij de fundamenten van het huis van hun vroegere rust heeft vernietigd. Hij laat hun geen voet grond om op te staan. Ze gaan eraan wanhopen dat ze zichzelf kunnen behouden. Ze worden van hun eigen gronden tot rechtvaardiging, heiliging en het eeuwige leven in de hemel afgebracht. 

Zij gaan door het geloof tot Christus op grond van de vrije belofte van het Evangelie (Joh. 10:9). Velen denken dat dit een gemakkelijke stap is. Maar daar is het ver vandaan. Als er geen almachtige arm is om de ziel voort te drijven, zal zij nooit dit deel van de enge poort bereiken (Jes. 53:1). Intussen handelt de Geest van God op een weldoordachte manier met degene die binnengaat. Die mens ziet dat elders alle steun het begeeft. Hij kan niet terug, maar worstelt zich op de vrije belofte voorwaarts, naar Christus toe, als een drenkeling die haastig het touw grijpt, wat er ook gebeurt (Jer. 2:22-23).

Zij gaan door Christus tot God. Dit is de bekering, waarop het ware komen tot Christus altijd uitloopt (Hebr. 7:25). De mens had zich immers door de zonde van God als Zijn God, Heere, Wetgever en Meester afgekeerd, maar Christus, de Middelaar, werd gezonden om ons weer naar Hem terug te brengen. 1 Petrus 3:18a: Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Door het geloof in Christus keren wij naar Hem terug, om voor Hem te leven (Hand. 20:21). Dit laat zien dat bij velen het geloof in Christus slechts voorgewend is, zolang zij daardoor niet naar God als hun Heere en Wetgever terugkeren om voor Hem te leven.[1]

Hoofdgedachte 1: De wedergeboorte
Inmiddels zijn wij aangekomen bij de behandeling van de staat der genade. Deze wordt door Boston ook wel de staat van begonnen herstel van de menselijke natuur genoemd. Hij begint dit hoofdstuk met een inleiding over 1 Petrus 1:23: Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.

De wedergeboorte is een genadige verandering, die het volgende bevat:
1. Er wordt een verandering in de verdorven natuur gewerkt.
2. Er komt een vereniging met Christus, waardoor de zondaar buiten het bereik wordt geplaatst van het oordeel. 

De eerste van bovenstaande verandering wordt vermeld in 1 Pet. 1:23, samen met de uitwendige middelen, waardoor de wedergeboorte gewerkt wordt. De wedergeboorte is een bovennatuurlijke wezenlijke verandering van de gehele mens, die vergeleken kan worden met de natuurlijke of lichamelijke voortplanting, zoals verderop zal blijken. Mensen worden door vergankelijk zaad voortgebracht, terwijl nieuwe schepselen door onvergankelijk zaad worden voortgebracht, ofwel door ‘het levende en eeuwig blijvende Woord Gods’. Dit Woord wat verkondigd wordt kan, nadat het bezwangerd is door Gods Geest, dode zondaren tot leven wekken. 

Het is goed om te beseffen dat Boston in de derde staat spreekt over wedergeboren mensen. Dit onderstreept hij door het volgende leerstuk te poneren: ‘Alle mensen in de staat der genade zijn wedergeboren’. Boston werkt zijn hoofdgedachte vervolgens uit door stil te staan bij de aard van de wedergeboorte, de verklaring van de term en de toepassing van dit leerstuk.

1. De aard van de wedergeboorte 
Boston begint met het waarschuwen voor ‘misvattingen’, d.w.z. gedeeltelijke veranderingen die verward worden met de wedergeboorte:
- Velen die God niet als Zijn kinderen wil erkennen, noemen de kerk hun moeder.
- Uitwendige gehoorzaamheid door een goede opvoeding verandert het hart niet. “Opvoeding kan de wellusten van de mensen aan een keten leggen, maar zij kan hun hart niet veranderen.”
- Een zgn. verandering van de ‘kroeg naar de kerk’ hoeft niet zaligmakend te zijn. 
- Er is nagemaakt, geveinsd geloof en dat lijkt op het echte waarzaligmakende geloof.
- Mensen kunnen ‘vergevorderd’ lijken, maar tegelijk niet meer zijn dan wettische farizeeërs die heimelijk vertrouwen op het werkverbond.
- Diepgaande zielsoefeningen (gewetenswroegingen) kunnen soms niet meer zijn dan voorsmaken op de hel.

