Posts

Er worden posts getoond met het label Romeinen 7

Korte exegese Romeinen 1:18-25, 2:17-29, 3:9-20, 6, 7:1-13, 14-26 en 8:1-17

Afbeelding
Romeinen 1:18-25 God openbaart Zich in de eerste plaats aan alle mensen in de schepping . [1] Deze algemene openbaring toont aan dat God bestaat en laat ook verschillende eigenschappen van de Heere zien, zoals Zijn kracht en majesteit.   God openbaart Zich ook in het zogenaamde Godsbesef . Elk mens weet diep in zijn hart dat er ‘meer’ is dan wij met het blote oog kunnen zien. Om die reden zijn er zoveel mensen die aangeven dat ze wel in ‘iets’ geloven. Het besef dat God er is kan onderdrukt worden, maar nooit vernietigd. Vandaar dat mensen in noodsituaties vaak God aanroepen.   In toevoeging daarop geeft het geweten ook enig bewijs van Gods morele normen voor alle mensen. [2] Dit zorgt ervoor dat mensen een bewustheid van schuld hebben tegenover God, namelijk dat zij zich niet hebben gehouden aan Zijn morele eisen. Dit blijkt ook duidelijk uit Rom. 2:14-15: ‘Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de w...

Van komma naar liefde, Over het Johannesevangelie bij dr. H.F. Kohlbrügge

Inleiding Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Romeinen 7:14  Soms kunnen Bijbelteksten vergroeien met bekende theologen en andersom. Zo ook Romeinen 7:14. Binnen de theologiegeschiedenis is deze tekst als het ware een symbiose gaan vormen met het leven en oeuvre van Hermann Friedrich Kohlbrügge. Veel boeken en dissertaties die zijn gewijd aan de theologie van Kohlbrügge vinden hun climax in zijn ontdekking van ‘de komma’. (1)    Los van de vraag of deze receptie terecht is, heeft deze focus wel geleid tot een zekere versmalling in de studie naar het oeuvre van Kohlbrügge. Zo is het opvallend dat er geen studies bestaan naar de Johannesreceptie van Kohlbrügge. Überhaupt is er weinig inhoudelijk onderzoek gedaan naar de preken van Kohlbrügge. En dit terwijl hij geen dogmatiek en slechts enkele systematische werken heeft nagelaten. J. Loos zegt hierover het volgende: ...