Posts

Er worden posts getoond met het label geloof

À Brakelkring, avond 13

Afbeelding
Hoofdstuk 33 Kentekenen van het zaligmakend geloof Het geloof is de ziel van het christendom. Het is nodig het onderscheid tussen het ware en het tijdgeloof zeer duidelijk te beschrijven. In aard zijn zij geheel van elkaar verschillend. De moeilijkheid om dat te onderkennen is in de mens en in de toepassing op zichzelf. À Brakel roept zijn lezers op om zich voor Gods aangezicht te onderzoeken, want de lezer is op dit ogenblik of een kind van God of van de duivel. Niet alle mensen die gedoopt zijn en aan het Heilig Avondmaal gaan, zijn op weg naar de zaligheid. Het is nuttig onszelf te beproeven. Hierdoor wordt men de gruwelen gewaar die in het hart zijn. Men leert de wrekende rechtvaardigheid van God kennen, wordt bekommerd, verschrikt en vlucht tot Jezus om rechtvaardigmaking en heiligmaking. En bespeurt men genade, licht, leven, geloof, het is niet te zeggen hoe grote blijdschap dat in het hart verwekt. Men krijgt telkens nieuwe moed, vrijmoediger toegang, leert de wegen kennen die G...

À Brakelkring, avond 12

Afbeelding
Door: E.H. van Wolfswinkel en F. Treur-van As Hoofdstuk 31 Over de wedergeboorte In dit hoofdstuk gaat het over de mens die de werking van God ontvangt, en daardoor wedergeboren wordt. Wat houdt de wedergeboorte in? Het is dan als eerst van belang wat onder dit woord wordt verstaan. De wedergeboorte ziet op het geboren worden van een mens. Het omvat alle werkingen van ontvangen tot geboren worden. Noodzakelijk wegens de wil van God. Een allernoodzakelijkste zaak ook voor de mens wat ook blijkt uit Joh 3:3,5 “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan het Koninkrijk Gods niet in gaan”. Ook om omgang met God te hebben zal een mens wedergeboren moeten zijn. De wedergeboorte is ook het doel van Christus’ lijden en sterven. Wie dan deel aan Christus’ verdiensten heeft, die wordt wedergeboren. Indien dit zo belangrijk is, dan zou de vraag voor ons wel moeten zijn ‘ben ik...

Augustinuskring, avond 4

Afbeelding
Inleiding van M.G.J. Kerpel, citaten uit de Belijdenissen van de vertaling door Wim Sleddens. Augustinus’ huwelijk en bekering  Vanavond bespreken we met elkaar de boeken 6-8 van de Belijdenissen van Augustinus. Het zal gaan over zijn bekering en de weg daarnaar toe. Het speelt zich af in Augustinus’ 30e en 31e levensjaar. Hij woont dan–zoals we de vorige keer hoorden– in Milaan.  BOEK VI  Zoekende  De nog steeds zoekende Augustinus begint boek 6 met een vertwijfelde uitroep (I). “U, mijn hoop van jongsaf, waar was u voor mij? (…) Ik zocht naar u, buiten mij, maar daar vond ik niet de God van mijn hart. Ik was terecht gekomen in een diepe zee, zonder enige zekerheid.”  Monnica Moeder Monnica volgt Augustinus richting Milaan (I). Ze treft er haar zoon aan in “een zeer kritieke situatie vanwege mijn wanhoop de waarheid ooit te kunnen vinden.” Hij vertelt haar dat hij geen manicheeër meer is, maar ook nog geen christen. Tot zijn verbazing reageert...