De nieuwe geboorte kan bedorven worden door: 
1. Mensen die ‘dichtbij’ de geboorte zijn en heftige overtuigingen hebben, maar helaas terugkeren en zorgeloos worden (bijv. Zerah in Gen. 38). 
2. Mensen die te spoedig het daglicht zien, vóór de tijd van de belofte (bijv. Ismaël). Ze vallen als het ware in slaap in de armen van de wet en worden niet tot Christus geleid. 
3. Wonderbaarlijke gemoedsaandoeningen die helaas weer ‘overgaan’.

Na uitgelegd te hebben wat wedergeboorte niet is, geeft Boston zijn definitie van wedergeboorte: ‘Wedergeboorte is een echte, ingrijpende verandering, waardoor van de mens een nieuw schepsel wordt gemaakt.’ Vervolgens somt hij op waar deze verandering in zichtbaar wordt:

- Het is een verandering van eigenschappen of gesteldheden van de ziel. Het wezen van de ziel hoeft niet veranderd te worden aangezien deze niet aangetast is door de zondeval. 
- Het is een bovennatuurlijke verandering door de Heilige Geest gewerkt. 
- Het is een verandering naar de gelijkenis van God. Het beeld van de satan wordt uitgewist en het beeld van God wordt hersteld. 
- Het is een algemene verandering: “Wanneer de Heere op de nieuwe geboortedag van de ziel de sluis van genade opent, dan stromen de wateren door de gehele mens om hem te zuiveren en vruchtbaar te maken.”
- Het is hier nog een onvolmaakte verandering. Zoals een zuigeling al de delen van een mens bezit, maar geen enkel deel nog tot volmaakte groei is gekomen, zo brengt de wedergeboorte een volkomen ontwikkeling van de delen met zich mee, die door trapsgewijze toename in heiligmaking tot stand gebracht moet worden. 
- Het is een blijvende verandering, want het gaat om een onvergankelijk zaad.

Het verstand van de mens wordt zaligmakend verlicht in de kennis van God, de zonde, zichzelf, Jezus Christus en de leegheid van deze wereld. Kort samengevat: bij de wedergeboorte wordt het verstand verlicht met de kennis van geestelijke dingen.

In de wedergeboorte wordt naast het verstand ook de wil vernieuwd. Het is de HEERE Die trekt met liefdeskoorden, zodat Zijn volk gewillig komt. De koorden van Christus’ liefde zijn sterke koorden, want iedere zondaar is zwaarder dan een berg van koper, en de satan, samen met het hart zelf, trekken de tegengestelde richting uit. Boston behandelt vervolgens hoe de ziel vernieuwd wordt. 

1. De wil wordt genezen van zijn totale onbekwaamheid om te willen wat goed is.
2. Er wordt in de wil een blijvende afkeer gewerkt tegen het kwade. De zinnelijke lusten worden nu tot smart en de ziel van de wedergeboren mens probeert ze uit te hongeren. Ook de herinnering aan zonden uit het verleden vervullen de christen dikwijls met smart en schaamte. Anders gezegd, de straf op de zonde is weggenomen, maar de gevolgen zijn daarmee niet direct verdwenen.
3. De wil wordt begiftigd met een genegenheid, voorliefde en lust tot het goede. Door genade wordt de wil gelijkvormig gemaakt aan de wil van God, zoals die dat ook oorspronkelijk was in de eerste staat. Hierdoor wil de mens niet meer meester zijn van zijn eigen levensloop en lot. Hierdoor kan een mens zelfs gewillig bukken onder een kruis wat de Heere hem oplegt. 

