Posts

Er worden posts getoond met het label Over de geestelijke blijdschap

À Brakelkring, avond 14

Afbeelding
Door: C.A.A.M. Schulenburg-Heijboer Hoofdstuk 35 Over de aanneming tot kinderen In verschillende opzichten kan men Gods kind genaamd worden. Zo wordt Christus genoemd naar Zijn Goddelijke natuur, door de eeuwige generatie; de engelen en het menselijk geslacht worden zo genoemd, ten opzichte van de schepping; de overheden, omdat God hen stelt tot het afschijnsel van Zijn heerschappij en tot slot de gelovigen, ten opzichte van de aanneming. Over dit laatste handelt dit hoofdstuk. 1. De voortreffelijkheid van het kindschap De afkomst en staat van een kind van God is het voortreffelijkste dat er kan zijn in zichzelf. Kinderen van God zijn van een hoge en heerlijke, ja, van een Goddelijke natuur. Zij weten dat de zienlijke dingen tijdelijk, niet bevredigend en in zichzelf niets te achten zijn, en dat onzienlijke dingen wezenlijk, bevredigend en eeuwig bestendig zijn. De voortreffelijkheid van hun staat blijkt ook uit de tegensteling van hen met anderen. Spr. 12:26: de rechtvaardige is...