Posts

Er worden posts getoond met het label bekering

Dagopening: Lukas 5:27-32 (III)

Afbeelding
Niet te slecht, wel te goed Lukas 5:27-32  Na zijn bekering richt Levi een maaltijd aan voor een grote groep tollenaren en zondaren. Wat moet het een indruk op deze mensen gemaakt hebben, dat Christus met hen aan de tafel wilde zitten! Door samen te eten en te drinken, liet de Zaligmaker op ontroerende wijze zien dat Hij hun behoud zocht. Alle omstanders die dit zagen, zullen vast blij geweest zijn. Nee, verre van dat! Woedend stappen de Schriftgeleerden en farizeeërs op de discipelen van de Heere Jezus af. ‘Waarom eten en drinken jullie met zondaren?!’ Voordat de discipelen kunnen antwoorden, spreekt de Zaligmaker: ‘Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering.’ De tollenaren waren dus niet te slecht om gered te worden. Het probleem lag bij de Schriftgeleerden en farizeeërs. Zij voelden zich te goed!  De Heere Jezus Die eens Levi uit het tolhuis riep leeft nog (Hebr. ...

Bostonkring, avond 5

Afbeelding
Hoofdgedachte 3: Het totale onvermogen van de mens om zichzelf te herstellen Door: F. Treur-van As Inleiding Boston begint dit hoofdstuk met een tweetal Bijbelteksten. Deze wil ik hier kort noemen en toelichten. Rom. 5:6 Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te zijner tijd voor de goddelozen gestorven.   De eerste elf verzen van Romeinen 5 staan in het teken van de hoop als gevolg van de rechtvaardiging door het geloof. Degenen die gerechtvaardigd zijn door het geloof hebben een onwankelbare hoop, omdat ze weten dat ze op de dag van het oordeel aan Gods toorn zullen ontkomen dankzij de verzoenende dood van Christus die stierf in hun plaats. Christus is het fundament van onze hoop en de verzekering van de liefde van Christus jegens ons, Die ons met God verzoend heeft toen wij nog vervreemd waren van Hem. Nu zijn wij Zijn vrienden door het geloof geworden. Krachteloos houdt hier in dat er een gebrek is aan (morele) kracht, dat we onmachtig zijn en staat hier gelijk ...

Augustinuskring, avond 4

Afbeelding
Inleiding van M.G.J. Kerpel, citaten uit de Belijdenissen van de vertaling door Wim Sleddens. Augustinus’ huwelijk en bekering  Vanavond bespreken we met elkaar de boeken 6-8 van de Belijdenissen van Augustinus. Het zal gaan over zijn bekering en de weg daarnaar toe. Het speelt zich af in Augustinus’ 30e en 31e levensjaar. Hij woont dan–zoals we de vorige keer hoorden– in Milaan.  BOEK VI  Zoekende  De nog steeds zoekende Augustinus begint boek 6 met een vertwijfelde uitroep (I). “U, mijn hoop van jongsaf, waar was u voor mij? (…) Ik zocht naar u, buiten mij, maar daar vond ik niet de God van mijn hart. Ik was terecht gekomen in een diepe zee, zonder enige zekerheid.”  Monnica Moeder Monnica volgt Augustinus richting Milaan (I). Ze treft er haar zoon aan in “een zeer kritieke situatie vanwege mijn wanhoop de waarheid ooit te kunnen vinden.” Hij vertelt haar dat hij geen manicheeër meer is, maar ook nog geen christen. Tot zijn verbazing reageert...