De ziel wordt in het bijzonder verzoend met het verbond des vredes. De natuurlijke mens verzoent zich hier niet mee en zou dit heel anders willen vormgeven. Maar voor de vernieuwde mens geldt: ‘Hoewel het verbond niet verlaagd kon worden tot hun verdorven wil, wordt de wil, door genade, omhoog geleid tot het verbond.’

De wil is ook genegen om de Heere Jezus Christus te ontvangen en zich aan Hem te onderwerpen. Gewillig om het juk van Christus’ geboden en het kruis op te nemen en Hem te volgen. 

Door de verlichting van het verstand (buitendeur) en de vernieuwing van de wil (binnendeur) is het voornaamste werk van de wedergeboorte gedaan: het fort van het hart is ingenomen. ‘Omdat Christus het hart stormenderhand heeft ingenomen en er triomferend Zijn intocht in heeft gemaakt bij de wedergeboorte, geeft de ziel zich door het geloof aan Hem over. (…) Zo woont deze glorierijke Koning, die door Zijn Geest in het hart is gekomen, erin door het geloof.’ Een gevolg van de wedergeboorte is een actief ontvangen van de Heere Jezus, aldus Boston. Dat houdt, volgens hem in: een geloven in Hem en een aannemen van Hem zoals Hij wordt voorgesteld in het Evangelie. Dit resulteert in een hartelijke vereniging met Hem. Anders gezegd, op de wedergeboorte volgt geloof en bekering door de mens. 

Boston haalt hierbij 2 Kronieken 8:30 aan waar de oproep tot het volk Israël (en ons) staat: ‘Verhardt nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.’ 

Na de behandeling van de wil gaat Boston verder met de uiteenzetting van de genegenheden die worden veranderd. Ze worden verbeterd en geregeld. Een wedergeboren mens verheugt zich in God, Zijn Wet en in Zijn volk. De zonde wordt voor hem een fontein van droefheid, terwijl ze vroeger een bron van vreugde was. Er bestaat ook een onheilige genegenheid naar Christus. Dit is niet uit liefde tot Hem, maar om er zelf beter van te worden. Genade keert de genegenheden ondersteboven als ze in het hart komt. Want onrustig is het hart, totdat het rust vindt in U, o God (Augustinus). 

Wedergeboorte vernieuwt ook het geweten. Het geweten wordt verlicht, onderricht en ingelicht. De consciëntie die eerst lag te slapen, wordt bij de wedergeboorte wakker. Ze spoort aan tot gehoorzaamheid en ze laat pijn voelen van de schuld die er ligt. Tenslotte drijft de vernieuwde consciëntie de zondaar tot Jezus Christus, de enige Medicijnmeester. 

Het geheugen wordt ook verbeterd. Het geheugen wordt juist verzwakt op punten die het waard zijn om snel vergeten te worden (bijv. beledigingen). Het geheugen wordt versterkt voor geestelijke dingen (bijv. Gods Woord, de Wet, Goddelijke waarheden). Genade heiligt het geheugen: Het is een geheiligde voorraadschuur, waaruit een christen van het nodige voorzien wordt op zijn weg naar Sion, want op een donker uur worden geloof en hoop dikwijls voorzien vanuit die schuur. Het is een voorraadschuur van vroegere ondervindingen, en dit zijn wegwijzers voor de gelovige. Het geheugen laat de zondaar zichzelf ook ‘verfoeien’ omdat zijn zonden ordelijk voor ogen gesteld worden.

