Korte exegese Galaten 1-2:14
Groet: Paulus’ apostolische autoriteit (1:1-5) 1:1 Paulus, een apostel, geroepen niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God den Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft), 2 En al de broeders, die met mij zijn, aan de Gemeenten van Galatië: 3 Genade zij u en vrede van God den Vader, en onzen Heere Jezus Christus; 4 Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader; 5 Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. Deze eerste vijf verzen behoren tot de groet van Paulus aan de gemeenten in Galatië. Uit deze opening blijkt dat de apostel Paulus een gedegen opleiding heeft gehad en wist hoe hij een brief moest opstellen. [1] De gebruikelijke groet in Grieks-Romeinse brieven luidde: ‘gegroet’ (Xaipeiv). Paulus gebruikt in de Galatenbrief het woord ‘genade’ (Xápris). Hiermee past hij dus de gebruikelijke groet aan en introduceert meteen een prominent...