À Brakelkring, avond 7
Door: C.A.A.M. Schulenburg-Heijboer Hoofdstuk 18 De godheid, menswording en vereniging van de twee naturen in de ene Persoon van onze Heere Jezus Christus Dat Christus de waarachtige, eeuwige God is, blijkt uit: 1. Het feit dat Hij God wordt genoemd: Ps. 45:8: “Daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd”. Dat Die, ‘o God’, de Heere Jezus is, blijkt uit: Hebr. 1:8,9: Maar tot de Zoon (zegt Hij): Uw troon, o God! Is in alle eeuwigheid… Daarom heeft U, o God, Uw God gezalfd’. 2. Zijn Goddelijke eigenschappen: Eeuwigheid: Micha 5:1: Uit u (Bethlehem) zal Mij voortkomen, die een Heerser zal zijn in Israël; en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid; Alwetendheid: Openb. 2:23: … dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek; Almacht: Openb. 1:8: De Almachtige. 3. Zijn werken: Die hemel en aarde geschapen heeft, Die alles onderhoudt en regeert, Die door Zichzelf wonderen doet, Die de mens wederbaart, Die de doden opwekt. 4. Zij...