Het gebruik van het lichaam wordt door de wedergeboorte ook veranderd. Alle zintuigen van ‘de tempel des Heiligen Geestes’ krijgen andere uitgangen. Hierdoor wordt de levenswandel (uitwendige mens) veranderd en dat blijkt uit:

1. Een verandering in het gezelschap waarin de wedergeboren mens zich bevindt. Ps. 119:32 wijst hierop: Ik ben een vriend, ik ben een metgezel van allen, die Uw naam ootmoedig vrezen, en leven naar Uw Goddelijk bevel.
2. De verhouding tot andere mensen. Genade maakt goede echtgenoten, werknemers en vrienden. De keerzijde is ook realiteit: hoe kunnen we zeggen vernieuwde mensen te zijn als we slechte echtgenoten, huisvrouwen of meesters zijn? Van ware godsvrucht zullen de naaste betrekkingen iets merken.
3. Hoe we ons aards beroep uitoefenen. We gaan er niet helemaal meer in op. Maar onze wandel is in de hemelen (Fil. 3:20).
4. De liefde voor de bevordering van het Koninkrijk van Christus in deze wereld. Boston maakt het concreet: bezorgdheid om het geestelijk welzijn van anderen, om het werk en de voortgang van het Evangelie van God.
5. Een verandering in het gebruik van ‘gerieflijkheden’, ofwel van gemak en comfort. Ze gebruiken ze als middelen om zich op hun levenspad voort te helpen, maar stellen er niet hun vertrouwen op of maken er niet hun doel van.
6. Hoe de mens zijn godsdienstige plichten vervult. De wedergeboren mens beschouwt zijn plichten als middelen die God gegeven heeft om gemeenschap met Hem te zoeken en hij is teleurgesteld als hij dat doel mist.

2. De overeenkomst tussen de natuurlijke en geestelijke geboorte 
Waarom deze verandering een wedergeboorte genoemd wordt?
- De totstandkoming van de natuurlijke en geestelijke geboorte zijn verborgen. 
- Bij de natuurlijke en geestelijke geboorte komt het schepsel tot een bestaan wat het niet had. Wedergeboorte is namelijk te vergelijken met het levend maken van een dode.
- In de natuurlijke en geestelijke geboorte is het kind passief. 
- Bewonderenswaardig hoe nieuw leven geborduurd is en hoe de klederen der gerechtigheid dat ook zijn. Beiden zijn meesterwerken van de ‘veelvuldige wijsheid Gods’. 
- Zowel de natuurlijke als de geestelijke geboorte kennen een kleine en onaanzienlijke oorsprong.
- Beide geboorten verlopen langzaam.
- Bij beide geboorten zijn er nieuwe betrekkingen. De wedergeborenen mogen God ‘Vader’ noemen, want zij zijn Zijn kinderen.
- Bij beide geboorten is er een gelijkenis tussen ouders en kind. ‘Der Goddelijke natuur deelachtig.’
- Zowel in de natuurlijke als de geestelijke geboorte is er pijn. De overtuigingen, vernederingen en verslagenheid van het hart zijn pijnlijk.

3. De toepassing op het leerstuk van de wedergeboorte
Zijn de genoemde veranderingen in ons leven herkenbaar? Onderzoek uw verstand en zie of het verlicht is met de kennis van God! Heeft u de zondigheid van de zonde gezien en daar tegenover de schoonheid van Koning Jezus? Boston geeft aan dat we zelf kunnen bepalen of we in de staat der genade zijn aan de hand van de beschreven vernieuwing in het hiervoor beschreven punt 2, in o.a. de vernieuwing van het verstand, de wil, geheugen en de genegenheden.

Om ons nog wat verder in deze zaak te helpen, beschrijft Boston hoe broederlijke liefde een teken is van de wedergeboorte. Dit doet hij n.a.v. 1 Joh. 3:14: ‘Wij weten dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben.’ 

Broeders zijn zij die geestelijke verwanten zijn door de tweede Adam, Christus Jezus. Hoewel – als het goed is – een algemene welwillendheid en goede gezindheid ten opzichte van alle mensen merkbaar is, geldt deze in het bijzonder voor de kinderen Gods omdat zij het beeld van God dragen. We hebben in hen als het ware God lief. Ook al kunnen er uiterlijke verschillen zijn tussen de broeders, wanneer het beeld van God en de liefde tot Hem zichtbaar zijn, dan is er een familiare eenheid.

