Doorgaan naar hoofdcontent

Artikel: Schaamte in de Bijbel

In dit artikel wordt het thema schaamte bekeken vanuit Bijbels perspectief. In veel gevallen is de wereld van vandaag de dag de schaamte voorbij. Alles moet kunnen en daarom moet alles ook. Naar deze schaamteloze wereld kwam de Zaligmaker Jezus Christus. Om mensen bij wie het schaamrood vanwege de zonden op de kaken staat, te reinigen met Zijn donkerrode bloed. 

Wat betekent schaamte?
Het is niet eenvoudig om een allesomvattende definitie van het woord schaamte te vinden. Iemand kan zich ergens voor schamen, maar men kan zich ook om het gedrag van de ander of zelfs dat van een geheel land schamen. Anders gezegd, men kan dit woord vanuit het subject of vanuit het object benaderen. In het eerste geval gaat het om een individuele ervaring van schaamte en afwijzing. Iemand kan zich bijvoorbeeld schamen als hij gediscrimineerd wordt vanwege zijn etnische afkomst. In het tweede geval is het een individu of een samenleving die een schaamtevolle situatie bewerkstellingen. Hierbij is het niet noodzakelijk dat de persoon of samenleving in kwestie dit ook zelf zo ervaren. Zo kan men Adolf Hitler en Nazi-Duitsland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog een schandvlek in de geschiedenis noemen, terwijl individuele mensen in die tijd dat wellicht heel anders hebben ervaren.

Schaamte kan altijd in verband worden gebracht met een negatieve ervaring of toestand als gevolg van een relatie waarbij bepaalde gedragscodes, eergevoelens, posities of verwachtingen niet volledig tot hun recht komen, of zelfs worden aangetast. Het woord schaamte is dus per definitie een relationeel woord. Men schaamt zich altijd in relatie tot iets of (I)iemand anders.

De oorsprong van schaamte
Dat schaamte altijd voorkomt in relatie tot iets of iemand anders, blijkt wel uit de zondeval. Voor deze gitzwarte gebeurtenis kende Adam en Manninne geen schaamte (Gen. 2:25). Men leefde in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid. Er was niets waarvoor of waarover ze zich hoefden te schamen. Nadat Adam en Manninne van de verboden vrucht hadden gegeten werden hun ogen geopend. Ze bemerkten dat ze naakt waren en toen ze de stem van de HEERE God hoorden, verborgen ze zich tussen de bomen van de hof van Eden (Gen. 3:7-8). Ze schaamden zich voor elkaar en voor God. Zo hadden onze eerste ouders voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid het schaamrood op de kaken staan.

Verschillende betekenissen van het woord schaamte in de Bijbel
Wie een vluchtige blik werpt in een concordantie merkt al snel op dat de woorden ‘schaamte’ en ‘schaamrood’ vaak voorkomen in de Bijbel. Dit wil echter niet zeggen dat schaamte in elke tekst hetzelfde betekent. Het is daarom raadzaam om goed op de context te letten waarin het woord voorkomt. Omdat het woord schaamte zo vaak voorkomt in de Bijbel kan dit niet uitputtend behandeld worden binnen de ruimte van dit artikel. Hieronder staan negen voorbeelden van situaties waarin het woord schaamte gebruikt wordt in de Bijbel. 

Ten eerste wordt het woord schaamte gebruikt als een voorwaarde voor oprecht berouw (Jer. 3:3; Sef. 3:5). Als men geen schaamte toont voor de bedreven zonden zal men ook geen berouw tonen en terugkeren naar de Heere. Om deze reden noemt Voetius in zijn boek De praktijk der godzaligheid schaamte het affectieve deel van de verootmoediging. Volgens hem is bestaat er tweeërlei schaamte. Een schaamte naar de wereld, die niet zaligmakend is en een schaamte naar God die wel zaligmakend is. Aan deze eerste vorm van schaamte koppelt Voetius onder andere Jeremia 2:26; 3:3 en aan de tweede vorm Daniël 9:7, Jeremia 31:19 en Romeinen 6:21. ‘Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb.’ (Jer. 31:19)

Hoe vervelend schaamte ook kan zijn, het dient ons uit te drijven naar de troon der genade. Daarom kan een bestraffende en een beschamende boodschap soms ook tot eeuwige zegen zijn! Met dat doel schrijft ook de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe. Hij ze wil vermanen als zijn lieve kinderen en heeft niet de intentie om ze louter te beschamen (1 Kor. 4:14). Toch is het in dezelfde brief dat Paulus een heikel punt aansnijdt, namelijk het feit dat de gemeenteleden elkaar voor de wereldse rechter daagden. Deze eigengerechtigheid die in de maatschappij van Korinthe gebruikelijk was, siert de bruid van Christus niet. Paulus spreekt hier schande van en wil door middel van schaamte de desbetreffende gemeenteleden weer in het rechte spoor krijgen (1 Kor. 6:5).

