À Brakelkring, avond 17
Door: M.J.T. Waanders en J.W.J. Treur Hoofdstuk 42 Het leven van vertrouwen op de beloften À Brakel begint dit hoofdstuk door erop te wijzen hoe de mens geschapen is en hoe hij na de zondeval geworden is. De mens is geschapen om zijn blijdschap in God te hebben en kende een directe gemeenschap met God zijn Schepper. Deze gemeenschap is door de zonde verbroken en nu is de mens vervreemd van het leven Gods. Toch heeft God in Zijn oneindige goedheid een Weg gegeven waardoor de mens weer in een verzoende houding kan komen met God. Deze Weg is niemand minder dan de Zoon van God: Jezus Christus. Wie zich aan Hem overgeeft zal volkomen zalig worden, maar wie zich in zijn natuurstaat blijft verharden gaat voor eeuwig verloren. Na deze uiteenzetting geeft À Brakel drie overwegingen aan onbekeerden om bij stil te staan: 1. Overdenk uw geestelijke blindheid. Heeft u er enig besef van om Gods aangezicht in gerechtigheid te aanschouwen? En hoe zalig het is om met God verzoend te zijn door Zijn Zoon...