Hoe meer genade iemand blijkt te bezitten, hoe meer hij door ons bemind zal worden als deze liefde in ons is. Concreet houdt dit in voor de kennis over uw staat:

1. Maak thuis eens tijd vrij om bedachtzaam over het gehoorde na te denken en uzelf te beproeven. ‘Neem daarom thuis dit werk ter hand, nadat u vurig en ernstig God gebeden hebt om u daarbij te helpen.’ Neem de tijd en zoek een rustige plaats op en klaag niet over het gebrek daaraan…
2. Vernieuw uw berouw voor het aangezicht des Heeren. Niet beleden schuld kan al het zicht op bewijzen en kenmerken van genade verduisteren.
3. Laat de genadegaven van de Goddelijke Geest zich bekendmaken door daden. ‘Neem u vast en ernstig voor, door de genade die in Christus is, om te voldoen aan elke bekende plicht, en u te hoeden voor elke bekende zonde.’

Hulp bij twijfel aan zijn staat
Boston beschrijft gevallen van twijfel, waardoor mensen de troostvolle wetenschap van hun gelukkige staat moeten ontberen. Omdat ze zo pastoraal en herkenbaar zijn, worden ze hier allemaal kort benoemd.

a. Twijfel omdat het precieze tijdstip van bekering onbekend is en de ‘stappen’ niet duidelijk zichtbaar zijn. Antwoord: Het is zeer wenselijk dat men dat kan, maar het is niet noodzakelijk om de waarheid van de genade te bewijzen. Soms ligt het verborgen, maar een ding is duidelijk: ‘Eén ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie.’
b. Als er ware genade in mij was, dan zou de zonde niet meer de overhand over mij hebben. Antwoord: ‘De rechtvaardige valt zevenmaal per dag’ en de ongerechtigheid heeft de overhand over Gods kinderen. Dit mogen echter geen excuses zijn om in de zonden te blijven! Zucht u eronder? Vlucht u dagelijks tot het bloed van Christus om vergeving te verkrijgen? Brengt het u tot vernedering aan de voeten van de Heere?
c. De ‘bewegingen der zonden’ zijn heftiger sinds de Heere Zijn werk aan mijn ziel is begonnen. Kan dit samengaan met een verandering van mijn natuur? Antwoord: Boston waarschuwt tegen hen die ernstig zondigen terwijl de Heere een opmerkelijke bemoeienis met hen had. Ze zouden tegen de Heilige Geest kunnen zondigen... En voor hen die vooral de verdorvenheid van hun bestaan ervaren, geeft Boston aan dat dit ‘logisch’ is, omdat de oude mens strijdt om het nieuwe beginsel eruit te werpen. De zonde is niet helemaal dood in de nieuwgeboren ziel, hoewel ze wel stervende is. Het zonlicht van genade laat ook extra veel ‘stof’ zien.
d. De pols van mijn genegenheden slaat krachtiger voor het schepsel dan voor de Schepper. Mijn vroegere vurige genegenheid tot Hem lijkt wel weg… Antwoord: Overheersende liefde voor de wereld is inderdaad een kenmerk van onwedergeborenen. Echter, Boston beschrijft dat de heftigste genegenheden niet altijd de sterkste hoeven te zijn. Een klein beekje kan meer geruis maken dan een grote rivier. Of een ander voorbeeld: stel dat een vriend een andere vriend uit het buitenland die hij lang niet gezien heeft ontmoet, dan bemerkt hij dat op dat moment zijn genegenheid naar die vriend sterker uit gaat dan naar zijn eigen vrouw en kinderen. Maar dat wil niet zeggen dat de liefde tot die vrouw en kinderen minder sterk is. Daarom: ‘Vraag uzelf eens af, als voor het aangezicht des Heeren, of u afstand zou doen van het schepsel voor Christus, of afstand zou doen van Christus voor het schepsel.’ Immers, er staat in Mattheüs 10:37: ‘Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig’. 
