Posts

Er worden posts getoond met het label avond 2

Augustinuskring, avond 2

Afbeelding
Vanavond bespreken wij met elkaar de boeken I en II van de Belijdenissen van Augustinus. Dit doen wij door een korte samenvatting van deze boeken te lezen, verhelderingsvragen te stellen en enkele stellingen te bespreken. Ook zal een Schema van de Belijdenissen de revue passeren. Maar voordat wij het werk van Augustinus willen bespreken willen wij eerst een gedeelte lezen uit Gods Woord. Bijbelstudie Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen. Deut. 6:4-5 De liefde is een groot ding, want daardoor gaat de ziel door zichzelf vrij tot God en aanhangt Hem standvastig. Zij vraagt Hem vriendelijk en gaat met Hem te rade over alle dingen. Een ziel die God recht bemind, die kan niet anders denken noch spreken dan van God. Zij versmaad, zij veracht alle dingen. Alles wat zij denkt, wat zij spreekt, dat smaakt naar de liefde, alzo heeft haar de liefde Gods ingenomen. Wie d...

Romeinenkring 2013, avond 2

Lezen: Openbaring 1:9-20 en 3:14-22 De vorige Romeinenkringavond hebben we samen nagedacht over de geestelijke wapenuitrusting. We werden opgeroepen om de staande te blijven en ons achter het schild van het geloof te verschansen. Als we dat doen zijn we veilig voor de aanvallen van de boze. Want één ding staat vast; het ware christenleven kenmerkt zich door strijd tegen de zonde, het vlees en de duivel.  Ook de apostel Johannes was erachter gekomen dat we de macht van de duivel niet moeten onderschatten. Door christenvervolging was hij verbannen naar het eiland Patmos. En daar zat de oude apostel dan. Ver weg van zijn gemeente, de meesten van zijn medeapostelen gedood en zijn geliefde Zaligmaker opgevaren naar de hemel. Was hij uitgerangeerd? Kon hij nog wel wat betekenen voor de christelijke gemeenten? Was de Heere hem vergeten? Nee! Er staat zo ontroerend in Openbaring 1:10: En ik was in den geest op den dag des Heeren; en ik hoorde achter mij een grote stem, als van ...