Ten tweede komt het woord schaamte voor in de context van seksuele zonde of naaktheid (Openb. 16:15). Bijvoorbeeld in Hosea 2:4: ‘Want hunlieder moeder hoereert, die henlieden ontvangen heeft, handelt schandelijk; want zij zegt: Ik zal mijn boelen nagaan, die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven’. Het Hebreeuwse woord wat hier met schandelijk wordt vertaald, kan ook als schaamtevol worden weergeven. 

Ten derde wordt het woord schaamte gebruikt als iemand bevreesd is om niet correct te handelen. Zo was Ezra ‘beschaamd’ om zijn positie te misbruiken door de koning om verdere bescherming te vragen (Ezra 8:22). 

Ten vierde kan het woord ook voorkomen in het geval dat iemand zich schaamt voor het teleurstellende gedrag van vrienden of bekenden (Job. 6:20). In lijn hiermee gebruikt het Oude Testament dit woord ook als de oogst uitblijft of tegenvalt als gevolg van de toorn van de Heere (Jer. 14:4). Een grote oogst daarentegen werd begroet met gejuich en zonder schaamte. ‘En gij zult overvloediglijk en tot verzadiging eten, en prijzen den Naam des HEEREN, uw Gods, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid. En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEERE, uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid’ (Joël 2:26-27).

Ten vijfde wordt het woord schaamte nogal eens gebruik in de context van geschonden vertrouwen. In de profetie van Hosea wordt voorzegd dat Efraïm en Israël zich zullen schamen om hun afgodendienst (Hos. 10:5-6). Het verkiezen van een afgod boven de trouwe Verbondsgod zal hoe dan ook tot schaamte leiden (Jes. 1:29; 42:17). ‘De formeerders van gesneden beelden zijn al te zamen ijdelheid, en hun gewenste dingen doen geen nut; ja, zij zelven zijn hun getuigen; zij zien niet, en zij weten niet, daarom zullen zij beschaamd worden. Wie formeert een god, en giet een beeld, dat geen nut doet? Ziet, al hun medegenoten zullen beschaamd worden, want de werkmeesters zijn uit de mensen; dat zij zich altemaal vergaderen, dat zij opstaan, zij zullen verschrikken, zij zullen te zamen beschaamd worden.’ (Jes. 44:9-11) Naast het verkiezen van andere goden heeft het volk Israël menigmaal het vertrouwen geschonden door hun hulp bij andere volken te zoeken in plaats van bij God. Zo ook in het geval van de strijd tegen Assyrië. Toen verwachtte het volk hulp van Egypte in plaats van te vertrouwen op de Heere. Dit leverde Israël geen uitkomst, maar alleen angst, schande en schaamte op (Jes. 19:9; 20:5). ‘Hij zal hen allen beschaamd maken door een volk, dat hun geen nut kan doen, noch tot hulp, noch tot voordeel, maar tot schande en ook tot smaadheid zijn zal.’ (Jes. 30:5)

Ten zesde wordt het woord schaamte gebruikt in de Bijbel als er sprake is van een persoon die in opspraak komt door zijn oneerlijke gedrag, de rechtvaardige heeft tegengestaan, schande over zijn familie heeft gebracht, of een van deze dingen in de toekomst kan gaan doen (2 Kon. 8:11, Spr. 10:5, 14:35, 17:2). ‘De roede, en de bestraffing geeft wijsheid; maar een kind, dat aan zich zelf gelaten is, beschaamt zijn moeder.’ (Spr. 29:15)

Ten zevende wordt er melding gemaakt van schaamte bij personen of groepen die ergens in falen. Bijvoorbeeld in het profeteren of het bekend maken van de waarheid (Jer. 48:13). ‘En de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood worden; en zij zullen al te zamen de bovenste lip bewimpelen; want er zal geen antwoord Gods zijn.’ (Mich. 3:7)

Ten achtste komt het woord schaamte ook veel voor als het gaat om de geloofsgemeenschap tussen de vrome en zijn God. Vooral in het boek van de Psalmen is dit het geval. De gelovige bidt of God hem weer in genade wil aanzien en hem niet te schande wil maken (Ps. 31:1, 71:1, . ‘Bewaar mijn ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.’ (Ps. 25:20) De dichters van de Psalmen baden deze bede niet zonder rede. De Heere had namelijk aan hun voorouders geopenbaard dat een ieder die op Hem vertrouwt niet beschaamd zal uitkomen (Ps. 22:5-6, 25:3, 31:17). In de Psalmen wordt daarom ook vaak benadrukt dat het gehoorzamen van de Wet van God de mens bewaard voor schaamte en schande (Ps. 119:6, 31, 46 en 80). Wie de heilige Wet des Heeren houdt hoeft zich zelfs niet te schamen voor wereldse machten. De Heere ondersteunt hen die op Zijn Naam vertrouwen en voor Hem willen uitkomen. Niet voor niets had de reformator Philipp Melanchton Psalm 119:46 als lijfspreuk: ‘Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen’. 

