Posts

Er worden posts getoond met het label Exodus 2:1-10

Beknopte theologie van Exodus

Afbeelding
Introductie: Het Griekse woord ‘Exodus’ betekent ‘uitgang', ‘vertrek’ of ‘verlaten'. [1] Dit Bijbelboek gaat over de redding van de Israëlieten uit de slavernij in Egypte en hun vestiging in Kanaän als een volk. Als natie wordt zij geregeerd door Gods wetten en onder de voorwaarden van Zijn verbond. Het Bijbelboek beschrijft de periode tussen het sterven van Jozef (Ex. 1:6) en de ingebruikname van de tabernakel in het tweede jaar na de uittocht uit Egypte (Ex. 40:17). [2] Na ongeveer vierhonderd jaar in Egypte is de familie van Jakob uitgegroeid van zeventig personen tot twee à drie miljoen leden. De angst van de farao, dat het volk een staatsgreep zou kunnen plegen, is dus niet geheel ongegrond. In dit tweede boek van Mozes lezen wij hoe God aan Israël genadig is en hoe het priesterschap en de eredienst vormkrijgen, die op hun beurt weer het fundament vormden voor de tempel, de synagoge en de kerk. [3] Dat het Bijbelboek Exodus een vervolg is op het Bijbelboek Genesis blijkt...

Meditatie: Exodus 2:1-10

Afbeelding
Wie nadenkt over Gods voorzienigheid zal merken dat er geen Bijbelboek is waar Gods voorzienigheid niet in naar voren komt. Dit geldt ook zeker voor het Bijbelboek Exodus. Wij lezen met elkaar Exodus 2:1-10: 1 En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi. 2 En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden. 3 Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij leide het knechtje daarin, en leide het in de biezen, aan den oever der rivier. 4 En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden. 5 En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen. 6 Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; ...