Boston beschrijft dat de liefde tot Christus er is in tweeërlei aard: gevoelige en verstandelijke liefde tot Hem. Gevoelige liefde is zichtbaar wanneer de bruid haar Bruidegom mist of juist wanneer Hij de bruid overgiet met Zijn volheid. Die vurige genegenheid is vooral zichtbaar in het beginnende leven der genade. De verstandelijke liefde doet wandelen naar Gods geboden en Zijn plichten getrouw vervullen, uit achting voor het Goddelijk gezag.
e. De verworvenheden van huichelaars en afvalligen maken mij twijfelachtig over mijn staat, juist op het moment dat ik kenmerken bij mijzelf vindt die tonen dat ik in de staat der genade ben. Antwoord: Deze dingen moeten ons inderdaad aanzetten tot ernstig zelfonderzoek, maar ze behoren ons niet in voortdurende twijfel vast te houden. De geringste heiligen overtreffen de geraffineerdste huichelaars namelijk in (1) het verloochenen van zichzelf en (2) in een echte haat tegen alle zonden. 
f. Ik schiet zo tekort als ik kijk naar de heiligen in de Bijbel of naar mijn kennissen. Ik kan me dan nauwelijks indenken dat ik tot dezelfde familie behoor… Antwoord: Het is zeker reden tot verootmoediging en reden om krachtiger te jagen naar ‘het wit’ wat men blijkbaar in dit leven kan bereiken. Echter, er zijn heiligen van verschillende ‘afmetingen’ (vaders, jongelingen en zuigelingen). 
g. Ik zie nergens in de Bijbel een voorbeeld van zo’n verzochte, van God verlate heilige en daarom denk ik dat ik niet tot hun getal behoor. Antwoord: Deze tegenwerping komt voort uit te weinig kennis van de Schrift, want er zijn in de Bijbel voorbeelden van verschrikkelijke verzoekingen waarmee de heiligen zijn aangevallen (bijv. Job, Asaf, Petrus en Paulus). Als u deze vragen heeft, dan is het goed om naar een predikant of een geoefende christenvriend te gaan. Hij zal u spoedig kunnen laten zien dat deze vragen niet alleen bij u leven. En mocht dat niet het geval zijn: ‘Tracht liever voor uw geval gebruik te maken van Christus, Die balsem heeft voor alle wonden. Dat is beter dan te trachten aan de weet te komen of er ooit iemand zich in zo’n toestand bevond…’
h. De tegenspoeden die ik ondervind zijn vreemd en ongewoon. Ik betwijfel of er ooit een kind van God zo beproefd werd met zulke beschikkingen van de voorzienigheid als ik. Antwoord: Zie het vorige antwoord. Soms reizen wij langs paden waar wij geen sporen van mensen of dieren kunnen waarnemen, en toch kunnen wij daaruit niet de conclusie trekken dat er nooit een mens of een dier voor ons geweest is. En al zou u de eerste zijn, wat dan nog? Er moet toch één heilige de eerste zijn om elke bittere beker te drinken, waaruit anderen later ook drinken.

De noodzakelijkheid van de wedergeboorte
U moet wederom geboren worden. En denk om uzelf te overtuigen goed na over de volgende dingen:

1. Wedergeboorte is absoluut noodzakelijk om u bekwaam te maken om te doen al wat waarlijk goed en aangenaam is voor God. Anders zijn zelfs uw ‘beste werken’ blinkende zonden. Immers: ‘Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen…’ Alle goede werken baten niet, zolang de oude natuur nog in ons heerst. Sterker nog; als u niet wederom geboren bent dan:

a. Is al uw verbetering niets in het oog van God.
b. Zijn uw gebeden de HEERE een gruwel.
c. Moet alles wat u gedaan hebt voor God en Zijn zaak in de wereld, de Goddelijke goedkeuring missen, al kan het misschien achtervolgd worden met tijdelijke beloningen.
d. Zijn al de worstelingen tegen de zonde in uw eigen hart en leven waardeloos.