Het terugkerende thema van de Psalmen, dat de Heere niet beschaamd laat staan degene die op Hem vertrouwt, wordt gecontinueerd binnen het Nieuwe Testament. De Heere Jezus Christus zal de mens die op Hem vertrouwt, niet beschaamd laten uitkomen (Rom. 10:11, 1 Pet. 2:6). Het tegenovergestelde is ook waar. Wie zich hier op aarde voor de Heere en Zijn dienst schaamt zal eens berooid achterblijven. ‘Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, in dit overspelig en zondig geslacht, diens zal Zich de Zoon des mensen ook schamen, wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met de heilige engelen.’ (Mar. 8:38) Maar wie ooit een druppel genade geproefd heeft zal zich niet snel voor het Evangelie schamen! Die leert het Paulus nazeggen: ‘Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek. Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven’ (Rom. 1:16-17)

Ten negende wordt het woord schaamte in de Bijbel ook gebruikt in de objectieve betekenis zoals hierboven beschreven staat. Bijvoorbeeld in het geval van een verslagen volk (2 Kon. 19:26; Jes. 19:9; 37:27, 41:1; Jer. 46:2, 48:20; Eze. 32:30, Mich. 7:17, Zach. 10:5). De schaamte van Babel werd gezien als de ergste onder de volken. Het volk van Babel kon het goddelijke oordeel niet ontlopen en zal daarom beschaamd gemaakt worden. ‘Daarom ziet, de dagen komen, dat Ik bezoeking zal doen over de gesneden beelden van Babel; en haar ganse land zal beschaamd worden, en al haar verslagenen zullen in het midden van haar liggen.’ (Jer. 51:47)

Het opheffen van de schaamte
Na de zondeval is er veel in het leven van alledag waarover we ons mogen schamen. Dat wij in een land wonen waar een gedoogbeleid gevoerd wordt als het gaat om softdrugs. Dat de roep om versoepeling van de euthanasiewetgeving steeds luider wordt. Dat jonge, ongeboren levens bij duizenden afgesneden worden in steriele abortusklinieken. Dat zou ons als Nederlanders beschaamd moeten laten staan ten opzichte van de Heere en onze buurlanden. 

Ook op het kerkelijk erf gebeurt genoeg waarover wij als christenen ons moeten schamen. Toch hoeft het ons niet te verrassen dat de maatschappij anno nu steeds liefdelozer en schaamtelozer wordt. De Bijbel is duidelijk dat de afval is de laatste dagen steeds groter zal worden.

Toch is het de door schuld ontdekte zondaar die het beste mee kan spreken over wat ware schaamte is. Alleen zij die hun zonde hebben leren zien in het licht van Gods heilige Wet leren wat Bijbelse schaamte is. Het zijn deze mensen die gaan roepen om genade en die tot hun eeuwige verwondering erachter komen dat God Zich niet schaamt om hun God genaamd te worden (Hebr. 11:16).

Hoe dit ooit mogelijk is? Omdat Christus naar deze aarde kwam om vanaf de eerste tot en met de laatste dag op aarde schande en schaamte gewillig te dragen. Schaamte, omdat boze tongen fluisterden dat Zijn moeder van Hem in verwachting was toen ze nog niet getrouwd was. Schaamte, omdat hij gedwarsboomd werd door mensen die het niet uit konden staan dat Hij zonder de theologische opleiding van de farizeeërs zoveel van de Bijbel wist. Schaamte, toen Hij in Zijn gezicht gespuwd werd. Schaamte, toen zelfs Zijn eigen discipelen Hem in de steek lieten. Schaamte, toen Hij bespot werd aan het kruis. Schaamte, omdat Hij de beker van Gods toorn tot op de bodem moest leegdrinken. 

Jezus Christus, Die Zich nergens voor hoefde te schamen, onderging gewillig alle smaad en schande. Hierdoor is Hij een Verlosser geworden voor mensen die met de nek worden aangekeken. Voor hoeren, tollenaars en ook voor 'nette kerkmensen'.

Toch zullen Gods kinderen tot hun sterven of tot Christus’ wederkomst last houden van schaamte. Schaamte omdat zij de Heere niet liefhebben zoals ze zouden willen. Schaamte omdat ze dagelijks struikelen. Schaamte ook omdat hun eigen hart en de satan hen zo vaak herinneren aan zonden uit het verleden. Dit kan hen geweldig bestrijden. Toch mogen zij, wiens zonden zijn vergeven, erop vertrouwen dat zelfs hun meest schaamtevolle zonde van hen verwijderd is. Zo ver het oosten is van het westen. Het moge zijn dat andere mensen, de satan of hun eigen hart hen aan deze zonde herinnert. Maar als de Heere overkomt en hen erop wijst dat Hij hun zonden tot in eeuwigheid niet meer gedenkt, leren ze het zingen: ‘O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rom. 11:33)

Wie zo in Hem blijft, zal straks wanneer Christus zal wederkomen niet beschaamd gemaakt worden, maar het mogen horen: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld’. (Mat. 25:34, 1 Joh. 2:28)