Posts

Er worden posts getoond met het label Antichrist

Ambrosiuskring, avond 5

Afbeelding
Door: F. Treur-van As en J.W.J. Treur Vijfde boek: Het zien op Jezus in Zijn leven, Hoofdstuk 1-2 Hoofdstuk 1 Van het begin van het evangelie Het voorwerp van dit hoofdstuk is Jezus, Die het werk van 's mensen zaligheid gedurende de tijd van Zijn leven op Zich neemt. Johannes de Doper heeft zes maanden gepreekt voordat Christus aan Zijn openbare bediening begon. De Heere Jezus heeft drieënhalf tot vier jaar gepreekt voor Zijn lijden en sterven aan het kruis. Elk van deze jaren eindigde met het paasfeest, aldus Ambrosius (Joh. 2:13, 5:1, 6:4 en 13:1). Van de prediking van Johannes de Doper Johannes de Doper heeft zijn tijd doorgebracht met meditatie en gebed, etende sprinkhanen en wilde honing, opdat hij mocht zijn een bekwaam werktuig tot voorbereiding en verbreiding van het evangelie van Christus. De preken van Johannes zijn voor Christus geweest als een inleiding op een rede. Gelijk zijn kleding ruw was, zo was ook zijn tong. Wat voor het vlees vermakelijk of welbehaaglijk is, is...

Beknopte theologie van 1-3 Johannes

Afbeelding
Auteur: Johannes, de zoon van Zebedeus en de broer van Jakobus, is de auteur is van 1-3 Johannes (Mar. 1:19-20). Hij schreef deze brieven uit vaderlijke bewogenheid aan zijn ‘geestelijke kinderen’. Hun staan in het geloof werd bedreigd door de lokstem van wereldgelijkvormigheid en de listen van dwaalleraren. Naast de duidelijke overeenkomsten tussen de brieven en het evangelie naar de beschrijving van Johannes zijn er vele getuigen uit de Vroege Kerk die Johannes als de auteur van het evangelie en de brieven noemen, waaronder Papias (ca. 65-130 n. Chr.), Polycarpus van Smyrna (ca. 69-156 n. Chr.) en Ireneüs van Lyon (ca. 135-202 n. Chr.). Zowel 1-3 Johannes als het evangelie bevatten zinnen die typerend zijn voor de evangelist Johannes, de karakteriserende korte vocabulaire en het veelvuldig gebruik van contrasterende zaken, zoals ‘licht en duisternis’. In 2 en 3 Johannes refereert Johannes naar zichzelf als ‘de ouderling’ (2 Joh. 1:1, 3 Joh. 1:1, verg. 1 Pet. 5:1). Ouderling kan hier ...