Posts

Er worden posts getoond met het label CGO

Beknopte theologie van Lukas

Afbeelding
De Medicijnmeester Diep wondt de zonde ons bestaan; Ze houdt de zondaar in haar ban. Ons doen houdt ons bij God vandaan. Het werk vraagt meer dan wie ook kan. Waar is een zalf zo soeverein, En waar een goede arts nabij? Wie heelt de wond en stilt de pijn? Bestaan en hoop ontglippen mij. Zie, hoe dichtbij een Dokter staat; Zie, zwakke ziel, omhoog, en leef. Lees in Zijn vriendelijk gelaat Genezing die geen schepsel geeft. Zie, Jezus geeft een overvloed, Schenkt leven, zegent, maakt gezond. Alleen Zijn kostbaar, heilig bloed Neemt weg uw pijn, geneest uw wond. [1] Anne Steele Auteur: Lukas is zowel de schrijver van het gelijknamige evangelie als van de Handelingen der apostelen . Het overkoepelende thema van het Lukas evangelie en van Handelingen is de wereldwijde verspreiding van het evangelie van de Heere Jezus Christus. [2] Zowel het Nieuwe Testament als de tradities van de Vroege Kerk wijzen erop dat Lukas vermoedelijk arts van beroep was (Luk. 4:38, 5:12, 8:43-44). [3] Het vermoe...

Beknopte theologie van 1-3 Johannes

Afbeelding
Auteur: Johannes, de zoon van Zebedeus en de broer van Jakobus, is de auteur is van 1-3 Johannes (Mar. 1:19-20). Hij schreef deze brieven uit vaderlijke bewogenheid aan zijn ‘geestelijke kinderen’. Hun staan in het geloof werd bedreigd door de lokstem van wereldgelijkvormigheid en de listen van dwaalleraren. Naast de duidelijke overeenkomsten tussen de brieven en het evangelie naar de beschrijving van Johannes zijn er vele getuigen uit de Vroege Kerk die Johannes als de auteur van het evangelie en de brieven noemen, waaronder Papias (ca. 65-130 n. Chr.), Polycarpus van Smyrna (ca. 69-156 n. Chr.) en Ireneüs van Lyon (ca. 135-202 n. Chr.). Zowel 1-3 Johannes als het evangelie bevatten zinnen die typerend zijn voor de evangelist Johannes, de karakteriserende korte vocabulaire en het veelvuldig gebruik van contrasterende zaken, zoals ‘licht en duisternis’. In 2 en 3 Johannes refereert Johannes naar zichzelf als ‘de ouderling’ (2 Joh. 1:1, 3 Joh. 1:1, verg. 1 Pet. 5:1). Ouderling kan hier ...