Posts

Er worden posts getoond met het label Redelijke Godsdienst

À Brakelkring, avond 22

Afbeelding
Door: F-Treur-van As en J.W.J. Treur Hoofdstuk 15 Over de liefde tot Jezus Christus De wet eist liefde tot God en tot alles wat God beveelt lief te hebben. De Heere Jezus heeft weinig liefhebbers in de wereld. Het is een groot voorrecht en genade voor die weinigen aan wie het toegestaan wordt, Hem lief te hebben. Die in de kerk zijn, waarvan de Heere Jezus het Hoofd is, die behoorden Hem immers lief te hebben. Maar hoe weinig mensen die Hem liefhebben zijn daarin! Zij laten Hem voor wat Hij is. En omdat zij Hem niet kennen, hebben zij Hem ook niet lief. Er is noch droefheid over het missen van Hem, noch verlangen naar Hem, noch vereniging van het hart met Hem, noch smart dat zij Hem niet liefhebben. Daar is geen ingang in het verbond met Hem, geen overgeven aan Hem, geen gelovig aannemen tot rechtvaardigmaking en heiligmaking, geen vereniging van het hart en oefening van gemeenschap met Hem. Het is hun genoeg als zij maar goede kerkgangers zijn, het Heilig Avondmaal gebruiken, en eerli...

À Brakelkring, avond 21

Afbeelding
Door: M.H. van Wolfswinkel-van As Hoofdstuk 9 Over het zevende gebod Het huwelijk is door God Zelf ingesteld, met zegen daarover. ‘En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. En God zegende hen, en God zeide tot hen: weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde (…).’ (Gen. 1:27-28)  De Heere heeft de bekwaamheid en de genegenheid tot vermenigvuldiging ingeschapen. Maar zoals na de val in het Paradijs alles in de mens bedorven en misvormd is geworden, is hij ook in deze genegenheid misvormd geworden. De zonden die in dit gebod vervat zijn, brengt À Brakel onder in de volgende hoofdzonden: de daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten en gelegenheden. Zonden op dit gebied geven blijk van een onrein hart. Aan deze genoemde hoofdzonden moet men zich spiegelen, hoe onschuldig of hoe schuldig hij is. Vervolgens toont À Brakel eerst de gruwelijkheid van de zonde: 1. Zij is kapitein en wordt onder alle werken ...

À Brakelkring, avond 20

Afbeelding
Door: M.J.T. Waanders en J.W.J. Treur Hoofdstuk 6 Het vierde gebod Dit gebod wordt door velen tegengesproken. ‘Gedenkt de sabbatdag, dat gij die heiligt.’ Gedenk er tevoren aan voordat die dag komt, om uw zaken zo te regelen dat u dan geen verhindering hebt. Bereid u er tevoren op voor. Het woord sabbatdag komt van het woord sabbat, wat rusten betekent. Het woord sabbat wordt verschillend gebruikt: 1. Soms betekent het een week van zeven dagen of jaren, omdat die eindigt met de sabbat (Gen. 29:27). 2. De ‘jaarsabbatten’ betekenen het zevende jaar, waarin men noch ploegen, noch zaaien, noch oogsten mocht (Lev. 25:4-5). En ook het vijftigste jaar (Lev. 25:8). 3. De ‘sabbatten der weken’, die zeven dagen achter elkaar duren, namelijk de drie feestdagen: Pasen, Pinksteren en het Loofhuttenfeest (Lev. 23:4). 4. De ‘sabbatten der dagen’. Dit waren de eerste en de laatste dagen van de drie feesten, hetzij dat ze op de sabbat vielen of op een andere dag (Lev. 23:39). Het gebod zegt: de zevend...

À Brakelkring, avond 19

Afbeelding
Door: F. Treur-van As Hoofdstuk 3 Over het eerste gebod Voordat wordt overgegaan tot de bespreking van de geboden acht À Brakel het van belang nog een paar algemene zaken op te merken: - De kennis van de wil van God is ingeschapen, maar erg verduisterd. Door de wet komt er kennis van wat zonde is (Rom. 7:7). - God is heilig, daarom kan Hij de mens niet anders gebieden dan heiligheid. - De wet is volmaakt en de mens (ook de wedergeborene) is onvolmaakt. Hoe meer kennis en ervaring van en met de wet, hoe nederiger we ons voelen en hoe hoger de voldoening van Christus geacht wordt. o De inhoud van de wet is liefde tot God en de naaste (het laatste vloeit voort uit het eerste). o De wet is geestelijk. o Onder een gebod is een verbod begrepen en onder een verbod een gebod. o Een gebod of verbod staat altijd in relatie tot een voorwerp, als dat voorwerp er niet is dan is er altijd nog wel God en de naaste. o De geboden zijn uitgestrekt (denk aan de beschrijving...