Doorgaan naar hoofdcontent

ManVandaag: Abram, afl. 5

Vooruitgrijpen op de belofte
Het was een indrukwekkende nacht geweest waarin de HEERE Zijn beloften aan Abram had onderstreept. Zonneklaar had God het beloofde land en een groot nageslacht aan Abram belooft. Maar het duurde lang voordat deze beloften vervuld werden. Té lang, volgens Sarai. Dan begaat Abram een grote zonde en grijpt hij vooruit op de belofte.

Wat is het verband?

Een eenzijdig verbond
Lees Genesis 16:1-6

Nadat de HEERE Abram nageslacht heeft belooft, komt Hij opnieuw naar Abram toe om de landsbelofte te verzegelen (15:7). De vraag van de aartsvader om een bevestiging van deze belofte is hier geen teken van ongeloof. Hij krijgt de opdracht om een koe, een geit, een ram, een tortelduif en een jonge duif tot God te brengen. Vervolgens snijdt Abram deze dieren, behalve de vogels, doormidden en legt ze tegenover elkaar. Al snel stroomt er een spoor van bloed uit de dieren. Dit blijft bij de roofvogels niet onopgemerkt. Abram werkt zich in het zweet om het offer veilig te stellen. Als de nacht valt, overvalt een diepe slaap de vermoeide Abram. Maar in plaats van rustig in te dommelen vervult grote schrik zijn hart. God laat Abram zien dat zijn nakomelingen in een vreemd land aan slavernij onderhevig zullen zijn. De aartsvader zal dit niet meer meemaken, want hij zal in vrede tot zijn vaderen gaan. Dan ziet Abram een rokende oven, beeld van de verdrukking in Egypte, en een vurige fakkel, beeld van de bevrijding uit Egypte, tussen de stukken doorgaan. God sluit hier eenzijdig het verbond. Zo is het volk van Israël en allen die geestelijke kinderen van Abram zijn een schone erfenis geworden (Ps. 16:6).

TOEPASSING – De dieren die Abram doormidden sneed zorgde voor een stroom van bloed. Dit was een kostbaar offer. Eeuwen later zou hét Lam geofferd worden Die voor zondaren een eeuwige bloedfontein zou openen. Heeft u dit offer al eens persoonlijk op waarde leren schatten?

Wat staat er?

Geduld is een geloofszaak
Ongetwijfeld zal Abram zijn vrouw hebben verteld over het verbond wat de HEERE met hem gesloten heeft. Toch wordt Sarai maar niet zwanger. Ze besluit om voor een surrogaat moederschap te kiezen. Als zij niet zwanger kan worden dan moet haar man maar tot haar slavin ingaan. Dit was verkeerd van Sarai. We lezen nergens dat zij de HEERE om raad vraagt. Wel staat er in vers 2 dat Sarai de HEERE beschrijft als Degene Die de baarmoeder bewust toegesloten houdt. Zo praat ze haar zonde op het vooruitgrijpen op de belofte goed. Maar deze zonde leidt dit niet tot het gewenste resultaat. Hagar wordt zwanger en kijkt neer op haar meesteres. Die richt haar woede op Abram en schreeuwt hem toe dat haar onrecht op hem is. Sarai besluit haar tirade door hem toe te bijten dat de HEERE maar tussen haar en Abram moet richten. De aartsvader probeert zijn vrouw te bedaren daar haar autoriteit over Hagar te bevestigen. Sarai mag doen met haar slavin wat ze wil. Wellicht probeerde Abram op deze manier de woede bij Sarai weg te nemen. Dit mislukt, wat Sarai vernedert Hagar en zij vlucht.

TOEPASSING – Deze episode uit het leven van Abram verloopt desastreus. Hagar verliest haar huis, Sarai haar slavin en Abram zijn toekomstige kind. En dit alles omdat Sarai niet op Gods belofte wilde wachten. Kent u ook van die momenten dat alles misloopt door eigen schuld? Welke troost ligt er in Genesis 16:7?

Wat betekent dit?

Gods plannen falen niet
De HEERE was overduidelijk geweest in Zijn beloften en had deze meerdere keren herhaald. Toch gaf Sarai God de schuld van haar onvruchtbaarheid (Gen. 16:2). Hier blijkt dat de mens zelfs na ontvangen genade nog harde gedachten over God kan hebben. Maar hier blijft het niet bij. Sarai besluit om vooruit te grijpen op Gods belofte. Abram had hier niet akkoord mee mogen gaan, maar hij zwijgt. Genesis 16 leert dat het verkeerd is om de HEERE voor de voeten te lopen. Wat een wonder dat de HEERE het verderop in het Bijbelboek Genesis weer goed maakt met Abram en Sarai (en met Hagar!). De zonden verstoren dus niet Gods heilsplan. 

TOEPASSING – Het voorstel van Sarai en de daad van Abram zijn niet alleen zonde tegenover de HEERE maar ook tegenover Hagar. Noem nog eens een paar zonden die naast onszelf ook anderen beschadigen. Hoe komt u van die zonde en schuld af (Jer. 33:8)?