De gedachte kan opkomen om dan maar helemaal geen godsdienstige plichten meer te vervullen. Echter, deze gedachte is niet juist. De onbekwaamheid van onze kant ontslaat ons niet van de plicht die Gods wet ons oplegt.

2. Zonder wedergeboorte is er geen gemeenschap met God.

3. Wedergeboorte is absoluut noodzakelijk om u geschikt en bekwaam te maken voor de hemel. De onwedergeborenen hebben immers verschillende aanmerkingen op de hemel. Het is een vreemd land voor hen, er is niets van hetgeen waar zij het meeste behagen in scheppen. Juist het tegenovergestelde is waar; iedere hoek van de hemel is gevuld met dingen waar zij juist niet van houden (bijv. heilige zaken, gezelschappen die ze niet zouden kiezen, het bewonderen en prijzen van de Koning, etc.). En ook de eeuwige duur ervan is voor hen een last.

Wedergeboorte is absoluut noodzakelijk om toegelaten te worden tot de hemel. Zonder wedergeboorte zult u eeuwig omkomen. Er is een akte van uitsluiting in het hemelse gerechtshof (Joh. 3:3): ‘Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.’ ‘Niemand wordt overgeplant in het paradijs daarboven, dan alleen zij die komen uit de kweekplaats der genade hier beneden. (…) Zal Christus woningen der heerlijkheid bereiden voor hen die weigeren Hem in hun hart te ontvangen?’

Boston beschrijft het aangrijpend concreet: ‘Een onwedergeboren staat is de hel in de knop.’ De verdorven natuur maakt mensen bekwaam voor de buitenste duisternis:

- Het hart is een steen die naar beneden zinkt in een bodemloze put. 
- Uw onvruchtbaarheid onder de genademiddelen maakt u geschikt voor de bijl van Gods oordelen.
- De helse gemoedsgesteldheden die zich openbaren in een goddeloze levenswandel maken de schuldige pasklaar voor de hel. 
- Dat u dood bent in de zonden maakt u bekwaam om als het ware in een graf begraven te worden in de bodemloze put en in vlammen op te gaan.
- De duisterheid van uw verstand kondigt de eeuwige duisternis aan. Het is alleen Jezus Christus Die de terechtstelling tegen kan houden.
- De ketenen der duisternis waarmee we van nature gebonden zijn maken ons geschikt om geworpen te worden in de oven. 

Raad aan de onwedergeborenen
Na de opsomming hoe het hen zal vergaan die niet in Christus zijn, eindigt Boston deze eerste hoofdgedachte met een aantal tips. 

- Sla acht op het Woord, want dat is het zaad der wedergeboorte. 
- Zet u tot het lezen van de Schrift. 
- Begeef u vlijtig onder de prediking van het Woord. 
- Neem het aan als Gods Woord en pas het op uzelf toe. 
- Herkauw het 
- Smeek door ernstig gebed dat de dauw van de hemel op uw hart mag vallen. Ontvang het getuigenis van het Woord wat betreft uw ellendige staat. Gebruik het als spiegel, wat betreft de heiligheid en rechtvaardigheid van God. En onderzoek uw wegen, gedachten, woorden en werken bij het Woord van God. 
- Richt uw gedachten op Hem, Die u in het Evangelie wordt aangeboden als volkomen gepast voor uw toestand. Gepast omdat Hij door Zijn gehoorzaamheid tot de dood toe aan het recht van God heeft voldaan en eeuwige gerechtigheid heeft aangebracht. Soli Deo Gloria!




Literatuurlijst
Boston, T. De Wijde En De Enge Poort. Houten: Den Hertog, 2014.



[1] T. Boston, De Wijde En De Enge Poort (Houten: Den Hertog, 2014), 32-33.